Derde Weg avant la lettre

De erfenis van Allende

Dertig jaar geleden werd in Chili de socialistische regering van Salvador Allende omvergeworpen. De Amerikaanse historicus Roger Burbach beschrijft in zijn boek ‹The Pinochet Affair› hoe er een bloedig einde kwam aan de in zijn ogen «Derde Weg avant la lettre».

Het leven van de Amerikaanse historicus Roger Burbach zou zich uitstekend lenen voor een autobiografie of een speelfilm. Zijn affiniteit met de progressieve hervormingsbewegingen van Latijns-Amerika bezorgde hem de nodige avonturen, en ook de nodige persoonlijke tragedies. Burbach was aanwezig in de Chileense hoofdstad Santiago toen een militaire coup met steun van de CIA een einde maakte aan het bewind en het leven van de door hem bewonderde socialistische president Salvador Allende.

Burbach zelf wist langs miraculeuze weg te ontsnappen aan de «Nacht und Nebel» die direct op de Chileense coup volgde, maar velen van zijn vrienden in Chili overleefden het niet, onder wie de twee landgenoten Frank Teruggi en Charles Hornan. Hij is ervan overtuigd dat de CIA, die op prominente wijze aanwezig was bij de coup tegen Allende, op enigerlei medewerking heeft verleend aan de liquidatie van zijn vrienden.

Later zou Burbach naar eigen zeggen in opdracht van de Nicaraguaanse sandinisten spioneren in het Pentagon. Daar gaf hij zich uit voor journalist om de visie van Washington op de sandinistische revolutie te kunnen optekenen ten bate van het hoofdkwartier van de revolutionaire leider Daniel Ortega. Hij beleefde een hartstochtelijke affaire met een van de vrouwelijke ministers van de sandinistische regering, tot hij in 1989 in Nicaragua tijdens het zwemmen door een golf werd opgepikt en tegen de rotsen werd gegooid.

Sinds dit ongeluk, waardoor zijn lichaam grotendeels werd verlamd, is Burbach aan de rolstoel gekluisterd. Maar dit weerhoudt hem er niet van nog steeds intensief te reizen door zijn geliefde Latijns-Amerika.

Burbach is directeur Research and Documentation van het Center for the Studies of the Americas (CESNA) in Berkeley en verblijft met regelmaat in Cuba, Brazilië en Argentinië.

Afgelopen week was Burbach in Amsterdam om promotie te maken voor zijn nieuwste boek, The Pinochet Affair: State Terrorism and Global Justice, dat hij schreef naar aanleiding van het dertigjarige jubileum van de val van Salvador Allende.

In The Pinochet Affair schildert Burbach de politieke contouren van de gebeurtenissen van 11 september 1973, die in zijn ogen het begin markeerden van een grote neoliberale contrarevolutie op wereldschaal. Ook analyseert hij nauwgezet aard en wezen van de Chileense dictator Augusto Pinochet en biedt hij in zijn boek een reconstructie van de juridische jacht op de ex-dictator in Londen en Spanje.

Roger Burbach: «In 1971 ging ik voor het eerst naar Chili om mijn dissertatie te schrijven over de Chileense bourgeoisie en het internationale grootkapitaal. Allende was net aan de macht. Het was een tijd van ongekende verwachtingen. Nooit meer heb ik zoveel massale euforie en hoop op betere tijden gezien onder het volk als toen in Santiago. Het socialisme van Allende kwam voort uit de volksbewegingen en de vakbonden, werd niet van bovenaf opgelegd. Het was geen staatssocialisme, maar een Derde Weg avant la lettre, een dynamisch soort democratisch socialisme dat voortkwam uit de ‹grassroots› van de Chileense samenleving. In die zin was de wettig gekozen regering van Allende een helaas nooit meer herhaald politiek experiment, dat van grote waarde voor met name de Derde Wereld had kunnen zijn.

Er wordt tegenwoordig wel eens een vergelijking getroffen tussen Allende en hedendaagse politieke leiders in Latijns-Amerika als Chávez in Venezuela en Lula in Brazilië, maar die vergelijking gaat in mijn ogen toch mank. Allende durfde veel meer dan Chávez of Lula de wil van Washington te trotseren. Chávez en vooral Lula zijn toch gevangen in de gouden dwangbuis van het neoliberalisme. Zodra ze die echt zouden proberen af te werpen, zou dat onmiddellijk tot een enorme kapitaalvlucht leiden en zouden hun landen het trieste lot moeten delen met de failliete Argentijnse economie.

De staatsgreep tegen Allende in 1973 hing al een tijdje in de lucht. In Washington was president Nixon al vanaf het begin fel op Allende gebeten, die hij aanduidde als ‹that son of a bitch›. Hoewel de CIA in 1970 in een rapport stelde dat het machtsevenwicht in de wereld niet zou worden verstoord door het aantreden van Allende als president, was Nixon geobsedeerd door de figuur van Salvador Allende. De victorie van Allende betekende in zijn ogen een grote psychologische klap voor de VS en een grote stimulans voor de marxisten-leninisten in Latijns-Amerika. Nog voordat Allende als president van Chili kon worden geïnstalleerd, koos Washington al de zijde van extreem rechts in Chili, dat onder meer verantwoordelijk was voor de moord op Rene Scheider, een hoge militair die op basis van de Chileense grondwet vond dat de stembusoverwinning van Allendes Socialistische Partij moest worden gerespecteerd.

Die moord bewerkstelligde juist meer steun bij de massa’s voor Allende. In de National Security Decision nr. 93 van 9 november 1970 legde Henry Kissinger de Amerikaanse politiek tegen Allende vast. De VS zouden er alles aan doen om het voor Latijns-Amerikaanse begrippen welvarende Chili in de economische misère te storten door middel van boycots door de grote Amerikaanse bedrijven en ervoor te zorgen dat de Wereldbank geen leningen meer aan Chili zou verstrekken. De CIA ontving tot 11 september 1973 in totaal acht miljoen dollar om de tegenstanders van Allende te subsidiëren, waaronder de extreem rechtse terreurgroep Patria y Libertad. Ook met de legerleiding werden de banden aangehaald. Het Chileense leger was de enige Chileense staats instelling onder Allende die haar Amerikaanse steun zag verhoogd, en wel van 5,7 miljoen dollar in 1971 tot vijftien miljoen in 1973.»

Toch kwam de elfde september 1973 nog als een shock, vertelt Burbach. «Iedereen wist dat er iets in de lucht hing. Aan de andere kant was de steun voor Allende bij het volk zo massaal dat niemand zich kon voorstellen dat hij verwijderd zou kunnen worden.

Maar toen ik die ochtend van 11 september 1973 in mijn kamer in Santiago een vliegtuig hoorde overvliegen, voelde ik instinctief aan dat het moment van de coup was begonnen. Ik deed de radio aan en hoorde de laatste speech van Allende. Aanvankelijk had ik het idee om te gaan vechten tegen de coup plegers, maar toen ik de situatie zoals die was onder ogen kreeg, heb ik mijn kleine pistool maar wijselijk in de tuin begraven. Vele vrienden van me werden opgepakt tijdens de eerste dagen na de coup. Ik slaagde erin onder te duiken bij een lid van het Amerikaanse Peace Corps, een verzameling progressieve Amerikaanse vrijwilligers waar ook mijn vriend Charles Hornan bij was aangesloten. Ik had geen paspoort meer. Dat was samen met Salvador Allende verbrand in het presidentiële paleis van Santiago, waar ik het eerder had achtergelaten voor een aanvraag tot verlenging van mijn verblijf in Chili. Met hulp van vrienden wist ik uiteindelijk over de Andes naar Argentinië te ontsnappen, om vervolgens via Brazilië en Panama liftend naar Californië terug te reizen.

Ik heb veel vrienden in Chili achtergelaten. Velen werden vermoord. Zoals Charley Hornan, over wie later die film Missing is gemaakt. Ik heb die film jaren niet willen zien, ik dacht dat het te pijnlijk voor me zou zijn. Pas enige jaren geleden heb ik het aangedurfd te kijken, en ik moet zeggen dat het een zeer realistisch beeld geeft van wat er zich toen in Chili heeft afgespeeld. Charley was persona non grata in het Chili van na Allende. Ik weet zeker dat hij met medeweten van de CIA is geliquideerd, al heb ik daar geen bewijzen voor. De coupplegers durfden het heus niet aan om zonder overleg met hun Amerikaanse vrienden een Amerikaans staatsburger te laten verdwijnen. Ergens moeten ze daar groen licht voor hebben gekregen.

Ik hoop dat de gebeurtenissen ooit nog eens worden opgehelderd aan de hand van archiefstukken van de CIA, die ik niet heb kunnen inzien. Ze zorgen er wel voor dat dat soort pijnlijke documenten tijdig door de papiervernietiger worden gehaald.»

Jarenlang kwam Burbach na zijn vlucht uit Santiago niet meer terug in Chili. Maar daarmee hielden zijn ervaringen met de wrekende hand van Pinochet niet op. In Washington raakte hij bevriend met Orlando Letelier, een gewezen minister onder Allende die uit een concentratiekamp in Vuurland had weten te ontsnappen en sindsdien directeur was van het Transnational Institute in Amsterdam. Letelier kwam op 21 september 1976 samen met zijn assistente om het leven bij een aanslag met een autobom in Washington DC.

Burbach: «De moord op Letelier was het startschot voor de operatie Condor, een door de Chileense geheime dienst gedragen moordcomplot om prominente figuren van de linkse beweging te elimineren. Condor was niet een strikt Chileense aangelegenheid; er waren ook andere landen bij betrokken, zoals Brazilië, Paraguay, Bolivia en Uruguay, terwijl er ook veel Cubaanse tegenstanders van Fidel Castro een prominente rol in speelden.»

In zijn boek staat Burbach uitgebreid stil bij de figuur van Augusto Pinochet, in zijn ogen een machiavellist met zowel opportunistische als fascistoïde trekjes. «Pinochet heeft twee grote idolen: Napoleon en Adolf Hitler. In zijn boek Geopolitica uit 1968 citeert hij vrijwel voortdurend Karl Haushofer, een Duitse generaal die Hitler aan het begin van diens politieke carrière bijstond. Maar een echte fascist is Pinochet ook weer niet. Hij heeft, anders dan andere leden van zijn junta, bij mijn weten bijvoorbeeld nooit direct contact gehad met de fascistische Dignidad-kolonie in Chili, die indertijd werd opgericht door de zuster van Friedrich Nietzsche. Wel zijn er psychologisch veel overeenkomsten te vinden tussen Hitler en Pinochet.

Dat Pinochet ooit nog eens voor de rechter zal staan om zich voor zijn moordzuchtige bewind te verantwoorden, geloof ik inmiddels niet meer. Maar zijn benauwde dagen in die Londense hotelkamer in oktober 1998, toen hij op het punt stond uitgewezen te worden naar Spanje, hebben hem toch een behoorlijke knauw gegeven. In elk geval heeft hij zich gerealiseerd dat ook hij niet langer onkwetsbaar was. En zijn ster is in Chili snel gedaald. Ook rechtse Chilenen distantiëren zich nu van de bloedige jaren onder Pinochet.

Ondertussen wordt de erfenis van Allende gerehabiliteerd. Eerder deze maand waren er vijftigduizend mensen in het Nationale Stadion van Santiago om Allende te eren. Op beleidsmatig gebied worden tal van plannen uit de Allende-tijd heringevoerd. Ik hoop dat de experimenten van Allende ooit nog eens massaal zullen worden herhaald in Latijns-Amerika of andere delen van de Derde Wereld. In deze tijden is daar meer dan ooit behoefte aan.»

Roger Burbach

The Pinochet Affair: State Terrorism and Global Justice

Uitg. Zed Books/TNI, 208 blz., £ 36,95