De eeuwige griekse strijd tegen de barbaren

Eerst waren het de Turken. Daarna de Macedoniers, de Bosnische moslims, de paus, de Europese bondgenoten. En nu zijn het ook de Albanezen. Allemaal vijanden van Griekenland. Die jongste vijandschap kan heel gevaarlijk worden. Want ze kan leiden tot een heuse oorlog waarin niet alleen de hele Balkan terecht kan komen, maar ook Turkije en de Navo.

Het proces tegen vijf leden van de Griekse minderheid in Albanie, die vorige week tot zware gevangenisstraffen werden veroordeeld, heeft premier Papandreou met escalerende represailles beantwoord: massale uitwijzing van Albanezen, een veto tegen een EU-lening aan Albanie, sluiting van de grens voor personenverkeer, opvoering van de troepenconcentratie in Noordwest-Griekenland. Er hoeft maar iets te gebeuren of het wordt menens.
Zullen dan de Albanese meerderheid in Kosovo en de Albanese minderheid in Macedonie neutraal blijven? Zullen de Serviers, de orthodoxe broeders van de Grieken en de gezworen vijanden van alles wat moslim en Albanees is, dat over zich heen laten gaan? Zal Turkije zijn ogen sluiten voor deze dodelijke dreiging tegen zijn Balkanvrienden, met wie het door de geschiedenis en het geloof is verbonden? Het meest waarschijnlijke antwoord is: nee. En wat moet dan de Navo doen, waarvan de aartsvijanden Griekenland en Turkije beide lid zijn?
Het Grieks-Albanese conflict gaat, zoals overal in de Balkan, om een oude etnische kwestie, die is opgelaaid prompt nadat de communistische repressie was weggevallen. Daardoor kon de Griekse minderheid in Zuid-Albanie zich voor het eerst organiseren. En daardoor kwam ook de weg vrij voor de claim van de meest heethoofdige Hellenen: hereniging van Noord-Epirus (Zuid-Albanie) met Zuid-Epirus (Noordwest-Griekenland).
Verhit nationalisme is in zowel Griekenland als Albanie officiele politiek geworden, volgens het oude principe dat een buitenlandse vijand altijd goed is om de mensen te verenigen rond de troon. De Albanese president Berisha kan een zondebok uitstekend gebruiken, vooral als die bok rare sprongen maakt en hem daarmee op zijn wenken bedient. Het nationalisme gaat het verst in Griekenland, waar het cultiveren van de underdog-mentaliteit bijna een ideologie is.
Waar haalt Griekenland zijn vermogen vandaan om zich links en rechts vijanden te maken? Of, om die vraag op z'n Grieks te stellen, hoe komt het dat al deze machten het begrepen hebben op het onbegrepen Griekenland? Dat komt omdat de Grieken zich, net als in de oudheid, omringd voelen door ‘barbaroi’ die Griekenland in zijn bestaan bedreigen.
Ook van een andere etymologie maken de Grieken veel werk: die van het Griekse woord Europa ('met brede blik’). Maar in 1054 raakten Oost en West diep gescheiden door het orthodoxe schisma. Sindsdien liggen de bakermatten van de westerse cultuur, Athene en Rome, in twee gescheiden werelden. Griekenland zelf werd een Balkanland. Na het schisma kwam de eeuwenlange Ottomaanse overheersing, die veel meer sporen in Griekenland heeft nagelaten dan de Grieken willen toegeven. De Turken zouden nu de 'omsingeling’ van Griekenland leiden. Terwijl Europa blind en doof blijft voor het vreselijke gevaar dat haar eigen bakermat bedreigt.