David P. Barash en Nanelle R. Barash

De eierstokken van madame Bovary

tekening: Dick Tuinder
Waarom wemelt het in de wereldliteratuur van jaloerse mannen en overspelige vrouwen? Vanuit de evolutionaire literatuurtheorie komt een even onverwacht als logisch antwoord.

Medium eierstokken

David P. Barash en Nanelle R. Barash
Madame Bovary’s Ovaries: A Darwinian Look at Literature
Bantam Dell, $ 24.00

Darwins evolutietheorie staat, anderhalve eeuw na dato, nog zo stevig als een huis. Alternatieve theorieën zijn er niet. Tegenwerpingen van de kant van creationisme en Intelligent Design zijn zo lachwekkend dat daaraan geen woord hoeft te worden vuilgemaakt. Volgens de bekende Amerikaanse psycholoog Daniel Dennett is de evolutieleer ‘the greatest idea, ever’. De evolutieleer heeft zich sinds Darwin voortdurend ontwikkeld. Het idee van de ‘survival of the fittest’ wordt niet langer van toepassing geacht op soorten of groepen, maar op ‘genen’. De drijvende kracht achter de evolutie is, volgens de huidige geleerden, de drift waarmee genen zich kopiëren. Niet wij, mensen, reproduceren ons via onze genen; het zijn de genen die zich reproduceren via ons. Wij zijn, in de woorden van Richard Dawkins (The Selfish Gene) ‘their survival machines’.

De kracht van de evolutieleer blijkt ook uit het vermogen om als model te dienen voor talloze andere wetenschappen. Het sociaal darwinisme, de veronderstelling dat Darwins biologische theorie net zo werkte voor de verhouding tussen sociale klassen, is daarvan het oudste voorbeeld. Maar er bestaat tegenwoordig ook een evolutionaire geschiedschrijving, een evolutionaire economie, antropologie, ecologie en, meest recentelijk, een evolutionaire psychologie. De evolutionaire psychologie probeert menselijk gedrag te verklaren op grond van inzichten ontleend aan de evolutietheorie. Uit deze hoek is Madame Bovary’s Ovaries afkomstig. De auteurs, David en Nanelle Barash, werpen een evolutionair psychologisch licht op beroemde werken uit de wereldliteratuur. Aan de lijst van de op Darwin geïnspireerde wetenschappen voegen ze de evolutionaire literatuurtheorie toe.

Jaloezie is een veel voorkomend thema in de wereldliteratuur, denk aan de Odyssee (Odysseus’ wraak op de vrijers van Penelope), aan Marcel Prousts Op zoek naar de verloren tijd, aan Shakespeares Othello. Waarom gaat het in die werken steeds om mannen? Dat komt, zeggen de auteurs, omdat mannen veel meer te verliezen hebben bij ontrouw van hun partner dan vrouwen. Vrouwen lopen bij ontrouw van hun echtgenoot het risico dat deze zijn opvoedende taken zal verzaken. Dat is een kleinigheid vergeleken bij het gevaar dat mannen lopen bij ontrouw van hun vrouw, namelijk dat hun vrouw een kind van iemand anders ter wereld brengt. Als hun dat overkomt zijn ze dubbel gedupeerd, doordat hun eigen genen buiten spel zijn gezet, en ze de genen van de concurrent bevorderen. Vandaar dat mannetjesdieren allerlei tactieken hebben ontwikkeld om wijfjes te monopoliseren. Mannetjeshaaien spoelen een vrouwtjeshaai schoon alvorens er hun sperma in te deponeren. Leeuwen en apen vormen harems waarin dominante mannetjes hun wijfjes afschermen tegen indringers. Zo’n haremstructuur ligt dichter bij onze menselijke natuur dan de monogamie die in onze cultuur is voorgeschreven. Dominante mannetjes, zoals Othello, worden dan ook beperkt in hun natuurlijke neiging tot haremvorming, en moeten zich tevreden stellen met slechts één vrouw, in Othello’s geval Desdemona. Vandaar dat Othello, ‘a silverback if ever there was one’, overmatig jaloers is op zijn vrouw. Vandaar dat een vonkje achterdocht voldoende is om hem te laten ontploffen, Desdemona te vermoorden, en zichzelf van het leven te beroven als hij er achter komt dat haar geen enkele blaam treft.

Madame Bovary’s Ovaries is opgezet volgens een achttal thema’s: jaloezie, wat vrouwen eigenlijk willen, wat mannen eigenlijk willen, overspel, familierelaties, stiefkinderen, ouder-kindconflict en vriendschap. Het hoofdstuk over overspel vormt een aardige tegenhanger van dat over de jaloezie. Overspel wordt net zo vanzelfsprekend met vrouwen geassocieerd als jaloezie met mannen. Hoe komt dat? Hoe komt het dat vrijwel alle culturen met twee maten meten als het om overspel gaat? Dat overspel beschouwd wordt als een halsmisdrijf als het om vrouwen gaat, en schouderophalend wordt afgedaan als het om mannen gaat? Waarom klampen mannen zich vast aan het idee dat vrouwen monogaam (moeten) zijn? De feiten spreken het tegen. Uit onderzoek naar in paartjes levende diersoorten blijken vrouwtjes achter de rug van hun mannetjes vreemd te gaan met hordes minnaars. Schokkend bewijst dna-onderzoek naar menselijk kroost dat het bij mensen al niet anders is: van veel kinderen is de biologische vader een ander dan de vader wiens naam ze dragen. De vraag is nu: wat drijft vrouwen ertoe om zich, ondanks alle gevaren, toch tot overspel te laten verleiden? Wat hebben ze erbij te winnen? Ze winnen daar, zegt de evolutionaire psychologie, twee dingen bij. Allereerst hopen ze op betere genen voor hun nageslacht dan hun echtgenoot hun kan bieden. In de tweede plaats hopen ze dat een kind van hun aantrekkelijke, sexy minnaar net zo aantrekkelijk en sexy zal zijn als die minnaar zelf, zodat het zich beter zal kunnen weren in de reproductiestrijd. Dat zijn de redenen waarom gerespecteerde echtgenotes als Madame Bovary, Anna Karenina en Effie Briest hun positie en hun leven in de waagschaal stellen voor buitenechtelijke avonturen. Ze zijn getrouwd met een man die hun bescherming biedt, een goede vader is, over een maatschappelijke positie beschikt, maar die zich qua sex-appeal niet kan meten met jonge minnaars. Het is dus heel verleidelijk voor Emma, Anna en Effie om deze maatschappelijke zekerheid te combineren met superieur genetisch materiaal. Ze streven naar ‘the best of both worlds’. Een en ander bevestigt nog maar eens dat mannen alle aanleiding hebben om jaloers te zijn. Genetisch gezien is het namelijk rampzalig als ze worden ‘gekoekoekt’. Het Franse ‘cocufié’ en het Engelse ‘cuckolded’ zijn allebei afgeleid van de koekoeksvogel en na het voorafgaande begrijp je direct waarom overspel in deze landen zo wordt genoemd, want voor een man is er niets ergers dan wanneer er een koekoek in zijn nestje wordt gelegd.

In leeuwen- en apengemeenschappen worden dominante mannetjes op een zeker moment verjaagd door een jongere rivaal. Het eerste wat deze nieuwe leider doet als hij bezit neemt van zijn nieuw verworven harem is alle jongen vermoorden. Zulke hartverscheurende taferelen zijn het gevolg van een onwrikbare genetische logica. De nieuwe leider vernietigt de genen van zijn voorganger en hij maakt de wijfjes ontvankelijk voor de zijne: een dubbel genetisch voordeel. Dergelijke praktijken in het dierenrijk leren ons dat ouderschap berust op de zorg die dieren besteden aan de bevordering van hun eigen genen en de uitschakeling van vreemde. Deze ontnuchterende visie vormt de achtergrond van de talloze stiefkinddrama’s in literatuur en mythologie, van Harry Potter en Oliver Twist tot Assepoester. Gelukkig maken de mensen het niet zo bont als de dieren. De beschaving, zegt Barash, heeft een matigend effect op natuurlijke impulsen en onderscheidt ons als mensen van de instinctief handelende dieren. Ik heb daar zo mijn twijfels over. Onderzoek wijst uit dat stiefkinderen veertig tot zestig procent meer kans hebben dan biologische kinderen om te worden verwaarloosd, misbruikt en vermoord. De behandeling van stiefkinderen in het dierenrijk verklaart en onthult waarom ook stiefkinderen in het mensenrijk in de hoek zitten waar de klappen vallen.

In Centraal- en Zuid-Amerika leeft een vleermuizensoort die ‘vampier’ wordt genoemd. Het dier dankt zijn naam aan het feit dat het zich voedt met het bloed van vee. ’s Nachts vliegen de vampiers uit, besluipen hun prooidieren, maken een wondje met hun vlijmscherpe tandjes en zuigen daar bloed uit. Dat is een precaire operatie. Een derde van de vleermuizen keert terug met een lege maag. En dat terwijl ze vijftig tot honderd procent van hun lichaamsgewicht aan bloed nodig hebben, en verhongeren als ze meer dan twee nachten achtereen niet hebben gegeten. Observaties van biologen leren nu dat vampiers belangengroepen vormen, hechte associaties die jarenlang in stand blijven en die daarop berusten dat leden van de groep die voedsel hebben gevonden bloed afstaan aan groepsleden die dat niet is gelukt. Dit gedrag vormt de basis van vriendschap, zoals we die ook onder mensen kennen. Vriendschap berust op de uitwisseling van diensten volgens het Romeinse principe ‘do ut des’: ‘ik geef jou iets opdat jij mij iets teruggeeft’. Dat principe moet verder voldoen aan de voorwaarde dat de kosten lager zijn dan de baten. Een vleermuis die met een vol buikje terugvliegt naar zijn boom kan zich makkelijk veroorloven om een slokje of wat af te staan aan een hongerig vriendje. De ‘kosten’ zijn relatief laag, de winst voor de ontvanger is daarentegen heel hoog. Welnu, dit principe vormt de grondslag van de omvangrijke literatuur over vriendschap, waarvan De drie musketiers waarschijnlijk het bekendst is. De musketiers helpen elkaar door dik en dun, maar hun vriendschap is niet belangeloos. Ze berust op een ingewikkelde boekhouding waarbij de ‘uitgaven’ in balans worden gebracht met de ‘inkomsten’. Als u drie jaar achtereen kerstkaarten hebt gestuurd aan een vriend, maar er nooit een terug heeft ontvangen, dan is de kans groot dat u ermee stopt omdat ‘niet alles van één kant kan komen’. Er is veel intelligentie nodig om zo’n ingewikkelde boekhouding bij te houden. Vriendschap komt dan ook alleen voor bij intelligente dieren, zoals vleermuizen en mensen.

De auteurs laten zich zo nu en dan lovend uit over menselijk gedrag dat zich onttrekt aan de natuurlijke patronen die ze met zoveel overtuiging beschrijven. Ze prijzen menselijk altruïsme als een eigenschap waarmee mensen zich positief onderscheiden van dieren. Ik verbaas me daarover. Als er één boodschap luid en duidelijk overkomt uit dit leuke en leerzame boek is het wel dat vriendschap, ouderliefde, familiebanden en altruïsme feitelijk berusten op vormen van genetisch egoïsme. Wat vriendschap betreft bevestigt Madame Bovary’s Ovaries de visie van François de la Rochefoucauld, die ooit opmerkte: ‘Wat de mensen vriendschap noemen is in werkelijkheid een partnerschap waarbij belangen wederzijds worden gespaard en goede diensten worden uitgewisseld. Het is al met al een vorm van handel waarbij het eigenbelang altijd iets hoopt te winnen.’