Zaterdagochtend 6 november, negen uur in de ochtend. Ik loop langs de spoorlijn van Regensburg naar Neurenberg. Aan mijn rechterhand verrijst een tien meter hoge muur van zonnepanelen. Aan mijn linker ligt een enorm veld met zonnepanelen. Althans, dat vermoed ik, want in deze even mistige als windstille ochtend zie ik op zijn best vijftig meter ver. Veel elektriciteit zullen de panelen vanochtend niet leveren. Dat geldt ook voor de windmolens die een half uur later opdoemen en waarvan de wieken stilstaan of tergend langzaam hun rondjes draaien.

Het is een typische, stille en waterkoude herfstochtend. Zo’n zaterdag waarop je je centrale verwarming flink opstookt, je wat langer onder de warme douche blijft staan en alle lampen aanblijven. Ik wrijf een bankje droog, ga zitten, pak mijn mobieltje en log in bij de Fraunhofer-Gesellschaft, het instituut dat de Duitse energieproductie bijhoudt. Want ik ben benieuwd hoeveel stroom op dit moment uit zon of wind komt en hoeveel wordt geproduceerd in centrales die draaien op kolen, gas, biomassa en uranium. De uitkomst verrast me. Op dit vroege tijdstip komt maar liefst 45 procent van alle Duitse stroom van zonnepanelen en windturbines. Wanneer ik enkele uren later, om kwart over twaalf, nog eens inlog, is het zelfs 55 procent. Dat is mooi. Fossiel legt het duidelijk af tegen zon en wind. De windstille mistbank waar ik doorheen wandelde was waarschijnlijk een lokaal verschijnsel.

Maandagavond 8 november. In een pension in Neurenberg werk ik verder aan deze blog. Het is tien uur en ik kijk opnieuw op de site van het Fraunhofer-instituut. Nu ziet de grafiek er minder fraai uit. Vanzelfsprekend komt na zonsondergang niets meer uit zonnepanelen, maar ook de Duitse wind laat het nu afweten. Vanavond zijn zon en wind goed voor nog geen 7 procent van alle elektriciteit. De overige 93 procent wordt ouderwets geleverd door bruinkool, gevolgd door steenkool, kernenergie en het verbranden van afval en biomassa.

En dan gaat het alleen nog maar om de productie van elektriciteit. Stroom maakt op dit moment niet meer dan een kwart uit van alle energie die we gebruiken. De overige driekwart verstoken we zonder tussenkomst van een elektriciteitscentrale. Deze driekwart bestaat voor het grootste deel uit olie en gas, want de meeste BMW’s en Audi’s rijden nog lang niet op stroom. Ook de Duitse staal-, cement- en chemische industrie kan vooralsnog niet zonder fossiel. Samengevat: op deze maandagavond, bestaat op zijn best 2 procent van alle energie uit hernieuwbaar. 98 procent komt uit het verbranden van fossiel, biomassa en afval. En uit kernenergie. Nog wel. Want volgend jaar gaan de laatste kerncentrales dicht.

In 2011 besloot Duitsland tot een Energiewende: een prachtig plan om over te schakelen van elektriciteit uit fossiele bronnen op elektriciteit uit wind en zon. En dat is te zien: Duitsland is inmiddels vergeven van de windmolens. Elke boerenschuur lijkt inmiddels volgezet met zonnepanelen. Anno 2021 is het aandeel wind en zon inderdaad fors toegenomen. Ook is de uitstoot van CO2 per hoofd van de bevolking gedaald, en wel met ruim 23 procent. Het is een percentage waar Nederlandse voorstanders van de Duitse aanpak graag op wijzen. Zoiets, grootschalig investeren in zon en wind, dat zouden we ook in Nederland moeten doen.

Wat voorstanders waarschijnlijk minder graag zien, is dat de CO2-uitstoot per hoofd van de bevolking in de héle Europese Unie daalde met 23 procent. En dat landen als, pak ’m beet, België (daling van 24 procent) het Verenigd Koninkrijk (34 procent) en Denemarken (43 procent) veel betere resultaten haalden, blijkt uit cijfers van Our World in Data. Wat we ook liever niet zien in de Duitse benadering is dat maar weinig veranderde in het aandeel elektriciteit dat wordt opgewekt uit kolen, olie, gas, biomassa en afval. En dat de Duitse overheid voor de Energiewende betaalt met zo’n 45 miljard euro per jaar, een bedrag dat wordt doorberekend aan de Duitse consument. Zijn energierekening is dan ook de hoogste van Europa en het dubbele van wat, bijvoorbeeld, de Franse of Zweedse consument betaalt.

Wie dus met enige afstand naar de Energiewende kijkt, ziet een minder florrissant beeld. Niet alleen is zij peperduur, vervelender nog is dat ze weinig oplevert. Dat alles is te verklaren. En die verklaring is dat de Duitsers niet alleen besloten om over te stappen op zon en wind, maar dat ze tegelijktijdig besloten om al hun kerncentrales te sluiten. Deze beslissing, der Atomausstieg, was een stommiteit. Want kernenergie is al net zo CO2-vrij als energie uit zon, wind of waterkracht. En nu, zo blijkt uit data van het IEA, het International Energy Agency, heeft kernenergie in Duitsland simpelweg gewisseld met energie uit zon en wind. Wat er grosso modo bij kwam aan CO2-vrije stroom uit zonnepanelen en windmolens ging eraf aan CO2-vrije stroom uit kernreactoren. Het klimaat schoot er amper iets mee op.

Per hoofd van de bevolking stoot Duitsland vandaag 7,7 ton broeikasgas uit. Dat is niet heel veel minder dan Nederland, het ‘vieste jongetje van de klas’, waar per hoofd van de bevolking 8 ton de lucht ingaat. Europese topscoorders zijn Frankrijk met 4,2 ton per hoofd van de bevolking en Zweden met 3,8 ton. Maar Frankrijk en Zweden draaien dan ook voor een belangrijk deel op kernenergie. Wanneer Duitsland al van zijn kerncentrales af wilde, dan was het veel beter geweest om éérst de centrales op kolen en gas te sluiten, en pas veel later die op uranium. Dat bekende CDU-lijstrekker Armin Laschet tijdens een van de lijsttrekkersdebatten van afgelopen zomer.

Langzaam maar zeker dringt deze waarheid nu ook door tot de rest van de wereld. In de VS, China, Rusland, Japan, Turkije, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk: overal worden plannen ontwikkeld voor nieuwe kerncentrales als alternatief voor fossiel. Wereldwijd zijn inmiddels vijftig nieuwe kerncentrales in aanbouw. Niet minder dan dertien Afrikaanse landen werken aan een nucleair programma. Zelfs zonovergoten oliestaten als de Emiraten en Saudi-Arabië zetten vandaag kerncentrales neer. Want ook daar schijnt ’s nachts de zon niet. In de Emiraten wordt de laatste hand gelegd aan de Barakah-centrale, een stevige knaap die tien keer zoveel stroom gaat leveren als onze centrale in Borssele. De eerste heipaal van de Barakah-centrale ging in de grond in 2012. In 2020 begonnen de eerste twee reactoren stroom te leveren. De laatste twee gaan komend jaar aan het net. Dat is een totale bouwtijd van precies tien jaar. De Barakah-centrale werd op 32 miljard dollar begroot en voor 24 miljard afgeleverd.

Het belangrijkste aan de Barakah-centrale is dat ze voorkomt dat jaarlijks 21 miljoen ton CO2 wordt uitgestoten. Want wie kerncentrales heeft, hoeft ’s nachts of bij windstille dagen niet terug te vallen op kolen, olie en gas. Bovendien is kernenergie een van de veiligste manieren om stroom en warmte te produceren. Gemiddeld sterven aan kernenergie – Tsjernobyl en Fukushima meegerekend – net zo weinig mensen als aan energie uit wind, zon of waterkracht. Daarentegen sterven jaarlijks wereldwijd meer dan een miljoen mensen aan luchtverontreiniging uit fossiele energie. In 2013 berekenden onderzoekers hoeveel meer mensen er in de periode van 1971 tot 2009 zouden zijn gestorven als kernenergie was vervangen door fossiele brandstoffen. Ze schatten dat kernenergie in die veertig jaar wereldwijd ongeveer twee miljoen levens heeft gered. Volgens recent onderzoek gaan nu jaarlijks rond de elfhonderd Duitsers voortijdig dood omdat het land begon zijn kerncentrales te sluiten. Der Atomausstieg maakte Duitsland zowel onveiliger en vuiler als klimaatonvriendelijker.

Of je kernenergie nu leuk vindt of niet, wanneer we onder de twee graden opwarming willen blijven, kunnen we vooralsnog niet zonder deze technologie. Dat stellen de OECD, het IEA en uiteraard het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties. Ook wetenschappers als Jeffrey Sachs, Tom Wigley, James Hansen en James Lovelock maken zich hard voor kernenergie, net als linkse milieuactivisten als George Monbiot, Stewart Brand, Mark Lynas en Zion Lights. Steeds meer linkse politici, van Joe Biden en John Kerry tot Jimmy Carter, pleiten voor meer kerncentrales. De wereldwijde steun voor kernenergie groeit met de dag. En die groei komt vooral van milieubewust links. De grote uitzondering is Duitsland.

Op zondag 14 november verlaat ik Beieren en wandel mijn eerste kilometers door Baden-Württemberg, de meest duurzame van alle Duitse deelstaten. En dat is te zien. Enorme windmolenparken domineren de heuvels. Vrijwel elke boerenschuur draagt zonnepanelen. Opnieuw is het mistig. Ik wandel langs immense houtzagerijen. Overal roken schoorstenen. Er hangt een geur van verbrand hout. Wanneer men ergens tegen kernenergie is, dan is het hier, de enige Duitse deelstaat waar de Grünen in het parlement de grootste fractie vormen. Wanneer ergens applaus klinkt voor der Atomausstieg, dan is het hier. En volgend jaar is het dan zover. In 2022 moeten de laatste Duitse kerncentrales dicht. In een klap wordt in Duitsland dan net zoveel CO2-vrije energie van het net gehaald als op dit moment wordt opgewekt door zon en wind. Alsof in een klap alle windmolens en zonnepanelen die het land de afgelopen dertig jaar neerzette weer worden ontmanteld.

In plaats van kerncentrales wil Duitsland weer gascentrales bouwen. Want je moet ergens op terugvallen wanneer het niet waait of de zon niet schijnt. En het gas voor deze centrales moet worden geleverd door Poetins Rusland. Althans, dat is het plan. Op het moment dat ik dit schrijf, melden nieuwsmedia dat de Duitse vergunningsverstrekker voorlopig geen groen licht zal geven voor Nord Stream 2, de pijplijn die al dat Russische gas direct naar Duitsland zal brengen. Wanneer de Russische gaslevering niet doorgaat, valt Duitsland terug op steen- en bruinkool, zoals dat ook gebeurde na de sluiting van de eerdere kerncentrales.

Onderzoekers berekenen dat de hele Atomausstieg dan heeft geleid tot een extra uitstoot van 70 miljoen ton CO2 per jaar. Als Duitse klimaatactivist zou je je achter de oren moeten krabben. Toch is van een koerswijziging vooralsnog geen sprake. De partij Bündnis 90/Die Grünen is immers groot geworden met de slogan ‘Atomkraft? Nein danke’, een uitgangspunt waarvan ze geen afstand meer kan doen. En nu het ernaar uitziet dat de sociaal-democratische SPD met de liberale FDP én de Grünen gaat reageren, hoeven de uitbaters van de kolenmijnen en kolencentrales zich nog maar weinig zorgen te maken.

Wat daarentegen wel lijkt te veranderen is de publieke opinie. Steeds meer kranten en tijdschriften belichten de voordelen van kernenergie. Of, belangrijker nog, ze belichten de dramatische terugkeer naar fossiele energie wanneer ook de laatste kerncentrales worden gesloten. Niet alleen invloedrijke rechtse media als Die Welt en Bildzeitung doen dat, ook grote tijdschriften als Der Spiegel en Focus worden met de dag kritischer. Focus kopte deze maand ‘De uitfasering van kernenergie was een enorme fout: Duitsland moet een nieuw debat over kernenergie gaan voeren’. Net iets meer dan de helft van de Duitsers is inmiddels voorstander van het openhouden van de bestaande kerncentrales, zo blijkt uit opiniepeilingen. Enkele jaren geleden was zo’n uitkomst nog onvoorstelbaar.

In Nederland draait de discussie rond kernenergie dezelfde kant op. In alle peilingen is een ruime meerderheid zelfs voor de bouw van meer kernreactoren. Ook de aanhang van GroenLinks en D66 schuift op. De argumenten tégen – hoge investeringskosten, lange bouwtijd en de langdurige opslag van afgewerkt uranium – leggen het af tegen de argumenten vóór. Kernenergie behoort tot de veiligste vormen van energieopwekking. Kerncentrales zijn de enige producenten van energie die hun afval opruimen. Kerncentrales zijn zo compact dat ze het landschap sparen. En het belangrijkste: kerncentrales stoten geen CO2 uit. Willen we inzetten op elektriciteit uit wind en zon, zo zeggen de voorstanders, dan blijven we zonder kernenergie afhankelijk van kolen, olie en gas. Wanneer het op een koude novemberavond niet waait, kun je je warmte en stroom beter uit CO2-vrij uranium halen dan uit fossiele brandstoffen. Langzaam maar onverbiddelijk dringt dit besef nu ook in Duitsland door. De Energiewende is nog niet verloren.


Deze publicatie kwam tot stand met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten