De ervaring van een nulpunt

Orville, de gelijknamige hoofdpersoon van het vorige boek van Dirk van Weelden en een typisch Van Weelden-personage, was ooit de weg kwijt. Hij was gedeprimeerd, zijn wereldbeeld was in splinters uiteengevallen en hij was niet in staat om ‘een stromende verbinding met de wereld tot stand te brengen’. Tot hij de Historiën van Herodotus las, ‘het gelukkigste boek’ dat hij kende. Een boek waarin alles verband houdt met alles.

Herodotus’ Historiën, zegt Van Weelden bij monde van Orville, is een manier van denken. Die ziet er zo uit: onvergelijkbare elementen worden vrijelijk bij elkaar gebracht, allerlei ongelijksoortigheden - verhalen, legenden, toespraken, portretten en geschiedschrijving - staan samen in één boek en botsen en beïnvloeden elkaar. De ‘kunst van de melange’, noemt Orville het, een 'vernuftige schakeling’ die geluk veroorzaakt. Zo abstract schrijft Van Weelden soms. Met Van hier naar hier, zijn nieuwste boek, brengt Van Weelden, meer nog dan in zijn vier vorige romans, de manier van denken die hij Herodotus toeschrijft in de praktijk. Als je erin begint te lezen denk je aanvankelijk dat je in een willekeurig archief in boekvorm terecht bent gekomen. Verhalen worden afgewisseld met essays, met brieven, een interview met de schrijver zelf, autobiografische bespiegelingen en reisverslagen - naar het verband tussen al die ongelijksoortigheden is het gissen. Maar de verschillende dossiers uit het archief staan niet los van elkaar. In de eerste plaats wordt het scharnierpunt van alle losse elementen gevormd door het jaar 1980. In dat jaar bevindt Van Weelden zich als jonge twintiger tussen 'adolescentie en uitgestelde volwassenheid’. 'Je bent voor in de twintig en ondergaat een kleine catastrofe in de, laat ons zeggen, psychisch-biografische dimensie’, laat hij een van zijn personages wat dik formuleren. In dat jaar studeerde hij filosofie in Groningen, zag hij de film Permanent Vacation van Jim Jarmusch, dreef hij met Martin Bril een tweemansbedrijfje voor vertalingen, verhandelingen en bizarre verhalen, las hij Diderot, Sterne, Melville en Foucault en leerde hij de eerste kneepjes kennen van het 'Hoe-te-Houden van dat meisje’ dat later zijn vrouw zou worden. In de tweede plaats spreekt uit al die verschillende teksten in Van hier naar hier een zelfde onderliggend gevoel. Of het nu om zijn eigen biografie gaat, om Permanent Vacation, om hiphopper D Shadow, of om de foto’s van Robert Frank, telkens weer zoekt Van Weelden naar de ervaring van een nulpunt. Tijdens zo'n nulpunt tellen verleden en toekomst niet, het leven staat even stil in een ongrijpbaar heden waarin alles mogelijk is. Vanuit zo'n nulpunt begint beweging. En daar is het Van Weelden in al zijn boeken om te doen: om beweging, alertheid, enthousiasme, openheid, improvisatie, om schakeling kortom. Dit klinkt opnieuw behoorlijk abstract. In Van hier tot hier schiet Van Weelden soms door in vaagheid en wazigheid. Maar hij laat ook opnieuw zien wat voor grillige en aanstekelijke geest hij heeft. Neem de manier waarop hij over het doemdenken van begin jaren tachtig schrijft. Hij buigt dat om tot 'tactisch negativisme’: de voorliefde voor afgeleefde kraakpanden, grimmige lelijkheid en herrie was niet louter somber en cynisch; het diende ook om een eigen ruimte te creëren.