KUNST

De eerste vrouw

Artemisia Gentileschi

Een tentoonstelling over een vrouwelijke kunstenaar uit de zeventiende eeuw roept de opmerking van Samuel Johnson in herinnering over een vrouwelijke Quaker-predikant: ‘Mijnheer, de prediking door een vrouw is als een hond die op zijn achterpoten loopt. Het lijkt nergens op; men is vooral verbaasd dat het hoe dan ook gebeurt.’ Een lullige opmerking, maar toch relevant, zelfs bij een erkend talent als dat van Artemisia Gentileschi (1593-1654). In Parijs is een groot overzicht van haar werk te zien, een fraaie prestatie waar veel nieuw onderzoek aan ten grondslag ligt. Zo is pas zeer recent een groot deel van haar correspondentie opgedoken, brieven aan de Florentijnse edelman Francesco Maria Maringhi (1593-1653) die jarenlang haar agent en haar minnaar was. Het was – zwijg Boswell – een interessante figuur en een bovengemiddeld goede schilder met een succesvolle carrière. Gentileschi ontwikkelde zich onder de hoede van haar vader Orazio tot zelfstandig kunstenaar. Ze werd vanaf haar vijftiende al opgemerkt; de grote mecenassen van haar tijd gaven haar opdrachten; ze verbleef zelfs geruime tijd in Londen in dienst van de koning. Ze was bevriend met grote tijdgenoten als Simon Vouet en Massimo Stanzione, ze correspondeerde met Galileo Galilei, ze was de eerste vrouw die in Florence werd toegelaten tot de Academie.

Dat was allemaal al lang bekend. Gentileschi is echter de laatste twintig jaar met verve herontdekt – er werd in 1997 een niet al te beste bioscoopfilm aan haar gewijd – en dat betekende dat nogal wat verstofte winkeldochters in de depots van regionale musea opnieuw werden beoordeeld en aan haar toegeschreven. De tentoonstelling zet dat netjes naast elkaar, en brengt ook werk van schilders uit haar omgeving te berde; daardoor wordt het – zeker voor geoefende kijkers – een mooi spel van ‘zou kunnen’ en ‘maak dat de kat wijs’. Een puzzel is het; de variatie is enorm – Gentileschi was ‘kameleontisch’, zeggen de samenstellers. Gentileschi werkte in alle grotere cultuurcentra van Italië, vaak in groepsverband, en voor de belangrijkste opdrachtgevers. Die hadden allemaal hun eigen opvattingen en allemaal de drang zich van de buurman te onderscheiden. Een goede schilder volgde natuurlijk de smaak van de klant en probeerde tegelijkertijd een eigen reputatie te vestigen, een unique selling point. Bij Gentileschi lag dat precair. Ze was vrouw, en dat was al opmerkelijk genoeg, maar er was nog wat: toen ze nog geen achttien was werd ze door de schilder Agostino Tassi verkracht. Tassi beloofde haar te zullen trouwen, maar was al getrouwd. Artemisia’s vader diende vervolgens een aanklacht in. Dat werd een kolossaal schandaal. De rechtszaak nam zeven maanden in beslag, en zo ongeveer iedereen die zich in Rome schilder noemde moest getuigen. Tassi kreeg vijf jaar galeistraf; Gentileschi’s naam was gevestigd. Die zaak was onmiskenbaar een cruciale factor in haar ontwikkeling. Ze specialiseerde zich in ‘sterke vrouwen’ van het type Judith, die met Holofernes het bed deelde en hem daarna de kop afhakte. Een proto-feministische wraak­neming, zegt de 21ste-eeuwer grif, maar het was net zo goed een gewiekste invulling van haar faam, een marketingoffensief. Vandaar Boswell: kun je zo’n tentoonstelling doorwandelen en daarna met de hand op het hart verklaren dat het wat artisticiteit betreft terecht is dat Gentileschi de aandacht krijgt, en niet Cavallino, Spardaro, Saraceni of Guarino? Wie?

Artemisia: The power, glory and passions of a female painter. Parijs, Musée Maillol, t/m 15 juli. www.museemaillol.com