De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk woensdag om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

Digitale oorlog in Litouwen

De elfen tegen de trollen

Litouwen voert een mythische strijd tegen Russische trollen. ‘Baltische Elfen’ bestrijden indringers die via de media de samenleving willen verdelen. Het is de vraag in hoeverre in dit meeslepende steekspel liberale waarden overeind blijven.

‘Hawk’ wil niet thuis afspreken en een centrale werkplaats is er niet. Hawk is een ‘elfje’, een van de duizenden Litouwers die op vrijwillige basis het internet afspeuren naar inmenging door Rusland in het publieke debat. Een spannende bezigheid waar een schuilnaam bij hoort. ‘De eerste regel van de elfen is: ze bestaan niet’, vertelt hij in het souterrain van een hotel in het centrum van Vilnius. Getatoeëerde armen en een zwart T-shirt met politiek statement compenseren de verder zachtmoedige uitstraling die je niet verwacht achter het pseudoniem ‘Havik’, maar wel van een ict’er die zich achter zijn toetsenbord oppermachtig waant. ‘We hebben geen strakke hiërarchie of een raad van bestuur, we zijn een volksbeweging die naar de frontlinie is geroepen. Het slagveld zijn de sociale netwerken.’

Havik betrad die arena vijf jaar geleden voor het eerst. Samen met een veertigtal anderen richtte hij de Baltische Elfen op. ‘Wie de naam verzon weet ik niet meer, maar het lag voor de hand: als trollen lelijke en enge wezens zijn laat ons dan maar fijne elfjes zijn.’ Dat klinkt vrolijker dan het is, benadrukt de Litouwer. De groep werd in de zomer van 2014 geboren uit angst: de Krim was net geannexeerd en in Oost-Oekraïne riepen door Rusland gesteunde rebellen de onafhankelijkheid uit. ‘Voor dat gebeurde was er veel propaganda geweest. En als je in die tijd keek naar de reacties onder nieuwsstukken op Litouwse websites zag je dat ook hier de overgrote meerderheid rotzooi was’, zegt Havik. ‘Het was negatief over mijn land, over de Navo en over de EU. Wij wilden daar wat tegenover zetten, wij besloten positieve commentaren achter te laten.’

Die inzet is niet onopgemerkt gebleven. Op de ministeries van Defensie en Buitenlandse Zaken en bij een journalistieke redactie in de stad wordt bevestigd dat ze samenwerken met Havik en de vele andere elfjes die Litouwen rijk is. ‘Ze worden grotendeels gedreven door enthousiasme. Voor ons is het nu zoeken naar een legale manier om hen te blijven motiveren’, vertelt een beleidsstrateeg van het desinformatiedepartement van het ministerie van Defensie. ‘Ze zijn fantastisch, we hebben ze echt nodig. Ook in de komende jaren. Maar er komt onvermijdelijk een dag dat een vrouw tegen haar elfenman zegt: “Je zit elke avond achter je computer, wanneer is het nou eens klaar?”’

Burgers, journalisten en het leger vormen in Litouwen een unieke alliantie, die in andere Europese landen tot gefronste wenkbrauwen en zorgen over het scheiden van machten zou leiden. In Vilnius is het echter volstrekt normaal. ‘Hier zeggen ze gewoon: natuurlijk is er vrije pers. Maar wanneer je stelselmatig misinformatie verspreidt heeft dat niets meer te maken met expressie, dan ben je aan het manipuleren’, zegt Bonnie Horbach, de Nederlandse ambassadeur in Litouwen. ‘In Nederland zou wat hier gebeurt echt niet kunnen. Al mogen wij ook wel wat minder naïef zijn.’

De schuilnaam ‘Havik’ straalt niet alleen alertheid uit maar is ook een verwijzing naar Adolfas Ramanauskas, een belangrijke Litouwse partizaan. ‘Na de Tweede Wereldoorlog vocht hij onder hetzelfde pseudoniem tegen de bolsjewieken’, vertelt de Elfen-oprichter enthousiast. Het Baltische land kent na eeuwen van invasies en bezettingen door verschillende mogendheden een lange traditie van burgerwachten, paramilitaire groepen en andere uitgesproken patriottische verenigingen. In 2015 voerde het de pas afgeschafte dienstplicht weer in als reactie op de conflicten in Oekraïne. ‘Wij zijn niet in paniek, maar wel waakzaam’, vertelde buitenlandminister Linas Linkevicius mij twee jaar na dat besluit, vlak voordat Navo-soldaten uit onder meer Nederland neerstreken in zijn land ‘om een signaal naar Rusland te sturen’.

In aanvulling op de vele duizenden reservisten die Litouwen telt kent het land inmiddels ook ‘cyberreservisten’, een groep van ict-specialisten die bij banken, verzekeraars en andere grote bedrijven werken en oproepbaar zijn voor het leger. ‘Dankzij een nieuwe wet zijn werkgevers verplicht om die medewerkers te laten gaan in geval van een noodtoestand’, zegt Edvinas Kerza, staatssecretaris voor digitale dreiging en desinformatie. ‘We leiden ze op in het weekend en op speciale trainingsdagen.’ Alleen al in 2018 vonden er 53.000 cyberaanvallen plaats, zegt de staatssecretaris. Het merendeel daarvan wordt automatisch afgehandeld, voor een klein deel moeten er meteen specialisten aan het werk, zeker nu de aanvallen steeds complexer worden, aldus Kerza. ‘De nieuwste ontwikkeling is dat Russen cyberaanvallen en desinformatie combineren.’

Zo werd een jaar geleden de publieke omroep gehackt en verscheen er een verhaal over de minister van Defensie en zijn homoseksuele relatie met een journalist. Het geraffineerde aan die aanval was dat er tegelijkertijd een persbericht uitging vanuit een e-mailserver van de omroep aan ministers, parlementsleden en journalisten met een Word-document waarin meer details over de sensationele zaak te vinden waren. ‘Wie dat artikel opende installeerde geavanceerde spionagesoftware die informatie verzamelde, versleutelde en verzond naar een server buiten de Europese Unie’, zegt Kerza. Inmiddels is er een wet die het mogelijk maakt om zonder tussenkomst van de rechter internetservers 48 uur lang plat te leggen in geval van een cyber- of desinformatie-aanval.

Kerza’s functie is nieuw. Tot 2017 vielen desinformatie en cybergevaar onder verschillende ministeries, waaronder Buitenlandse Zaken en Binnenlandse Zaken, net zoals in Nederland. Nu valt alles onder hem, bij het ministerie van Defensie. Met zijn hoekige bril, gel-haren en overhemd met gekleurde binnenboorden mist de kersverse staatssecretaris misschien de statigheid die zijn andere collega’s in de regering wel hebben – hij is naar eigen zeggen ook helemaal geen politicus. ‘Ik ben een technocraat, aangesteld om dit land te verdedigen. Er is geen politieke discussie over of dat nodig is, het moet gewoon. Wij zijn hier ook paranoïde, dat zit in onze geschiedenis. We zijn sinds iets meer dan honderd jaar onafhankelijk en in die eeuw zijn we drie keer bezet. Waarom zou ik Rusland willen vertrouwen? Ze hebben ons vijftig jaar lang bezet en gedragen zich nu openlijk vijandig door ons te chanteren, te bedreigen en als je niet uitkijkt te vermoorden. Dat we dat niet meer laten gebeuren is misschien paranoïde maar óók realistisch.’

Toen Havik met de Baltische Elfen begon, kende iedereen elkaar min of meer. ‘Inmiddels hebben we campagnes met soms meer dan vierduizend vrijwilligers verspreid over verschillende stammen’, vertelt de man in de ontbijtkelder van het hotel waar we hebben afgesproken. ‘Mensen kunnen zelf groepen creëren, zich bij de Baltische Elfen voegen en aan de slag gaan.’ De verschillende stammen hebben verschillende doelen. Zo zijn er nog altijd groepen burgers die positieve comments achterlaten onder berichten die overgenomen dreigen te worden door trollen. ‘Ook heb je groepjes troll hunters. Dat is het lastigste werk, echt groepswerk. Zij volgen accounts voor lange tijd om te zien wanneer ze bijvoorbeeld Facebook-regels overtreden. Zodra ze genoeg hebben gevonden rapporteren ze iemand massaal bij het sociale-medianetwerk zodat de accounts op zwart gaan.’

Inmiddels hebben ook journalisten zich aangesloten bij het offensief. De staatssecretaris vertelt trots dat er een manifest is ondertekend waarin is afgesproken dat de regering media die onder vuur liggen helpt bij het beschermen daartegen. ‘Ook krijgen ze hulp bij het vervullen van hun patriottische rol. Die moeten ze beter gaan begrijpen’, zegt staatssecretaris Kerza. ‘We leren ze hoe je goed kunt berichten over beïnvloeding. Twee jaar geleden vond je daar nauwelijks verhalen over, maar sinds de samenwerking zijn journalisten veel meer gaan schrijven over propaganda en cyberdreiging.’

‘Iedereen doet mee. Het leger, de politiek, de journalistiek, het bedrijfs­leven en burgers. Dat heeft met vrijheid te maken. Wij wonen aan een frontlinie’

Op de nieuwsvloer van Delfi, met de vele planten, gekleurd meubilair en een voetbaltafel de hippere equivalent van NU.nl in Litouwen, verdedigen ze die samenwerking. ‘Wij schrijven kritisch over het ministerie van Defensie én we werken ermee samen’, zegt defensieredacteur Vaidas Saldziunas, zittend op een felgekleurde stoel in de hoek van de redactie. Vorig jaar zomer was er plots het nieuws dat een Amerikaans Navo-voertuig een jongetje op een fiets zou hebben aangereden. Het jaar daarvoor zouden Duitse Navo-soldaten een jong meisje hebben verkracht. Beide voorbeelden bleken nepnieuws en konden volgens Saldziunas op tijd de kop worden ingedrukt omdat er direct contact was met het ministerie. ‘Als dit soort verhalen de ronde doet, proberen wij als redactie een debunk-verhaal te schrijven voordat ze in alle Facebook-groepen en andere online cirkels belanden.’

Om die verhalen tijdig in de smiezen te hebben maakt Delfi gebruik van debunk.eu, een start-up die voortkomt uit de redactie maar inmiddels een paar verdiepingen hoger zelfstandig kantoor houdt. Dit door Google gesponsorde bedrijf vormt het hart van de samenwerking tussen journalisten, elfen en militairen. De drie groepen hebben toegang tot software die twintigduizend artikelen per dag scant van meer dan duizend verschillende bronnen. ‘Links op het scherm zie je de websites die de afgelopen 24 uur de meeste artikelen hebben verspreid’, legt een medewerker van het bedrijf uit. Daar prijken behalve Litouwse nieuwssites ook de namen van bekende Russische sites als Russia Today en Sputnik. Naast elk uitgelicht stuk staat een thermometer die roder kleurt naarmate de impact van een stuk groter is en het over thema’s gaat waarover veel onzin de ronde doet. ‘Als de “infometer” een hoge score heeft wordt het stuk voorgelegd aan de groep elfen. Zij lezen het stuk en geven aan welke onderdelen desinformatie zijn en welke niet.’

De ministeries hebben ook toegang en dragen zo nu en dan lijsten aan met ‘schadelijke domeinnamen’ of ‘nieuwe narratieven’. Ivanauskaitė, die het systeem laat zien, is niet ingelogd onder haar eigen naam. ‘Dit is mijn elfennaam’, zegt ze wijzend naar het scherm. ‘Iedereen die zich begeeft op ons platform heeft een pseudoniem, zelfs de journalisten. Al moeten zij als ze verhalen schrijven op basis van wat hier wordt gedebunkt dat natuurlijk wel onder hun eigen naam doen.’

De journalisten van Delfi zijn niet bezorgd over wat de samenwerking doet met hun onafhankelijke positie en dat geldt ook voor andere journalisten in het land, zegt Dainius Radzevičius, voorzitter van de journalistenvakbond, in een telefoongesprek. ‘Niemand wil onderdeel worden van een propagandamachine en als je dat wel wordt, moet dat worden aangepakt. Mensen in jouw land snappen dat misschien beter wanneer het gaat om het promoten van terrorisme, dat is een probleem dat wij hier niet kennen maar dat voor jullie wezenlijk is. Als iemand roept: “Bombardeer de straten!” Dan treden jullie toch ook samen op?’

‘Dit land heeft een ongelooflijke omwenteling doorgemaakt na decennia sovjetoverheersing. Maar de reflex om centraal te willen controleren is nog niet volledig verdwenen’, zegt een beleidsmedewerker van een West-Europese ambassade. Het ongemak dat landen verder van de Russische grens hebben is merkbaar op de Sacharov Conferentie eind mei in Vilnius. In de geest van de Russische mensenrechtenactivist Andrej Sacharov wordt er gesproken over de steeds moeizamere geopolitieke relatie tussen west en oost en de inzet van ‘hybride oorlogsmiddelen’. Een aantal westerse sprekers waarschuwt de Balten in het publiek dringend doch beleefd voor de keerzijde van het te enthousiast bevechten van desinformatie.

‘In de wens om Poetin te bestrijden ligt altijd het risico besloten de eigen samenleving te “poetiniseren”’, zegt de Britse schrijver en journalist Edward Lucas tegen de zaal. Ook de aanwezige Rusland-deskundige Mark Galeotti is kritisch op de gretigheid waarmee overheden desinformatie bevechten, zegt hij tijdens de lunch. ‘We gaan dit gevecht niet winnen met een heksenjacht. Als burgers er aanstootgevende ideeën op nahouden is dat vervelend, maar in een vrije samenleving moet daar plek voor zijn’, meent hij. ‘Als mensen stemmen op onaangename partijen of geloven in onzin moet je je afvragen hoe je ze terugwint en het gevoel geeft dat ze wel in de mainstream thuishoren.’

Europa is verdeeld als het hierop aankomt. De Duitse wet die sociale media aanspoort om foute content op tijd te verwijderen kan rekenen op flinke kritiek, omdat ook vrije meningen sneuvelen in het enthousiasme waarmee Twitter en Facebook onwelgevallige meningen offline halen. In Frankrijk opperde Emmanuel Macron om leugens rondom verkiezingen aan banden te leggen. Nederland is daarentegen behoorlijk terughoudend als het om het aanpakken van desinformatie gaat. Een jaar geleden stak er nog een storm van kritiek op nadat de Nederlandse mediatitels GeenStijl, The Post Online, de Gelderlander en Radio 1 zichzelf terugvonden in een Europese database die sporen van Russische desinformatie registreert. Inmiddels is die fout hersteld, maar de schade voor het Brusselse initiatief lijkt onherstelbaar: in opdracht van de Tweede Kamer heeft Nederland bij andere lidstaten gepleit om het EU-kantoortje dat daar verantwoordelijk voor was, EU vs Disinfo, op te heffen.

‘Dit was frustrerend voor ons. We begrijpen de gevoeligheid in de Nederlandse samenleving en de gevoelens rondom censuur. Maar voor Litouwen is dit een belangrijk en veelbelovend initiatief’, zegt Eitvydas Bajarunas, de speciale ambassadeur die Litouwen heeft aangesteld voor hybride dreigingen. ‘Wij moeten wat wij hier doen constant aan onze westerse vrienden uitleggen, en dat doen we ook.’ In zijn vorige functie, ambassadeur in Stockholm, werd hij al eens op het matje geroepen bij het Zweedse ministerie van Buitenlandse Zaken om uit te leggen waarom Litouwen Russische programma’s op zwart draaide. Iets wat al meer dan tien keer is gebeurd. ‘Mensen in Nederland en Zweden moeten begrijpen dat wij niet een soort tweede Wit-Rusland worden. Wij willen onze samenleving nooit poetiniseren, maar juist een open democratie is makkelijk te beïnvloeden. Die moeten we beschermen.’

Ironisch genoeg speelt de Russische desinformatie inmiddels in op de strijd die Litouwen is gaan voeren, zegt een sergeant die op het ministerie van Defensie laat zien hoe ‘narratieven’ gemonitord worden. Hij categoriseert met zijn team wat ze vinden. In 2017 waren de belangrijkste thema’s waar onzin over werd verspreid nog defensie, de Navo en culturele onderwerpen. Vorig jaar kwam daar plots een nieuwe categorie bij: ‘Bescherming van de constitutie en burgerrechten.’ Ongeveer 22 procent van de gevonden desinformatie ging daarover. ‘Ze proberen onze strijd nu tegen ons te keren. Alleen daarom al zullen wij nooit een ministerie van Waarheid in het leven roepen’, grapt Bajarunas. ‘Dan hebben ze gewonnen. Wij staan hier juist voor de whole society approach waarin iedereen samenwerkt en iedereen elkaar versterkt.’

‘Wij zijn geen hooligans, maar een vreedzame beweging’, zegt Havik. ‘Maar zodra we een giftige trol zien schakelen we die wel meteen uit.’ Inmiddels zwerven er op Russische Yandex-servers lijsten rond met namen van elfen. ‘Ook zijn er een paar phishing-attacks geweest (aanvallen waarbij geprobeerd wordt om accounts binnen te dringen – cvdv). Het betekent in ieder geval dat er mensen op ons letten.’ Toch is veiligheid niet de enige reden voor de anonimiteit waarin de elfen zich hullen, het is ook gewoon spannend. ‘Iedereen wil deel uitmaken van een mythe, dat we geheim zijn draagt bij aan het mysterie. Maar nu we steeds vaker opduiken op Navo-evenementen en in Brussel is het belangrijk dat een paar strijders namens ons kunnen spreken. Maar het mag nooit om individuen gaan draaien.’

Dat zijn land inmiddels het felst van alle landen desinformatie bevecht, en de rol van zijn elfenleger daarin, maakt Havik trots. Ministeries vliegen hem naar congressen en Brusselse podia als voorbeeld van hoe een samenleving kan samenwerken. ‘Iedereen hier doet mee. Het leger, de politiek, de journalistiek, het bedrijfsleven en burgers’, zegt Havik. ‘Dat heeft niets met autoritarisme te maken, alles met vrijheid. Wij wonen aan een frontlinie en dan zit je allemaal in dezelfde boot – daarom is ons bootje het snelste van Europa.’