De ethiek van het klonen het debat

ROND EEN TAFEL in sociëteit Arti et Amicitiae buigen vier ethici en filosofen zich over één vraag: mag de mens zichzelf klonen? Ethicus Hanneke van den Boer-van den Berg (50) is werkzaam aan de klinisch-genetische centra van Leiden en Rotterdam. Zij kent wetenschappers die menen dat de gekloonde mens binnen een paar jaar in het buitenland zeker realiteit zal worden. In haar dit jaar verschenen dissertatie De juiste keuze plaatst Van den Boer-van den Berg vraagtekens bij het hals over kop op de markt brengen van nieuwbakken voortplantingstechnieken.

Filosoof Hub Zwart (37) is verbonden aan het Centrum voor Ethiek van de Universiteit van Nijmegen. Klonen heeft zijn speciale belangstelling. Hierover betoogde hij vorige maand in de Gelderlander: ‘Het is een wellicht pijnlijke maar toch onontkoombare ervaring dat de medische wetenschap datgene wat ooit een onaantastbare eenheid leek (het menselijk lichaam) gaandeweg doet uiteenvallen in reproduceerbare fragmenten.’
Frans Brom (34), coming man binnen het Utrechtse Centrum voor Bio-ethiek, moet niets hebben van dit soort omineuze geluiden. De ethicus/theoloog promoveerde onlangs op het proefschrift Onherstelbaar verbeterd, waarin hij pleit voor 'moraalontwikkeling’ over genetische vraagstukken van de kant van wetenschap en overheid.
Gedrieën stortten zij zich op de gepensioneerde filosoof en essayist Paul Zwart (66, geen familie van Hub Zwart). Deze erratische denker schreef afgelopen maart in de Volkskrant 'geen enkel moreel bezwaar tegen het klonen van een mens te zien’.
Twee door onvruchtbaarheid kwelde mensen die een kind willen klonen, mag dat?’
Frans Brom: 'In Nederland is het streng verboden, en terecht. Om een veilige kloontechniek te ontwikkelen, zal er immers op grote schaal met embryo’s moeten worden geëxperimenteerd. Wie heeft het recht om te knoeien met beginnend menselijk leven? Ook het lot van de eerste als kloon geboren mensen is op voorhand erg onzeker. Wie deze gevaren luchthartig wegwuift, zou het wel eens aan moraal kunnen ontbreken.’
Hub Zwart: 'Maar die onzekerheid gold toch ook voor de eerste reageerbuisbaby’s? Nu weten we dat die kinderen in geen enkel opzicht verschillen van kinderen die op de natuurlijke wijze zijn ontstaan. Terwijl aan die kennis ook veel embryo’s zijn opgeofferd.’
Hanneke van den Boer: 'Het probleem is dat we geen muur om Nederland kunnen bouwen. De overheid kan wel besluiten dat een nieuwe techniek in ons land niet ontwikkeld mag worden, maar als die techniek in het buitenland uiteindelijk veilig kan worden toegepast, kunnen we niet zeggen: Nederland doet niet mee omdat er in de beginfase levens aan zijn opgeofferd. Dat is vrij hypocriet.’
Paul Zwart: 'Ieder mens heeft toch het recht om te kiezen hoe hij of zij zich wil voortplanten? Na mijn eerste zoon had ik bijvoorbeeld zelf dolgraag een dochtertje gewild. Maar ik kreeg nog een zoon. Als ik toen de kans had gehad een van mijn vrouw gekloond dochtertje te krijgen, had ik dat erg leuk gevonden.’
Frans Brom: 'Nu ontstaat het beeld van kinderen als flippo’s: om de verzameling compleet te krijgen, moet je ze allemaal hebben.’
Hanneke van den Boer: 'Je moet ook denken aan het welzijn van de kloon. Die wordt niet geboren uit de gebruikelijke fusie van een zaad- met een eicel, wat betekent dat er in feite geen natuurlijke ouders zijn. Dat kan toch nooit goed zijn? Onderzoek toont aan dat mensen psychische problemen krijgen als ze niet precies weten waar ze vandaan komen.’
Hub Zwart: 'Tegelijk moet je dit afwegen tegen het wellicht veel ernstiger psychisch leed van onvruchtbare ouders. Als een kloon dit kan opheffen, dan zie ik - mits de techniek veilig is - eigenlijk niet zo ontzettend veel problemen. Je moet leed natuurlijk wel proberen te verlichten…’
Frans Brom: 'Adoptie is toch ook een mogelijkheid!’
Hub Zwart: 'Maar leed is niet het enige dat er is. De vraag moet zijn: waarom wil iemand een gekloond kind? Misschien verwachten sommige mensen dat hun kloon de ongelukkige jeugd die ze zelf hebben gehad met terugwerkende kracht gaat rechtzetten. In ieder geval is er een behoorlijk risico dat de kloon een instrument wordt van de ouders, dat zo'n kind wordt overladen met verwachtingen over wie het is en hoe zijn toekomst er uit gaat zien.’
Paul Zwart: 'Maar iedere ouder legt toch allerlei verwachtingen in zijn kinderen? Geadopteerde kinderen en hun ouders krijgen trouwens ook vaak de grootst mogelijke problemen. Je moet oppassen dat je het ene leed niet zomaar gaat inruilen voor het andere.’
WAAROM IS IEDEREEN toch zo bang voor klonen?
Hanneke van den Boer: 'Mensen vrezen wellicht het technologische imperatief dat doorklinkt in het klonen. Mijn generatie groeide in de jaren zestig en zeventig op met het idee dat ieders identiteit bepaald werd door omgeving, opvoeding en scholing. Daarna leek opeens alles in de genen te zitten, en even later konden ook die genen gemanipuleerd worden. En dan nu weer dat klonen! De wetenschap wekt de indruk haast niet meer beheersbaar te zijn, ze zet ontwikkelingen in gang waarvan het de vraag is of ze door ons nog wel in de hand zijn te houden.’
Hub Zwart: 'Het idee van klonen raakt aan de menselijke hoogmoed, aan de drang onsterfelijk te zijn. De mens lijkt taken van God te kunnen overnemen, wat volgens sommigen niet ongestraft kan blijven. Tegelijkertijd illustreert de kloon slechts de nietigheid van de mens: wij bestaan net als planten uit reproduceerbare lichaamscellen. Dat roept de nodige verwarring op.’
Frans Brom: 'De angst voor klonen heeft alles te maken met het wankele beeld van de menselijke identiteit. Niemand weet waarin deze exact bestaat, behalve dan dat je haar tijdens het leven continu moet bevechten. De mogelijkheid die het maken van klonen biedt, lijkt die unieke identiteit in twijfel te trekken. Dat is bedreigend. Overal ter wereld wemelt het van de mythen en spookverhalen waarin mensen hun identiteit kwijtraken aan gefabriceerde evenbeelden van zichzelf. Die angst is dus universeel.’
Hanneke van den Boer: 'Ik ben persoonlijk ook erg bang voor de verwachtingen die de media over het klonen gaan wekken. Door al die nieuwe voortplantingstechnieken lijkt het wel of tegenwoordig iedereen een perfect gezond kind kan krijgen! Terwijl de wetenschap nog lang niet zo ver is als de mensen denken, er lukt op dit gebied meer niet dan wel.
Ondertussen is de situatie voor ongewenst kinderloze ouders zo langzamerhand onleefbaar geworden. Er zijn mensen die de beste periode van hun leven zomaar voorbij laten gaan met maar één gedachte voor ogen: geef ons een kind! Als ik dan denk aan hoe sommige media dat klonen zullen gaan opkloppen, voorzie ik alleen maar nog meer ellende.’
HUB ZWART: 'De vraag is ook: worden wij wel tijdig en eerlijk door de wetenschappers geïnformeerd? Of wordt er misschien informatie achtergehouden? Als de details niet precies bekend zijn, kunnen wetenschappelijke ontdekkingen gemakkelijk veranderen in spookverhalen, die terecht angst oproepen. Omdat je als mens dan gereduceerd wordt tot consument. Het is dus zaak om burgers tijdig inspraak te geven in hoe hun wereld eruit gaat zien. Niet pas als het product al in de winkel ligt.’
Paul Zwart: 'Maar is daar behoefte aan dan? De publieke belangstelling voor techniek en wetenschap is toch sterk gedaald?’
Frans Brom: 'Goed, maar hoe komt dat? Ik denk dat we tegenwoordig geen geïnstitutionaliseerde systemen meer hebben die zich bezig houden met het ontwikkelen van een moraal, zoals vroeger bijvoorbeeld de kerken. Nog niet zo lang geleden werd het volk de raal gewoon voorgeschreven door een clubje dominees, leraren en dokters. Sinds de ineenstorting van dit systeem is de mondigheid wel veel groter geworden, maar ontbreekt het paradoxaal genoeg aan gemeenschappelijk moreel beraad. Niemand heeft meer een mening. Ik betoog in mijn proefschrift dat het nu de taak is van de overheid om dit braakliggende terrein weer op te vullen. Ik denk hierbij aan het organiseren van publiekscommisies, lezingen, televisiefilms, structuren waardoor mensen misschien met elkaar gaan praten over de ethiek van de dingen. Gezien een aantal mogelijk problematische technologische ontwikkelingen kan dat voor onze toekomst van uiterst groot belang zijn.’
Paul Zwart: 'Riekt het met Postbus 51-filmpjes in toom houden van nieuwe voortplantingstechnologieën niet een beetje naar christendom?’
Hub Zwart: 'Nounou, het christendom heeft toch niets te maken met het stoppen van de wetenschappelijke vooruitgang. De ken hebben voor wetenschappers, Galileo Galilei daargelaten, juist altijd een heel heel gunstig klimaat geschapen.’
Hanneke van den Boer: 'Natuurlijk worden de ethische implicaties van wetenschap wel beïnvloed door het christendom. De hele westerse wereld is immers al eeuwen doordrenkt met het christelijke cultuurgoed. Ondertussen doet de wetenschap niet meer dan inspelen op vragen vanuit de samenleving. Als er een markt is voor klonen, zijn er wetenschappers die deze markt willen bedienen.’
Hub Zwart: 'Sterker nog, er bestaat geen wetenschappelijk onderzoek dat niet op de een of andere manier anticipeert op de oplossing van maatschappelijke problemen. Onderzoekers ontlenen daar ook op de een of andere manier hun financiering aan. De wetenschappelijke ontdekkingen van nu zijn daarom al bij voorbaat relevant voor wat er over bijvoorbeeld tien jaar in de samenleving gebeurt. Of we dit nu leuk vinden of niet.’