Naomi Klein

De eerste verjaardag van de bezetting

Bagdad, 20 maart

In Londen ontrolden ze een spandoek op de Big Ben, in Rome ging een miljoen demonstranten de straat op. Maar hier in Irak waren er geen opvallende tekenen dat de invasie haar eerste verjaardag vierde; een teken, meende de BBC, dat de Irakezen over het algemeen «tevreden» zijn over de voortgang van hun bevrijding.

Maar in Bagdad op 20 maart leek de spookachtige stilte een teken van iets anders: dat symbo lische verjaardagen een niet te veroorloven luxe zijn als de oorlog die ze moeten markeren nog wordt gevoerd. Verscheidene demonstraties waren voor de twintigste in Bagdad gepland maar werden op het laatste moment afgelast — een reactie op drie dagen van aanslagen op Iraakse en buitenlandse burgers.

Op 19 maart viel een protestmars tegen de bezetting, bedoeld als blijk van eenheid tussen soennitische en sjiïtische moslims, veel kleiner uit dan de organisatoren hoopten, en dat was niet zo raar: nog geen drie weken terug werden zeventig mensen gedood bij een gruwelijke aanslag op de sjiïtische moskee waar de demonstranten zich zouden verzamelen. Om de dreiging te benadrukken koos de baas van de Amerikaanse bezetting Paul Bremer de dag van de geplande protesten om te voorspellen dat meer van zulke «grote aanslagen» waarschijnlijk waren «als je massa’s sjiïeten bij elkaar hebt». De mensen die ondanks de waarschuwingen durfden te komen, keken nerveus om zich heen, terwijl mannen met kalasjnikovs op straat en op daken speurden naar tekenen van onrust.

We moeten niet vergeten dat nog maar twee maanden geleden de stemming hier veel minder onduidelijk was. In januari demonstreerden ruim honderdduizend Irakezen in Bagdad en Basra tegen het Amerikaanse plan om een interim-regering in te stellen door een ingewikkeld systeem van regionale partijraden, en eisten in plaats daarvan directe verkiezingen. Onder zware druk werd Bremer gedwongen het plan volledig te schrappen. Heel even leek de holle belofte van Bush van democratie voor Irak toch werkelijkheid te kunnen worden — niet omdat de bezetters de Irakezen oprecht zelfbeschikking gunden, maar omdat de Irakezen vastbesloten leken die macht te grij pen ondanks noeste tegenwerking van hun bezetters.

Nu, na een maand van terreur en verklaringen van «deskundigen» dat Irak op de rand van een burgeroorlog staat, is veel van die onverschrokkenheid verdwenen. Daarom heet het terrorisme: het doet mensen de straat verlaten en naar huis gaan, het vervangt moed door angst, onafhankelijkheid door afhankelijkheid.

Er zijn zeldzame uitzonderingen, zoals de Spaanse verkiezingen onlangs, als een volk collectief lijkt te besluiten iets anders te proberen, om terreur te beant woor den met revolte. Maar meestal zal terreur gewoon terroriseren.

Maar als terreur dus angst zaait, dan is de logische vraag: wie profiteert het meest van de groeiende angst in Irak? Volgens Bush zijn de winnaars gezichtloze evildoers die de toekomstige Iraakse democratie willen ondermijnen. «Zij begrijpen dat een vrij Irak een zware klap zal zijn voor hun verlangen naar tirannie in het hele Midden-Oosten», verklaarde hij op de verjaardag. En volgens Bremer maakt dat waarschijnlijk dat er aanslagen gepleegd blijven worden naarmate de overdracht van 30 juni dichterbij komt.

Die theorie wint niet aan popu lariteit in Bagdad. Slechts twintig minuten na de vernietigende bomaanslag woensdag op hotel Mount Libanon staken de geruchten de kop op: het waren de Amerikanen, het Pentagon, de CIA, de Britten… Als die complottheorieën aantrekkingskracht hebben, is dat misschien omdat de bezetters zo schaamteloos gebruik hebben gemaakt van de aanslagen om dat te doen waarvan zij buitenlandse terroristen beschuldigen: zich bemoeien met het vooruit zicht van ware democratie in Irak.

Toen alleen de bezetters nog maar onder vuur werden genomen door het verzet leek de bezetting daardoor ongepast en onbestuurbaar, en bekrachtigde de stelling dat Amerika zich moest terugtrekken en de macht overdragen aan Irakezen of een meer neutrale internationale instantie. Maar nu ook Iraakse burgers, buitenlandse hulpverleners en journalisten doelwit zijn geworden, probeert het Witte Huis de Irakezen zelf onbestuurbaar te doen lijken, vol van religieuze en etnische haat, en niet in staat zichzelf te besturen zonder Amerikaanse betrokkenheid.

Nu met succes twijfel is gezaaid over het vooruitzicht op democratie in Irak, en terreur aanslagen maken dat veel minder Irakezen op straat hun democratische rechten eisen, heeft Bremer bijna bereikt wat nog maar twee maanden geleden onmogelijk leek: het installeren van een interim-regering in Irak die volledig wordt gecontroleerd door de VS.

Het lijkt nu vrijwel zeker dat de eerste «soevereine» regering van Irak zal worden gecreëerd door een proces dat nog minder demo cratisch is dan het afgeserveerde raden-systeem: de door Amerika ingestelde Iraqi Governing Council zal gewoon worden uitgebreid.

Bremer heeft ook de terreur aanslagen weten te gebruiken om te verzekeren dat de volgende regering van Irak niets anders zal kunnen dan zijn orders uitvoeren.

De tijdelijke grondwet, twee weken terug getekend, stelt dat «de wetten, regels, orders en voorschriften van de Coalition Provisional Authority (…) van kracht zullen blijven». Onder die wetten is Bremers Order 39, die de vorige grondwet van Irak ingrijpend wijzigt en het buitenlandse bedrijven mogelijk maakt honderd procent van Iraakse assets te bezitten (behalve in natuurlijke rijkdommen) en honderd procent van hun winst het land uit te sluizen, zo de weg effenend voor massale privatiseringen.

Maar tegen Bremers orders rebelleren zal geen optie zijn na de «overdracht»: de tijdelijke grondwet stelt duidelijk dat de enige manier waarop deze wetten kunnen worden gewijzigd een driekwart meerderheid «van de Iraakse Overgangsregering» is. Volgens diezelfde grondwet zal dat instituut niet bestaan tot de verkiezingen begin 2005.

Met andere woorden: op 30 juni zal de bezetting niet eindigen, ze zal gewoon worden outsourced naar geselec teerde Iraakse politici zonder democratisch mandaat of soeve reine macht. Met haar nieuwe Iraakse gezicht zal de regering bevrijd zijn van die nare impres sie dat de nationale rijkdommen van Irak worden uitverkocht door buitenlanders, om er maar van te zwijgen dat ze niet wordt gehinderd door inbreng van Iraakse kiezers die misschien zelf ideeën hebben.

Sommige mensen vragen zich af waarom een bedrijf stukken zou willen opkopen van een zo chaotisch en gevaarlijk land als Irak. Misschien moet de echte vraag luiden: nu het Iraakse volk in zoveel chaos en gevaar leeft, wie zal ze tegenhouden?

© The Globe and Mail