H.J.A. Hofland

De Eerste Wereldguerrilla

Dit is een kleinigheid. U hebt een visum voor de Verenigde Staten nodig, u gaat naar het consulaat en probeert binnen te komen. Niet doen! Buiten op een bord staat een telefoon nummer dat u moet bellen om een afspraak te maken. U belt een 0900-nummer. De metalen vrouwenstem zegt dat dit nummer zeventig cent per minuut kost. De volgende tien minuten toetst of spreekt u cijfers die u naar het volgende keuzemenu brengen. U moet er rekening mee houden dat er digitale vingerafdrukken van u worden genomen en een digitale foto gemaakt, zegt een welsprekende Vlaming. Aan het einde kunt u kiezen uit een paar data voor het persoonlijke bezoek. Niet te vroeg juichen. Ondanks uw visum kan u de toegang tot de Verenigde Staten ter plaatse worden geweigerd. Wat is uw paspoortnummer? Leg uw paspoort naast de telefoon! Anders moet u er misschien nog een keer acht euro tegenaan gooien.

Het geheel is een simpele demonstratie van het vrije marktwezen en staatkundige paranoia. De vrije markt is van de telefoondienst, de paranoia is geboren uit het terrorisme van 11 september.

Zaterdag 21 februari. Met de tram. Weteringcircuit, Vijzelgracht, Vijzelstraat, de Munt. Aan weerskanten wordt het traject bewaakt door de vertrouwde, dof donkerblauwe busjes van de ME. Ik vraag aan de bestuurder: Ajax? Nee, er wordt een demonstratie verwacht, bij het Franse consulaat, Maison Descartes («Je pense donc je suis» staat er met krijt op geschreven), tegen het hoofddoekjesverbod in Frankrijk. En nu we het er toch over hebben, deze bestuurder kan ons landje langzamerhand ook gestolen worden, mét de hoofddoekjes én Balkenende.

Zondag koop ik tegenwoordig weer The Observer. Die krant wordt beter en beter. Nieuwe bevoegdheden voor de overheid in de oorlog tegen de terreur. Geheime dienst M15 wordt met een paar duizend man uitgebreid. Maandag. Het Journaal van acht uur, het Vredespaleis, de ME die zich erop voorbereidt Israëlische en Palestijnse demonstranten uit elkaar te houden. Nederlandse zaken lieden worden toegesproken door een Amerikaanse functionaris die verzekert dat ze in Irak welkom zijn. Ze hebben niet veel zin. Persbureau Reuters houdt de telling in Irak bij. Sinds zeven augustus 503 doden bij aanslagen. Verkiezingen worden waarschijnlijk uitgesteld.

Vorig jaar heb ik me hier afgevraagd hoe we de toestand die zich in het Westen ontwikkelt, moeten noemen. «Israëlisering» leek me passend. Nog niet zoals in Israël, maar wel daartoe neigend: het dagelijkse leven beheerst door een staat van paraatheid, een ontvlambare publieke opinie en overheden die door hun defensieve maatregelen het openbare wantrouwen dagelijks bevestigen. Of is het beter maar meteen over de Vierde Wereldoorlog te schrijven, na de Eerste, de Tweede en de Koude?

We spraken erover, werden het erover eens dat «wereld oorlog» tot de inflatoire terminologie hoort. In een wereld oorlog worden steden met de grond gelijk gemaakt. Maar de mensen worden niet bedreigd door nicotinevergiftiging, longkanker, hartaanvallen en zwaarlijvigheid. Ouderwetse wereldoorlogen kunnen, aangenomen dat je niet door een bom of een kogel wordt getroffen, in lichamelijk opzicht juist gezond zijn. Noem wat we nu beleven liever de Eerste Wereldguerrilla. Bij deze. Als je aan de verdedigende kant staat, kun je vrij zwelgen, lol trappen, je eventueel een infarct eten, maar ook uit het niets door de bliksem van het terrorisme worden getroffen.

In de nu heersende toestand verloopt het dagelijks leven tussen twee nieuwe polariteiten. Om ons tegen het nieuwe gevaar te verdedigen bouwen we muren. Terwijl ik aan het zware traliehek van het Amerikaanse consulaat stond, met achter me een auto van de Koninklijke Marechaussee begon ineens mijn geheugen vrij te werken. Dat heb je wel eens tijdens het wachten. Het was twintig jaar geleden. Ik ging met de trein van het ene socialis tische broederland, Polen, naar het volgende, de Sovjet-Unie. Grensstation Grodno. Allemaal de trein uit. In de rij. Iedereen verdacht. Alles uitpakken! Een nummer van Der Spiegel werd direct in beslag genomen. Je had nog geen detectiepoortjes. Na dat de passagiers een uur of vijf op het station hadden ge kam peerd mocht de trein verder. Het passeren van Checkpoint Charlie in de Berlijnse Muur: ook een avontuur. Je kon toen veel van de Sovjet-Unie zeggen, maar terroristen hadden ze er niet.

Om ons te beschermen, bouwen we muren. De Israëliërs een tastbare, van acht meter hoog, in Amerika en West-Europa muren van wetten, onvervalsbare documenten, geheime diensten en elektronische bewaking. Omdat we niet weten welk signalement de vijand heeft — hij kan in principe iedereen zijn — is in theorie en meer en meer ook in de praktijk iedereen verdacht tot hij het tegendeel heeft bewezen. De uiterste consequentie is een westers gebied, ommuurd, waarin aan iedere burger door een of ander zichtbaar te dragen teken te zien is dat hij in orde is. Het tegendeel van het streepjespak dat in de ouderwetse gevangenis door de gestraften werd gedragen. Terwijl we in de Eerste Wereldguerrilla de onzichtbare vijand bevechten, bouwen we de staat van de paranoia op; terwijl we de rest van de wereld tot onze grenzeloze democratie proberen te bekeren, verschansen we ons in ons security risk-vrije paradijs.

Daar proberen we aan te wennen, maar dat lukt niet. Overweeg dat in de Eerste Wereldguerrilla een paradox geldt: hoe meer we ons proberen te verschansen, hoe gevaarlijker het wordt. De Koude Oorlog heeft veertig jaar geduurd en is geweldloos weggeëbd, behalve in Vietnam en Afghanistan, waar bij vergissing oorlogen zijn gevoerd. Overweeg de kans dat we nu ook zo’n soort vergissing maken. Laat die optie tot het denken toe. Het Westen van de Verlichting is nog altijd het sterkst, maar, vanouds, niet op het gebied van de totale politionering.