De eerste Amerikaan: Benjamin Franklin

De eerste amerikaan

Gordon S. Wood

The Americanization of Benjamin Franklin

Penguin, 299 blz.

Walter Isaacson

Benjamin Franklin: An American Life

Simon & Schuster, 586 blz.

J.A. Leo Lemay

The Life of Benjamin Franklin, volume 1

Journalist 1706 – 1730 (568 blz.)

The Life of Benjamin Franklin, volume 2

Printer and Publisher 1730 – 1747 (664 blz.)

University of Pennsylvania Press

«If you would not be forgotten as soon as you are dead and rotten, either write things worth reading, or do things worth the writing», schreef Benjamin Franklin. Nu grossierde Franklin in soortgelijke aforismen, maar dit is misschien wel het meest van toepassing op zijn eigen leven. Benjamin Franklin, geboren driehonderd jaar geleden, op 16 januari 1706 in Boston, was bij leven – een leven dat bijna de hele achttiende eeuw omspande – waarschijnlijk de bekendste Amerikaan ter wereld. Toen Franklin in 1776, na het tekenen van de Verklaring van Onafhankelijkheid, naar Frankrijk ging stonden in elke stad juichende menigtes hem op te wachten. Franklin was met recht de eerste van wat later hét exportproduct van Amerika zou worden: een celebrity.

Geen historisch onderwerp is in de Verenigde Staten zo rendabel als de Amerikaanse Revolutie. De tiende, honderdste, tweehonderdste biografie van een prominente Founding Father lijkt nog altijd goed voor een notering in de Amerikaanse bestsellerlijsten.

Dit jaar wordt Franklin-jaar. Hoewel er de afgelopen jaren al uitstekende biografieën over hem werden gepubliceerd (met name die van Gordon S. Wood en die van Walter Isaacson) verschijnt er een zevendelig, alles overtreffend werk. Auteur is Leo Lemay, dean of Franklin studies aan de universiteit van Pennsylvania. Het is voer voor liefhebbers, de reeds verschenen eerste twee delen tellen al meer dan elfhonderd bladzijden bij elkaar. En als over één Founding Father elfhonderd bladzijden de moeite waard zijn, dan is het wel over Benjamin Frank lin. Als enige heeft hij alle vier de documenten ondertekend die de op richting van de Verenigde Staten mogelijk maakten (De Verklaring van Onafhankelijkheid, het vriendschapsverdrag met Frankrijk, het vredesverdrag met Groot-Brittannië en de grondwet) en als enige werd zijn leven niet volledig gede finieerd door de revolutie.

Hoewel de twintig jaren dat Franklin drukker was – de tijd die Lemay in die eerste delen beschrijft – minder spectaculair klinken dan zijn tijd als revolutionair en diplomaat was het juist in zijn tijd als drukker te Philadelphia dat hij werd gevormd tot de Franklin die wij kennen: uitvinder, publicist, nestor van de revolutie en voorman van de Verlichting. Pas in Pennsylvania zou hij opleven. De grond in zijn thuisstad Boston was hem te heet onder de voeten geworden nadat hij zonder zijn broer James’ mede weten essays had gepubliceerd in diens krant, de New England Courant.

Onder het heteroniem Silence Dogood, zogenaamd een vrouw van middelbare leeftijd, had de zestienjarige Franklin een serie satirische artikelen geschreven over burgerlijke gehoorzaamheid, de pretenties van de universiteit en de nutteloosheid van kerkelijke dogma’s. Hoewel het een eloquente kwajongensstreek was (hij was pas zestien), werd Franklin een paria. De Silence Dogood-artikelen – de naam is een verwijzing naar een essay van Cotton Mather, de populairste puriteinse pam flettist in de Noord-Amerikaanse koloniën – streken ruw tegen de haren van de overwegend puriteinse gevestigde orde in. De jongen leek geen toekomst te hebben in Boston en vluchtte naar Philadelphia.

Voor vrijdenkers als Franklin, overtuigd deïst, was Philadelphia een vrij haven. Philadelphia was een stuk kleiner dan Boston en handel verliep vooral via persoonlijke contacten. Hierin blonk Frank lin uit; iedereen die hem ontmoette sprak met lof over zijn karakter. Hij was ijverig, ambitieus en bovenal grappig. Franklin werd een graag geziene gast bij het establishment, en met hulp van gouverneur William Keith lukte het hem eigen baas te worden; in 1730 werd Franklin printer (drukker).

Dit was de weg die Franklin naar de titel «eerste burger van Amerika» leidde. Drukkers in die tijd drukten niet alleen kranten en boeken, ze schreven ze vaak ook zelf. Voor Franklin was dit spek voor zijn bek. Hij schreef zijn pagina’s vol met essays over pragmatische humaniteit en sociale tolerantie. Zijn grote doorbraak kwam in 1732 toen hij zijn Poor Richard’s Almanack uitbracht. De almanak was een jaarlijks verschijnend boekwerk waarin hij de beslommeringen van de (fictionele) Richard Saunders beschreef. Franklin stopte het vol met wijze lessen over burgermansfatsoen, maar vooral met grappen over de pretenties van de elite en de dwaasheden van het dagelijkse bestaan. Uit al deze almanakken kwam uiteindelijk The Way to Wealth voort. Het boek was een soort Best Of van alle gezegden uit Poor Richard’s en zou het best verkopende boek worden dat voortkwam uit de Amerikaanse koloniën. Franklins gezegdes resoneren nog steeds in het Amerikaanse taal gebruik: «fish and visitors stink in three days», «little strokes fell great oaks» en «three keep a secret if two of them are dead».

Behalve dat deze boeken Franklin veel naamsbekendheid gaven, zorgden ze er ook voor dat hij geen geldzorgen meer had. Opeens had de drukker mogelijkheden om zich met hobby’s bezig te houden. Een van zijn interesses was lokale politiek (zo stichtte hij de universiteit van Pennsylvania en voerde het idee uit van een vrijwilligers-brandweerkorps), maar zijn meeste vrije tijd besteedde hij aan de wetenschap. Hoewel zijn vader hem wegens financiële redenen al na twee jaar van school had gehaald, maakte zijn enthousiasme in experimenteren zijn gebrekkige theoretische kennis meer dan goed. In 1752 kende Franklin zijn grootste succes toen het hem lukte bliksem te doen inslaan in een ijzeren vlieger. Het was bekend dat ijzer elektriciteit aantrok, en diverse wetenschappers (waaronder Newton) hadden het vermoeden dat bliksem en elektriciteit met elkaar in verband stonden, maar Franklin was de eerste die de twee met elkaar koppelde. Als een lopend vuurtje ging het verhaal van Franklins vlieger de wereld rond en verzekerde de drukker een plaats in de wereldgeschiedenis.

Later zou Franklin constant in de spotlight staan – hij hielp Thomas Jefferson met het schrijven van de Verklaring van Onafhankelijkheid en de Amerikaanse grondwet, hij verzorgde de verdragen met Frankrijk en uiteindelijk Groot-Brittannië, hij was een van de eersten die zich uitspraken tegen de slavernij – maar het waren die twintig jaar als drukker in Philadelphia die ervoor gezorgd hebben dat hij de titel «eerste Amerikaan» verdiende. In deze perio de kwamen twee thema’s boven drijven die hem, nu nog steeds, recht geven op die patriottistische titel.

Allereerst is er het from rags to riches- verhaal, de American Dream avant la lettre. Daarnaast is er dat andere oer-Amerikaanse thema dat in zijn leven doorklinkt: the invention of self. Van nature was Franklin zijn eigen spindoctor. Al snel leerde hij dat het niet belangrijk was wie je echt was, maar wat anderen in je zagen. Toen hij als berooide zeventienjarige aankwam in Philadelphia kreeg hij de rijker bedeelden op zijn hand door zich te profileren als goedwillende ijverige broodschrijver. Later, als belangenbehartiger voor de Amerikaanse koloniën, presenteerde hij zich in Londen als overtuigd monarchist. Weer later, als diplomaat in Parijs, toonde hij zich de «wijze uit de wildernis», een bon-vivant en een vrolijke Verlichtingsdenker.

John Adams, Franklins collega in Parijs (en een van een handjevol mensen die hem maar matig konden waarderen) schreef geïrriteerd dat Franklin «had a monopoly of reputation and an indecency in displaying it».

Maar vooral in zelfpromotie wist Frank lin hoe hij op de massa’s moest inspelen. Dat gebeurde nooit op een arrogante ma nier, vaak juist met zelfspot, maar hij zorgde er in zijn talloze publicaties voor dat de lezer zijn nederige afkomst en zijn uiteindelijke succes nooit uit het oog verloor. Het grootste voorbeeld hiervan is zijn Autobiography of Benjamin Franklin: hij presenteerde het werk als een boek aan zijn zoon, vol wijze lessen en familiegeschiedenis, en net als The Way to Wealth werd het na zijn dood een bestseller. Volksheld Davy Crockett had het bij zich toen hij sneuvelde bij de Alamo.

Anno 2006 mag worden gezegd dat Franklin als spindoctor buitengewoon succesvol is geweest. Zijn gezicht prijkt op het biljet van honderd dollar, de oostkust is bezaaid met zijn standbeelden, talloze instituten zijn naar hem vernoemd en elke Amerikaanse twaalfjarige kan iets over hem vertellen. Het beeld van Franklin, uitvinder van de bliksemafleider, goedaardige burgermansmoralist, zit venijnig in het collectieve geheugen genesteld.

Na zijn dood was dat wel anders, toen hij met huid en haar werd opgegeten door de Romantiek. Als een van de voormannen van de Verlichting (dit niet zozeer vanuit een filosofisch perspectief, maar vanwege zijn bijdragen aan de wetenschap en zijn promotie van het rationeel, deductief denken) was hij een mikpunt van spot. Het was juist Franklins goed bedoelde zelfpromotie die de belichaming werd van alles wat de romantici niet wilden zijn. Hij was materialistisch en utilitaristisch. Zijn geschriften stonden immers vol met al dan niet financieel pragmatisme (zo bedacht Franklin het aforisme «A penny safed is a penny earned»). Daarnaast werd hij, met zijn talloze ge schriften over burgermansbelevenissen, als ronduit bour geois gezien; de negentiende-eeuwse literatuurcriticus Van Wyck Brooks noemde hem de grondlegger van «low culture». Een tijd lang maakten Amerikaanse romantici als Edgar Allan Poe, Mark Twain, John Keats en Herman Melville er een sport van Franklin in hun werk te parodiëren.

Aan het begin van de twintigste eeuw be schreef de Duitse socioloog Max Weber, uit quasi-marxistisch perspectief, Frank lin in Die protestantische Ethik und der «Geist» des Kapitalismus uitgebreid als hét gezicht van het kapitalisme, en beschuldigde hem ten onrechte van het uitsluitend geloven in «het verdienen van meer en meer geld, gecombineerd met strenge vermijding van spontane activiteiten in het leven». Pas tijdens de Grote Depressie van de jaren dertig werd Franklins imago weer gepolijst. In een tijd waarin elk dubbeltje omgedraaid moest worden, waren zijn levenswijsheden over hard werken en zuinig met geld omgaan weer helemaal up to date.

De biografie van Leo Lemay be looft Frank lin neer te zetten zoals hij echt was, zonder schroom of mythologie vorming. Lemays kolossale poging iets toe te voegen aan dat collectieve Amerikaanse geheugen is ambitieus, maar lijkt onder te sneeuwen. Dit najaar verschijnt de nieuwe roman van Dan Brown met als onderwerp de vrijmetselaars onder de Founding Fathers. Het is te verwachten dat Franklins reputatie – bedreven vrijmetselaar – hier nieuwe dimensies gaat krijgen. In de tussentijd stapelen Lemays bio gra fieën zich op. Ook de moeite waard, maar een stuk ingewikkelder.