Zomergasten #1

De eerste aflevering van Zomergasten belooft veel voor de rest van het seizoen

JdeV Consumeert… altijd meer kunst en cultuur dan waar hij raad mee weet. Tv, film, kunst, theater – van alles. Hij heeft geen sociaal leven. Op deze plek doet hij verslag van de dingen waarvoor in De Groene geen ruimte is. Deze week: Zomergasten met Rosanne Hertzberger.

Medium beeldvpro
Rosanne Hertzberger als Zomergast © Youtube/VPRO

Heeft een Zomergasten-presentator wel eens de Sonja Barend Award voor Beste televisie-interview gewonnen? Ik zocht het op (#researchjournalism). Nee, is het antwoord. Zo gek is dat niet. De Sonja Barend Award gaat naar interviewers die zich vastbijten, iemands woorden tegen hun ondervraagde gebruiken, vuur aan de schenen. En Zomergasten is geen ‘hard’ interviewprogramma.

De gasten komen hoofdzakelijk uit de zachte sector – denkers, theatermakers. Politici die aanschuiven zijn meestal oud-politici, die relativerend kunnen terugkijken op hun loopbaan. De enige keer dat er een zittend bewindsman kwam, was het de anticlimax van de zomer. Mark Rutte schudde Thomas Erdbrink vorig jaar van zich af zoals de gele-truidrager een stel hobbyfietsers op de Ventoux van zich afschudt. He didn’t break a sweat.

En toch viel gisteravond ineens de frase ‘een impertinente vraag’, toen presentatrice Janine Abbring haar gast Rosanne Hertzberger naar haar geloof vroeg. Dat was wel heel privé. Ineens werd Hertzberger, voor het eerst, ongemakkelijk.

Wat is een ‘impertinente vraag’? Dat hangt, zou je zeggen, op de eerste plaats van de context af. Iemand die naar je seksleven vraagt, of je bruto jaarinkomen, is impertinent, tenzij je bij de GGD zit, of bij de Belastingdienst. Óf tenzij je een boek over seksualiteit hebt geschreven, of beroemd bent door je vermogen. Dan hangt wie je privé bent samen met wat je publiekelijk doet.

Precies daarom had ik een aantal jaar terug een raar, wrang gevoel toen Wouter Bos te gast was. Toen Wilfried de Jong hem naar zijn geloof vroeg, werd Bos ineens bits. Dat klopte niet, vond ik. Bos was jarenlang PvdA-lijsttrekker geweest, had op alle mogelijke manieren gesproken over hoe hij de wereld voor zich zag, wat volgens hem een betere, eerlijkere maatschappij was – maar wilde vervolgens niet praten over zijn geloof, wat toch intrinsiek vormt hoe je kijkt naar eerlijkheid, naar samenleven, naar de wereld. En dus hoorde dat privé-deel van Bos bij het publieke deel van Bos.

Dat Hertzberger naar haar joods-zijn zou worden gevraagd had ze kunnen zien aankomen. Ze schrijft er soms over in haar column (hoewel altijd in het voorbijgaan) maar had nu toch twee fragmenten uitgekozen die er direct mee te maken hebben. Eerst opnamen van een bruiloft van een zwaar orthodoxe dynastie, daarna opnamen van haar grootvader, die door de Spielberg Foundation was geïnterviewd over zijn kampervaringen in de oorlog.

Bid je wel eens? vroeg Abbring. Ja, zei Hertzberger. Ze voelde natuurlijk donders goed aan dat de volgende vraag zou zijn ‘Geloof je dat iemand je gebeden aanhoort?’ en sprong vlug de breedte in, door te zeggen dat joods-zijn op de eerste plaats bestaat uit deel uitmaken van een volk. Toen Abbring nog eens doorvroeg viel de term ‘impertinente vraag’.

Was het dat? Voor mij laat de ideale Zomergasten-aflevering zien waarom iemand denkt wat hij denkt, of maakt wat hij maakt. Wat die persoon denkt of maakt, weten we al. Als columniste treft Rosanne Hertzberger (voor de volledigheid: ik ken Rosanne persoonlijk een beetje en vind haar altijd erg aardig) me altijd als een ‘contrarian’: als er in een publiek debat de hele week Rood wordt gezegd, kun je er vergif op innemen dat zij op zaterdag in NRC Blauw zegt. Wanneer een debat over sentiment gaat, knalt zij er koel in met data en ratio. Wanneer een debat over individuen gaat, zoomt zij uit en komt met een abstractere blik. Als iemand zo uitgesproken is, over zoveel verschillende onderwerpen, dan heb je als lezer/kijker toch het verlangen meer te weten te komen over hoe die meningen tot stand komen. Dat zou de inzet van Zomergasten moeten zijn. Dus nee, Abbring was niet impertinent.

Laat dit de Gouden Zomergastenregel zijn: je hoeft niet te vertellen wat je stemt, verdient, met wie je vrijt en hoe vaak (en hoe dan, het liefst?), maar wel waarom je bent wie je bent. Daar hoort geloof bij.

Wat niet wegnam (voordat dit weer allemaal te negatief klinkt) dat het een heel interessante avond Zomergasten was, een eerste aflevering die veel belooft voor de rest van het seizoen. Abbring was soms geestig en relativerend, soms scherp, maar was vooral ontspannen en liet zich niet uit het veld slaan door de spraakwaterval van Hertzberger. Haar gast zette zich nadrukkelijk neer als bèta, sprak met een bijna ostentatieve passie over endosymbiose, glutamaten en andere dingen die waarschijnlijk met microbiologie te maken hebben. Haar fragment uit Dances with Wolves illustreerde haar tegendraadsheid mooi; ze prikte de mythe door dat ‘native Americans’ alleen maar ‘noble savages’ zouden zijn. Die obstinate manier van denken kwam terug in haar keuze om veel fragmenten van ‘gekkies’ te laten zien, zoals dat werd genoemd. Mensen die hun kont tegen de krib gooien, van de gebaande paden afwijken om hun eigen (veelal wetenschappelijke) overtuigingen te volgen.

Het mooiste moment: het fragment van haar opa, een chemicus die in Auschwitz belandde om daar verplicht laboratoriumwerk te verrichten. Wat een fijne, edele man. Hij sprak in volzinnen, met een fonkeling in zijn ogen. In een passagierstrein op weg van een ander concentratiekamp naar Auschwitz, in zijn gestreepte kampoutfit, vroeg een Duitser naast hem waar hij naartoe ging. Auschwitz, zei hij. Ah, zei de andere man. ‘De grootste schoorsteen.’ Hij wist het, zei haar opa, hij wist het dus. Opa Hertzberger leek het niet boos te zeggen. Hij leek me iemand die geen enkele illusies had over de mens, maar daar niet bitter van was geworden.

Volgende week Eberhard van der Laan. Spannend.