De eenzaamste planeet

De laatste tijd komt Morrissey vooral in het nieuws met zijn kwakkelende gezondheid. Geestelijke gezondheid ook, volgens zijn critici, nadat hij laatst de Canadese zeehondenjacht vergeleek met de holocaust.

Medium morrissey1

Weinig artiesten zijn zo goed in staat haters het bloed onder de nagels te halen als rabiaat dierenrechtenactivist Morrissey. Zijn afwisselend gebruik van veel ironie en een volstrekt gebrek daaraan maakt hem bovendien ongrijpbaar.

Jammer dat de laatste jaren zijn albums tegenvielen, vooral omdat een geheel nieuwe generatie de muziek van zijn legendarische band The Smiths lijkt te ontdekken. Het werd wat pijnlijk dat hij daar de laatste tijd zelf een fletse afgeleide van dreigde te worden. Maar de twee clips die zijn nieuwe album voorafgingen beloofden veel beterschap. Eerst was er dat gedicht op jazzy muziek: ‘Mad in Madrid/ Ill in Seville/ Lonely in Barcelona/ Then, someone tells you and you cheer/¡Hooray!, ¡hooray!, ¡The bullfighter dies!/¡Hooray!, ¡hooray!/ The bullfighter dies, and nobody cries/ Nobody cries, because we all want the bull to survive.’

Militant en toch vermakelijk: daar moet je Morrissey voor heten. Het tweede voorproefje verwoordde dat andere terrein waar hij op excelleert: het omschrijven van eenzaamheid. Alleen de titel al: Earth Is the Loneliest Planet. En ook hier zat een twist in de clip waarin hij de tekst voordroeg: de vrouw die ernaar luisterde, was Pamela Anderson.

Nu zijn album World Peace Is None of Your Business uit is, blijken niet alleen deze teksten raak, maar ook de nummers. De arrangementen zijn fris, zoals vele andere op het album dat ook zijn. Spannend ook, soms wonderlijk, heel soms ronduit onnavolgbaar. Wat doet die flamencogitaar daar opeens in Neal Cassady Drops Dead? Wat een kitsch. Maar het kan het nummer niet om zeep helpen, daarvoor is de elektrische gitaar te gruizig, Morrissey’s zang te bezwerend, en de tekst te goed. Want dat was hij bij The Smiths en dat is hij nog steeds wanneer hij op dreef is, zoals nu: een van de sterkste tekstschrijvers uit de popmuziek.

Daarom is het tijdens het beluisteren van zijn beste werk in minstens tien jaar met terugwerkende kracht zo pijnlijk dat zijn langverwachte autobiografie tegenviel. Dat hij bij vlagen zo’n kleine man bleek, onmachtig hoofd- van bijzaken te onderscheiden, kinderachtig in zijn wraakoefeningen, geobsedeerd door geld, en te zichtbaar verliefd op zijn zinnen.

Dat is dan weer het voordeel van de beperking van popteksten: in een tijdsbestek van vier minuten valt de zelfvoldaanheid niet op, dan hoor je gewoonweg iemand die de ene vlijmscherpe zin na de andere op papier heeft gezet. Hoogtepunt is wel het vileine I’m Not a Man, waarin hij alle clichés over mannelijkheid op een rij zet: ‘Wise-ass/ Smart-ass/ Workaholic/ Thick-skinned/ Two-fisted hombre, olé’, om uiteindelijk, na de T-bonesteak en de ‘cancer of the prostate’ te concluderen: ‘I’m not a man/ I’d never kill or eat an animal/ And I never would destroy this planet I’m on/ Well, what do you think I am?/ A man?’ Heerlijk. En het triomfantelijke lachje toen hij dat opschreef kun je er zelf wel bij denken.

Morrissey, World Peace Is None of Your Business