Vijftig jaar Euskadi Ta Askatasuna

‘De ETA is de weg kwijt’

De Baskische onafhankelijkheidsbeweging ETA ‘vierde’ afgelopen week haar vijftigjarige bestaan met twee aanslagen. Mede-oprichter Julen Madariaga vindt dat ‘onvoorstelbaar dom’. De Groene Amsterdammer sprak met hem.

MET ZIJN LANGE, magere gestalte, zijn grijze snor, spencer en ribfluwelen broek doet hij eerder denken aan een Britse gentleman dan aan een gevaarlijke terrorist. Toch was de inmiddels 76-jarige Julen Madariaga precies een halve eeuw geleden een van de zeven oprichters van de Baskische afscheidingsbeweging Euskadi Ta Askatasuna, Baskenland en Vrijheid, de ETA.
Als jongetje uit Bilbao vluchtte hij met zijn vader voor de Franco-dictatuur naar Chili. Na een leven van omzwervingen, waaronder een verblijf in Cambridge voor een rechtenstudie en een periode van ballingschap in Algerije, heeft Madariaga nu de Franse nationaliteit. Hij woont in een dorpje in Frans Baskenland, vlak bij de Spaanse grens. Op het station van Hendaye ontmoeten we elkaar. Op deze plek vond zeventig jaar geleden de fameuze ontmoeting plaats tussen generaal Franco en collega-dictator Hitler, merkt Madariaga terloops op.
Madariaga overleefde de doodseskaders van de Spaanse geheime dienst die begin jaren tachtig bijna dertig ETA-leiders vermoordden. Sinds hij de ETA de rug toekeerde, moet hij nu ook voor zijn oude strijdmakkers op zijn hoede zijn. Op het station van Hendaye maakt hij een nerveuze indruk als onbekenden te dicht bij ons in de buurt komen. We besluiten een stukje te gaan rijden in zijn oude auto. Als we de grensrivier Bidasoa oversteken zijn we volgens Madariaga niet in Spanje maar in Igualde – ‘het zuiden’ in de Baskische taal. ‘Het Spaanse imperium’ vindt hij eveneens een prima benaming.

IN 1959 was u een van de oprichters van de ETA. Wat stond u indertijd voor ogen?
Julen Madariaga: ‘Ons doel is in de afgelopen vijftig jaar niet veranderd. Dat was het herwinnen van onze nationale onafhankelijkheid. Onder de vlag van het koninkrijk van Navarra zijn we een paar eeuwen lang onafhankelijk geweest. Verder wilden we onze Baskische taal redden van de ondergang, want een groot deel van ons volk kende zijn eigen taal niet meer. En natuurlijk wilden we het Baskische grondgebied, dat verdeeld was tussen Frankrijk en Spanje, weer herenigen.’
Wanneer en waarom besloot de ETA geweld te gebruiken?
‘Bij de oprichting van de ETA in 1959 maakten we een strategisch plan. Dat bestond uit drie fasen. De eerste fase was de emancipatie van de Baskische cultuur. Daarna zouden we het accent verleggen naar de politieke strijd. En ten slotte, maar alleen als dat noodzakelijk zou zijn, kwam de militaire fase. Als dat noodzakelijk zou zijn! Hoe zo’n gewapende strijd eruit zou moeten zien, daar hadden we nog geen idee van. We wisten niet eens wat een pistool was. We begonnen dus met de cultuur, met Baskische taallessen en dergelijke. Natuurlijk verwachtten we niet dat Franco zou staan te juichen bij ons initiatief. Maar de heftigheid waarmee de dictatuur reageerde verbijsterde ons. Je werd gearresteerd en mishandeld door de Guardia Civil als je de Baskische taal in het openbaar gebruikte. Die keiharde reactie van het militaire regime bracht de ontwikkelingen in een stroomversnelling. Daardoor zagen we ons veel eerder dan we gedacht hadden genoodzaakt over te stappen van de culturele fase naar de politieke strijd. Hetzelfde gebeurde vervolgens met de overstap van de strikt politieke naar de militaire strijd.’

DE GEWAPENDE ACTIES beginnen eind jaren zestig met aanslagen tegen wat de ETA ziet als symbolen van de onderdrukking door het Franco-regime. In augustus 1968 pleegt de ETA een moordaanslag op politiechef Melitón Manzanas voor zijn huis in het Baskische grensstadje Irún. Manzanas had tijdens de Tweede Wereldoorlog van harte samengewerkt met de Gestapo en stond bekend als folteraar. De aanslag op Manzanas, opgeëist voor de camera’s van de Belgische televisie, kan rekenen op een zekere sympathie binnen en buiten Spanje.
Ook de spectaculaire bomaanslag op admiraal Luis Carrero Blanco in 1973 past in dat beeld. Carrero Blanco is op dat moment premier en de intussen met zijn gezondheid kwakkelende Franco ziet in hem zijn ideale opvolger. Twee jaar later sterft Franco zelf ook en in 1978 wordt de nieuwe grondwet van kracht. Internationaal geldt Spanje dan weer als een democratie.
Begin jaren tachtig, als de democratie is hersteld, maakt de ETA de meeste slachtoffers. Het zijn dan al lang niet meer alleen militairen of politiemannen die het doelwit vormen. Ook veel burgers komen om in die bloedige jaren. Gemiddeld valt elke drie dagen een dodelijk slachtoffer. Hoe kan de ETA in die omstandigheden spreken van gewapend verzet?
‘Bij elke strijd voor nationale onafhankelijkheid, waar ook ter wereld, verliezen de gebruikelijke verschillen tussen linkse en rechtse partijen hun betekenis’, zegt Madariaga. ‘Als de strijd gaat om de nationale bevrijding van een volk dat deel uitmaakt van een staat, sluiten de gelederen in het moederland zich. Het onderdrukkende volk, ongeacht de politieke kleur van zijn regering, zal altijd diegenen vervolgen die binnen de staat proberen hun nationale vrijheid te heroveren en de onafhankelijkheid nastreven van het gebied dat hun in hun ogen toebehoort.
Neem Frankrijk tijdens de bevrijdingsstrijd van Algerije. Die heb ik van dichtbij leren kennen toen ik daar anderhalf jaar verbleef na mijn vlucht uit de Spaanse staat. De Algerijnen wilden net als wij de onafhankelijkheid herwinnen die zij in 1830 waren kwijtgeraakt. Maar Frankrijk stond de Algerijnen niet toe die strijd op een vreedzame manier te voeren. Terwijl het dagelijkse leven in Parijs voldeed aan alle wezenlijke kenmerken van de democratische rechtsstaat, bestond merkwaardig genoeg in het Algerijnse deel van de Franse staat niets van dat alles: geen vrije pers en verkiezingen, geen democratie en er heerste een brute repressie. Een perfect functionerende democratie in het Franse moederland viel samen met ernstige schendingen van democratische rechten en vrijheden in de kolonie aan de andere kant van de Middellandse Zee. Algerijnse burgers werden naar willekeur opgepakt en gefolterd.
Een ander voorbeeld is Engeland. In Londen zijn democratie, de politieke rechten en mensenrechten altijd gerespecteerd. Maar dat heeft Engeland er eeuwenlang niet van weerhouden om aan de overkant van de Ierse Zee heel anders op te treden tegenover diegenen die zeiden: dit is niet Engeland maar Ierland. De Franse en de Britse koloniale mogendheden zijn twee gevallen uit de recente geschiedenis die heel Europa goed kent.’
Wilt u hiermee zeggen dat deze situatie ook van toepassing is op de verhouding tussen Spanje en Baskenland?
‘Ja. De situatie is de afgelopen jaren zelfs verslechterd, in die zin dat de Spanjaarden en de Fransen steeds meer en beter samenwerken om de Basken nog effectiever te onderdrukken.’
Veel mensen vinden dat de Basken niet moeten zeuren. Zij wijzen dan op de autonomie die Baskenland geniet, in ieder geval het deel van Baskenland dat onder de Spaanse staat valt.
‘Ik geef de voorkeur aan de slechtste vorm van onafhankelijkheid boven de beste vorm van autonomie. Eigenlijk is het curieus dat deze mensen vinden dat wij niet moeten zeuren. Het zijn zinloze opmerkingen. Anderen hoeven niet voor ons uit te maken waar wij tevreden mee moeten zijn.’
Aanvankelijk stond u bekend als een aanhanger van de harde lijn binnen de ETA. Nu bent u lid van Aralar, de partij die langs vreedzame weg streeft naar Baskische onafhankelijkheid. Op welk moment bent u afstand gaan nemen van het geweld?
‘Onze gewapende acties werden tot begin jaren tachtig gesteund en toegejuicht door het Baskische volk. Maar toen kwam er een moment waarop de nieuwe ETA-leiding een andere weg insloeg. Zij begon aanslagen met autobommen te plegen en maakte willekeurige slachtoffers onder de burgerbevolking. Wij, de historische leiders van de ETA, waren het daar absoluut niet mee eens. En het Baskische volk ook niet. Er ontstond toen een scheiding tussen de leiding van de ETA en de rest van de Baskische onafhankelijkheidsbeweging. Die kloof werd steeds groter en de breuk is nu totaal.
Je zou kunnen zeggen dat de omslag in mijn houding tegenover het gebruik van geweld een kwestie is van menselijke en politieke moraal. Maar daarnaast bestaan er ook heel praktische redenen om het geweld af te zweren. De huidige ETA-leiding is niet alleen blind voor de menselijke gevolgen van haar aanslagen. Ze heeft met haar politieke bijziendheid ook niet in de gaten dat een aanslag op een agent van de Guardia Civil, waarbij dan ook nog eens drie kinderen en een vrouw omkomen die toevallig langs lopen, precies het tegenovergestelde effect heeft van het doel dat ze nastreeft. Dat soort aanslagen pleegt ze bij voorkeur kort voor verkiezingen. Het gevolg is dat de imperialistische Spaanse partijen pijlsnel klimmen en dat de izquierda abertzale (de linkse Baskische partijen – lr) in een vrije val terechtkomen. Ik vind dat onvoorstelbaar dom. Is dát wat de ETA wil?’
De afgelopen jaren worden bijna wekelijks ETA-leden opgepakt. Het verloop wordt steeds groter, de leiding steeds jonger en onervarener. Hoe ziet u de toekomst van de ETA?
‘Het einde van de ETA is een kwestie van tijd. Ze zijn de weg kwijt, maar ze zijn niet in staat om uit hun eigen doolhof te ontsnappen. Tijdens de laatste onderhandelingspoging van de regering-Zapatero in 2007 hebben zij het bestand verbroken. De Baskische bevolking was het daar niet mee eens. Natuurlijk zijn er altijd nog wel mensen die de ETA blijven steunen. Maar het zijn er steeds minder. Het trieste is dat er aan beide kanten nog steeds veel lijden is. Waarom meer lijden als we de problemen kunnen oplossen door te praten?’