De euro als splijtzwam…

De econoom Sweder van Wijnbergen noemde Griekenland ‘een beetje een belachelijk land, economisch gezien’, omdat het idioot veel ambtenaren heeft, die het met 53 jaar met pensioen stuurt én een dertiende en veertiende maand salaris meegeeft. En breder gezien, omdat Griekenland structureel te weinig belasting int en de afgelopen jaren veel te veel heeft uitgegeven.

Knoflooklanden zijn het, die eigenlijk uit de euro gezet zouden moeten worden omdat ze geen begrotingsdiscipline aan de dag kunnen leggen. Toenmalig minister van Financiën Gerrit Zalm was bang dat Italië met trucs en marchanderen de regels zou omzeilen, nu gaan de waarschuwingen vooral uit naar Spanje met zijn twintig procent werklozen en Portugal met zijn oplopende kosten op staatsleningen. De opmerking van Van Wijnbergen is dus vooral een uiting van een breder ervaren gevoel van monetaire trots. Wij voeren goed beleid, jullie niet. Wij - lees Duitsland en Nederland - hebben een mooie traditie van sterke munteenheden die nu door jullie - lees zuidelijke landen - dreigt te worden verkwanseld. Jullie maken er een zooitje van, en wij draaien ervoor op. Europese samenwerking is mooi, internationale solidariteit is goed, maar op deze manier is de euro uiteindelijk geen bindmiddel maar een splijtzwam. Dat is een veel groter gevaar dan de Griekse economie alleen.
En dus moest Griekenland, ook al is het economisch achterlijk, gered worden. De officiële en veel aangehaalde kortetermijnredenen zijn bekend: het vertrouwen in de euro zou anders dramatisch dalen, Griekenland zou in de afgrond storten en de Nederlandse (en Duitse en Franse) banken zouden kunnen fluiten naar het geld dat nu al is uitgeleend aan het land. En dat is meer dan de 4,8 miljard die demissionair minister De Jager als lening heeft toegezegd.
Maar de werkelijke reden is dat Europa in het aangezicht van een crisis en tegenover de wereld moest aantonen dat er zoiets bestaat als monetaire solidariteit. Dat landen in de muntunie bereid zijn elkaar uit de brand te helpen. Het is opmerkelijk hoe snel de publieke opinie ervoor is klaargestoomd. Nog geen twee maanden geleden bezwoer De Jager dat er ‘geen cent belastinggeld naar Griekenland’ zou gaan. Dat kwam stoer, kordaat en vastbesloten over. Niks de boel flessen en dan je hand ophouden. En nu 110 miljard lenen. ‘Niet uit liefde’, voor Griekenland, zei De Jager, maar uit eigenbelang.
Hier wringt de schoen. Nederland zit met de andere landen gevangen in een muntunie waar overtreders en spelbrekers niet uitgezet kunnen worden. Het speelt voetbal zonder dat een rode kaart kan worden gegeven. Dat werkt alleen als iedereen zich altijd aan de spelregels houdt.
Bij de ratificatie van het verdrag van Maastricht werd hiervoor door sceptische economen al gewaarschuwd. Er werd niet naar ze geluisterd, er kwam geen debat. Nu blijkt dat ze gelijk hadden, maar weer is er geen open debat over de euro en de stappen die gezet moeten worden. Want dat er iets moet gebeuren is evident. Met de vergrijzing in alle eurolanden op komst is het bijzonder naïef te denken dat Griekenland het laatste land in Europa is dat wel eens in de problemen zou kunnen komen. De eerste stap is logisch: eisen dat alle landen zich aan de spelregels houden. Strenge controles, aanpassingsmaatregelen indien nodig. De tweede stap is een discussie over het invoeren van een rode kaart: landen uit de euro zetten. De derde mogelijkheid is, wegens spelbederf, zelf niet meer mee te voetballen. Nederland zou een open debat moeten voeren of het uit de euro dient te stappen indien de kosten om andere landen te stabiliseren in de toekomst te ver oplopen.