De Engelsen kunnen leven met ongelijkheid

Een rechtvaardige chaos of een onrechtvaardige orde. Dat was de keuze waar de Britten zich vorige week bij de parlementsverkiezingen voor gesteld zagen.

Medium ihn

Men koos gedecideerd voor het laatste, het Engelse deel van de bevolking althans. Waar de Schotten massaal hun stem gaven aan de linkse nationalisten oordeelden de zuiderburen dat het land de komende vijf jaar het best kan worden bestuurd door de Conservatieve Partij. Alleen in Londen presteerde de partij van Ed Miliband naar behoren. Middle Engeland huiverde van een socialistische regering, eentje die zou regeren met de gratie van een Schotse raj.

Het was een schok. De opiniepeilers hadden massaal voorspeld dat het een nek-aan-nek-race zou worden, eindigend met een progressief verbond. Het zorgde voor veel voorpret binnen progressieve kringen. Miliband had reeds een massieve steen met verkiezingsbeloften klaarstaan om in de tuin van 10 Downing Street te zetten, de bbc had moeite haar neutraliteit te handhaven en bij een verkiezingsbriefing op de London School of Economics brachten politicologen de gedachte van een Conservatieve meerderheid niet ter sprake. Beroepskomieken als Russell Brand en Eddie Izzard zagen zichzelf al als regeringsadviseurs.

Engelsen zijn Amerikaanser dan de bewoners op het vasteland

De campagne van Labour was feller (wat in het kiesdistrict Wirral-West helaas leidde tot seksistische aanvallen op de Conservatieve minister Esther McVey, een voormalige televisiepresentatrice), terwijl David Cameron zich van zijn flegmatieke kant liet zien. Hij is ‘too posh to push’, grapte zijn adviseur Daniel Finkelstein. Conservatieve kiezers hielden hun kaarten ferm op hun borst. Tegenover de opiniepeilers zeiden deze ‘Verlegen Tories’ dat ze onbeslist waren. In werkelijkheid wisten ze wel wat ze gingen kiezen achter de gordijnen van het stemhokje. De leden van de zwijgende meerderheid verspreidden hun mening niet via Twitter, een blog of een roeptoeter.

Deze discretie heeft tevens te maken met het imago van de Conservatieve Partij, die ondanks het moderniseringsproject van Cameron – gesymboliseerd door de introductie van het homohuwelijk – nog steeds bekendstaat als The Nasty Party, in ieder geval in Londen. Dat bleek tijdens een verkiezingsuitzending van bbc’s Question Time toen een kiezer Cameron verzocht iets minder als een boekhouder te praten. Nick Clegg, de leider van de Liberaal-Democraten, zei herhaaldelijk Labour wat verstand en de Conservatieven wat gevoel te willen bijbrengen. Deze beschavingsmissie heeft hem niet veel opgeleverd.

De afgelopen vijf jaar hebben de Conservatieven, gesteund door Clegg en de zijnen, flink bezuinigd. Het leidde tot demonstraties en tot kritiek van economen, maar de Britse economie groeide sneller dan die van andere landen. De economie bleek niet te zijn kapotbezuinigd. De uitslag geeft aan dat fors bezuinigen voor begrip kan zorgen bij de kiezer. Het is voor het eerst sinds 1966 dat een zittende regering in het Verenigd Koninkrijk het aantal stemmen ziet toenemen. De Engelsen – anders dan de Schotten – kunnen leven met een toenemende ongelijkheid. Ze zijn Amerikaanser dan de bewoners op het vasteland.

Bij Labour zal deze verkiezing zorgen voor veel overpeinzingen. De Noord-Londense intellectueel Miliband had zich tijdens de campagne ontpopt als een soort Mozes – compleet met de genoemde steen – in de hoop dat de kiezers hem zouden volgen. Tevergeefs. Tegenwoordig moeten politici naar de kiezers toe gaan, iets wat Tony Blair goed had begrepen. Nu de terugkeer naar links is mislukt, kan de succesvolle ex-premier zich een morele winnaar voelen. ‘Het was een strijd tussen een traditionele Labour Partij en een traditionele Conservatieve Partij’, zo analyseerde Blair, ‘leidend tot een traditioneel resultaat.’