Het einde van Amerika

De electrografische droom

Nu Amerika niet meer zomaar uit het niets rijkdom te voorschijn kan toveren, staat het land een toekomst van neergang te wachten. Omdat dit in tegenspraak is met de stichtingsmythe van Amerika – de droom van de wereldse redding – wordt dit feit onderdrukt en ontkend.

Medium floristilanus

‘En zo arriveerden zij in het elektrische paradijs (…) Een meer van neonlichten vormde een glinsterende corona, mijlen van buisverlichting liepen langs de portieken van de casino’s, gleden langs de muren van de hotels omhoog en verdwenen in zachtklaterende watervallen. Onder de azuurblauwe lucht, die nu zo donker was dat de kleur uit hun gezichten was verdwenen, bood deze voormalige gokstad een aanblik zo onwerkelijk als een electrografische droom.’

In deze passage uit de roman Hello America van J.G. Ballard, voor het eerst verschenen in 1981, komt een team onderzoekers in Las Vegas aan, de hoofdstad van wat ooit de Verenigde Staten van Amerika waren. Na een abrupte wereldwijde klimaatomslag is het Amerikaanse continent overgenomen door regenwoud en woestijn. Als ze New York binnen­zeilen, treffen de onderzoekers – voor het merendeel afstammelingen van Amerikanen die naar Europa zijn gevlucht, aangelokt door de veiligheid van economieën gebaseerd op rantsoenering, genationaliseerde industrieën en een gecentraliseerde overheid – een uitgestorven stad aan. De straten van Manhattan, verstopt met zand, lijken gevuld met goud, als het middaglicht de buitengevels van de wolkenkrabbers verandert in grote bronzen spiegels. Bij de nadering van de haven komt het stoomschip langs een beeld van een enorme liggende vrouw, die steunt op een betonnen plint onder water. Haar grijze gezicht wordt omspoeld door de golven. Het Vrijheidsbeeld, vergeten in de bewoonde wereld, waar Amerikaanse migranten zijn geassimileerd of opgesloten in getto’s, werd door de expeditie aangezien voor een plaatselijke zeegod.

Als de expeditie ontscheept, komt ze erachter dat ‘de mooiste stad van de twintigste eeuw, het hart van de wereld van de internationale financiële markten, de industrie en het vermaak’ een spookstad is geworden. Bewaard gebleven aan de rand van de woestijn is New York net zo ver van de echte wereld verwijderd als Pompeï of Persepolis. Zonder de menselijke bevolking, die de monumenten van Europa onderhoudt, is de stad gekoloniseerd door woestijnplanten. Een reuzencactus waakt over Times Square. Later, als de expeditie Washington bereikt, ziet ze dat het Capitool beschadigd en omgevallen is, de grote koepel doorboord en ingestort.

Als de expeditie over het Noord-Amerikaanse vasteland reist, stuit zij op restanten van zijn oude bevolking, die leven als stammen van jagers-verzamelaars. Op weg naar het hart van het continent trekt de expeditie door het met oerwoud bedekte binnenland en bereikt Las Vegas, het persoonlijke koninkrijk van Charles Manson, een patiënt die is ontsnapt uit een psychiatrisch ziekenhuis dat door Amerikaanse vluchtelingen was opgezet in het Berlijnse Spandau, en de zelfbenoemde president van de Verenigde Staten. In feite was de laatste Amerikaanse president de vroegere gouverneur van Californië, Gerry Brown, die samen met het Hooggerechtshof en het Congres naar Berlijn was uitgeweken om een Amerikaanse regering in ballingschap op te zetten en vervolgens – toen Amerika al lang vergeten was en de ballingen relicten waren geworden van een verloren gegane wereld – vertrok om een leven van afzondering te leiden in een zen-klooster in Japan. Op dat moment werd het presidentschap opgeheven en hielden de Verenigde Staten op te bestaan.

Na het begin van de klimaatomslag was Las Vegas net als de rest van Amerika leeggelopen. ‘De verlaten gokhoofdstad, half ondergedompeld in een meer van door regen gegeseld water, de roulettes tot stilstand gekomen, de stervende lichten van zijn hotels weerspiegeld in de weiden van de verdronken woestijn, een gewelddadige spiegel die al het falen en de hele vernedering van Amerika reflecteerde.’ Bewaakt door een militie van jonge Mexicanen met ‘een speciale minachting voor de proto-Amerikanen, die ze als gedegenereerde aboriginals zagen’, beschikt Las Vegas over een energiebron – een kerncentrale die door de leden van een eerdere Europese expeditie is gerenoveerd. De energiebron stelt Manson in staat er een vloot helikopters op na te houden en robotversies te bouwen van de vroegere presidenten van Amerika. Hij laat ook een show over Americana samenstellen, die door de Europese expeditie vanuit de Desert Inn wordt gadegeslagen. Ingeleid door een driedimensionaal hologram van Mickey Mouse, zo hoog als een wolkenkrabber, slingert een lichtshow kolossale beelden de nachtlucht in – ‘Superman en Donald Duck, Clark Gable en de Incredible Hulk, een Coca-Cola-fles van twintig verdiepingen hoog, het Starship Enterprise als een vliegende olieraffinaderij, met allemaal zilveren pijpleidingen en cilinders, een dollarbiljet zo groot als een voetbalveld en met de kleur van het puurste kunstgras’. De rest van het continent blijft zonder stroom zitten, als gevolg van de chronische energiecrisis die de wereld vanaf het eind van de twintigste eeuw in zijn greep heeft. Dus het is in Las Vegas, een ‘stad van oude gokkers’, dat Ballard Amerika een begin laat maken met het vernieuwen van zichzelf, als de leden van Mansons militie veranderen in glimlachende jonge piloten, die in glazen, op libellen lijkende constructies vliegen, uit de jungle opstijgen en zich westwaarts naar Californië begeven.

Ballards beschrijving van een post-Amerikaanse wereld bestaat uit een scala van visionaire beelden, maar is geen voorspelling. Hoewel de positie van Amerika in de wereld de afgelopen jaren misschien onomkeerbaar is veranderd, hebben de fysieke omstandigheden van het land geen grote veranderingen ondergaan. Tegelijkertijd blijft Ballards visie in meerdere opzichten opmerkelijk profetisch. Er heeft zich dan misschien (nog) geen mondiale energiecrisis voorgedaan, veel oorlogen van de afgelopen twintig jaar zijn veroorzaakt door pogingen om de olietoevoer veilig te stellen. De eerste Golfoorlog van 1990/91 was eenvoudigweg een olie-oorlog, terwijl olie ook een beslissende factor was bij de invasie van Irak en waarschijnlijk ook bij de escalatie van de westerse interventie in Libië. Er heeft zich (nog) geen plotselinge, alomvattende klimaatverandering voorgedaan, maar er kan niet aan worden getwijfeld dat de opwarming van de aarde een feit is. De breekbaarheid van de industriële samenleving is niet verminderd. Integendeel: naarmate het aantal mensen en de roofbouw die op de planeet wordt gepleegd toenemen, groeit ook het risico van een grootschalige ineenstorting.

De relevantie van Ballard voor wat we nu zien gebeuren is echter niet als een profeet van de ecologische ondergang, maar eerder als een helderziende op het gebied van de Amerikaanse Droom. De Amerikaanse neergang is bijna tastbaar en het anti-Amerikanisme neemt – bij wijze van dubieus compliment – navenant af nu de wereld zijn belangstelling verliest voor het droombeeld dat Amerika ooit over zichzelf wist op te roepen. Het grootste deel van de afgelopen eeuw hebben spookbeelden van de Amerikaanse verbeelding door de wereld gewaard. Dit waren niet alleen de verschijningen die door Hollywood waren geschapen, of consumptiesymbolen als Coca-Cola. Het droombeeld dat Amerika van zichzelf had opgeroepen werd geëxporteerd, soms met geweld, naar culturen die die droom nooit hadden gedeeld. Het is een onderdeel van de Amerikaanse stichtingsmythe om te denken dat de hele mensheid van oorsprong Amerikaans is en alleen maar iets anders is geworden door het zware gewicht van het verleden. Vervuld van christelijke dromen van de Apocalyps geloofden de eerste Amerikanen – de Europese kolonisten, niet de inheemse volkeren van het land – dat ze iets nieuws aan het scheppen waren. De Amerikaanse droom was niet eenvoudig die van een minderheid van andersdenkende christelijke gelovigen die in de Oude Wereld werden vervolgd of genegeerd. Het was een droom van mensen uit de hele wereld: een droom van een wereldse redding, dankzij een breuk in de loop van de geschiedenis.

Meer dan enig ander land vandaag de dag is Amerika gevormd door het geloof dat het de toekomst belichaamt. Als een telkens terugkerend thema in de Amerikaanse geschiedenis heeft dit geloof de brandstof geleverd voor het zendingsgerichte kapitalisme dat opdook in het kielzog van de ineenstorting van de Sovjet-Unie. De kortstondige bloei van een paar jaar na het begin van de nieuwe eeuw was als alle andere bloeiperiodes, doordat het leek of zij altijd zou blijven bestaan. Maar in Amerika voedde deze bloei een nog dieper gewortelde illusie: Amerika was bezig de wereld te herscheppen naar zijn evenbeeld, nu het Amerikaanse kapitalisme alle andere economische systemen was gepasseerd en zou gaan vervangen.

In feite markeerde de ondergang van de Sovjet-Unie juist het begin van een lange terugtocht van Amerika en het Westen. Zij betekende het verdwijnen van het marxisme als toonaangevende ideologie. Hoewel het door Amerika opgelegde beleid van ‘shocktherapieën’ de jaren na de val van het communisme moeilijker heeft gemaakt dan ze hadden hoeven zijn, heeft het er nooit ingezeten dat Rusland een soort liberale markteconomie zou worden, zoals de Verenigde Staten propageerden. De ontwrichtingen die de centrale planning had teweeggebracht – inclusief de enorme schade aan het milieu – waren domweg te groot, terwijl er geen juridische infrastructuur voor een markteconomie bestond. Een derde of een nog groter deel van de sovjeteconomie was een verouderd militair-industrieel complex, dat niet kon worden geprivatiseerd omdat het meeste ervan onbruikbaar was. Ruim zeventig jaar communisme kon niet in een paar jaar of binnen één generatie worden uitgewist.

Op een fundamentelere manier stond ook de geschiedenis van Rusland zelf een andere ontwikkeling in de weg. Het communisme was slechts één van diverse onsuccesvolle pogingen om het land op een moderne westerse leest te schoeien. Lenin nam een project over dat was begonnen door Peter de Grote en Catharina de Grote. Het was slechts het uitzinnige triomfalisme van de tijd na de val van de Muur dat westerse neoliberalen kon laten denken dat zij wel zouden slagen waar deze Russische leiders faalden. De Russische cultuur had zich al van het Westen gedistantieerd toen het orthodoxe christendom zich afkeerde van de kerk van Rome. Als staat is Rusland altijd een Euraziatische macht geweest. De herhaalde pogingen tot verwesterlijking, die altijd uitgingen van de top, konden de ambivalentie van het land over zijn plaats in de wereld niet wegnemen.

De val van het communisme was het tegenovergestelde van het einde van de geschiedenis. Zoals duidelijk bleek, betekende het einde van de Sovjet-Unie een terugkeer naar een oudere geschiedenis die nooit helemaal was verdwenen. Teruggrijpend naar zijn eeuwenoude ambivalentie móest Rusland zich wel ontwikkelen tot een hybride staat die zich niet in enig westers model liet vangen.

Westerse leiders hebben hun beleid gebaseerd op een visie op de toekomst van Rusland die volslagen illusoir was. Maar het beeld dat ze van hun eigen samenlevingen koesterden, was al net zo bedrieglijk. Het kapitalisme dat op postcommunistisch Rusland werd geprojecteerd, was van een type dat in het Westen zelf nooit had bestaan. Vanaf haar ontstaan aan het begin van de negentiende eeuw in Engeland was de vrije markt altijd een creatie van de staatsmacht geweest – en nergens méér dan in Amerika. Hun industriële basis ontwikkelend achter een protectionistische muur, waren de VS er altijd voor teruggeschrokken zich open te stellen voor de wereldmarkt. De mondialisering werd door Amerika gepredikt op voorwaarde dat de VS haar niet zelf in de praktijk hoefden te brengen. Maar tijdens de laatste paar decennia van de twintigste eeuw lieten de VS zich plotseling wél in met een ander soort mondialisering: de industriële productie werd uitbesteed en de goederen die het land ooit zelf had geproduceerd, werden nu uit China betrokken. De economie schakelde over van productie naar een met kredieten gefinancierde consumptie. De kern van dit op schulden gebaseerde hyperkapitalisme was niet het vervaardigen van dingen uit weerbarstige materie, maar het te voorschijn toveren van rijkdom uit het niets. Tegelijkertijd was dit nieuwe Amerikaanse kapitalisme zeer afhankelijk van andere landen – met name China – die de Amerikaanse staatsschuld moesten blijven financieren. Het wereldveroverende Amerikaanse kapitalisme van de millenniumwende was een luchtspiegeling, gebaseerd op Chinese kredieten.

De uiteindelijke financiële ineenstorting van Amerika, begonnen in de zomer van 2007, is ons voorgespiegeld als een tekortkoming van het risicobeheer in de bankensector. Maar er was iets diepgaanders aan de hand: het was een ontkenning van de werkelijkheid. Op alle niveaus van de samenleving geloofden de Amerikanen dat hun model van kapitalisme en democratie zich over de hele wereld zou verspreiden; de apocalyptische mythe van de stichters van de Amerikaanse staat zou eindelijk werkelijkheid worden. Een groot deel van hun geschiedenis hadden de VS de neiging gehad zich van de rest van de wereld te isoleren. Maar in de laatste tien jaar van de twintigste eeuw had het er – tijdelijk, en alleen maar in Amerikaanse ogen – alles van weg dat de wereld de Amerikaanse droom eindelijk wilde omarmen.

In werkelijkheid was de wereld Amerika aan het inhalen. Snel opkomende landen vergaarden op grote schaal nieuwe rijkdom, maar niet door het Amerikaanse model te omarmen. Het Chinese kapitalisme ontbeert de kenmerken die door hele generaties neoliberalen van essentieel belang werden geacht voor het bereiken van een duurzame economische groei, zoals een cultuur van individualisme. Toch heeft China de grootste en de snelste industrialisering uit de geschiedenis verwezenlijkt, en ook na de financiële crisis van 2007 is China blijven groeien. India heeft een tragere, maar niet minder opmerkelijke opmars gekend, terwijl Brazilië zich midden in een buitengewoon transformatieproces bevindt. In de oude wereld van Europa is Duitsland – met weer een heel ander kapitalistisch model – te voorschijn gekomen als de succesvolste ontwikkelde economie, terwijl de landen van Noord-Europa een voorspoed genieten die de meeste Amerikanen zich nauwelijks kunnen voorstellen.

Dit betekent niet dat de snel opkomende landen in staat zullen zijn zich volledig te onttrekken aan de effecten van de financiële crisis die Amerika en het Westen heeft getroffen. Ook Duitsland of de Scandinavische landen zullen niet immuun zijn voor de gevolgen van een ineenstorting van de eurozone. Europa was net zo bevangen door het delirium van de kredietbloei als Amerika. Niettemin was het vooral in de ontwikkelings­landen en delen van de Oude Wereld dat er de afgelopen decennia welvaart is geschapen – en deze welvaart is niet teweeggebracht door het volgen van het Amerikaanse model, maar juist door het negeren ervan.

Terwijl andere landen rijker werden, werd Amerika steeds armer. De inkomens van de meeste Amerikanen zijn tientallen jaren gelijk gebleven. Er werd een schijnbeeld van voorspoed gecreëerd, terwijl er productieve middelen over de balk werden gegooid. Een superrijke minderheid stak de opbrengsten van de groei in eigen zak, terwijl de meerderheid van de bevolking steeds harder moest werken om te voorkomen dat zij armer werd. Voor grote delen van de bevolking werd het hebben van diverse onzekere banen de norm. De contouren van de nieuwe Amerikaanse economie werden duidelijk zichtbaar: een systeem waarin de middenklasse niet langer bestaat en de meeste mensen een bestaan leiden in een ‘schaduwwereld’ van scharrelbaantjes, illegale industrieën, drugshandel, sekswerk en ‘garage sales’ – een postmoderne plantage-economie waar op iedere hoek van de straat schuldenslavernij bestaat.

Volgens sommige schattingen zou de ongelijkheid in Amerika na het begin van de 21ste eeuw wel eens net zo groot of groter kunnen zijn dan in de op slavernij gebaseerde economie van het keizerlijke Rome van de tweede eeuw na Christus. Maar er zijn ook verschillen. Het huidige Amerika is minder stabiel dan het keizerlijke Rome. De omvang van het federale overheidstekort, dat is toegenomen na de financiële crisis, is slechts houdbaar zolang China blijft doorgaan met zijn beleggingen in Amerikaanse staatsobligaties. De infrastructuur rot weg, terwijl de bevolking steeds minder kan. Maar het belangrijkste en meest onoverkomelijke probleem van het kapitalisme-Amerikaanse stijl zou wel eens de afnemende winstgevendheid van de schuldenslavernij kunnen zijn. De schijnbare welvaart van het tijdperk van vóór de crisis – eerder het product van financiële tovenarij dan van productieve beleggingen – is aan het verdwijnen.

Niet alleen in vergelijking met de ontwikkelingslanden, maar ook in absolute termen staat Amerika een toekomst van neergang te wachten. Omdat dit in tegenspraak is met de fundamentele stichtingsmythe van Amerika wordt dit feit onderdrukt en ontkend. Uit de geschiedenis blijkt dat beschavingen lijken op individuele mensen: ze ontwikkelen zich tot een zekere rijpheid en raken dan weer in verval. Maar de geschiedenis – zo hebben de Amerikanen geleerd te geloven – is iets wat zich elders afspeelt. Amerika heeft grote, ontwrichtende perioden van tegenslag gekend – de bloedige burgeroorlog die van het land een moderne staat heeft gemaakt, en de Depressie van de jaren dertig, waaruit ontsnappen louter mogelijk was door zich te mobiliseren voor de Tweede Wereldoorlog. Maar deze dramatische episodes worden gezien als een bevestiging van de dominante trend. Het feit dat Amerika deze gebeurtenissen heeft overleefd wordt gezien als bewijs dat het land niet achteruit kán gaan. Dit is een schoolvoorbeeld van wat psychologen ‘cognitieve dissonantie’ noemen – het proces waarbij een geloofssysteem overeind wordt gehouden door feiten en ervaringen die ermee in tegenspraak zijn weg te filteren of te herdefiniëren. Maar het is onduidelijk hoe lang deze dissonantie kan worden volgehouden voordat ze zelf een nog snellere neergang veroorzaakt.

Het is niet alleen de massale armoede die het moeilijk maakt om in de nieuwe Amerikaanse economie te leven. In de VS is meer dan waar ook ter wereld het geloof dat het leven van ieder persoon een verhaal van vooruitgang kan zijn een integraal onderdeel van de psyche geweest. In Europa was dit geloof het fundament van burgerlijke instellingen als carrière en beroep, een zichzelf definiërende vorm van betrokkenheid die zich in de loop van het werkzame leven ontwikkelde. In de VS werd dit klassieke burgerlijke zelfbeeld aangevuld door het meer romantische idee dat een persoon wordt gedefinieerd door zijn of haar opeenvolgende projecten – een carrière van levenslang ondernemerschap.

De nieuwe economie heeft van beide verhalen geen spaan heel gelaten. Het geloof dat het leven een opeenvolging van fasen kan zijn, waarbij elke fase op een of andere manier een verbetering is ten opzichte van de vorige, staat los van het onsamenhangende en voorwaardelijke bestaan dat vrijwel iedereen nu moet accepteren. Het gemeenschappelijke lot is een toestand van chronische onzekerheid – een levensvorm die lijkt op het proletarische bestaan dat door Marx wordt beschreven, zij het op een hoger consumptieniveau en tegelijkertijd veel afhankelijker van schulden. Dit is het omgekeerde van embourgeoisement – de verspreiding van de gewoonten en verwachtingen van de middenklasse door de hele maatschappij, die in veel post-marxistische sociale theorieën werd voorspeld.

In de wereld van de bourgeoisie was ieder leven de recapitulatie van een vooruitgang die zich zogenaamd voordeed in de samenleving op grotere schaal. Individuen en gezinnen spaarden en vergaarden kapitaal; zij vergaarden ook kennis door onderwijs en beroepsopleidingen te volgen. In het nieuwe kapitalisme dat zich na de kredietbloei heeft gemanifesteerd worden vooral schulden vergaard, terwijl onderwijs eigenlijk irrelevant is geworden, of soms zelfs een belemmering voor het soort werk dat de meeste mensen nu moeten zoeken. Het bourgeois-leven blijkt iets te zijn wat het kapitalisme Amerikaanse stijl zich niet langer kan permitteren.

Amerika beweegt zich in feite in rap tempo terug naar het verleden – niet het eigen verleden, maar dat van sommige derdewereldlanden. In een omgekeerde versie van economische ontwikkeling kopiëren de VS de omstandigheden van grote sociale verschillen en politieke corruptie, die tientallen jaren geleden in een groot deel van Latijns-Amerika hebben bestaan. Deels als gevolg van de wurggreep van de financiële instellingen zit het politieke proces muurvast. Buiten de formele politiek is de Occupy-beweging ten tonele verschenen als uitdager van het kapitalisme dat zich de afgelopen decennia heeft ontwikkeld. Maar de Occupy-beweging heeft geen invloed op het beleid of een helder programma voor verandering, zodat het proces van omgekeerde ontwikkeling zich lijkt te zullen voortzetten.

Ironisch genoeg wordt deze trend van brandstof voorzien door hetzelfde proces van ‘cognitieve dissonantie’ dat ieder zicht op een neergang aan het oog onttrekt. In samenhang met de wurggreep van de financiële sector op de overheid worden politieke veranderingen in Amerika tegengewerkt door de kracht van de Amerikaanse stichtingsmythe. Anders dan de Occupy-beweging heeft de Tea Party aanzienlijke politieke invloed – en niet alleen omdat zij beter is gefinancierd. Gevoed door deze specifiek Amerikaanse mythe weet de Tea Party beter door te dringen tot de onbewuste dromen en nachtmerries van het land dan enige oppositie­beweging. Voorstanders van de vrije markt hebben altijd vrijheids­idealen aangeroepen ter ondersteuning van een economisch systeem dat af en aan, en slechts voor korte perioden, in een paar landen van de wereld heeft bestaan. Het is alleen in Amerika dat deze ideologen zich kunnen beroepen op een oorsprong in een denkbeeldig tijdperk van deugdzaamheid, toen er sprake was van échte vrijheid in ongerepte omstandigheden.

Gesteund door het fundamentalistische christendom, in de VS een sterkere kracht dan in welk ander ontwikkeld land dan ook, vat deze stichtingsmythe het verhaal samen van Amerika als een door God uitverkoren land waar een staat van vrijheid moet worden verwezenlijkt. In werkelijkheid hebben de VS vrije markten slechts van tijd tot tijd gesteund, maar het geloof dat vrije markten de vrijheid van de mens belichamen is in de Amerikaanse cultuur ingebed als nergens anders ter wereld. Het concept is echter in scherpe tegenspraak met de feiten van het Amerikaanse leven, zoals het gegeven dat één op de zes Amerikanen is aangewezen op voedselbonnen en dat de VS percentueel meer gevangenen tellen dan welk land ter wereld ook. Maar het is juist deze ‘onwerkelijkheid’ die de mythe van de Amerikaanse vrijheid haar kracht geeft, want zij stelt degenen die erin meegaan in staat de processen uit hun gedachten te bannen die feitelijk vorm geven aan hun levens.

De politieke gevolgen van acute ‘cognitieve dissonantie’ zijn onvoorspelbaar. Maar er zou heel goed een periode van electorale waanzin kunnen aanbreken. Net zoals individuen soms in een psychose terecht kunnen komen als ze proberen zich aan te passen aan extreme omstandigheden gebeurt dat soms ook met samenlevingen, in situaties van hardnekkige problemen. Naarmate het proces van de Europese desintegratie aan vaart wint, lijken deze paranoïde krachten actiever te worden.

De Amerikaanse politiek vertoont een paar van dezelfde symptomen. De VS hebben lang te kampen gehad met een rechts-extremistische stroming, die zeer vaak expliciet racistisch was en hoopte op een catastrofale ineenstorting, waarna Amerika zou terugkeren naar een denkbeeldig ideaal verleden. Pas in recente tijden hebben deze extremisten weten door te dringen tot de politieke mainstream en in een van de twee grote partijen van het land een apocalyptische cultus kunnen injecteren. Door de begrotingsonderhandelingen te dwarsbomen zouden deze geradicaliseerde Republikeinen er wel eens in kunnen slagen de grotere financiële crisis, die zij nodig achten om Amerika op het pad der deugdzaamheid te laten terugkeren, sneller te laten plaatsvinden. Als ze in hun opzet slagen, zal het resultaat zijn dat de VS een uitgeput en bankroet imperiaal regime zullen worden, van het slag waarmee de geschiedenis is bezaaid. Maar voordat het zo ver is zouden we ook getuige kunnen zijn van een oprisping van militair avonturisme, zodat de binnenlandse ontevredenheid tijdelijk kan worden onderdrukt in de strijd tegen een externe vijand.

De Amerikaanse politiek weerspiegelt een grotere ontwrichting dan die we in de economie kunnen ontwaren. Deze ontwrichting heeft zich genesteld in de Amerikaanse psyche. Merkwaardig genoeg moet het trauma nog aan de oppervlakte komen in de kunst en de literatuur. Er zijn wel veel rampenfilms geweest – een genre dat in de VS altijd populair is gebleven – maar de corrosie van het dagelijks leven kent nog maar weinig chroniqueurs. De terreuraanslagen van 9/11 hebben veel commentaren uitgelokt, maar de schok was slechts van tijdelijke aard. Het besef van het verdwijnen van de toekomst waarvan Amerika heeft gedroomd moet nog tot de collectieve geest doordringen.

Het is onmogelijk je voor te stellen dat deze toestand nog lang zal blijven voortbestaan. Mettertijd, als Amerika is teruggekeerd naar de normale loop der geschiedenis, zal het land zich voegen in het gezelschap van andere landen die met niet volledig oplosbare problemen kampen. Bevrijd van het dode gewicht van een onrealistisch toekomstbeeld zal Amerika zichzelf dan kunnen vernieuwen.

Het begin van dit vernieuwingsproces wordt gadegeslagen door Ballards Europese expeditieleden, als zij getuige zijn van de evacuatie van Las Vegas na de dood van president Manson. Mansons zwaarbewapende helikopters vertrekken met bulderende kanonnen en scheren ‘over de boomtoppen van het oerwoud, op elkaar schietend terwijl ze op weg gaan naar de Amerikaanse grens’. Maar het zijn de Sunlight Fliers, de jonge Mexicanen die zijn gedeserteerd uit de militie van Manson om met lichte eenpersoonstoestellen te kunnen vliegen, die de electrografische droom van de toekomst achter zich laten en het zonovergoten heden omarmen. ‘Zwevend in de ochtendlucht was een enorme wolk van bleekgevleugelde libelles. Hun delicate membranen trilden en beefden alsof ze voor het eerst het luchtruim hadden gekozen. Ze naderden in konvooi en vlogen over de Strip, een vloot van glazen vliegtuigjes die door de kus van de zon tot leven waren gewekt (…) De daken van de hotels en casino’s langs Fremont Street vielen weg, en op een golf van licht klom het konvooi op de schouder van de zon, om zich op duizend voet hoogte te stabiliseren en met zeventig knopen per uur koers te zetten naar het veilige Californië en de ochtendtuinen van het Westen.’


Vertaling Menno Grootveld