De euro als gevaarlijk kinderspeeltje

Het was niet geheel ondenkbaar: de invoering van de ‘eenheidsmunt’ en zelfs van de hele Economische Monetaire Unie had dit weekeinde op de Europese top in Dublin nog kunnen worden uitgesteld. Tot 2005 of zo.

Maar nee: het ‘Stabiliteitspact’ kwam er. En daarmee schoot de EU-bommenwerper voorbij het point of no return. De Europese Unie kan met haar EMU nog maar één richting uit: naar voren.
Te stellen dat de koppeling van vijftien monetaire systemen in één grote manoeuvre een gigantische onderneming is, is een even gigantisch understatement. De geldzuivering van Lieftinck in 1945, vlak na de bevrijding, was, vergeleken met de EMU, kleuterklaswerk. Wie de gevolgen en de kosten probeert te kwantificeren, komt nergens met een pover miljard. Gerekend moet worden met biljoenen, eenheden dus van een miljoen maal een miljoen. De eeuwwisseling zal dan ook onvermijdelijk de historie ingaan als die van de monetaire integratie van Europa. Of het falen ervan.
In Dublin werd dus besloten dat het bestraffen van landen die te losbandig omspringen met begrotingen en financieringstekorten, zal gebeuren door 'de’ Europese politiek. Over het al of niet sanctioneren van lidstaten kan - dus! - gemarchandeerd worden. Volgens het weekblad The Economist, dat tot nu toe voorstander van de EMU was, is dit weinig minder dan een enorme bom waarvan de lont al brandt.
Maar geen gezeur. Men moet ervan uitgaan dat de EMU er in 1999 komt. En de Euro in de vorm van bankbiljet en munt per 1 januari 2002. Men zou dus mogen verwachten dat het bedrijfsleven frenetiek doende was zich voor te bereiden. Echter, een meerderheid van de bedrijven doet alsof de EMU en de Euro nieuwe speeltjes zijn voor Madurodam. Ze doen niets. Men zou ook mogen verwachten dat de regeringsleiders der vijftien landen zich als overijverige studenten hadden verdiept in de technische consequenties van de supergigantische onderneming. Maar nee: de meeste regeringsleiders weten nauwelijks waarover ze praten.
Wie vindt dit? Gerrit Zalm, Nederlands minister van Financiën. Die afgelopen zondagmiddag op radio 1 een welwillende uitzondering maakte voor Wim Kok. Kok was dan ook zelf minister van Financiën, en vakministers weten allemaal - nu ja, bijna allemaal - waar het over gaat. Gelukkig, stelde Zalm, beschikken de regeringsleiders wel over de hulp van deskundige ambtenaren.
Zalm was zich er kennelijk niet van bewust dat hij hiermee een van de grote defecten aanroerde rond de Europese Unie en de EMU. Weinig Euroburgers, inclusief de Europese politici, kunnen bevatten wat precies staat te gebeuren.
Desondanks willen zowel conservatieven als labour in Engeland de burgers via een referendum laten beslissen of het land wel of niet gaat meedoen in het avontuur. Het lijkt superdemocratisch. Maar het is natuurlijk sollen met de democratie ter wille van eng partijpolitiek gewin. Alweer de vlucht naar het vermaledijde gesundes Volksempfinden. Over moraal gesproken! In het Verenigd Koninkrijk neigt de politieke moraal zo langzamerhand naar het immorele. Of erger nog: het amorele.