© Angel Boligan / Cagle Cartoons

Het is verleidelijk om over tech-giganten te spreken in metaforen. Bijna elk van de grote vijf – Google, Apple, Facebook, Amazon en Microsoft – is weleens vergeleken met het monster Godzilla, dat al stampend mensen en huizen neerhaalt. Facebook-ceo Mark Zuckerberg vergelijkt zichzelf graag met de Romeinse keizer Augustus, en wetenschappers hebben het vaak over de zoektocht naar een silver bullet, een kleine oplossing waarmee in één keer de grote problemen van het internet zouden zijn opgelost, als verwijzing naar de kogel waarmee in sprookjes weerwolven worden verslagen.

Fantasieën daarover gingen vorige week weer even rond, tijdens een urenlange wereldwijde storing van de diensten van Facebook, waaronder WhatsApp en Instagram. In dezelfde week getuigde klokkenluider Frances Haugen voor de Amerikaanse Senaat. Uit door haar aan The Wall Street Journal gelekte documenten zou blijken dat Facebook wist van het schadelijke effect van Instagram op tieners, mensenhandel faciliteerde en verantwoordelijk kan worden gehouden voor het aanwakkeren van de Capitool-bestorming. Stel je eens voor dat al dat schandalige gedrag met één raak schot zou kunnen worden opgelost.

Uit de openbaringen kun je verschillende conclusies trekken. De meest voor de hand liggende is: we hebben hier te maken met Godzilla. Een gigantisch bedrijf dat wetten en morele codes consequent aan z’n laars lapt en maar blijft groeien, terwijl het de ene na de andere start-up opslokt. Een andere conclusie, die de eerste niet per se uitsluit, is die van Guardian-journalist Carole Cadwalladr: the gig is up. Ze vergelijkt het schandaal met dat van Cambridge Analytica, waarover zij in 2018 berichtte. Destijds kwam Facebook overal mee weg, schrijft ze, maar nu worden tech-klokkenluiders beter ondersteund, en de Senatoren in het verhoor waren deskundig gebriefd en geïnformeerd.

Facebook is in trouble, schrijft ook New York Times-journalist Kevin Roose. Hij heeft het niet over financiële problemen en ook niet over moeilijkheden met de wet – hoewel die er ook zijn. Hij bedoelt: de eerste tekenen van een langzame aftakeling worden zichtbaar. ‘Het is een wolk van existentieel vrezen die over een organisatie hangt die zijn beste dagen heeft gehad, invloed heeft op elke managementprioriteit en elk besluit over het product, en leidt tot steeds wanhopigere pogingen om een uitweg te vinden. Zo’n neergang is niet per se van buitenaf zichtbaar, maar de mensen binnenin zien elke dag honderd kleine, verontrustende tekenen: gebruikersonvriendelijke groei-hacks, hectische beleidsveranderingen, paranoia onder de directie en een geleidelijke leegloop van getalenteerde werknemers.’

Marleen Stikker vindt de constatering van Roose in ieder geval hoopvol. De bestuurder van onderzoeks- en debatcentrum Waag en oprichter van de eerste democratische virtuele gemeenschap ter wereld, De Digitale Stad, heeft sociale netwerken vaker zien omvallen. ‘Eerst De Digitale Stad zelf natuurlijk’, zegt ze lachend. ‘Maar ook Geocities, MySpace, Hyves. Dat ging meestal ineens vrij snel.’

Een plotselinge neergang van Facebook is wensdenken, benadrukt ze: ‘Ik wil Roose graag onderschrijven, maar ik ben bang dat Facebook al veel langer disfunctioneel is en dat er geen garantie is dat de neergang echt snel zal gaan. Het is als het Romeinse Rijk, waar nog wel enige tijd overheen gaat voor het instort. De wens is er en je kunt de scheuren zien in het bastion. Maar van binnenuit wordt de neergang niet vanzelfsprekend verder doorgezet. Er moet ook echt druk van buitenaf komen.’

Die druk heeft ze zien toenemen. ‘Voor mensen die bij Facebook werken is het steeds ongemakkelijker dat je je moet verantwoorden voor je werkgever. Dat zie je bij meer Big Tech-bedrijven.’ Ze noemt de walk-outs van Google-werknemers, vakbonden die worden opgezet, de AI-onderzoekers van Google die in het voorjaar van 2021 hun resultaten tegen de wil van het bedrijf in openbaarden. ‘De kritiek van werknemers was er altijd wel, maar niemand voelde zich veilig om zich te uiten. Een belangrijke verandering is ook dat de burgermaatschappij in opstand is gekomen, nog afgezien van de politiek en nieuwe wetgeving.’

Facebooks honger naar jonge gebruikers gaat niet over dominantie van een nieuwe markt, maar eerder over het voorkomen van irrelevantie, schrijft Roose. Hij haalt onderzoek aan waaruit blijkt dat het dagelijks gebruik van Facebook tegen 2023 met 45 procent zal zijn afgenomen. ‘De onderzoekers openbaarden ook dat Instagram, waarvan de groei jarenlang het dalende gebruik van de centrale app van Facebook compenseerde, aandelen verliest aan sneller groeiende rivalen als TikTok, en dat jongere gebruikers minder plaatsen dan vroeger.’

Jongeren mogen Facebook dan minder gebruiken, Stikker heeft nog geen gebruikers zien vertrekken, zegt ze. En een inactief profiel is voor Facebook nog steeds waardevol. Daar komt bij dat in veel delen van de wereld Facebook synoniem is met het internet. ‘Dat had nooit zo mogen zijn’, zegt ze. ‘In dat kader is de Facebook-crash ook interessant. Eigenlijk zou je willen zeggen: zullen we het maar gewoon zo laten? Maar het is wel heel hard om het systeem te resetten, want dan zijn sommige mensen alles kwijt. Dat is een vraagstuk dat je niet zomaar oplost.’

‘Eigenbelang boven het maatschappelijk belang, dat zit ingebakken in de identiteit van Facebook’

Het krachtige aan het internet zoals het ooit was, is dat het geen centraal point of failure had, vertelt Stikker. Dat is er nu wél: veel mensen gebruiken hun Facebook-account om op andere websites en apps in te loggen, voor twee sociale media en als chat-app. Een storing legt de boel makkelijk plat. ‘Als je nog niet je accounts wil opzeggen’, oppert Stikker, ‘zorg dan in ieder geval dat je andere systemen niet aan je Facebook-account koppelt. Je maakt jezelf er kwetsbaar mee.’

Een instortend sociaal medium kan nog heel veel schade aanrichten, schrijft Roose. Hij vreest dat de komende jaren lelijker worden dan de voorgaande. Een voorbeeld is Myspace, dat eerst een spookstad werd en vervolgens alle oude gebruikersdata verkocht. Stikker adviseert om in ieder geval je dierbare content ergens anders op te slaan. ‘Het is vaker gebeurd dat ergens de stekker uit gaat en dat alle content die je hebt gecreëerd is verdwenen.’

Een vertrek van Facebook is vooral een timing-kwestie, vindt Stikker, mede omdat gebruikers er belang bij hebben om hun opgebouwde reputatie op een sociaal medium in stand te houden. ‘De vraag is hoe snel we alternatieven hebben. Voor WhatsApp zijn ze er al, zoals Signal, maar er zal tijd overheen moeten gaan. Signal was eerst nerdy, toen begon het er leuker uit te zien en nu kun je er ook emoji en stickers bij zetten. Maar echt gezellige sociale media waar je ook content en ervaringen deelt, die fase hebben we nog niet bereikt.’

‘Alternatieven voor Facebook zouden een deel van de oplossing kunnen zijn’, denkt ook Judith Möller, die aan de Universiteit van Amsterdam onderzoek doet naar politieke communicatie en sociale media. ‘Maar het grote kapitaal van Facebook zit in de verzamelde data.’ De gebruikersdata die Facebook in de beginjaren aanlegde, kunnen nieuwe bedrijven nog maar moeilijk verzamelen. Dat komt onder meer door aangescherpte regels zoals de gdpr in de Europese Unie, maar ook door alertere gebruikers. Met de verzamelde data heeft Facebook dus een blijvende voorsprong. ‘Facebook heeft zoveel data dat je die met de computers van tien jaar geleden nog niet eens volledig kon analyseren. Met nieuwe AI-toepassingen kun je steeds betere modellen maken van menselijk gedrag. Die kracht groeit nog steeds.’

Stel, mensen zouden Facebook steeds minder gebruiken, dan nog zou het bedrijf veel data kunnen verzamelen, voorspelt Möller. ‘Zolang de app op je mobiel staat, kunnen heel veel gegevens worden doorgesluisd. Facebook zou bijvoorbeeld kunnen zien welke websites je gebruikt. Het volledig deleten is moeilijk en al lukt het wel, als je ook Instagram of WhatsApp gebruikt gaat dat gewoon door.’

Er is wel een cultuurverschuiving geweest, ziet ook Möller. ‘Ik hoor steeds vaker van mensen in het veld dat ze niet voor Facebook zouden willen werken. Hoe meer je winst boven alles zet, hoe meer je je idealistische medewerkers verliest.’ Maar ook maatschappelijk ziet ze een shift. ‘Haugen heeft overheidsbescherming gekregen. Dus er zijn organisaties, en de Amerikaanse overheid, die voor haar willen instaan. De maatschappij is steeds kritischer op Big Tech en Facebook vangt de meeste wind omdat hun maatregelen vaak zo klunzig overkomen.’

Het bedrijf is al sinds 2016, na de verkiezing van Donald Trump, in crisismodus. ‘Daardoor is over sommige beslissingen niet lang genoeg nagedacht. Facebook deelt sinds kort data met wetenschappers, maar dan wel veel te ingeperkt om inzicht te krijgen in vragen rondom desinformatie of manipulatie. Er is ook een soort eigen hooggerechtshof ingesteld, de oversight board. Dat zou vertrouwen moeten wekken, maar op dag één zeiden veel toeschouwers dat ze het niet vertrouwen, omdat het niet genoeg zeggingskracht heeft. Het lijken cosmetische pleisters, die nooit bedoeld zijn om de wond te genezen.’

Het komt nooit meer goed met het zelfreinigend vermogen van Facebook, denkt Marleen Stikker: ‘Eigenbelang boven het maatschappelijk belang, dat zit ingebakken in de identiteit van het bedrijf.’ Het narratief dat Facebook een naïef, regelloos bedrijf was dat door schade en schande wijs werd, klopt volgens Stikker niet. Dumb fucks, noemde Zuckerberg zijn gebruikers in een privé-bericht, toen hij erachter kwam dat ze klakkeloos hun gegevens voor hem invulden. In die uitspraak zitten volgens Stikker al twee principes ingebakken: persoonlijke data mag je stelen, en je hoeft de mensen er niks over te vertellen. ‘Daarmee begon het en daar is het nog steeds.’

Stel nou dat het instort, dan hoopt Stikker dat Facebook een verzameling principes met zich meeneemt. Het hele concept van persoonlijke data als verdienmodel, bijvoorbeeld. Maar ook het feit dat we op platforms rekenen om onze online-gesprekken te modereren. ‘Daar zijn we lui in geweest. Mensen zijn in staat elkaar verschrikkelijke dingen toe te wensen, of die gesprekken nou gemanipuleerd plaatsvinden of niet. Onze opgave als samenleving is om te investeren in sociaal-emotionele intelligentie. Die opgave is niet ineens verdwenen op het moment dat Facebook verdwijnt.’

Volgens Stikker is er veel maatschappelijke en politieke kracht nodig om een alternatief te ontwikkelen, om Big Tech blijvend aan te vallen, te vervolgen en op te breken. Möller pleit voor meer onderzoek. Ze waarschuwt dat Haugens openbaringen weliswaar inzicht bieden, maar dat het gevaarlijk is te moeten vertrouwen op één bron. ‘Er moeten onafhankelijke controles komen, vervolgens kun je vanuit een sloom, maar goed werkend democratisch proces bedenken: waar gaan we wat aan doen?’

Wat het was met dat vallende Rome, voegt Möller toe, is dat het heel langzaam ging. ‘Andere stammen namen het territorium over omdat Rome het zelf niet kon beheren. We verwachten altijd dat Facebook in één keer in elkaar stort, maar misschien zal het niet zo gaan. Zoals nu TikTok opkomt en de jongeren overneemt, zullen er misschien anderen komen die de reclametak meenemen, zodat Facebook een langzame dood sterft. Niet uit zichzelf maar door territorium kwijt te raken aan iets wat het beter kan.’