Op de kerstboom wordt niet bezuinigd

De erfenis van Dirk Scheringa

De val van zijn DSB Bank zou Dirk Scheringa berooid hebben achtergelaten. Voor zijn rekeningen moet hij aankloppen bij vrienden. Zijn dorpsgenoten geloven er niets van. Toch verwijten ze hem niets.

Medium 6

UIT DE DICHTE MIST komen plukjes fietsende tieners te voorschijn. Drie kwartier fietsen door de vrieskou met een dikke tas onder de snelbinders. Bijna thuis na een schooldag in Hoorn. Ze fietsen binnendoor, door Wognum en Wadway over de Spanbroekerweg langs discotheek Bar Vol, de katholieke kerk en het voormalige Scheringa Museum voor Realisme, langs het terrein van voetbalclub VVS'46 en de prachtige stolpboerderij van Dirk Scheringa. De voormalig bestuursvoorzitter van de DSB Bank zit werkloos thuis op de bank. In een lichtblauw overhemd. Een das draagt hij niet. Zijn haar is opmerkelijk lang. Hij zou de kapper niet meer kunnen betalen.

‘De één z'n dood is de ander z'n brood. Niet, Hugo?’ zegt een paar honderd meter verderop een klant bij de wagen van visboer Hugo Otter. ‘Hugo heeft een prachtige stolpboerderij uit de boedel van de failliete bank gekocht. Voor een prikkie.’ Beide mannen lachen hartelijk, maar ook een beetje beschaamd. Leedvermaak komt gemakkelijk om de hoek kijken als iemand van zijn voetstuk valt.

‘Dirk is nu mijn buurman’, zegt de visboer terwijl hij voor een klant een vette makreel in papier rolt. ‘Er zit één huis tussen.’ De dorpen Spanbroek, Opmeer en Wognum staan nog vol ‘Te Koop’-borden bij huizen en percelen die in het bezit waren van de bank of een van de andere bv’s of nv’s die vielen onder Scheringa’s overkoepelende hobbypot DSB Beheer. Maar de mannen bij de viskraam bestrijden het beeld dat West-Friesland in zak en as zou zitten sinds vorig jaar oktober. ‘Natuurlijk, we kennen allemaal mensen die veel geld verloren hebben, maar West-Friezen zijn nuchter. Die vloeken even en gaan weer door. Die hebben geen hypotheken veel hoger dan de waarde van hun huis. Dat is gewoon dom.’

Niet Spanbroeks beroemdste inwoner, maar de curatoren Rutger Schimmelpenninck en Ben Knüppe zijn momenteel de gehate mannen die met dikke auto’s door het dorp rijden. Hugo Otter: ‘Zes weken duurde het voordat ik mijn voorlopige koopcontract kon ondertekenen. Geloof mij, ze hebben totaal geen haast, die jongens. Ik heb gehoord dat er één miljoen euro per dag wegsijpelt aan kosten nu. Als ze op vrijdag om vier uur lekker vroeg naar huis gaan, zeggen ze: “Zo, dat was weer zeshonderdduizend euro.” Die zitten hier nog jaren en voor de gedupeerden blijft er niets over.’

‘Buiten Spanbroek wordt Dirk gezien als de boef’, zegt een klant van de visboer, ook een lokale ondernemer. ‘Maar hij heeft toch niemand vermoord of zo? Hier in het dorp is iedereen ervan overtuigd dat hij genaaid is. Door Wouter Bos en Nout Wellink. Dat zijn de echte boeven. Die wilden hem eruit hebben. Scheringa is in die kringen nooit geaccepteerd. Natuurlijk heeft hij fouten gemaakt, maar niemand bereikt de top zonder zijn ellebogen te gebruiken.’ De bank had niet hoeven vallen, is zijn stellige overtuiging. ‘Hij had na de ellende met IceSave ook nooit moeten roepen dat hij wel even orde op zaken zou stellen als ze hem crisisminister zouden maken. Dat zat Wouter Bos niet lekker, natuurlijk. Dat was Dirks grootheidswaanzin.’

Medium 101210huishaardscheringa001

SPANBROEK TELT MAAR een paar duizend inwoners en de transformatie van Dirk Scheringa, die zich er in 1973 vestigde als politieman, tot bankdirecteur, voorzitter van een voetbalclub die landskampioen werd en eigenaar van een museum, is er al twee decennia het gesprek van de dag. Er is veel respect voor de spectaculaire wapenfeiten van de nu zestigjarige selfmade man die niet eens zijn middelbareschooldiploma haalde. In 2008 zette zakenblad Quote Scheringa op plaats 97 in de lijst met vijfhonderd rijkste Nederlanders, met een geschat vermogen van 285 miljoen euro. Hoewel Scheringa graag benadrukte dat hij heel gewoon was gebleven en elke avond stipt om zes uur thuis bij zijn vrouw aan de aardappelen en de gehaktbal zat, genoot hij ook zichtbaar van de weelde en de aandacht. Hij kocht buitenhuizen in binnen- en buitenland, reed rond in gepantserde Mercedessen gevuld met lijfwachten, liet zich binnen Nederland vervoeren per helikopter, vloog met een privé-vliegtuig naar vakantieadressen, Olympische Spelen en Champions League-wedstrijden, troefde naar eigen zeggen Madonna af op een kunstveiling en ging er prat op dik te zijn met Willem-Alexander en Máxima. Sommige dorpsgenoten vonden hem een patser, maar zijn pleziertjes werden hem door velen ook wel gegund. Maar zijn even zo spectaculaire val (binnen een paar dagen speelde zijn voetbalploeg met vraagtekens op de borst, werd zijn museum leeggehaald en verdampte zijn eigen vermogen) zorgde ook weer voor gespreksstof bij de bakker, de slager en de visboer. Reuring is wat Scheringa bracht naar West-Friesland, in goede en in slechte tijden. Zij die niet persoonlijk geraakt werden, kunnen het waarderen.

Ook bij voetbalclub VVS'46 aan de Spanbroekerweg wordt besmuikt gelachen als de ondergang van overbuurman Dirk Scheringa ter sprake komt. ‘Het is niet alleen maar ellende hoor. Wij krijgen nu eindelijk onze parkeerplaats’, zegt een bestuurslid dat liever anoniem wil blijven. Hij speelde twaalf jaar in hetzelfde team als ‘de technisch niet heel begaafde, maar op karakter toch aardig opererende rechtsback’ Scheringa. Hij wijst naar de overkant van het veld waarop het eerste team tegen een achterstand aankijkt in de strijd om de districtsbeker: ‘Hij had al het land en de vier gebouwen hiernaast opgekocht om er een grote ranch van te maken. Hij had er al zijn schapen staan, maar die zijn weg nu. Die berg zand daar was ook van hem. Dat zand komt uit de slotgracht om het nieuwe museum, verderop in Opmeer.’

Medium 101210huishaardscheringa006

Zakelijke uitgaven en privé-uitgaven, bij Dirk Scheringa liep het volledig door elkaar heen. De voetbalclub, de schilderijen aan de muren van zijn boerderij, het land waarop zijn schapen stonden, landgoed de Rinsma State in het Friese Driesum waar hij in 1973 trouwde, alles werd gekocht met geld dat werd onttrokken aan de bank. De lokale voetbalclub is hem er nu dankbaar voor. ‘De gemeente heeft het eerste aangrenzende perceel uit de boedel opgekocht om plek voor zo'n zestig auto’s te realiseren’, aldus het bestuurslid. Sponsor van de club was Scheringa al heel lang niet meer, dus ook wat dat betreft is er geen centje pijn. ‘Toen hij zo'n twintig jaar geleden begon als shirtsponsor bij AZ kregen wij geen cent meer. Alleen die klok boven de hoofdingang herinnert nog aan de tijd dat hij hier hoofdsponsor was.’ ‘Voorschotbank Frisia’, staat op de wijzerplaat. Een aandenken aan de tijd dat Scheringa nog slechts bemiddelaar was voor vrienden en kennissen bij het aanvragen van kredieten bij banken, lang voordat Scheringa zelf een bankvergunning kreeg.
Het bestuurslid van VVS'46 vindt het vooral een persoonlijk drama voor Scheringa en zijn vrouw en hun twee zonen: ‘Hij heeft zich teruggetrokken uit het sociale leven. Hij moet dit echt even verwerken denk ik en dan langzaam zijn plek weer vinden hier in de gemeenschap. Misschien is hij bij de kerstloop op Tweede Kerstdag. Vorig jaar, twee maanden na de val, heeft hij bij die gelegenheid ook nog even zijn gezicht laten zien.’ Hij is van harte welkom om de vijf kilometer te lopen of gewoon een biertje te komen drinken. ‘Het is geen misdadiger toch? Als alles klopt wat in dat boek Project Homerus van Kirsten Verdel staat, dan is hij op een zeer grove manier behandeld. En die mensen met nare hypotheken, voor wie Pieter Lakeman die bankrun zogenaamd op poten zette, zijn er ook niet beter van geworden hoor. Onder de curatoren zijn er meer huisuitzettingen dan onder Scheringa.’

Medium 101210huishaardscheringa007

EEN RONDGANG langs de belangenbehartigers bevestigt dit beeld. Pieter Lakeman van Stichting Hypotheekleed heeft geen tijd voor interviews, maar zijn collega Loes Willemse zegt dat ‘slechts een enkeling van de curatoren een redelijk voorstel heeft ontvangen’. ‘Sommigen proberen het te redden door geld te lenen bij vrienden en drie, vier banen aan te nemen. De voorstellen zijn soms moeilijk te beoordelen. De situaties van mensen zijn zo verschillend. We zijn voorlopig nog niet uitonderhandeld.’ Ook Jelle Hendrickx, die nog ruim drieduizend DSB-klanten bijstaat, wordt er moedeloos van. Op zijn laptop laat hij enkele cases voorbijkomen: ‘Die mensen zitten nog steeds met onbetaalbare lasten, krijgen te maken met deurwaarders, beslagleggingen, dagvaardingen. Sommigen heb ik er niet van kunnen weerhouden in te gaan op een voorstel van finale kwijting die heel nadelig voor hen uitpakt omdat ze alsnog in de schuldsanering terecht zullen komen.’

In de laatste dagen voor de val werkte Hendrickx samen met Scheringa op het hoofdkantoor in Wognum aan een regeling voor alle klanten met zogenaamde ‘probleemhypotheken’. Hij kan zich nog steeds opwinden over de praktijken van de DSB: ‘Terwijl premier Balkenende hem op de schouders sloeg en een voorbeeld voor ons allen noemde, gingen Dirks gladde verkopers langs bij klanten met hypotheekcontracten met daarop voorgedrukt die vervloekte koopsompolissen. Die koppelverkoop is verboden. Er is mensen opzettelijk ernstige financiële schade aangedaan. Maar Scheringa wilde zijn fouten herstellen. En we waren eruit!’ Maar de bank viel en de regeling vloog van tafel.

In Opmeer zijn ze traditioneel op de ochtend na sinterklaasavond op het terrein van voetbalclub HOSV begonnen met de verkoop van kerstbomen. De gepensioneerde Loek verkoopt voor 35 euro een prachtige Nordmann aan een moeder en haar driejarige dochtertje. Binnen in de kantine, waar Roel de kas beheert, vliegen de pijlen weer razendsnel richting Wouter Bos en Nout Wellink. ‘Vroeger stemde ik altijd PVDA, maar nooit weer. Wat een boeven. Hoeveel geld staken ze niet in die andere banken? Wat hebben we daarvan teruggezien?’ aldus Roel. In tegenstelling tot de andere vier heren rond de koffietafel werd Roel vorig jaar oktober persoonlijk geraakt. ‘Mijn zoon verloor 220.000 euro waar hij keihard voor gewerkt had. Ik kan veel hebben, maar je moet niet aan mijn kinderen komen.’

Zijn zoon was politiechef voor hij voor zichzelf begon en door Scheringa gevraagd werd de beveiliging van het hoofdkantoor van de DSB op zich te nemen. Roel: ‘En hij nam mij in dienst, dus indirect werkte ik ook voor Dirk.’ Van zijn 65ste tot zijn 76ste, tot op de dag van het faillissement. ‘Mijn zoon heeft het weer goed voor elkaar hoor, en ik heb mijn AOW. Wij zitten niet bij de pakken neer, maar waarom is hij al dat geld kwijt en vangen die curatoren driehonderd euro per uur? Waarom komt er geen parlementaire enquête naar hoe dit gegaan is?’

Ook Roel en zijn collega-kerstboomverkopers in de kantine van hun HOSV leggen de schuld niet bij Dirk Scheringa. ‘Als hij zo fout zat, waarom pakken ze hem niet op dan? Vervolg hem dan’, zegt Roel. ‘Heeft hij jarenlang mensen opgelicht? Waarom kreeg hij dan een bankvergunning? Omdat Scheringa niets anders deed dan wat andere banken deden, en nog steeds doen!’ De mannen onderschatten niet wat Scheringa voor het dorp heeft betekend. ‘Hij bracht reuring en werkgelegenheid’, zegt William, die 35 jaar slager was in het aangrenzende Hoogwoud. ‘Hij had met zijn bank en zijn museum ook in Amsterdam kunnen gaan zitten.’ Maar bevriend met hem waren ze niet. Roel bevestigt dat hij zijn werknemers matig betaalde en erg kort hield. Loek: ‘En als je hier met negen man om de tafel zat, dan gaven er acht een rondje. Hij nooit!’
Dat Scheringa nu berooid zou zijn en geld moet lenen van vrienden, zoals hij meermalen heeft verklaard in de media en ook weer liet optekenen in zijn vorige maand verschenen tweede autobiografie, gelooft hier niemand. Jan: ‘Belachelijk dat hij in dat boek schrijft dat hij zijn buurmeisje zijn haar laat knippen om te bezuinigen op de kapper. Dat kun je echt niet maken als zoveel mensen al hun spaargeld kwijt zijn en je zelf nog drie kapitale huizen bezit.’ Loek: ‘Ik maak er in het café wel eens grappen over. Dan zeg ik dat ik de curatoren heb zien graven in zijn tuin. Op zoek naar die verdwenen 44 miljoen waarover gesproken wordt.’

WOGNUM LEEK aanvankelijk nog het zwaarst getroffen. Op het hoofdkantoor van DSB in het slechts achtduizend zielen tellende dorp werkten ruim duizend mensen, waaronder veel West-Friezen. De werknemers gingen lunchen bij café Stam, deden hun boodschappen bij supermarkt Deen en als er iemand jarig was of er een bedrijfsfeest was, werden de taarten en de broodjes besteld bij bakker Schoutsen. Gevreesd werd dat de lokale economie zou instorten. Maar bijna alle ontslagen werknemers blijken een jaar later weer aan de slag, de curatoren hebben nog 290 mensen in dienst in een van de drie DSB-torens, en per 1 januari worden de andere twee torens betrokken door de ambtenaren van de nieuwe fusiegemeente Medemblik.

Medium 101210huishaardscheringa008

‘De belangrijkste reden om naar Wognum te kijken was de afgenomen werkgelegenheid daar, maar dat we die drie torens voor 12,5 miljoen euro konden kopen is zeker een meevaller’, aldus wethouder Kasper Gutter van Medemblik. Dat er niet meer betaald werd dan ongeveer twintig procent van de nieuwwaarde en de curatoren nu huur moeten betalen aan de gemeente Medemblik is wel weer jammer voor de vierhonderdduizend gedupeerden die nog geld krijgen van DSB. Gutter: ‘Zeker, maar ik had het belang van de gemeente te dienen bij de aankoop, dat begrijp je.’ In Dirk Scheringa’s oude kamer aan de voorkant van ‘De Kathedraal’ met de fel gekleurde waaier van glas zullen voortaan collegevergaderingen worden gehouden.

De gemeente Medemblik komt met 270 fte’s naar Wognum en de ambtenaren zijn van harte welkom in het nabijgelegen café Stam. ‘Vroeger hadden we hier iedere dag tweehonderd tot 250 mensen voor de lunch’, zegt eigenaar Ron Stam. ‘Nu komen er minder, maar ze blijven wel langer zitten. Onder Dirk mochten ze maar een half uurtje wegblijven. Bij die curatoren zit er toch duidelijk minder druk op.’ Ron Stam mag niet klagen. Het dorp is in korte tijd gegroeid van zo'n vierduizend naar achtduizend inwoners en hij heeft het drukker dan ooit met feestjes, etentjes, bruiloften en begrafenissen. ‘Natuurlijk heb ik hier ook wel eens iemand aan de bar die erover klaagt dat hij nog geld krijgt van de DSB’, zegt Stam. ‘Maar dat komt wel goed. Die bank is nu de kip met de gouden eieren. Er komt hartstikke veel geld binnen.’

Later op de avond is ook in café Stam weer niemand te vinden die boos is op Dirk Scheringa. ‘Ze hebben hem laten struikelen omdat hij in geitenwollen sokken naar vergaderingen in Den Haag kwam’, zegt de eigenaar van een grondverzetbedrijf uit Wognum die aan het eind van de werkdag een flink aantal biertjes drinkt met een goede vriend. ‘Ja, hij verkocht woekerpolissen. Maar dat doet de ING ook hoor. Je moet wel blijven nadenken. Dirk wordt erop gepakt en die anderen worden gered. Scheringa was hier politieagent, had alles zelf opgebouwd. Natuurlijk vertrouw je die man. Er kwam toch geld uit de muur? Je kreeg toch je rente bijgeschreven? Ik ken bejaarde boeren die net hun land en boerderij voor een paar miljoen hadden verkocht omdat ze naar een aanleunwoning gingen en nu alles kwijt zijn. Dat is heel zuur voor hun kinderen, maar het is niet de schuld van Scheringa.’

VEEL LEED zit achter gesloten deuren, maar in het centrum van Opmeer worden de mensen dagelijks geconfronteerd met de grootste ruïne van het Scheringa-imperium. Wie boodschappen gaat doen bij Deen, moet er langs. De kolossale tempel opgetrokken uit rode bakstenen, beton en glas moest de uitdijende collectie realistische schilderijen van het echtpaar Dirk en Baukje Scheringa gaan herbergen. Het museum is niet af en staat in een vieze, bevroren zandbak. Sommige ramen zijn afgedekt met hardboard in plaats van glas. Op de website scheringamuseum.nl is nog altijd een animatie te zien van hoe het had moeten worden: 44 tentoonstellingszalen met daklicht, een restaurant met terras, een museumwinkel. Er moet een wonder gebeuren wil het nog zo uitpakken. De schilderijen van Carel Willink, Charley Toorop, René Magritte, Tamara de Lempicka, Lucian Freud, Marlene Dumas en Fernando Botero werden de avond na het faillissement, tijdens een Champions League-duel van AZ, uit het oude museum verwijderd en in beslag genomen door ABN Amro, aan wie de collectie door Scheringa in onderpand was gegeven voor de lening voor de bouw van het nieuwe museum.

Medium 101210huishaardscheringa010

‘Een Scheringa Museum gaat het niet meer worden’, zegt burgemeester Gert-Jan Nijpels van Opmeer. Vanuit zijn werkkamer kijkt hij uit op de onaffe creatie van architect Herman Zeinstra. ‘Mistroostig’, noemt hij dat uitzicht. Het pand, dat al 35 miljoen euro heeft gekost, is een van de weinige panden die niet in handen vielen van de curator. Nijpels: ‘Het is juridisch zeer ingewikkeld, maar de aannemer had retentierecht omdat ze nog veel geld te goed hadden van DSB Beheer en dat recht gaat vóór het faillissementsrecht.’ De aannemer zit er mooi mee in de maag. Voorlopig kost het - onder meer aan beveiliging - alleen maar geld. ‘Het pand en de grond hebben als bestemming “museaal” of “algemeen bijzonder”’, aldus burgemeester Nijpels. ‘En we zijn niet van plan die bestemming te wijzigen en toestemming te geven voor bijvoorbeeld een winkelcentrum. Er zijn genoeg winkels in de gemeente en die gaan we niet kapot laten concurreren. We willen er het liefst een museum in of iets anders met klasse. Voor je het weet zit er een caravanstalling of een Beverwijkse bazaar.’
Dat het geplande museum niet doorgaat en de rijksoverheid er ook niet happig op lijkt het Nationaal Historisch Museum in het pand te vestigen, is een klap voor lokale ondernemers. Omdat het museum op het moment van de val van de bank slechts een paar maanden voor de opening stond en er honderdduizend bezoekers per jaar verwacht werden, waren ondernemers al ver met hun plannen. Nijpels: ‘In de stolpboerderij tegenover het museum zou een exquise restaurant komen. Dat gaat nu niet door en dat is een enorme strop voor die ondernemer. En dat was zeker niet het enige initiatief.’ Dat het museum nu ten prooi valt aan sneeuw, vorst en regen gaat hem aan het hart. ‘Potjandorie, denk ik dan, we kunnen dit gebouw toch niet zomaar laten verslonzen!’ Maar een groot winkelcentrum - verschillende partijen staan ervoor in de rij - over zijn lijk. Hij heeft zijn vingers inmiddels blauw getikt aan brieven aan de banken. Zouden zij niet gezamenlijk hun kunstcollecties in het pand willen tentoonstellen? Ja, ook die schilderijen van Scheringa die nu in bezit zijn van ABN Amro. Nijpels: ‘Waarom niet? Ze kunnen die schilderijen nu toch niet rendabel verkopen. Maar ik realiseer me dat het gevoelig ligt. Andere banken die zich ontfermen over de erfenis van Scheringa… Maar die banken zijn met geld van ons allen gered, misschien moeten ze eens wat terugdoen. Voor zeven à tien miljoen is het museum tot in de puntjes afgewerkt. Dat is niks voor die banken. Dat merken ze niet eens!’ Positieve reacties heeft burgemeester Nijpels helaas nog niet mogen ontvangen.

‘Ik kan eerlijk gezegd niet wachten tot het gesloopt wordt en ik ben echt niet de enige die er zo over denkt’, zegt Sonja Rijpkema achter haar bureau bij makelaar Aspers recht tegenover de fietsenwinkel. ‘Heel veel mensen waren er tegen. Het past hier niet. Het is veel te groot.’ ‘Het is net een moskee’, zegt haar collega Karin Tol. Het zijn jonge meiden, geboren en getogen in Opmeer. ‘Scheringa populair?’ Rijpkema moet heel hard lachen. ‘Ja, bij de vrouwtjes misschien. Hij schijnt nogal veel vreemd te gaan. Ik heb hem altijd arrogant gevonden, een gladde geldwolf. Hij kocht overal huizen, bezat de halve Spanbroekerweg. Mijn moeder werkte bij de DSB. Ja, ook zij stond te huilen op de parkeerplaats toen de bank omviel. Omdat het team uit elkaar viel, niet om het lot van Scheringa. Scheringa was altijd aan het bezuinigen op het personeel. Eens in het jaar een uitje, dat kon er nog net vanaf, maar alleen als de media langskwamen.’ Karin Tol: ‘Al mijn vrienden die er werkten zijn snel weer aan de bak gekomen. Echt niemand rouwt hier nog om de DSB.’

Medium 101210huishaardscheringa012

BEHALVE DAN misschien die eenzame man met het iets te lange haar op de bank in zijn kapitale stolpboerderij aan de Spanbroekerweg. De bordjes aan de overkant van de straat wijzen nog naar een niet meer bestaand Scheringa Museum, dat inmiddels is verkocht aan een ondernemer in duurzame energie. Hoe lang zou het duren voor al zijn sporen hier zijn uitgewist? Hij kan zich troosten met de gedachte dat zijn dorpsgenoten hem niets verwijten. Bij de lokale voetbalclub en in het café zal Dirk weer gewoon de Dirk zijn die hier ooit politieman was. En ze zijn niet anders van hem gewend dan dat hij nooit rondjes geeft, dus zo'n avondje hoeft helemaal niet veel te kosten. Vanaf de Spanbroekerweg is goed te zien dat Dirk Scheringa in ieder geval niet heeft hoeven bezuinigen op de kerstboom. In de achterkamer staat een exemplaar van zeker vier meter hoog. Het is pas vroeg in de middag, maar het is koud en donker buiten en hij heeft de honderden lichtjes maar vast ontstoken.