Interview met Tom Holland  

De eeuwige strijd tussen Oost en West

Zoals de Grieken beducht waren voor de Perzen, zo vreest het Westen de islam. In zijn nieuwe boek, Perzisch vuur, gaat de Engelse historicus Tom Holland op zoek naar parallellen. ‘Ik beschouw Bush als een mislukte Byzantijnse keizer.’

De wereldgeschiedenis kent vele legendarische veldslagen: D-day, de slag bij Gallipoli, Waterloo, Hastings. Maar de moeder aller veldslagen – althans, in de westerse beleving – is toch wel de slag bij Thermopylae, waarbij driehonderd Spartanen zich tot de laatste man – op één na, die het mocht doorvertellen – dood vochten tegen een immense Perzische invasiemacht tijdens de Tweede Perzische oorlog. Hoewel bij Marathon tijdens de Eérste Perzische oorlog de Perzen verrassend waren verslagen door Athene en tijdens de Tweede Perzische oorlog de slag bij Plataea en de zeeslag bij Salamis de Griekse geallieerden eveneens de eindoverwinning bezorgden, staat de verloren slag bij Thermopylae nog steeds in het collectieve geheugen gegrift als dé veldslag van de klassieke Oudheid. De moed van de Spartaanse koning Leonidas en zijn driehonderd werd, vooral vanaf de Renaissance, het symbool voor westerse vrijheidslievendheid versus de wreedheid van barbaarse onderdrukkers uit het Oosten.

De Engelse schrijver Tom Holland, eerder al gelauwerd voor zijn bestseller Rubicon, was onlangs in Nederland ter ere van het verschijnen van Perzisch vuur. Het is een levendig en, opmerkelijk genoeg, bij vlagen zeer geestig boek over de opkomst van Perzië als eerste wereldmacht en haar échec bij de twee Perzische oorlogen tegen een verbond van verschillende Griekse stadsstaten. Het kan eveneens gelezen worden als een eerbetoon aan Herodotus, de vader van de geschiedenis.

Tom Holland: ‘De twee Perzische oorlogen, in het eerste kwart van de vijfde eeuw voor Christus, markeerden het begin van de moderne geschiedschrijving. De centrale vraag die Herodotus zich stelde toen hij aan zijn Historiën begon, was: wat is de oorzaak van deze clash of civilizations?’

Het gebruik van deze actuele en toch ook beladen term is kenmerkend voor Hollands boek – de Nederlandse vertaling kreeg de zeer rake ondertitel ‘De eerste supermacht en de strijd om het Westen’ mee – dat bol staat van dergelijke kleine anachronismen.

Holland: ‘De gebeurtenissen die zich in mijn boek afspelen, staan zo ver van de hedendaagse lezer dat ik het noodzakelijk vond om termen als shock and awe en the axis of evil te gebruiken om de lezer aldus een kader aan te reiken waarin hij de gebeurtenissen uit de vijfde eeuw voor Christus kan plaatsen.’

Maar dat kan niet de enige reden zijn. In de inleiding van zijn boek vertelt Holland de anekdote van een vriend die als nieuwe geschiedenisleraar op een middelbare school in Engeland in 1999 besloot nu eens niet de nadruk te leggen op de verschillende dictaturen uit de twintigste eeuw, zoals te doen gebruikelijk, maar om juist te beginnen met de kruistochten. De leraar werd door zijn collega’s versleten voor een zonderling: waarom aandacht besteden aan zoiets obscuurs als de strijd tussen christenen en moslims in een donker tijdperk als de Middeleeuwen? Het antwoord kwam twee jaar later, toen twee vliegtuigen zich boorden in het World Trade Center in New York. Na deze anekdote is het moeilijk de waanzinnige overmacht waarmee eerst Darius naar Griekenland trok en daarna zijn zoon Xerxes – die in 473 voor Christus zelfs een brug over de Hellespont liet bouwen om zijn leger van, naar schatting, tweehonderdvijftigduizend man, snel naar Griekenland te kunnen verplaatsen – niet in het licht te zien van de militaire ‘invasie’ dan wel ‘bevrijding’ van Irak door de Amerikanen tijdens de eerste en tweede Irak-oorlog, door respectievelijk vader en zoon Bush. En niet voor niets speelt religie zo’n belangrijke rol in Perzisch vuur.

Holland: ‘De marxistische geschiedschrijving is lang toonaangevend geweest. Historici van deze stroming gingen vaak zo microscopisch te werk dat daarmee elk gevoel voor mysterie, dat leven zou kunnen blazen in hun verhaal, werd doodgeslagen. Religie als belangrijke factor voor het menselijk handelen werd door hen vreselijk veronachtzaamd. Vooral in Perzië was de cultus van Ahura Mazda, de god van het licht, die stond tegenover het kwaad, de duisternis, van wezenlijk belang voor de politiek van de Perzische koningen. Toen Athene in de prelude op de Eerste Perzische oorlog de Ioniërs steunde, Griekse bewoners van de westkust van Turkije en aldus behorend tot het Perzische rijk, werd dat door Darius beschouwd als een daad van bedrog die niet onbeantwoord kon blijven.’ Athene had zich immers eerder al in een ritueel symbolisch onderworpen aan de Grote Koning: ‘Athene had gelogen. En “liegen” had in het Perzische rijk een religieuze dimensie. De “leugen” werd geassocieerd met de duisternis, de waarheid was het licht van Ahura Mazda. Toen Xerxes tijdens de Tweede Perzische oorlog de Acropolis liet platbranden met de tempel die was gewijd aan Pallas Athene, was dat ook niet vanwege aangeboren wreedheid en barbaarsheid, karaktereigenschappen die Grieken de Perzen maar al te graag toedichtten, maar juist om de Acropolis te reinigen. Om de valse Athene te verjagen opdat de échte Athene, als representant van het licht, kon terugkeren.’

Beschouwden de Grieken de Perzen als wreed en barbaars, de grote koning Darius wordt in het Oude Testament bijna gezien als de Messias die de joden had bevrijd van het juk der Babyloniërs, die in 583 voor Christus de tempel van Jeruzalem hadden vernietigd. ‘Onder Darius werd de tempel weer herbouwd.’ Maar het beeld van de perfide Perziërs en de dappere Grieken heeft in het Westen geprevaleerd. Generaties studenten en scholieren die de Perzische oorlogen onderwezen kregen, wachtten met smart op het moment dat de Grieken bij Marathon, Plataea of Salamis de Perzen in de pan hakten. In de westerse overlevering zijn de Grieken de good guys en de Perzen de baddies.

Tom Holland: ‘De Palestijnse oriëntalist Edward Saïd vindt dat Herodotus een te gekleurd beeld heeft geschetst van de Perzen als wreedaards en de Grieken als de kampioenen van de vrijheid. Hij noemde Herodotus de eerste westerse imperialistische denker. Grote onzin, natuurlijk. Herodotus was juist een bijzonder objectieve historicus die zeer veel moeite deed om recht te doen aan de “waarheid”. Hij heeft echt gepoogd om zo objectief mogelijk de oorzaken van de Perzische oorlogen bloot te leggen en om de historische achtergronden van de verschillende volkeren uit de doeken te doen om de motieven voor hun handelen te verklaren. Zo was de grote koning der Perzen, Darius, er werkelijk van overtuigd dat hij het natuurlijke recht had op de wereldheerschappij en dat hij een moreel positieve kracht representeerde, het licht van Ahura Mazda. Daarbij had hij nauwelijks enige notie van de Grieken toen hij tegen hen ten strijde trok. Hij beschouwde het gebied als een opstandig buitengewest dat hij wel even zou onderwerpen aan zijn verlichte hegemonie. De Grieken echter keken aanvankelijk enorm op tegen de macht van Perzië. Het hele idee van het bestaan van een “Oost en West” is ontstaan tijdens de Perzische oorlogen.’

Om na de Renaissance, toen de klassieke Oudheid werd herontdekt, een eigen leven te gaan leiden: ‘De Renaissance ontstond in een tijd dat de Turken een grote bedreiging waren voor Europa. De Ottomaanse legers wisten door te dringen tot aan de poorten van Wenen. De waardering voor Sparta en Athene als kampioenen van het Westen kun je daarom ook zien in het licht van de angst voor de islam.’

Na de Verlichting kregen Sparta en Athene weer een nieuwe dimensie in het Westen.

Tom Holland: ‘Het hele idee van educatie, van kinderen die naar school gaan, is afkomstig van het oude Sparta, waar kinderen, zowel jongens als meisjes, al op jeugdige leeftijd hun families moesten verlaten om door de gemeenschap te worden opgevoed.’

Dat betekende ook dat Spartaanse jongens en meisjes vanaf hun twaalfde tot hun achttiende ‘bezit’ waren van de gemeenschap en dat volwassen bokkige Spartanen gerechtigd waren om, wanneer zij dat wensten, een jongen of meisje hun tent in te trekken om ermee te spelen. Perzisch vuur kent veel van dergelijke anekdotes. Maar de centrale vraag die Holland zich stelt, is dezelfde als die van Herodotus: de oorzaak van de strijd tussen het Oosten en het Westen: ‘Na 9/11 wordt deze vraag opnieuw gesteld maar dan: waarom haten zij ons?’ Want de angst voor de islam heeft deze dagen een nieuw élan gekregen: ‘Dat blijkt wel uit de opmerking van Bush dat wij een “kruistocht” voeren tegen het kwaad. Een ongelukkig gekozen woord. Die kruistochten hadden in wezen weinig te maken met de strijd tussen het christendom en de islam. Het was gewoon een bezigheidstherapie voor lage Europese adel die wat rijkdom bij elkaar wilde plunderen. Als het ze echt was gegaan om de verdediging van het christendom, het bevrijden van het Heilige Land, hadden ze wel nagelaten om ook het christelijke Byzantium helemaal leeg te roven en plat te branden.’

Holland constateert dat de Perzische oorlogen ook nu weer worden ingezet in de ideologische strijd tussen ‘Oost en West’: ‘Aan de vooravond van de tweede Irak-oorlog kreeg Bush bezoek van een aantal Amerikaanse classici, die vonden dat Amerika als een soort modern Athene, de bakermat van de democratie, ten strijde moest trekken tegen Irak. Je kunt je echter afvragen of Amerika een nieuw Athene vertegenwoordigt of een nieuw Perzië. Want ook Bush gelooft, net als de grote koning Darius, heilig in het idee dat Amerika een moreel positieve kracht representeert die de plicht heeft haar benevolente heerschappij over de rest van de wereld te verspreiden.’ Vooralsnog gaat hem dat niet goed af: ‘Ik weet niet of het iets zal helpen indien Bush Herodotus leest. Het is natuurlijk een lunatic. Ik beschouw hem ook meer als een mislukte Byzantijnse keizer dan als een Perzische koning.’