De ethiopische intifada

De Israelische bloedbank heeft bloed inmiddels ‘tot nader order’ ingevroren. Maar het ging de woedende Ethiopische joden vorige week om meer dan het weggooien van hun donorbloed. En hun voorbeeld zal zeker zijn uitwerking hebben op andere nieuwkomers in Israel
DE FALASJA’S - een in onbruik geraakt scheldwoord voor de Beta Israel ofte wel de Ethiopische joden - werden anderhalve eeuw geleden ‘ontdekt’ door Europees- joodse ontdekkingsreizigers. Gedurende meer dan tweeduizend jaar afgesneden van het rabbijnse jodendom zoals zich dat in het Midden-Oosten en Europa ontwikkelde, praktizeerden deze joden een geloof dat van voor de verwoesting van Herodes’ tempel dateert. De Beta Israel zagen zichzelf als afstammelingen van de priesters die koning Salomo naar de koningin van Scheba stuurde. Gemengde huwelijken met autochtonen leidden tot een donkerhuidig joods volk, dat volgens overlevering eeuwenlang over Abessinie regeerde - totdat het zijn macht verloor aan de Ethiopische christenen.

De joden waren in Ethiopie arme boeren, geisoleerd in bergdorpen. De kennis van het Hebreeuws hadden ze verloren, totdat joodse ‘weldoeners’ hen terugleidden in de moederschoot van het orthodoxe jodendom en hen confronteerden met de zegeningen van de twintigste eeuw.
De eerste groep Ethiopische joden arriveerde in 1983, door de (voortijdig uitgelekte en afgebroken) 'Operatie Mozes’, via Soedan in Israel. In de daaropvolgende jaren werden joden mondjesmaat uit de dictatuur naar Israel gesmokkeld. De rest werd in 1991, in de nadagen van de Golfoorlog, via een spectaculaire luchtbrug van Addis Abeba naar Tel Aviv gevlogen. Deze 'Operatie Salomo’ werd een van de meer populaire scoops van toenmalig Likoedleider Yitzhak Shamir. Maar operatie Salomo viel samen met een piek in sovjet-joodse immigratie en met een hoog oplopende werkloosheid. Een probleemgroep was geboren.
De opvang van de Ethiopische migranten wordt sinds vorige week in de media als geheel mislukt afgedaan. Een simplistische beeldvorming die voorbijgaat aan de grote problemen die deze groep meebracht en die een aantal opmerkelijke deelsuccessen verzwijgt.
De Ethiopische joden vormen een van Israels kleinere etnische groepen. De hele gemeenschap telt zestigduizend zielen, amper anderhalf procent van de totale bevolking. Israels 'absorptieapparaat’ investeerde vier maal zoveel in elke Ethiopier als in de modale immigrant. De meeste Ethiopiers werden naar naargeestige 'ontwikkelingsgebieden’ aan de rand van de woestijn gedirigeerd.
Dertig jaar eerder dumpte Israels westers-joodse bureaucratie al geestdriftig orientaals-joodse migranten in plaatsen als Kiryat Gat, Kiryat Malachi, Dimona en Ofakim, waar je makkelijker aan drugs komt dan aan werk. Israel ontwikkelde echter speciaal voor de Ethiopiers een steunprogramma dat gettovorming in deze sociaal zwakke periferie moest voorkomen. Dit gaf duizenden de kans aan hun zinderende wooncaravans te ontsnappen en zich door heel Israel te verspreiden. Tegenwoordig hokken nog zo'n zeshonderd gezinnen in caravans.
{ TERRITORIALE concentratie van de joodse diaspora is Israels raison d'etre, al plegen de gegoede zonen en dochters van vroegere generaties vluchtelingen dat gemakshalve te vergeten. De staat besteedt enorme sommen aan de opvang van nieuwe immigranten: Hebreeuwse les, huur- en hypotheeksubsidie, omscholing, werkverschaffing en directe geldelijke steun - 'voorrechten’ die de Israelische yuppen vaak een doorn in het oog zijn. De ergernis is echter niet aan huidskleur gebonden en treft sovjet-joodse migranten niet minder dan Ethiopiers.
De opvangproblemen zijn echter extremer bij de Ethiopiers. Vanuit een patriarchale, agrarische maatschappij kwamen ze terecht in een moderne, industriele en vaak vervreemdende maatschappij. Velen waren onbekend met elektriciteit, het alfabet en de supermarkt. Op het materiele vlak slaagde de transformatie betrekkelijk goed. Zo hebben de meeste jonge mannen nu werk - onder vrouwen en oudere mannen is de werkloosheid hoger.
De uitbarsting van vorige week is dan ook eerder een reactie op gekrenkt eergevoel dan op materiele achterstelling. Alle vergissingen waarvan de orientaalse joden in de jaren vijftig slachtoffer werden, zijn met de Ethiopiers nog eens dunnetjes overgedaan. Het 'binnenhalen der joodse bannelingen’ en de 'omsmelting der migranten’ was en is algemeen aanvaard zionistisch gedachtengoed. Maar onder de apparatsjiks die dit fraai klinkende beleid moeten uitvoeren, bevinden zich even veel verlichte despoten als democratische straathoekwerkers.
Israels rabbinale establishment, met zijn nagenoeg absolute macht over persoonlijke status, huwelijk en echtscheiding, is waarschijnlijk hun ergste vijand. Het is verantwoordelijk voor denigrerende maatregelen: gedwongen naamsverandering, symbolische herbesnijdenis der mannen en een vernederende 'herbekering’ om als joden te worden erkend. De eigen Ethiopische religieuze leiders worden kort gehouden. Ethiopische kinderen werden en masse naar religieuze scholen gestuurd, waar het onderwijspeil lager ligt. Concentratie in een beperkt aantal 'zwarte’ scholen drukt de onderwijsprestaties verder. Gevolg: drop-outs en liefst duizend kinderen die naar lom-scholen werden doorgestuurd. Maar niets stigmatiseerde de nieuwkomers meer als 'twijfeljoden’ dan de beperkingen op hun vrijheid van huwelijk. Er bestaat in Israel geen burgerlijk huwelijk. Slechts een tiental speciaal aangewezen rabbijnen zijn bevoegd om de Beta Israel te trouwen.
'ALS WIJ GOED genoeg zijn om op het slagveld ons bloed voor het vaderland te vergieten, waarom is ons bloed dan niet goed genoeg om aan de gewonden te geven?’ luidde de woedende vraag die de Ethiopische joden eind vorige maand stelden. Maar ondanks de bijsmaak van racisme die aan het gedrag van de Israelische bloedbank kleefde, moet een reeel medisch probleem onder ogen worden gezien. De meeste Ethiopiers zijn voor hun komst naar Israel nooit op besmettelijke ziekten onderzocht - Israel was immers 'geen Ellis Island’. Gruwelsprookjes beweren dat 25 procent der Ethiopische joden hiv-positief is. De werkelijkheid is nog verontrustend genoeg. Er lopen in Israel 1300 tot 1500 hiv- dragers rond; 520 van hen zijn Ethiopiers. De media wisten al langer van dit relatief hoge aantal hiv-gevallen onder de Ethiopiers, maar zwegen uit vrees voor herhaling van schandalen als die met de Noordafrikaanse immigranten een generatie terug. Marokkaanse joden bijvoorbeeld zijn veertig jaar na dato nog niet vergeten dat ze bij aankomst in Israel met DDT werden gedesinfecteerd.
Opvallend is dan ook niet zozeer dat de Israelische Rode Davidster al jarenlang bloed van Ethiopiers (en van homo’s en hoeren) weggooit, maar dat ze dit heimelijk doet. Dit geeft aan dat het hier niet gaat om een wellicht onsympathieke maar toch rationele beleidskeuze, maar om een mengsel van wetenschap en vooroordeel.
De Israelische maatschappij heeft de structuur van een ui, waarvan elke 'schil’ een immigrantengroep vertegenwoordigt. Hoe dichter bij de kern, hoe centraler in de samenleving. Iedere immigrantengroep is ooit 'exotisch’ geweest en heeft een langdurige, meestal traumatische 'initiatierite’ moeten verduren voordat ze het stempel van 'Legitieme Modale Israeli’s’ verkreeg. De Ethiopiers vormen de buitenste schil. Ze springen er veel meer uit dan de Russische joden, die ongeveer gelijktijdig aankwamen. Niet alleen door hun huidskleur, ook doordat ze en bloc werden overgeplant, net zoals de orientaalse gemeenschappen dertig jaar geleden - en niet als individuen of gezinnen, zoals de Russen.
Ondanks hun trage en gebrekkige integratie stonden de Ethiopische joden jarenlang te boek als geduldig en lijdzaam - ideale 'grondstof’ voor omvorming tot westers denkende en modern uitziende joden. Waarschijnlijk een onterechte beeldvorming. Ondanks tal van individuele succesverhalen stapelden ergernis en frustratie zich op. Maatschappelijk werkers die met de Ethiopiers werken, zijn niet verrast over hun woedeuitbarsting. Eer is voor hen belangrijk, bloed weggeven een symbolische daad, het weggooien een belediging.
Volgens antropologe Malka Shabtai van de Beersheva University geeft de staat Israel Ethiopiers het idee ongewenste vreemdelingen te zijn. De rellen weerspiegelen dat gevoel van afgewezen liefde. Vooral Ethiopische jongeren raken verscheurd tussen enerzijds hun wens 'Israelischer dan de Israeli’s’ te worden - wat soms leidt tot een overcompensatie die herinnert aan het proces dat orientaalse joden in uiterst rechts vaarwater dreef - en anderzijds hun verlangen vast te houden aan hun Afrikaanse wortels, wat een merkwaardig syncretisme als de hoofdkapjes met de Ethiopische nationale driekleur oplevert.
IS ER IN ISRAEL sprake van een informele apartheid? De Israelische reactie is even interessant als de Ethiopische actie. Vooroordelen drijven naar de oppervlakte in scheldpartijen. Natuurlijk bestaat rassendiscriminatie ook in Israel, maar ze wordt - althans, zolang het om joden gaat - als onfatsoenlijk van de hand gewezen. De Ethiopische joden zijn voor Israeli’s ongeveer zo joods als voor Nederlanders de Indische repatrianten Nederlands zijn, voor Fransen de pieds-noirs Frans en voor Duitsers de Wolga-Duitsers Duits - alle groepen die ideologisch gesproken 'bij ons horen’ maar toch als 'anders’ worden bejegend. De ware discriminatie is voorbehouden voor groepen die buiten de nationale of godsdienstige grenslijn vallen - in Israel vooreerst de Palestijnen.
Israel kent zijn progressieve intellectuelen en doordachte, politiek correcte en sympathieke initiatieven zoals museumtentoonstellingen over de Beta Israel-cultuur, of de asjkenazische zanger Shlomo Gronlich die met een koor van Ethiopische schoolkinderen Afrikaanse melodieen uitbrengt. Publieke reacties op de stenengooierij tijdens de demonstratie waren overwegend gematigd. De leiders der Ethiopiers schrokken zelf van de intensiteit van de woede en boden hun verontschuldigingen aan voor de excessen. De pers veroordeelde het geweld, maar riep op tot extra inspanningen om de Ethiopiers 'erbij’ te betrekken. Veel Israeli’s hebben medelijden met deze 'zielige’ groep - en een vaag schuldgevoel omdat ze zich niet voldoende inzetten voor hun opvang. De positieve actie zit eraan te komen.
Is de recente uitbarsting van Ethiopisch geweld een teken van ’re-etnisering’ van de Israelische maatschappij? De Ethiopische zelforganisatie en de demonstratie zijn misschien juist wel tekenen van hun opname in een samenleving die in haar geheel steeds meer tot een markt van concurrerende belangengroepen wordt. Israel is een vechtmaatschappij waarin populistische politici handenschuddend de markt afschuimen, Knessetleden uit electorale overwegingen deelbelangen (achtergestelde Arabische dorpelingen, homo’s, verkrachte vrouwen) 'adopteren’ en niemand serieus genomen wordt die geen vuist kan maken. De 'intifada’ van de 'ondankbare’ Ethiopiers heeft hun wellicht enige sympathie gekost, maar objectief gezien markeert ze de 'volwassenwording’ van de Beta Israel tot 'gewone’ belangengroep. Het Ethiopische voorbeeld zal zeker zijn uitwerking hebben op andere migranten-nationaliteiten, in de eerste plaats op de tien maal zo grote groep van de Russische joden.