Uit de documentaire ‘Zappa’

De tragiek van Frank Zappa (als we dat zware woord al mogen gebruiken) was dat hij het minste succes had waar hij dat het belangrijkste vond. Naar tophits streefde hij nooit. De enige had hij met zijn toen dertienjarige dochter Moon (Valley Girl) die hem in een briefje had laten weten dat ze in hetzelfde huis woonde als hij en dat ze graag een keer iets samen met hem zou maken – het tekent zijn vaderschap, dat alleen al beperkt bleef doordat hij eeuwig op tournee was – maar de uitvoering van zijn orkestrale muziek kwam zelden van de grond. Tijdens een concert met de Mothers zegt hij tegen het enthousiaste, om méér vragende publiek dat ze het kunnen krijgen, maar dat ervaring leert dat er na wat ze nu gaan spelen niemand ooit nog om ‘meer’ vraagt. Volgt Edgar Varèse. Ik bedoel: een pop- of rockgroep die Varèse speelt is natuurlijk heel wat anders (en zelfs meer) dan een gewone groep. Er was weinig muziek bij de Zappa’s thuis en zijn ouders wilden absoluut niet dat hij die kant op zou gaan. Op highschool las hij een recensie over een lp van Varèse (‘de walgelijkste muziek ooit’) en die moest hij dus hebben.

Een volslagen autodidact, Frank, die al werk voor orkest en ensemble componeerde voor hij de rockkant op ging. Het probleem met toporkesten was dat ze niet bijster geïnteresseerd waren in zijn werk en dat ze, als ze al bereid waren, hooguit twee repetities eraan besteedden (ik zie opeens Louis Andriessen weer voor me die tamelijk radeloos luistert naar een repetitie van zijn Mysteriën door het KCO onder leiding van Mariss Jansons). En dát bij de complexe muziek van Zappa die, perfectionist en workaholic, met zijn eigen groepen eindeloos repeteerde (van een cao voor de muzikanten van deze linkse bandleider was in de verste verten geen sprake: take it or leave it). In 1983 huurde hij de London Symphony onder leiding van Kenneth Nagano om eigen werk te laten spelen, op te nemen en in eigen beheer uit te geven. ‘Hoe ver kwamen ze?’ vraagt een interviewer. ‘75 procent.’ Overigens zegt hij dit werk even serieus te nemen en belangrijk te vinden als Valley Girl aan de andere kant van het spectrum.

Blijven we in wat ik maar de ‘klassieke’ hoek noem: hij kreeg daar wel erkenning in de kleinere bezetting van strijkkwartet en ensemble. Het geweldige Kronos-kwartet gaf hem een schrijfopdracht en in de documentaire van Alex Winter waar ik dit alles aan ontleen, zien en horen we hen fragmenten van dat werk in hun huidige bezetting spelen. Belangrijker misschien nog was zijn ‘ontdekking’ van het Duitse Ensemble Modern. Jonge musici van ongelofelijk hoog niveau die juist in de nieuwste muziek geïnteresseerd waren/zijn. In 1991, ernstig ziek door prostaatkanker, dirigeert hij hen in eigen werk: ‘Spéél je noot niet alleen: stileer hem door verschillende vibrato’s. Dit is de enige noot die je in je leven hebt, daar moet je alles uit zien te halen. Je hebt de kans een ster te worden met één noot.’ Het lijkt me niet gezocht de nadruk op die ene toon in verband te brengen met de dan al zichtbare eindigheid van zijn werk en zijn fysieke bestaan. Op 17 september 1992 geeft hij met hen zijn laatste concert in Frankfurt. Delen van de registratie ervan vormen het bijna-einde van de film. Het is aangrijpend. Na een instrumentaal stuk dat ferm eindigt klinkt gigantisch applaus. Dan opeens rennen twee dansers naar voren – de muziek barst opnieuw los en de vrouw en man voeren een energieke, wilde, acrobatiekachtige dans uit. Wild en toch ongelofelijk gestileerd. Extreme levenskracht ter afsluiting van een concert en van het leven van een componist-dirigent-choreograaf uit wie het leven zichtbaar verdwijnt. Die tegenstelling leidt tot een ovatie die blijkt twintig minuten aangehouden te hebben. ‘Wat vond je daarvan?’ vraagt een journalist. ‘Beter dan dat ze dingen op het toneel gooien.’ En dat is Frank ten voeten uit. Hij weet hoe goed hij is, maar daarvoor heeft hij het publiek niet echt nodig. Of hij doet alsof. Als hij langs de danseres loopt die zichtbaar álles gegeven heeft en lijkt te hopen op een teken van erkenning, loopt hij glad langs haar heen. Misschien was het uitputting, maar in de twee (!) uur documentaire hebben we wel begrepen dat zicht- of hoorbare tekenen van waardering voor wie zich uit de naad voor hem speelde en werkte uiterst zeldzaam waren, zo niet afwezig.

Veeleisend, afstandelijk, autoritair. Schijnbaar of in zekere zin in tegenstrijd met zijn anarchisme als publieke verschijning die zich aan mores en burgerlijk fatsoen niets gelegen liet liggen. En met de gein en ongein die onderdeel waren van zijn muzikale optredens: die twee dansers kwamen uit een eindeloos lange traditie van dansjes, speelscènes, verkleedpartijen, potsenmakerij (in homevideo’s van zijn ouderlijk huis valt dat al te vinden – een Zappa-trekje). Maar ook in intieme betrekkingen speelde hardheid, zo niet harteloosheid. Een man die, net terug van tournee, zijn vrouw opdracht geeft pillen te halen tegen de druiper die hij heeft opgelopen (groupies galore) is niet van de empathische soort. Gail Zappa heeft het daar moeilijk mee gehad, zo blijkt, maar uiteindelijk werd het, na vier kinderen, toch tot de dood hen scheidde. En wie ben je dan als buitenstaander om te oordelen?

Het verloop van muzikanten in zijn ensembles was relatief groot, maar er waren er die hem lang trouw bleven, ondanks alles. Vrienden zei hij niet te hebben. Afstand wilde hij, zegt een bandlid, en die hield hij en kreeg hij. Maar neem Ruth Underwood, percussionist van de buitencategorie en lang lid van de Zappa-clan. Ze studeerde nog op het Juilliard toen ze in het Garrick Theatre Zappa hoorde spelen. De vrijheid, de veelzijdigheid – ze wist meteen dat ze niet haar hele leven in een symfonieorkest een paar maten triangel of pauken wilde spelen. En ze trad toe tot The Mothers of Invention. Zij was (en is) idolaat van hem en zijn werk, terwijl ze tegelijk behoorlijk kritisch is over zijn persoonlijkheid. Maar voordat hij naar Frankfurt vertrekt voor zijn laatste concert, brengt ze hem een brief waarin ze hem bedankt – niet voor wat hij voor haar persoonlijk heeft betekend (al was dat veel), maar voor wat hij ‘de wereld’ gaf. Later lezen, vraagt ze hem, maar zo is Frank niet. Die scheurt open en leest – ze houdt haar hart vast voor zijn reactie. En krijgt een hug! Maar zie de passage waarin zij nu, samen met een drummer, een van Zappa’s ritmisch razend moeilijke werken speelt. Ze stralen als het is gelukt. En dan zie je een foto van een jonge Ruth, die precies zo kijkt na een optreden met de Mothers. En godheid Frank kijkt net zo naar haar: goed gedaan dus.

Hoewel geen gebruiker (ook Frank gebruikte geen drugs, sterker, ging er tegen tekeer!) komt de film me voor als een soort trip. Hoog tempo van muziek en beeld, hectiek, opwinding, met af en toe een rustpunt in een iets langer gesprek met een getuige. Regisseur Winter had volledige toegang tot het immense Zappa-archief, door Frank en Gail opgebouwd. Fantastisch materiaal is erbij. Dat een autonome kunststroming en persoonlijkheid illustreert en dat een epoque terugroept. Misschien iets te veel aandacht voor levensloop en iets te weinig voor het muzikale werk, het oeuvre. Maar alleen al Zappa’s optredens in talkshows; zijn gevecht tegen censuur; zijn contacten met Václav Havel, uitmondend in een cultureel en economisch attaché schap voor Tsjecho-Slowakije in de VS (door zijn eigen land gecanceld); zijn kritiek op Amerika’s rol in de wereld; en het feit dat hij zich, ziek en wel, nog kandidaat tegen Bush wilde stellen – ze maken het een fascinerende reis.

Alex Winter, Zappa, NTR Het uur van de wolf, woensdag 18 augustus, NPO 2, 22.55 uur