Jaap van der Aa

De erfenis van Van der Aa

Ook in Amsterdam rukt het «fortuynisme» op. Scheidend wethouder Jaap van der Aa ging over tot bikkelharde sanering van het minderhedenwezen. Hij oogstte bewondering en hoon.

«Iedere migrant moet even goed Nederlands spreken als Máxima», aldus de verkiezingsleus van Rob Oudkerk, debuterend PvdA-lijsttrekker bij de gemeenteraadsverkiezingen te Amsterdam. Waarmee nog maar eens een illustratie wordt geleverd bij de stelling dat het «fortuynisme» in de Nederlandse politiek zeer snel school maakt. Hoe Oudkerk deze droom denkt te kunnen realiseren, blijft vooralsnog de vraag. Uiteindelijk is de gemiddelde Riffijn of Berg-Koerd in Bos en Lommer of de Pijp niet opgevoed door Duitse nonnen, zoals de Argentijnse prinses, en is de weg naar de maximale beheersing van het Nederlands voor hen wellicht toch een stukje moeizamer dan de door Melkert in Den Haag afgeserveerde Oudkerk doet vermoeden. Maar Oudkerk maakt zo wel duidelijk dat hij van plan is op precies dezelfde weg voort te gaan als zijn voorganger Jaap van der Aa, scheidend wethouder te Amsterdam.

Onder regie van Van der Aa, die acht jaar lang met strakke hand de teugels van de Amsterdamse PvdA heeft gevoerd, is er in de hoofdstad een revolutie ontketend ten aanzien van het lokale minderhedenvraagstuk. Dat gebeurde niet met knallende retoriek en turbulentie in de media, maar juist fluisterzacht, achter de deuren van de vergaderzalen, zo geleidelijk dat bijna niemand er iets van merkte. Totdat het te laat was.

Als wethouder Sociale Zaken begon het voormalige schoolhoofd Van der Aa acht jaar geleden aan een ambitieus saneringsprogramma ten aanzien van het minderhedenbeleid. Hij legde de subsidiëring van organisaties voor etnische minderheden via een grootscheepse «herijkingsoperatie» aan banden, schafte tal van Turkse en Marokkaanse centra voor stedelijk jongerenwerk af en liquideerde ook het Bureau Strategisch Minderhedenbeleid, dat jaarlijks cijfers produceerde over de stand van zaken binnen de diverse etnische bevolkingsgroepen op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg. Alles moest anders, zo luidde Van der Aa’s devies. Hóe bleef echter lang een mysterie. In 1999 kwam dan eindelijk de langverwachte nieuwe formule. In de nota De kracht van een diverse stad introduceerde Van der Aa het leerstuk van het «diversiteitsbeleid». Het doel daarvan was niet minder dan het slechten van de etnische barrières in ’s lands meest multiculturele stad.

Als houder van de nieuwe portefeuille diversiteitsbeleid zou Van der Aa de stad naar een nieuwe toekomst voeren, waarin niet langer in de traditionele termen van etnische afkomst zou worden gedacht. «Met het diversiteitsbeleid wil de gemeente Amsterdam een nieuwe richting inslaan», zo heette het in de nota. «Met een nieuw beleid dat beter aansluit en inspeelt op nieuwe ontwikkelingen in de Amsterdamse samenleving. Een nieuw beleid dat alle Amsterdammers wil aanspreken op basis van hun overeenkomsten in maatschappelijke wensen en noden. En dat tegelijkertijd ook oog heeft voor de vele verschillen tussen Amsterdammers. Verschillen in sociaal-economische positie, leeftijd, etniciteit, religie, seksuele voorkeur, levensstijl, fysieke capaciteiten en sekse.»

Dat klonk allemaal bijzonder dynamisch, maar buiten Van der Aa zelf konden maar weinigen er chocola van maken. Wat wilde Van der Aa nu precies? Begin dit jaar kwam dan eindelijk de eerste concrete invulling van het diversiteitsprogramma: de gemeenteraad ging op voorstel van Van der Aa over tot afschaffing van de vijf adviesraden die de gemeenteraad op het gebied van het minderhedenbeleid terzijde staan. Deze raden, elk bestaand uit één door het stadhuis betaalde secretaris en voor de rest uit vrijwillig opererende vertegenwoordigers van de diverse gemeenschappen, moeten worden vervangen door een groot stedelijk platform met door de gemeente aangewezen deskundigen. Die worden niet meer geworven op basis van hun afkomst maar op basis van hun expertise. Dat platform zal zich in het kader van het diversiteitsbeleid bovendien niet alleen maar bezighouden met de diverse etnische groepen, maar ook met de emancipatie voor vrouwen en homoseksuele Amsterdammers. Met één pennenstreek was de gemeente Amsterdam overgegaan tot de liquidatie van de traditionele minderhedenbolwerken.

«Het is de schuld van Jaap van der Aa dat de gehele emancipatorische infrastructuur voor de etnische minderheden in Amsterdam is kapotgemaakt», zegt voorzitter Abdou Menebhi van de Stedelijke Marokkaanse Raad. Menebhi kenschetst Van der Aa’s diversiteitsbeleid als «een verdeel- en heerspolitiek» en spreekt de hoop uit dat de schade kan worden hersteld als Van der Aa eenmaal teruggetreden is. «De etnische minderheden moeten worden beschermd tegen Fortuyn en Balkenende.»

Zijn collega Karacaer, behalve voorzitter van de Turkse Adviesraad ook bestuurslid van de welzijnsorganisatie Milli Görüs, verklaart desgevraagd geen traan te laten om het heengaan van de adviesraden. Karacaer: «Menebhi kan het gewoon niet verdragen dat zijn generatie van bestuurders haar langste tijd heeft gehad. Hij ziet zichzelf als een soort opperhoofd van zijn gemeenschap. Maar het enige wat hij doet, is protesteren tegen de oorlog. Aan de problemen die leven bij de Marokkanen in Amsterdam doet hij niets. Het is de hoogste tijd voor een nieuwe generatie. Wat mij betreft is Van der Aa nog veel te terughoudend geweest.»

Bij de andere adviesraden denkt men daar anders over. Secretaris Ahmed Abaida van de Stedelijke Marokkaanse Raad stelt dat Van der Aa’s diversiteitsbeleid voorbijgaat aan de grimmige realiteiten waarmee de diverse etnische minderheidsgroeperingen nog altijd leven. Abaida: «Van der Aa proclameert dan wel de komst van een nieuw Amsterdam, waarbinnen niet langer in de traditionele patronen van afkomst wordt gedacht, maar in werkelijkheid zijn die etnische barrières nog even groot als twintig jaar geleden. Nog altijd komt tachtig procent van de allochtone scholieren in Amsterdam terecht in het voortgezet lager beroepsonderwijs, om maar eens een voorbeeld te noemen. De moskeeën hebben veel invloed, of Van der Aa dat nu leuk vindt of niet. Het getuigt van een behoorlijke dosis arrogantie om de sociale structuren die binnen die gemeenschappen zijn gegroeid zoveel mogelijk invloed te willen ontnemen. Op de langere termijn zal dat uiteindelijk een grote achteruitgang blijken.»

Ook secretaris Krieschen Ramnares van de Adviesraad voor Surinamers, Antillianen, Molukkers & Ghanezen is van mening dat Van der Aa via het diversiteitsbeleid «het kind met het badwater weggooit». Ramnares vindt het vooral spijtig dat Van der Aa noch de diverse fracties in de gemeenteraad zijn ingegaan op de «inhoudelijk beargumenteerde adviezen» van de adviesraden. Ramnares: «Ik zie het als het zoveelste staaltje ‘fortuynisme’ in de Amsterdamse gemeentepolitiek. Politici denken te kunnen scoren als ze lekker streng doen tegen de etnische minderheden. Het afschaffen van de adviesraden past in dat straatje. Men bezwijkt voor de druk van rechts. De Amsterdamse VVD roept al jaren om het afschaffen van de adviesraden. Van der Aa heeft die eis nu ingewilligd. Het meest verontrustend is dat de invloed van de migranten op alle niveaus wordt beknot. Het feit dat GroenLinks iemand als Mohamed Rabbae zomaar zijn congé geeft, was ook al een teken aan de wand. Hetzelfde gebeurde hier op stedelijk niveau met ervaren migrantenpolitici in D66 en de PvdA.»

Ramnares’ collega Fernando Navarro van de Adviesraad voor Zuid-Europeanen vindt dat Van der Aa’s diversiteitsbeleid voorbijgaat aan de realiteiten van Amsterdam anno 2002. Navarro: «Nu men is overgegaan tot het afschaffen van de adviesraden is fase twee dat de gemeente alle organisaties voor minderheden zal opheffen door het staken van de subsidies. Al die verenigingen en stichtingen passen uiteindelijk evenmin in het diversiteits beleid. Zo blaast men een gehele sociale infrastructuur op. De gemeente zou de waarde van al die organisaties juist moeten inzien. Want via hen houdt de overheid contact met al die verschillende bevolkingsgroepen. Nu riskeert men dat de diverse etnische groepen verder in een isolement raken en zelfs eigen politieke partijen zullen oprichten, zodat hun stem toch nog gehoord wordt.»

Gelet op de eerste uitspraken van Van der Aa’s opvolger Rob Oudkerk zal het tij van het diversiteitsbeleid niet meer te keren zijn. Amsterdam zal voortgaan op het ingeslagen pad, koste wat het kost. Jaap van der Aa zelf kampt inmiddels met problemen van een geheel andere aard. Het blad Binnenlands Bestuur beschuldigde de scheidende wethouder van belangenverstrengeling. Van der Aa zou naar een baan hebben gesolliciteerd bij twee adviesbureaus waarvan hij nu nog opdrachtgever is. Het gaat om de in Amsterdam gehuisveste bureaus CBE en Boer & Croon, die beide door de gemeente Amsterdam werden ingehuurd (voor vele miljoenen euro’s) voor de organisatie van Van der Aa’s veelbekritiseerde megabanenmarkt. Van der Aa noemde de beschuldiging «pure laster» en kondigde juridische stappen aan via de advocaat van de gemeente Amsterdam. Hij stelde dat hij niet eens wist dat CBE bij de megabanenmarkt was betrokken. CBE ontkende ondertussen bij hoog en laag ooit met Van der Aa te hebben gesproken. Binnenlands Bestuur echter beriep zich op «zeer betrouwbare bronnen» binnen CBE en Boer & Croon. Uiteindelijk besloot Van der Aa van juridische stappen af te zien. «Iedereen die mij kent, weet dat ik tot zoiets niet in staat ben», zo verklaart hij via zijn woordvoerster. Dat Van der Aa eventueel emplooi zou zoeken in de wereld van organisatie en consultancy is overigens begrijpelijk. De bedrijfstak is wel getypeerd als «een vergaarbak voor voormalige politici en ambtenaren die zoeken naar een nieuwe invulling van hun professionele leven». De architect van het diversiteitsbeleid zal zich een prettiger afscheid hebben gewenst.