De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk woensdag om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

De toekomst van Berlusconi en Italië

De eeuwig struikelende clown

Is het nu dan eindelijk het definitieve einde van…? En wordt Italië dan eindelijk een normaal land? Vragen die voorbarig zijn. Silvio Berlusconi was geen toeval of een collectieve zinsbegoocheling, hoe graag we dat ook willen horen.

Medium sivio berlusconi

Als een blinde aan de beugel van zijn geleidehond liet hij zich woensdagochtend 2 oktober door de aula van de senaat voeren, een hand op de schouder van een getrouwe. De getrouwe schuifelde voetje voor voetje voor hem uit, af en toe een bezorgde blik achterom werpend. Pas bij de oplopende bankjes durfde hij zich los te maken, om de drievoudige oud-premier van Italië de kans te geven voor het oog van de camera’s op eigen kracht tenminste de laatste paar passen naar zijn plaats te overbruggen. Steun zoekend van bankje naar bankje liet senator Silvio Berlusconi (77) zich ten slotte zakken in de derde rij rechts. Even later verhief hij zich stram en sprak met zwakke stem een paar zinnen. Het ging alleen om de laatste, het volstrekt onverwachte: ‘En daarom hebben we, niet zonder innerlijke strijd, besloten om een vertrouwensstem voor deze regering uit te spreken.’ En hij zakte weer terug in zijn bankje en verborg zijn gezicht een paar tellen in zijn handen.

Enrico Letta (47), de premier, die net als de rest van Italië en bijna alle leden van Berlusconi’s partij volkomen overdonderd was door deze zoveelste coup de théâtre, wendde zich tot zijn vice-premier, Berlusconi’s voormalige kroonprins en sinds woensdag verrader Angelino Alfano, en explodeerde in een triomfantelijk-sarcastisch: ‘Grande!’ (‘Groots!’). Hij articuleerde het zo duidelijk dat alle telelenzen het makkelijk konden vastleggen, en dat was ook de bedoeling.

Ze hadden hem voor het oog van de natie op de knieën gekregen.

Kort daarvoor had Enrico Letta tijdens zijn erop-of-eronder-speech een roze krantje opgehouden voor de senaat. ‘Wie deze bijlage leest van Il Sole 24 Ore (de Italiaanse versie van de Financial Times – ab) die vandaag in de kiosken ligt, begrijpt dat we al aan de beterende hand zijn. Lees hem!’

De bijlage van Il Sole heette ‘I lavori in casa’ (‘Klussen in en aan huis’) en bood een overzicht van alle belastingvoordelen die de regering-Letta biedt aan diegenen die bijvoorbeeld een lift in een oud gebouw willen laten aanleggen, het hele dak plus draagbalken willen vervangen, de gevel laten overstucen en schilderen, of – ‘vanaf gebouwen van minstens vijf verdiepingen’ – een nieuwe dubbele trap met een nooduitgang in de daartoe wettelijk voorgeschreven onafhankelijke schacht in de planning hebben. Belastingaftrek is er ook voor diegenen die alle waterleidingen en elektriciteitskabels in huis willen laten vervangen om eindelijk een eco-verantwoord verwarmingssysteem op zonnepanelen te hebben. De belastingaftrek begint bij een eigen investering van minstens een ton en het moet allemaal wit natuurlijk, met alle daarbij behorende wettelijke voorschriften en geld opslurpende gemeentelijke tussenpersonen die het project moeten ontwerpen, goedkeuren en begeleiden. Als je aan al die voorwaarden hebt voldaan kun je, afhankelijk van het soort operatie dat je wilt doen, een belastingaftrek van vijftien tot in sommige gevallen wel negentig procent krijgen. Precies het soort investering dat de meeste Italianen op dit moment zitten te overwegen, kortom. Grande!

Hoe het er werkelijk voor staat met Italië hielp de woordvoerster in de senaat van Beppe Grillo’s Vijf Sterren Beweging herinneren. De regering-Letta heeft in vijf maanden tijd nog helemaal niets gedaan aan de ook vanuit Europa erkende wurgende belastingdruk op de kleine man die niet kan duiken. Die druk nadert de vijftig procent, zoals onlangs bekend is gemaakt. De btw gaat toch omhoog naar 22 procent.

De afschaffing van de onroerendgoedbelasting op het eerste huis, de keiharde voorwaarde van Berlusconi om zijn steun aan deze regering te verlenen, maar ook een hoofdpunt van Grillo’s Vijf Sterren Beweging, is nog steeds niet zeker. De eerste aanbetaling van juni is al geïnd, en gevreesd wordt dat de tweede helft in december gewoon volgt. Dat komt des te harder aan omdat de alternatieve belastingverhogingen die de regering-Letta voor de zekerheid stilaan maar vast heeft ingevoerd ook gewoon doorgang hebben. Heel Italië wacht met angst en beven de ‘service tax’ af, een soort monster-vuilnisbelasting waar van alles bij is geveegd zonder dat iemand er erg in had of in is gekend. Onder andere de ‘milieubelasting’ van de provincies, de alom als nutteloos erkende bestuurlijke provincie-organen die sinds de regering-Monti op papier al niet meer zouden bestaan, maar die toch hun aandeel van de staatskas blijven opeisen. Begin december zal de ware omvang van de service tax in de Italiaanse brievenbussen ploffen, samen met de wel toegezegde maar niet gerealiseerde afschaffing van de onroerendgoedbelasting op het eerste huis. Natuurlijk net voor de kerstinkopen, zodat de zieltogende middenstand ook dit jaar naar de halsreikend verwachte kleine kerstopleving in de winkels kan fluiten.

Helaas is het ook nog steeds niet gelukt om de ‘verkiezingsvergoeding’, de gecamoufleerde financiering van de politieke partijen, af te schaffen. Boven op de toch al abominabele kosten van de Italiaanse politiek (een beginnende parlementariër krijgt veertienduizend euro per maand plus een oneindige hoeveelheid bonussen en privileges en het Italiaanse parlement bestaat uit bijna duizend leden) strijken de politieke partijen gezamenlijk honderd miljoen euro per jaar ‘verkiezingsvergoeding’ op, want verkiezingen zijn er altijd wel in Italië, of het nu landelijk, regionaal of voor de burgemeester is. Alleen de Vijf Sterren Beweging heeft vrijwillig afstand gedaan van de 42 miljoen die ze zo konden komen ophalen na hun grote verkiezingstriomf in februari. Alle andere partijen wachten op het besluit dat premier Letta als ‘de hoogste urgentie’ heeft aangekondigd, maar helaas, nog steeds niet heeft gerealiseerd.

Stemmen vergaar je niet door je leider te laten vallen, dat hebben de verschillende kroonprinsen wel bewezen

Want het is allemaal moeilijk. De hervorming van de kieswet, die niet voor niets door iedereen ‘Porcellum’ (‘Zwijnenboel’) wordt genoemd, en die vanwege een buitenproportionele meerderheidsbonus voor de winnaar in het parlement heeft geleid tot de huidige situatie, met een niet-democratisch gekozen regering die van bovenaf is benoemd. Iedereen wil er vanaf, behalve als het erop aankomt. ‘U hebt gelogen, premier Letta’, zei de Vijf Sterren-woordvoerster in de senaat. ‘Wij hebben op 29 mei jongstleden samen met een vertegenwoordiger van uw eigen partij een motie ingediend om de kieswet te veranderen. Dat was de enige ware bestaansreden van deze regering, zoals u zelf bij uw benoeming in april hebt gezegd. Maar u hebt samen met uw partij tegen gestemd, om de schuld vervolgens in onze schoenen te schuiven. U liegt, premier Letta, over de kieswet, en over alle andere maatregelen die we hebben voorgesteld en die een beetje verlichting hadden kunnen bieden aan wie op de rand van de afgrond staat, maar die u keer op keer met een gelegenheidsexcuus weet uit te stellen. Het volk bloedt, en u bent niets, jullie zijn allemaal niets!’

De door de wol geverfde Enrico Letta, in de wieg al politicus en neefje van de éminence grise Gianni Letta, de belangrijkste politieke raadgever van Berlusconi, heeft voor dit soort onbeholpen uitingen van mensen die niet snappen hoe het werkt aan de toppen van de macht alleen een meewarig glimlachje over. Hij weet heel goed dat hij niet niets is. Dat betekent natuurlijk niet dat je het ook moet gaan zéggen, les nummer één van de immer discrete, tactvolle oom.

Het succes moet de jonge Letta toch even naar de bol zijn gestegen, toen hij op de zondag na zijn onverwachte triomf in de senaat met het aplomb van de nieuwe grote staatsman van Italië zijn visie op de toekomst gaf. ‘Ja, ik denk dat de twintig jaar Berlusconi na woensdag definitief zijn afgesloten’, zei hij in een interview op Sky. ‘Berlusconi heeft geprobeerd om deze regering te laten vallen maar het is hem niet gelukt. Angelino Alfano heeft duidelijk gewonnen en is de nieuwe leider van rechts. Dat opent een nieuwe fase in de Italiaanse politiek.’

Ja, dat zijn de woorden waar Europa op zit te wachten. Italië wacht volgens het roulerende zesmaandelijkse voorzitterschap van de Europese Raad vanaf 1 juli volgend jaar die eer, en dat gaan we in godsnaam toch niet doen met wéér die vreselijke Berlusconi ergens nog steeds hinderlijk aanwezig op de achtergrond. Dan heb je graag een Letta, die geboren lijkt voor de Europese Unie, en die niet detoneert in het landschap van de Rompuy’s.

Maar Italië is niet Europa, en daarom was Enrico Letta’s conclusie op z’n minst voorbarig en ook behoorlijk dom. Nog even je hak zetten en stevig ronddraaien op een toch al tot het uiterste getergde Berlusconi wekt geen sympathie, en de slippendrager van Berlusconi Angelino Alfano alvast tot de nieuwe leider van rechts uitroepen is echt lachwekkend. Eventueel valt Berlusconi te verwijten dat hij nooit voor een opvolger heeft gezorgd, voorzover dat verwijtbaar is aan iemand die alles in zijn leven op persoonlijk charisma voor elkaar heeft gekregen. Berlusconi’s band met de ongeveer tien miljoen Italianen die hem al die jaren onvoorwaardelijk trouw zijn gebleven is volstrekt persoonlijk en kan door niemand worden overgenomen, dat erkent vriend en vijand. Stemmen vergaar je niet door je leider te laten vallen, dat hebben de verschillende kroonprinsen aan rechter- en linkerzijde wel bewezen. Het Italiaanse politieke kerkhof ligt vol met de Casini’s, Fini’s, Veltroni’s en D’Alema’s, die allemaal op zeker moment dachten dat ze groter waren dan respectievelijk Silvio Berlusconi en Romano Prodi.

Hoe die ‘nieuwe fase in de politiek’ er precies uit gaat zien is ook nog niet helemaal duidelijk. Er komen maatregelen aan waar iedereen blij van gaat worden. Vanaf 2014 gaan Italiaanse werknemers ‘een verrassing vinden in hun betalingsenvelopjes’, zoals Letta het verwoordt. En er komen allerlei commissies om dingen te regelen. Zoals bijvoorbeeld de commissie voor Pompeï, met de net benoemde 25 nieuwe leden die de door Europa beschikbaar gestelde 102 miljoen euro ongetwijfeld op de best denkbare wijze gaan besteden om de belangrijkste getuigenis uit de oudheid van Italië weer in zijn resterende glorie aan het publiek te tonen, na de schandalen van 2010 en 2011, toen half Pompeï wegspoelde in de regen.

Of de commissie voor de hervorming van de grondwet, met daarin de vijf universitaire professoren die door Letta persoonlijk zijn uitgekozen en nu betrokken blijken bij het zoveelste ‘baronnenschandaal’, oftewel de niet uit te roeien vriendjespolitiek binnen universitaire kringen waardoor zonen en dochters ‘van’ steeds de felbegeerde prestigieuze baantjes krijgen die voor de beste kandidaten uit het loodzware staatsconcours waren bedoeld.

Of de commissaris voor de ‘spending review’, zoals het ineens op z’n Engels heet, waarmee gewoon de besparingen op de staatsuitgaven, lees het opulente politieke en bestuurlijke apparaat, worden bedoeld. Wat je kunt besparen kan iedereen elke dag zien en leidt tot enorme irritaties, maar zo werkt het niet, natuurlijk. Daar moet een commissaris voor worden benoemd, die er voor een vorstelijk salaris eens heel rustig en lang op gaat zitten studeren. De uitkomst van zijn bevindingen kan nog enige tijd op zich laten wachten, maar er wordt in ieder geval aan gewerkt.

We zullen echt geen Berlusconi met een hark in de weer in een plantsoentje zien

Tot zo ver Enrico Letta, die zich, net als zijn voorganger Mario Monti, zorgvuldig verre houdt van de ware problematiek en het onrecht van Italië. Het bekende rijtje maffia, belastingontduiking, zwarte economie en corruptie. Gezamenlijk goed voor minstens 670 miljard euro per jaar, maar niet aan te beginnen. Onvindbaar geld van onvindbare duikers. En als je ze vindt, ben je nog niet jarig. Voor je het weet blijken ze hun vertegenwoordigers in het parlement te hebben. Daarom: ze liever maar niet eens noemen en rustig doorgaan met de kleine man.

En Berlusconi?

Het is opvallend dat niemand van de vooraanstaande Italiaanse commentatoren uit het tegenkamp (een pleonasme) zich waagt aan de voorspelling over zijn al dan niet definitieve einde. Eén voor allen, Marco Travaglio, de gesel van Berlusconi, om de haverklap op tv als vlijmscherp commentator, adjunct-hoofdredacteur van de voortdurend raak scoopende krant Il Fatto Quotidiano en Berlusconi-expert met vele boeken over de Italiaanse obsessie van de afgelopen twintig jaar op zijn naam – deze Marco Travaglio dus, al twintig jaar onvermoeibaar aan het spitten in de grote vraagtekens die Berlusconi’s ongelooflijk succesvolle opmars van onbekende Milanese projectontwikkelaar tot premier hebben begeleid, schoot in de lach toen iemand hem afgelopen week in een tv-programma de nieuwe opiniepeilingen voorlegde. Enrico Letta zou dankzij zijn overwinning in de senaat zijn partij, de erfgenaam van het communistische PD, tot grote hoogten hebben gebracht. Nummer één staat nu de PD, met maar liefst 30 procent, nummer twee toch nog altijd Berlusconi’s Volk van de Vrijheid PdL met 25 procent, nummer drie Beppe Grillo, die weer oprukt naar de 20 procent. ‘Ik zou nog even wachten met opiniepeilingen’, aldus Marco Travaglio, ‘want de ware zeis van Letta zal nu vallen. Hij heeft heel slim gewacht tot december, maar ik denk dat de polls er na de belastingen van december vlak voor de Kerst héél anders uit zullen zien. Let op mijn woorden.’

En Dario Fo, de 87-jarige Nobelprijswinnaar voor literatuur, altijd in staat om de dingen van een epische afstand te bezien, zeer betrokken bij het sociale onrecht van zijn land, maar te wijs om de schuld aan één man te geven, vermoedt dat we nog veel van Berlusconi gaan horen. ‘O, we zijn nog lang niet klaar met Berlusconi’, aldus Dario Fo daags na de nederlaag in de senaat. ‘Ik zie hem als de eeuwig struikelende clown, een bekende figuur uit de circustraditie waar veel van de Italiaanse archetypen op gebaseerd zijn. U weet wel, die clown die struikelt, valt, weer opstaat, weer struikelt, valt, weer opstaat, enzovoort. Nu treedt fase twee van de typisch Italiaanse reactie in. Hij heeft zijn straf gehad, laat de arme man nu even met rust, ja. Dat hebben we toch ook gezien bij zijn advocaat Previti, die definitief was veroordeeld wegens de omkoping van een rechter in de zaak-Mondadori, wat de baas een miljoenendeal heeft opgeleverd? Ruim een jaar later bleek Previti, inmiddels bezig aan zijn taakstraf, wat ook een farce was, gewoon nog als parlementariër op de loonlijst van het parlement te staan! Niemand had hem geschrapt, want je moet het niet overdrijven. Dat is Italië. Nee, ik denk dat we nog láng niet klaar zijn met Berlusconi en ik vrees dat nu de zogenaamde definitieve klap is uitgedeeld er van alles verzonnen gaat worden om hem toch weer de helpende hand toe te steken.’

Misschien is het waar. Vooralsnog maakt Berlusconi niet de indruk van iemand die uitziet naar de toekomst, om het zacht uit te drukken. Afgelopen weekend liet zijn advocaat Franco Coppi, beroemd van de maffiazaak tegen zevenmalig premier Giulio Andreotti, weten dat zijn cliënt Berlusconi een taakstraf zal aanvragen. Bij waarschijnlijk dezelfde priester met een sociale opvanggemeente als zijn voormalige advocaat Previti. Een taakstraf die zich onttrekt aan het publieke oog, uiteraard. We zullen echt geen Berlusconi met een hark in de weer in een plantsoentje zien.

De taakstraf heeft als voordeel dat Berlusconi op die manier vrij is om zich te bewegen, terwijl huisarrest toch tamelijk letterlijk moet worden opgevat. Waar en hoe hij zich zal bewegen is dan verder zijn zaak.

‘Men vertelt mij dat de Villa San Martino (Berlusconi’s schitterende zeventiende-eeuwse Versailles bij Milaan – ab) en het Palazzo Grazioli (het adellijke paleis in hartje Rome dat hij als politieke ambtswoning heeft gehuurd – ab) momenteel veel weg hebben van monumentale begraafplaatsen waar van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat vele rouwers in de rij staan. Ze komen hun deelneming in het verdriet van de capo betuigen, en, nu ze er toch al zijn, tegelijk nog even een kleine wens, een verzoekje deponeren. Ze hopen op een vergoeding voor de goede raad die ze hem ongevraagd geven, en waar Silvio zijn schoenen mee kan poetsen, al zal hij blijven doen of hij er aandachtig naar luistert. Hij is omgeven door een hofhouding van drammers en hij beseft dat hij geen kant meer op kan. De manoeuvres om hem tot overgave te dwingen zijn een paar decennia geleden begonnen en het heeft niet eens meer zin om ze allemaal nog een keertje op te rakelen. De kale feiten kunnen in een paar zinnen worden samengevat: doordat zijn politieke tegenstanders hem altijd hebben onderschat en gesnobeerd, ontdekten ze te laat dat hij in de stembus onverslaanbaar voor ze was. Daarom hebben ze die taak toevertrouwd aan de burelen van de slechte justitie die Italië meeregeert.’

Aldus Vittorio Feltri in Berlusconi’s eigen krant Il Giornale. ‘De eenzaamheid van een verraden en gewonde leider’, luidt de kop boven de editorial van de enige man van rechts naar wiens commentaren je toch altijd benieuwd bent. Natuurlijk staat Feltri aan Berlusconi’s kant, maar hij heeft zich nooit laten africhten. De afgelopen tijd heeft Feltri vaak geschreven dat Berlusconi volgens hem de kluts volkomen kwijt is. En wat Feltri schrijft komt aan, want hij kan schrijven. Deze begrafenisspeech is doordrenkt van oprechte treurnis over het lot van de man die niet zomaar een man is. Hij is Silvio Berlusconi, een naam als een merk, en hij heeft iedereen in Italië beïnvloed, ten goede of ten kwade, dat is aan de geschiedenisboekjes.


Beeld: Petar Pismestrovic / Cagle