De eeuwige jongen

Sinds het begin van deze eeuw is er altijd wel een plaats ter wereld waar de toneelversie, de musical, de pantomime of de film over Peter Pan wordt vertoond. Wat is er toch met deze Michael Jackson avant la lettre? De transcendente ziel van de jongen die nooit wilde opgroeien.
Peter Pan van Theater de Verbeelding gaat 22 november in première in de Arnhemse schouwburg en is door het hele land tot 18 april te zien. (Informatie: 026-4458155.) De dansvoorstelling Looking for Peter, waarin, zo meldt het persbericht, van Peter Pan een ‘s pirituele persoonlijkheid’ is gemaakt, ‘die volkomen in balans is met zijn androgyne ziel’, is nog op 22 en 23 november in Utrecht te zien. (Informatie: 020-6384505).
AFGELOPEN WEEK stond het nieuws in de krant: hij is in het weelderige hotel in Sidney waar hij verbleef in het huwelijk getreden met de verpleegster die zijn kind in haar buik draagt. Peter Pan, de jongen die weigerde op te groeien, lijkt dan toch eindelijk volwassen te zijn geworden.

Ik doel, dat mag duidelijk zijn, op Michael Jackson, de hedendaagse personificatie van de eeuwige jongen. Al is hij inmiddels 38, tot een paar dagen geleden was hij altijd nog maar twaalf jaar oud. Jawel, er gaat het gerucht dat hij zijn nieuwe vrouw niet zelf bezwangerd heeft, er zou sprake zijn van koele petrischaaltjes, een klinische spuit en inseminatie, maar een jongen die vader wordt, is hoe dan ook geen echte jongen meer.
Jackson heeft het zelf vaak gezegd: hij wilde niet opgroeien. Peter Pan is zijn voorbeeld, de onschuld van de jeugd zijn ideaal. Hij weet: ‘It was kids who never let me down.’ Zijn favoriete speelgoed zijn duiveltjes in een doosje, hobbelpaarden en 'Peter Pan - anything Peter Pan’. Vandaar dat hij zijn landgoed 'Neverland Valley Ranch’ heeft gedoopt, naar het Land van Nimmermeer waar de mythische jongen die nooit opgroeit leefde, en er een heus Peter-Panthemapark heeft aangelegd. Een eigen dierentuin ligt er om de Neverland Valley Ranch, een eigen pretpark en spoorwegsysteem. Zo'n tweehonderd beesten telt de dierentuin: krokodillen, giraffen, lama’s , apen en Gypsy, de Aziatische olifant die hij ooit van Elizabeth Taylor cadeau kreeg. Een aantal inwoners - het schaap Linus, het hengstje Cricket en de dikbuikige big Petunia - is speciaal zo gefokt dat ze nooit groter worden. Het meest exotische dier is de lange albino python die Madonna heet. Omdat ze blond is.
Overal staan vrolijk gekleurde karretjes; de jeugdige gasten - want Jackson laat net als Peter Pan alleen kinderen in zijn sprookjesland toe - kunnen zoveel koek en cola, pinda’s en popcorn nemen als ze willen. Rijzige bomen vol twinkelende lichtjes omsluiten het lunapark. Er is een reuzenrad, een gigantische schommel in de vorm van een zeemonster, en een soort achtbaan. En overal, werkelijk overal klinkt muziek. De drakeschommel gaat op en neer op de beat van Jacksons eigen hit Remember the Time; tussen de bomen hangen klassieke rocksongs; vanuit de bloembedden zingt Julie Andrews honingzoet; in het huis wiegen de boxen vrolijk mee op liedjes uit Walt-Disneyfilms.
PETER PAN, ZO LEERT HET boek over hem, is van huis weggelopen op de dag dat hij geboren werd. Hij hoorde zijn vader en moeder praten over hoe hij zou zijn als hij een man was. Ook vader Jackson had de toekomst van zijn zoon al vroeg bepaald - met een waar schrikbewind drilde hij zijn jongens tot het kindgroepje Jackson Five. Zijn voortvarende hand leverde een tragische paradox op: de jongen die nooit kind kon zijn, wilde vervolgens nooit volwassen worden. Misschien is het zelfs zo dat Michael Jackson òmdat hij nooit echt kind is geweest als dertigjarige zo'n raar, sentimenteel nepkind is. Want ligt de volwassenheid niet in de kindertijd besloten? Ik bedoel: zijn kindertijd en groter groeien, jeugd en verandering niet twee onafscheidelijke broertjes?
'It hurts to be me’ is de gekwelde oneliner van Jackson. Om zoveel mogelijk aan dat 'me’ te ontsnappen heeft hij zich ongrijpbaar gemaakt door zichzelf als een plastic pop in de mal van de wensen van zijn publiek te gieten en er maar helemaal van af te zien iemand te zijn. Grenzeloos is hij, geen jongen en geen man, geen man en geen vrouw, geen zwarte en geen blanke. Hij is zogezegd transcendent, wat hij telkens weer in zijn performances laat zien. Hij danst alsof de zwaartekracht geen vat op hem heeft, hij beweegt alsof zijn lichaam niet een geheel is maar gewichtloos alle kanten op schiet.
Transcendent is Peter Pan ook. Hij is een onaards wezen dat heen en weer vliegt tussen de aarde, Londen om precies te zijn, en het sprookjesachtige Neverland. Hij is een wezen dat z'n eigen schaduw kan verliezen alsof het z'n portemonnee is. Gebeurtenissen die vlak achter hem liggen, is hij al vergeten; mensen die hij net nog heeft gezien zijn binnen de kortste keren uit z'n geheugen gewist. Hij heeft geen verleden en in de toekomst kijkt hij niet, hij is kortom een onsterfelijke eendagsvlieg.
De man die zijn schaduw is verloren, zo zou je Michael Jackson ook kunnen karakteriseren. Dat is het aardige van het Peter-Panverhaal: ook al is het bijna honderd jaar oud, net als de eeuwige jongen veroudert het niet. Sterker nog, je zou met stelligheid kunnen beweren dat het juist nu actueel is, en dan denk ik niet alleen aan de zonderlinge megaster. Hoeveel popsterren lijken maar niet ouder te worden? Leven we sowieso niet in de tijd van de eeuwige - nu ja, zo lang mogelijk gerekte - jeugd? Willen we niet allemaal liefst het verstrijken van de tijd, de sterfelijkheid ontkennen? Grijsaards in spijkerbroek, zestigers met baseballcap, vijftigsters in minirok - rekken we de adolescentie niet o zo graag tot het graf? Ik wil maar zeggen: Peter Pan is een mythische held van deze tijd.
IN ZIJN STUDIE De structuur van de slechte smaak beaamt Umberto Eco dat we leven in een tijd van ontmythologisering. Dat wil zeggen dat beelden en verhalen die eeuwenlang van symbolische waarde zijn geweest en een diepe sacrale betekenis hadden - de mythen uit de Oudheid, het repertoire van het christendom - aan kracht hebben ingeboet. Mythevorming, zo legt hij nog eens uit, werd institutioneel gestuurd, bijvoorbeeld om de beginselen van het christelijke geloof ook op de eenvoudigen van geest over te dragen. Denk aan de beelden op en in kathedralen, de bijbel voor de armen. De beelden hadden een metafysische betekenis; in de fantasie van het volk kwamen ze tot leven, werden ze in verband gebracht met morele en bovennatuurlijke zaken.
De mythe is dood, lang leve de mythe! Want Eco stelt dat in 'deze massamaatschappij’, zoals hij het wat ouderwets plechtstatig noemt, 'in dit tijdperk van industriële beschaving’, opnieuw een proces van mythevorming is waar te nemen dat veel lijkt op dat in primitieve beschavingen. De mythevorming heeft een universeel karakter, de hele maatschappij is ervan doordrongen en het lijkt alsof zij van onderaf, door het volk, is gecreëerd. Natuurlijk is er daarbij sprake van mystificatie, want ook de populaire beelden die symbolisch worden, zijn ooit door iemand bedacht. Ik weet het, hemelschokkend zijn Eco’s waarnemingen niet, maar hij schreef zijn studie dan ook in 1964, toen massacultuur nog een heel vies woord was.
Tarzan, Superman, Peter Pan, ze zijn de mythische figuren van deze eeuw. Omdat ze mythisch zijn, zijn ze een eigen leven gaan leiden, lijkt het alsof ze er altijd vanzelfsprekend zijn geweest. Ze zijn weggevlogen van hun creator en leven zelfstandig voort. Wie weet nog dat Tarzan is verzonnen door de schrijvende middenstander Edgar Rice Burroughs? Een man van twaalf ambachten, dertien ongelukken die zijn eerste verhalen op de achterkant van briefpapier krabbelde omdat hij vruchteloos in zijn kantoor zat te wachten tot zijn subagenten, die handelden in puntenslijpers, iets hadden verkocht.
Peter Pan is een bedenksel van James Matthew Barrie, al heeft hij vaak ontkend dat de jongen die weigert op te groeien zijn bedenksel is - alsof hij de mythische kracht van zijn personage voorvoelde. Barries jongenstijd begon met verlies. Hij werd in 1860 in Kirriemuir in Schotland geboren als derde zoon in een gezin van negen kinderen. Toen hij zes was, verongelukte zijn oudere broer David op het ijs. Zijn moeder kwam de dood van David nooit te boven en hij zelf eigenlijk ook niet. Om zijn moeder te plezieren leerde hij zich aan om precies zo als David te fluiten en z'n handen in z'n zakken te steken. 'When I became a man (…) he was still a boy of thirteen’, zou hij later ergens noteren. De jongen David zou hem zijn hele leven blijven achtervolgen. In zijn roman The Little White Bird (1902) bijvoorbeeld, de raamvertelling waarin Peter Pan voor het eerst opduikt, vertelt een eenzame vrijgezel verhalen aan zijn jonge vriend David.
Het verlies van David speelt ook een rol, althans zo duiden Barries biografen het, in zijn gepassioneerde toewijding aan de vijf zoons van Arthur en Sylvia Llewelyn Davies. De Davies-jongens had hij ontmoet in de Londense Kensington Gardens, waar hij dagelijks met zijn Sint Bernard Portho ging wandelen. Hij zou ze alle vijf adopteren na de vroege dood van hun ouders. Zoals Lewis Caroll de verhalen over Alice in Wonderland eerst opdiste aan de tienjarige Alice Liddel tijdens roeitochtjes op de Thames, zo werd Peter Pan geboren tijdens de middagen in het park met de gebroeders Davies. Zoals Lewis Caroll foto’s van zijn kleine child friends maakte steeds weer maakte hij nieuwe vriendinnetjes die niet ouder mochten zijn dan tien. Ooit heeft hij eens per ongeluk een meisje van zeventien gekust, waarna hij haar moeder een verontschuldigingsbrief heeft gestuurd), zo legde ook James Barrie zijn avonturen in het park op foto’s vast. Over beider levens hangt dan ook een zweem van pedofilie, alhoewel van beiden heet dat ze de kinderliefde niet in praktijk hebben gebracht.
De foto’s die Barrie tijdens een zomervakantie in 1901 aan het Black Lake in Tilford maakte van de jongens die speelden dat ze schipbreuk hebben geleden, resulteerde in het boek The Boy Castaways of Black Lake Island. Behalve de foto’s stond er alleen een voorwoord in en een lijst van de avonturen. Slechts twee exemplaren zijn er ooit van het boek gemaakt, één ervan werd door de vader van de jongens direct in de trein vergeten. In een dedication bij de uitgave van het toneelstuk Peter Pan draagt hij het aan de broers op en vraagt hij zich hardop af of hij de mythische jongen wel zelf heeft bedacht, want in de tekst zijn nog veel sporen van de oorspronkelijke spelletjes die ze samen speelden terug te vinden. Later schrijft hij dat hij Peter Pan heeft gemaakt door ze alle vijf hard tegen elkaar te wrijven, zoals wilden met stokjes doen om vuur te maken. De vonk voor zijn creatie heeft hij kortom van de jongens Davies.
In die opdracht laat Barrie ook weten dat hij zich niet meer herinnert dat hij het toneelstuk ooit heeft geschreven. Het is maar een van de mystificaties die maken dat het lijkt alsof Peter Pan er gewoon altijd is geweest. Want het toneelstuk en boek over de jongen die nooit groot wordt, hebben een ingewikkelde drukgeschiedenis.
In december 1904 ging het toneelstuk Peter Pan or The Boy Who Would Not Grow Up in Londen in première. Het zou tot 1928 duren voordat Barrie het stuk uitgaf, daarvoor had hij eindeloos aan het drama gesleuteld, scènes geschrapt, herzien en toegevoegd. De roman Peter and Wendy werd in 1911 gepubliceerd, maar nog voor het boek er was, was Peter Pan al klassiek.
Omdat Barrie zolang wachtte met het op papier zetten van zijn jongen, hadden anderen al Peter-Pan-prentenboeken, -biografieën, -films en -souvenirs gemaakt. Peter Pan was een algemeen cultureel fenomeen geworden waar de maker geen vat op had en ook niet op kòn hebben zozeer stond de eeuwige jongen voor onschuld, eenvoud en zuiverheid. Om met Eco te spreken: het leek of de mythe, van onderaf, door het volk was gecreëerd.
SINDS 1904 IS ER ALTIJD wel een plaats op de wereld waar de toneelversie, de musical, de pantomime of de film over Peter Pan wordt vertoond. In Londen werd het stuk meer dan zestig jaar lang elke winter en lente vijf maanden lang geprogrammeerd, het was zogezegd onderdeel van het opvoedingspakket. Walt Disney maakte in 1953 de beroemde tekenfilm over de onsterfelijke held. Zelfs nu zijn in Nederland twee voorstellingen tegelijk over Peter Pan te zien: een jeugdvoorstelling door Theater de Verbeelding, met poppen en zang, en de dansproduktie Looking for Peter van choreografe en danseres Gonnie Heggen.
Ik herinner me Peter Pan in eerste instantie van de Walt-Disneyfilm. Ik herinner me de huishoudster Nana die een goeige lobbes van een hond, een newfoundlander, is en de lepel levertraan trouw in haar bek houdt geklemd; ik herinner me Wendy, een tuttig kindvrouwtje in pastelkleurig nachthemd dat met haar twee broertjes met Peter Pan mee naar Neverland vliegt en niets liever wil dan Peter een kus geven, en ik herinner me de afschrikwekkende Kapitein Haak die in plaats van een rechterhand een vervaarlijke vleeshaak heeft.
Op Neverland beleven ze echte jongensboekavonturen: ze verdrinken er bijna in het zeemeerminnenmeer, ze worden gevangen genomen door Indianen (door de politiek incorrecte Barrie steevast als 'redskins’ aangeduid) en ze vechten op leven en dood met Kapitein Haak en z'n piraten. En ik weet nog hoe ik me ergerde aan Wendy, het akelige kindmoedertje dat er op het avontureneiland vooral op toeziet dat de jongens op tijd naar bed gaan, dat de godganse dag bezig is de gescheurde kleren van de jongens te herstellen, dat tergend brave slaapverhaaltjes vertelt en de jongens ’s nachts toedekt alsof ze kostbaarheden uit haar juwelenkistje zijn.
Die ergernis is er, alergisch voor tuttige meisjes als ik ben, ook na het lezen van Barries boek nog. 'All children, exept one, grow up’, begint de roman mooi. Maar al snel leer je dat Wendy een meisje is dat maar wat graag groot wil worden. Peter Pan bezoekt haar en haar broertjes ’s nachts in hun Londense kinderkamer en probeert haar te verleiden om mee te gaan om voor hem en de lost boys met wie hij op zijn eiland leeft een heuse moeder te zijn. De lost boys zijn kinderen die uit de kinderwagen zijn gevallen toen hun kindermeisje de andere kant opkeek en omdat ze niet binnen zeven dagen zijn opgeëist zijn ze om kosten te besparen naar Neverland gestuurd. Zielige moederloze jongetjes zijn het, dus Wendy is snel overgehaald.
In het boek staat beschreven dat het dagelijkse koken haar neus boven de pannen hield en dat ze naait, stopt en maast als de jongens slapen. Dan heeft ze eindelijk 'tijd om zelf adem te halen’. Ze leert de verloren jongens wat een moeder is: een liefdevol wezen dat het raam altijd open laat staan, opdat haar weggevlogen kinderen kunnen terugkeren. Overigens maakt Walt Disney het allemaal nog zoetsappiger: 'A mother is the most wonderful person in the world’, onderwijst Wendy in de film.
Het is ook Wendy die haar broertjes en de lost boys ertoe beweegt om Neverland te verlaten, om echte moederliefde te ontvangen en op te groeien. Ach, ze blijft een tutje.
MAAR HET BOEK TELT ook heel wat prachtige scènes en beschrijvingen. Neem de liefdevolle manier waarop Mrs. Darling, de moeder van Wendy, wordt beschreven: 'Haar romantische gedachten leken op die kleine in elkaar passende doosjes die uit het raadselachtige oosten komen; hoeveel je er ook ontdekt, er is er altijd nog een; en haar lieve, ondeugende mond had één kus die Wendy nooit kon krijgen, hoewel hij duidelijk zichtbaar in het hoekje zat.’ Als haar kinderen slapen, ordent ze hun gedachten: 'Het is de nachtelijke gewoonte van elke goede moeder om als haar kinderen slapen door hun gemoed te snuffelen en de dingen op te ruimen; de gedachten die overdag hebben rondgezworven worden door haar op hun rechtmatige plek gelegd.’
Of neem de ontmoeting tussen Wendy en Peter Pan in de kinderkamer. Zijn schaduw is door de waakzame Nana afgepakt en nu krijgt hij lichaam en schaduw niet meer aan elkaar. Nadat Wendy de schaduw, jawel, heeft vastgenaaid en Peter heeft verteld over de lost boys, zegt ze dat ze hem wil kussen. Onschuldige Peter weet niet wat een kus is en steekt zijn hand verwachtingsvol uit:
’“Je weet toch wel wat een kus is?” vroeg ze, ontzet.
“Ik weet het niet tot je het aan me geeft”, antwoordde hij stijfjes; en om zijn gevoelens niet te kwetsen gaf ze hem een vingerhoed.
“Nu zal ik je een kus geven”, zei hij en zij antwoordde wat preuts: “Als je dat graag wil.” Ze maakte zichzelf een beetje belachelijk door haar gezicht naar hem te buigen, want hij liet alleen een eikel in haar hand vallen; dus bracht ze langzaam haar gezicht terug naar waar het daarvoor was, en zei vriendelijk dat ze zijn kus aan een ketting om haar nek zou dragen.’
Of neem dat dappere zinnetje dat Peter Pan uitspreekt als zijn leven wordt bedreigd: 'To die will be an awfully big adventure.’
Het verhaal van Peter Pan is op alle mogelijke en onmogelijke manieren geïnterpreteerd, daar is het een moderne mythe voor. Het is niet verwonderlijk - lees er de kusscène, met vingerhoed! en eikel! maar op na - , dat er allerhande freudiaanse duidingen op Peter Pan en Barrie zijn geplakt. Net als Lewis Caroll, voor wie volgens de Newyorkse psychoanalytica Phillis Greenacre de kleine Alice een moedersymbool was, net als Caroll zou Barrie onder een Oedipuscomplex gebukt gaan.
Jacqueline Rose, die in 1984 The Case of Peter schreef, legt Barrie op de divan. Barrie kon het verhaal over Peter Pan, verklaart zij, zo moeilijk op papier krijgen omdat het een ronduit oedipaal verhaal is. Kijk maar: de vader, Mr. Darling, wordt diep vernederd in zijn eigen huis. Hij neemt wraak op het kindermeisje annex hond en sluit haar buiten op in het hondehok. De kinderen vliegen die avond weg en uit schaamte kruipt hij in het hondehok. In Neverland ontmoeten de kinderen hun vader in andere gedaante, namelijk die van Kapitein Haak, en via Peter Pan vermoorden ze hem symbolisch. Na de moord keren ze terug naar huis, waarna Mr. Darling weer uit het hondehok klautert. U ziet, de oedipale duiding is zonneklaar.
Analytica Rose beweert, als zovelen, dat het niet toevallig is dat Peter Pan zich zo uitstekend leent voor een freudiaanse lezing: Barrie schreef zijn roman immers in de tijd dat de 'Weense wonderdokter’ zelf het onbewuste ontdekte. Gedijen seksuele wensen niet juist in de fantasie? En is Neverland niet het land van de fantasie? Peter Pan belichaamt zonneklaar de angst voor Freuds voornaamste driften, die van Eros en Tanatos. Is de eeuwige jongen niet bang voor de dood en het erotische (zie wederom de kusscène).
Als je overigens de overleveringen mag geloven, was Barrie zelf, en nu dus weer Michael Jackson, even panisch voor seksualiteit als zijn schepping. Hij zou, ondanks zijn huwelijk, altijd maagd zijn gebleven. 'The boy who couldn’t go up’, werd er over Barrie gegrapt.
Rose weet ook nog dat achter Peter Pan het verlangen van een man naar een kleine jongen (of jongens) schuilgaat. Het is dan wel een verhaal over onschuld, maar in feite doet het inbreuk op die van het kind, 'en zelfs op dat wat we als normale seksualteit beschouwen’. Stel, redeneert ze nogal ingewikkeld, dat Peter Pan niet een jongen is die niet wil opgroeien omdat hij dat zelf niet wil, maar omdat iemand anders (lees: een vieze volwassen man) liever niet heeft dat hij opgroeit. Tja, zo kun je elk kinderboek suspect maken.
Dat neemt niet weg dat een aantal van de psychoanalytische etiketten - fetisjisme, castratieangst - die op Peter Pan worden geplakt, best vermakelijk zijn. Zo is het niet voor niets dat herhaaldelijk over Peter Pan wordt gezegd dat er nooit een 'cockier boy’ was. Nu betekent 'cocky’ gewoon eigenwijs, brutaal, vrijpostig, maar u raadt wel welke betekenis nog meer in het woord ligt vervat. De manier waarop Peter Pan zich voorstelt - een evidente 'fallische presentatie’, aldus de freudianen - is, hoe cock hij ook is, helaas weinig indrukwekkend:
’“Hoe heet je?” vroeg hij.
“Wendy Moira Angela Darling,” antwoordde ze met enige tevredenheid. “Hoe heet jij?”
“Peter Pan.” (…)
“Is dat alles?”
“Ja,” zei hij scherp. Hij voelde voor de eerste keer dat zijn naam aan de korte kant was.’
Kapitein Haak leidt onmiskenbaar aan de angst voor de vagina dentata. Peter Pan heeft ooit zijn rechterhand afgehakt, al een vorm van castratie, en zijn overtollige ledemaat aan een krokodil gevoed. Het stukje kapitein Haak is het beest - dat in het verhaal consequent als 'zij’ wordt aangeduid - zo goed bekomen dat het de zeeroverhoofdman kwijlend achtervolgt. Net zo goed als Peter Pan door een vrouwelijke hond van zijn schaduw wordt berooft. Gelukkig is het ook weer een vrouw die het verloren lichaamsdeel, letterlijk, aannaait:
'Wendy zag de schaduw op de grond liggen, die zag er zo verfomfaaid uit, dat ze verschrikkelijk medelijden met Peter had. “Wat afschuwelijk,” zei ze, maar ze kon het niet nalaten te lachen toen ze zag dat hij geprobeerd had de schaduw met zeep vast te maken. Net iets voor een jongen!
Gelukkig wist ze meteen wat ze moest doen. “Het moet worden vastgenaaid,” zei ze een beetje neerbuigend.
“Wat is naaien?” vroeg hij.
“Je bent ontzettend onwetend.”’
Begin jaren tachtig gooide de therapeut Dan Kiley het over een heel andere boeg: hij gebruikte Peter Pan voor twee populaire psycholgische help-jezelfboekjes, The Peter Pan Syndrome: Men Who Have Never Grown Up en The Wendy Dilemma. Volwassen worden is een kwelling, schrijft Kiley, en Peter Pan was een zwaar getroubleerde jongeman gevangen in de gapende afgrond tussen de man die hij niet wil worden en de jongen die hij niet langer kan zijn. 'Kind-mannen’ die met het Peter-Pansyndroom behept zijn, leiden onder de volgende symptomen: onverantwoordelijkheid, angst, eenzaamheid, een conflict over hun seksuele identiteit, narcisme en chauvinisme. Van Kiley hoeven ze niet lang te treuren, want het zijn vooral de Wendy’s , de vrouwen die het moederen niet kunnen laten, die het syndroom helpen voortbestaan. Zij moet eerst maar afleren overbeschermend en bezitterig te zijn en zichzelf niet altijd wegcijferen.
DOOR AL DIE potsierlijke interpretaties van de jongen die weigerde op te groeien, zou je haast vergeten dat Peter Pan behalve komisch ook tragisch is. Peter Pan zegt dan wel dat hij geen man wil worden omdat hij altijd 'fun’ wil hebben, maar de vraag is of het wel zo leuk is om een onsterfelijke eendagsvlieg te zijn. Als hij met Wendy en haar broertjes naar Neverland vliegt, is al duidelijk dat hij geen geheugen heeft. Hij hoeft maar even vooruit te vliegen, of hij is z'n gasten glad vergeten. Avonturen, hij heeft ze nog niet beleefd of ze zijn vervlogen. 'Peter had seen many tragedies, but he had forgotten them all’, zegt de verteller over hem. Zijn onsterfelijkheid heeft hij met het verlies van zijn verleden moeten bekopen.
Ach, het is eigenlijk een bekend verhaal. Al die moderne mythische figuren lijken zo heldhaftig, blijmoedig en benijdenswaardig, als je beter kijkt, zijn ze allemaal tragisch. Laat ik nog een keer bij Umberto Eco terug komen. In zijn essay over Superman in De structuur van de slechte smaak wijst hij erop dat deze, net als de godenzonen uit de klassieke oudheid, een mythische held is omdat hij een dubbele identiteit heeft. Hij heeft een buitenaardse oorsprong waardoor hij kan vliegen met de snelheid van het licht en zich soepel van het ene in het andere tijdperk kan verplaatsen. Op aarde leeft hij als de middelmatige journalist Clark Kent, een bangelijk type dat flink onder de plak zit bij zijn vriendin. Tarzan is een nazaat van een adellijke familie, maar is opgegroeid bij de apen in de jungle waardoor hij in fysieke kracht, reukvermogen en gehoor superieur is aan gewone mensen. Maar hoe bovenmenselijk ze ook zijn, hun hybride aard maakt Tarzan en Superman juist tragisch. In geen enkele wereld zijn ze echt thuis.
Iets dergelijks is er ook aan de hand met Peter Pan. Hij pendelt heen en weer tussen zijn droomeiland en kinderkamers. Ergens noemt Barrie hem een 'betwixt-and-between’, wat letterlijk 'zo half en half’ betekent. Een tragisch tussenwezen is de eeuwige jongen, niet echt man, en ook niet echt jongen omdat, zo wordt in het verhaal met pathetiek benadrukt, hij geen moeder heeft. Door zijn eeuwige jeugd is Peter Pan niet menselijk, in zijn onsterfelijkheid weet hij niet wat is om een hart te hebben. 'Vrolijk en onschuldig en harteloos’ zijn kinderen volgens Barrie, die gelukkig niet zo naïef is om kinderen als louter goed en zuiver af te schilderen.
Misschien moet Michael Jackson het boek van Barrie nog eens goed lezen. Kindertijd en groter groeien zijn nu eenmaal onafscheidelijke broertjes.