Media

De ellendestroom

Afgelopen week was mijn geliefde het opeens zat. Dinsdagavond waren we naar Biutiful gegaan, de film met Javier Bardem als een Catalaanse kleine crimineel die in tal van onfrisse zaakjes verwikkeld is, twee kinderen plus een onmogelijke relatie heeft en uiteindelijk, veel te jong, sterft aan een slopende ziekte.

We verlieten de bioscoop met een gevoel alsof het nooit meer licht kon worden. Twee dagen later keken we op Film1 naar London River, over een Engelse vrouw en een Afrikaanse man die hun kinderen verloren tijdens de bomaanslagen van juli 2005. Dagenlang dwalen ze onafhankelijk van elkaar door de stad, zoekend en hopend op het beste, om uiteindelijk te ontdekken dat van beide kinderen niets over is. Zelfs begraven is onmogelijk. Voor, tussen en na beide films volgden we intensief het nieuws uit Libië. Weinig beelden, veel geruchten, de fantasie deed de rest. Ondertussen werkten we. Mijn geliefde veelal met patiënten zonder hoop, ik voor een groot deel van mijn tijd met zaken die met oorlog te maken hebben. Daarover praten we natuurlijk ook. Tot slot was er het onophoudelijk politiek vliegenvangen op tv, plus hopeloos geëtter over een zeteltje meer of minder.

‘En nu is het genoeg’, zei mijn geliefde opeens. 'Ik heb geen zin meer. Geen films, geen nieuws, niets. Ik ga wandelen, in de tuin werken, koken, ze kunnen me allemaal de pot op. Ik voel me voortijdig begraven.’ Ik probeerde deze radicale beslissing te relativeren en stelde voor verdrietige films een tijdje te mijden. Ook nam ik me voor minder over mijn werk te vertellen. Zelfs betrapte ik me erop dat ik de krant onder een stapeltje boeken legde. Tot slot nam ik een paar romantische komedies op. Het waren stuk voor stuk dwaze acties. Van alle kanten bereikt ons het nieuws, niet alleen over politiek, economie en maatschappij, maar ook over films, boeken, wetenschappelijk onderzoek. De overgrote meerderheid ervan is 'slecht’, dat wil zeggen: niet leuk, niet opbeurend. Je daarvoor afsluiten is, indien überhaupt mogelijk, als leven onder een stolp. Is niet juist dát een vorm van voortijdige begrafenis?

Ik heb me vaak afgevraagd of de ellendestroom gelijk op gaat met de groei van het aantal media en de toename van de hoeveelheid tijd die wij aan informatie besteden. Ik denk dat een dergelijke stelling onhoudbaar is. De media hebben een behoorlijk zelfreinigend vermogen, dat wil zeggen: men weet verduiveld goed dat het publiek geen zin heeft in alleen maar ellende. Vandaar ook de enorme hoeveelheid tv-spelletjes, vlieg-en-race-films, lifestyle-berichten, sportnieuws. Het is allemaal 'leuk’, vermakelijk, licht. Helaas is de overgrote meerderheid ervan zo stompzinnig dat het nauwelijks mogelijk is langer dan een minuut de aandacht erbij te houden. Gevolg hiervan is dat je welhaast vanzelf op iets anders overgaat. Helaas is dat in negen van de tien gevallen weer treurig.

Neem bijvoorbeeld de prachtige verzameling documentaires die op Holland Doc staan en ieder moment van de dag bekeken kunnen worden. Ik snoep er regelmatig uit, tussendoor, tijdens het sporten of zo maar even, als afleiding. Maar als je bijvoorbeeld de categorie 'Recent en meest bekeken’ intikt, krijg je eerst een documentaire over geweld in Johannesburg, dan een korte schets over moderne slapeloosheid, vervolgens iets over een boer die zich verzet tegen de 'kafkaëske landbouwbureaucratie’, daarop een verhaal over doodzieke pasgeborenen, vervolgens iets over mensen die online troost en liefde zoeken, dan een documentaire over de Haagse Schilderswijk, vervolgens iets over Marokkaanse jongeren, dan Mexicaanse adoptiekinderen… Zou deze concentratie op ellende wellicht iets met onze cultuur te maken hebben? Ik bedoel, is het in Spanje, het andere Europese land dat ik goed ken en waar mijn geliefde vandaan komt, anders - alleen al vanwege de zon en het licht? Of is het 'ons tijdsgewricht’?

Was het een jaar of tien geleden, voor 11 september, de moorden op Fortuyn en Van Gogh, de economische crisis en het succes van de moderne boos- en bitterheidspolitiek, anders? Het is moeilijk te zeggen. Tegelijkertijd is het opmerkelijk dat Nederland rond 1997 internationaal doorging voor ongeveer het meest ideale land ter wereld, dat serieuze wetenschappers in genoemd jaar het plan opvatten voor een Eerste Nederlandse Pretcongres, dat men uit de hele wereld hiernaartoe kwam om te kijken hoe goed we het niet deden en dat wij spoedig hierna niets minder dan een heuse geluksprofessor kregen.

Natuurlijk heb ik op beide vragen - zowel op die naar het verschil in ruimte (Spanje) als op die naar het verschil in tijd (tien jaar geleden) - geen antwoord. Ik denk dat de wereld zowel elders als destijds rooskleuriger wordt ervaren en dat de ellendestroom dus niet alleen aan de groei van de media ligt, maar heb geen idee hoe ik deze gedachte hard zou kunnen maken. Ik zou willen dat het anders was. Kon ik mijn geliefde met een gerust hart vertellen dat we volgend jaar of zo weer gewoon naar de bioscoop gaan.