INLEIDING

De erosie van de middenklasse

‘Het enige wat ik zeker weet’, zegt filosoof John Gray in dit speciale nummer van De Groene Amsterdammer, ‘is dat het leven van de middenklasse veel gevarieerder zal worden dan voorheen’. Gevarieerder. Het is een milde, bijna vergoelijkende boodschap die enigszins maskeert wat Gray in de rest van het gesprek op tafel legt.

Medium inleiding 17 2012 middeklasse 575

Werd na de Tweede Wereldoorlog verwacht dat we allemaal tot de middenklasse zouden gaan behoren – het tegenovergestelde is gebeurd. Grote delen van de westerse middenklasse leiden ­inmiddels een onzeker bestaan, ook al hebben ze goede inkomens en bezitten ze een of andere vorm van kapitaal, meestal in de vorm van een eigen huis. Maar een levenslange baan is geen garantie meer. Vaak hebben ze helemaal geen spaargeld; ze hebben eerder schulden dan bezittingen. In de recessie die we nu beleven is er maar weinig nodig – ontslag, een scheiding, gedwongen verkoop van het eigen huis – of ze zijn geveld.

De cijfers zijn één kant van de zaak. Inderdaad, de inkomens­ongelijkheid groeit, net als de vermogensongelijkheid. Niet alleen in de VS, ook in Europa en Azië. Het besteedbaar inkomen van veel mensen staat onder druk. Maar hoe waar ook, het gaat niet om de cijfers – al hebben we die voor dit themanummer wel allemaal ­uitgezocht. Het gaat in werkelijkheid om een minder makkelijk definieerbaar gevoel van betrekkelijk comfort en vertrouwen in de ­toekomst. Om een gevoel van zekerheid, en juist dat is aan het ­eroderen. De zekerheid, vroeger, van een betaalbaar huis zonder het risico zwaar onder water te raken met je hypotheek. Van een vaste baan in plaats van kortdurende contractjes en freelance-opdrachten. Van het idee dat onze kinderen het beter zullen hebben dan wijzelf. Het gaat, kortom, niet om een paar procent koopkracht. Het gaat om het zorgeloze bestaan van grote groepen die dachten ‘safe’ te zijn.

In dit themanummer neemt de redactie zo breed mogelijk de stand van zaken op. Waar zit de pijn? Ook radiologen, advocaten en ­ingenieurs in het Westen blijken niet veilig voor de ­mondiale ­competitie op de arbeidsmarkt – hun werk kan evengoed (en ­goedkoper) elders worden gedaan. Midden- en hoogopgeleide, ­goed betaalde werknemers die in de crisis ontslagen worden en moeten aankloppen bij de schuldhulpsanering. Sociale stijgers die hun huis in de Vinexwijk, ooit bedoeld als opstap, aan de straatstenen niet meer kwijtraken. Dat is de westerse bedreigde middenklasse. En kan de opkomende middenklasse in Azië en Latijns-Amerika de pijn wegconsumeren? Of is dat wishful thinking?

Alle Nederlandse politieke partijen zeggen het lot van de ­middenklasse te omarmen. Of ze nou Henk en Ingrid (pvv), ­hardwerkende Nederlander (vvd) of kwetsbare middengroep (pvda) heten. Maar ze stuiten allemaal op een paradox. Terwijl het op de lange termijn nodig en onvermijdelijk is, betekenen hervormingen op de korte termijn extra onzekerheid, juist voor de middenklasse. Want de hypotheekrente aanpakken drukt de huizenprijzen, de collectieve voorzieningen versoberen verkleint het vangnet, het ontslagrecht versoepelen vergroot de onzekerheid van grote groepen ­werknemers. Vasthouden wat we hebben lijkt misschien aanlokkelijk in deze ­onzekere tijd – de pvv en sp spinnen er garen bij – maar biedt ­uiteindelijk geen soelaas voor de crisis van de middenklasse.

Vandaar dat we dit nummer van De Groene Amsterdammer sturen naar alle leden van de Tweede Kamer. Opdat ze de komende ­maanden niet alleen práten over schaduwen waar ze overheen ­zouden moeten springen, maar het misschien ook eens doen.