De euro maakt meer kapot dan je lief is europese unie

Wie de Nederlandse regering in de Europese Unie bezig ziet, krijgt de indruk dat het kabinet Duisenberg toch maar geen president van de Europese Centrale Bank (ECB) wil laten worden. Alle retoriek over Europese idealen ten spijt moet Europa van Nederland op een koopje. Het kabinet wil de contributie aan de EU verminderen, terwijl voor de uitbreiding naar Oost-Europa juist extra geld nodig is. Niet minder impopulair maakt Nederland zich ongetwijfeld met de strijd om meer Europees geld voor de Flevopolder of andere achtergebleven Nederlandse gebieden. En Zuid-Europa zal ook zeker niet enthousiast zijn over de inspanningen van minister Zalm om de Italiaanse deelname aan de euro zo veel mogelijk tegen te werken.

Voor de ‘spaghettifobie’ van Zalm is geen basis aanwezig, want de deze week verschijnende rapporten van de Europese Commissie en het Europees Monetair Instituut (EMI) zullen niet om de constatering heen kunnen dat Italië voldoet aan de in het Verdrag van Maastricht vastgelegde convergentiecriteria. De Italiaanse staatsschuld is natuurlijk hoog, maar het belangrijkste is dat zij daalt. Dankzij harde bezuinigingen en kunstgrepen daalde ook het financieringstekort tot onder de drie procent.
Ironisch genoeg kan datzelfde niet van Duitsland gezegd worden. Onze oosterburen wisten het financieringstekort met een aantal trucs (hogere socialezekerheidsbijdragen; eerder dan geplande terugbetaling van steun door Airbus) nog wel net onder de vereiste drie procent te brengen. Maar de Duitse staatsschuld nam vorig jaar toe en raakte dus verder van de grens van zestig procent verwijderd. Dat mag niet volgens Maastricht, maar Duitsland moet sowieso aan de euro meedoen, dus over Duitse zonden zal niemand vallen.
Italië daarentegen is nog lang niet van ons af. Oud-directeur Szász van De Nederlandsche Bank vindt dat dit land niet voor deelname aan de euro in aanmerking moet komen, ook al voldoet het formeel aan de eisen. Zalm, die de Italiaanse miljoenennota het liefst eigenhandig zou opstellen, eist nu zelfs van de regering-Prodi dat zij nog voor de definitieve beslissing op 2 mei over wie aan de euro mee mogen doen, een begroting met nieuwe bezuinigingen voor de komende jaren door het parlement laat aannemen. Alleen zo kan Italië aan Zalm, de Bundesbank en de VVD-achterban bewijzen dat de bezuinigingen van de afgelopen jaren voldoende duurzaam zijn.
Fausto Bertinotti van Rifondazione Communista heeft al laten weten dat hij geen boodschap heeft aan dit Nederlandse dictaat, en zonder de steun van zijn partij heeft de Italiaanse regering geen meerderheid in het parlement. Het is te hopen dat hij voet bij stuk houdt, want deze ongegeneerde poging om Italië voor jaren in een bezuinigingsdwangbuis vast te klinken is symptomatisch voor het democratisch gehalte van de EU. Hetzelfde kan in de toekomst gebeuren met elk ander land dat niet doet wat andere lidstaten of de Europese Centrale Bank (ECB) in het belang van de stabiliteit van de euro nodig achten.
Het voldoen aan de criteria uit het Verdrag van Maastricht is nog maar de eerste en eenvoudigste stap naar de euro, schreef The Financial Times in een commentaar nadat de cijfers over 1997 door de lidstaten bekend waren gemaakt. Dat het moeilijkste inderdaad nog moet komen, blijkt om te beginnen uit het feit dat Italië niet het enige land is waar de budgettaire anorexia niet ophoudt na de formele beslissing over wie er aan de euro gaan meedoen. Tijdens een lezing aan de Erasmus Universiteit verklaarde deskundige bij uitstek Duisenberg begin maart dat 'een groot aantal landen’ de komende jaren nog 'het nodige huiswerk te doen heeft op het terrein van de overheidsfinanciën’. Om te voorkomen dat landen bij economische tegenwind het vastgestelde maximum voor het financieringstekort overschrijden, is vorig jaar tijdens de top in Amsterdam in het Pact voor Stabiliteit en Groei vastgelegd dat alle lidstaten hun financieringstekort naar ongeveer nul procent moeten terugbrengen. En aangezien de meeste landen er op dit moment ternauwernood in slagen onder de drie procent te blijven, noemt Duisenberg 'de conclusie onvermijdelijk dat ook in de komende jaren overheidstekorten verder moeten worden teruggebracht’.
De bezuinigingen voor de euro gaan de komende jaren door en de grote problemen waar Europa voor staat, om te beginnen de werkloosheid en de armoede, blijven liggen. Sterker nog: echte oplossingen worden verhinderd door de euro. Zo zijn de regeringen van Frankrijk en Italië tijdens de bijeenkomst van EU-ministers van Financiën in York door hun collega’s bekritiseerd, omdat zij ter bestrijding van de massale werkloosheid collectieve arbeidstijdverkorting (ATV) willen doorvoeren. Deze inzet op ATV trekt een zware wissel op de Economische en Monetaire Unie (EMU), meldde Het Financieele Dagblad, want 'wettelijke arbeidstijdverkorting past niet bij een flexibel arbeidsmarktbeleid en dus niet bij een duurzame EMU’. Of de 12,2 en 12,4 procent werklozen in Frankrijk en Italië dat maar even goed in hun oren willen knopen.
Eurosceptici waarschuwen al langer dat de prijs voor de euro hoog is en dat de EMU veel slachtoffers zal maken. In de regel worden zulke critici genegeerd of geridiculiseerd, maar zij zijn zo langzamerhand niet meer de enigen die kanttekeningen plaatsen bij de huidige euro-euforie. Niall FitzGerald, bestuursvoorzitter van Unilever, stelde vorige week tijdens een toespraak in Brussel dat 'de onuitgesproken waarheid over de EMU is dat elk land, elke sector en elke gemeenschap verliezers en winnaars zal kennen’.
En in The Wall Street Journal voorspelde Alison Cottrell, chief international economist bij PaineWebber in Londen, dat de echte problemen in de EU over twee jaar komen, als de economische groei vermindert en de Europese regeringen met handen en voeten gebonden blijken aan het Stabiliteitspact.
Over verliezers zal in de propagandacampagnes voor de euro niet gesproken worden. Maar als meer Europese burgers zich gaan realiseren dat de euro niet de groei en welvaart brengt die hen beloofd is, kan deze EMU precies resulteren in datgene waartegen de euro volgens haar voorstanders juist een barrière moet opwerpen: toenemende politieke en sociale spanningen en de desintegratie van Europa.