De economie en emancipatie

Binnen het harde recessienieuws een kleine opsteker: vrouwen worden op de arbeidsmarkt minder hard getroffen dan mannen, omdat zij werken in een minder conjunctuurgevoelige sector dan mannen. Dat is de conclusie van de vijfde Emancipatiemonitor van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), die deze week werd gepubliceerd.

Aan deze uitkomst kleeft onmiddellijk een forse relativering. Want het is slechts een kwestie van tijd dat het werk van vrouwen ook op de tocht komt te staan. ‘Tijdens de komende ontslaggolven zullen mannen en vrouwen even zwaar worden getroffen, maar in het begin zullen mannen zwaarder worden getroffen’, aldus econoom Vergeer van het CBS. Dat is voor beide seksen een hard gelag: geen werk, hoge vaste lasten en een aanpassing van een levenspatroon dat was ingesteld op de hoogtijdagen van weleer. Voor tweeverdieners gaat het dan echt niet alleen over het inleveren van een tweede vakantie, een tweede auto, een tweede huis of een tweede oppas.

Daarnaast is de oorzaak van dit aanvankelijke voordeel rolbevestigend. Vrouwen zijn volgens Vergeer “slimmer” geweest met het vinden van de banen. Zij werken in de zorg, het onderwijs en sommige onderdelen van de zakelijke dienstverlening. Die banen blijken veel meer “recessieproof”. Daarnaast werkt zeventig (!) procent van de vrouwen in deeltijd. Ze zijn daardoor veel flexibeler dan de meeste mannen die voltijd werken. Tegenover dit voordeel staat echter dat werkgevers daar in deze periode van ‘blij zijn met een baan en geen eisen stellen’ misbruik van kunnen maken. Hard werken, zo’n beetje fulltime inzetbaar zijn, tegen een halftime salaris. Het is dus maar wat je ‘slim’ noemt.

De Monitor, die eens per twee jaar verschijnt, is zelf door de snel ingezette recessie pijnlijk achterhaald geworden. De cijfers zijn gebaseerd op 2007 en 2008, jaren waarin de economie nog een groeicurve vertoonde die inmiddels ondenkbaar is geworden. Op de vleugels van de hoogconjunctuur gingen vrouwen na een decennialange emanciperende pushing-up een sprintje trekken op de arbeidsmarkt: 350.000 vrouwen gingen aan het werk tegenover 150.000 mannen. Dit verschil toont de rappe inhaalslag van vrouwen en loopt in de richting van een arbeidsdeelname van 59 procent, slechts een paar puntjes verwijderd van het streefcijfer van het emancipatiebeleid: 65 procent in 2010.

Dat hierin de klad komt, is onvermijdelijk. En dat dit op termijn slecht is voor de emancipatie zal ook onontkoombaar zijn. Het lijkt een eeuwigheid geleden dat politieke partijen elkaar verdrongen in de voorstellen om kinderopvang tot een basisvoorziening te maken. De “franje” gaat overal vanaf, ook ten koste van emancipatiebeleid. Maar waar iedereen nu mee wordt geconfronteerd is algehele sociaal-maatschappelijke onzekerheid. Mannen én vrouwen zonder werk, samen thuis: het is een zwart toekomstscenario.