Abortus in Oeganda

De evangelisatie van de Afrikaanse baarmoeder

Abortus is in Oeganda verboden. Nieuw is dat christelijke organisaties uit de VS alles doen om handhaving van dat verbod door te drukken. Ondertussen neemt het aantal ongewenste zwangerschappen alleen maar toe.

Muvubuka Agunjuse jeugdclub, 2014, Kampala Oeganda © Jonathan Torgovnik / The Hewlett Foundation / Getty

De eerste keerprobeerde Namazzi Nabukujja (18) het met waspoeder. ‘Voor twaalfhonderd Oegandese shilling (ongeveer dertig eurocent – red.) kocht ik twee zakjes Omo’, vertelt ze met een lichte frons. Nadat haar moeder hun huisje in Kampala’s grootste sloppenwijk Bwaise had verlaten, viste de toen zeventienjarige Namazzi de zakjes uit haar rugzak. Ze staarde een tijdje naar de witte korrels. Rook eraan.

‘Mijn vriendin had gezegd dat je het met water moest mengen en dan gewoon opdrinken. Ik moest bijna overgeven toen ik het probeerde door te slikken’, fluistert ze, de blik op oneindig. Met haar kort opgeschoren haar, donkere en glimmende huid, zwarte eyeliner en knalroze lippenstift heeft ze wat weg van Grace Jones in haar jonge jaren. Ze voelt zich machteloos. Nog erger dan waspoeder drinken was het idee haar zwangerschap te moeten opbiechten aan haar moeder. ‘Ik deed mijn ogen dicht en heb het in één keer naar binnen gewerkt. Een paar uur later kreeg ik onwijze buikkrampen en voelde ik me doodziek. Maar toch bleef ik zwanger.’

Natuurlijk was Namazzi liever naar een arts gegaan, maar die mag haar niet zomaar helpen. Abortus is namelijk verboden in Oeganda. Ook wanneer de zwangerschap een gevolg is van verkrachting of incest, of wanneer de foetus een afwijking heeft. Alleen wanneer de moeder in levensgevaar is, mag een arts een zwangerschap beëindigen. Zo schreven de Britse overheersers het rond het midden van de vorige eeuw op in het strafwetboek van verschillende koloniën, waaronder Oeganda. En die tekst is ongewijzigd gebleven. De Britten stelden deze moreel-religieuze wet op om ‘inheemse’ gebruiken te ‘corrigeren’ en verchristelijken.

‘Mijn moeder heeft aids en is verslaafd aan alcohol’, vertelt Namazzi. ‘Ik ben haar enige kind. Zij heeft geen inkomen, dus ik kon niet naar school. Op mijn zestiende besloot ik maar sekswerk te gaan doen, om mijn moeder en mijzelf te onderhouden.’ Ze vertelt het droogjes. Een van haar eerste klanten was een getrouwde man van 39 die zo van de jonge Namazzi gecharmeerd was dat hij haar vaker wilde zien. ‘Ik kreeg een soort relatie met hem, hij pikte me altijd in het donker op en nam mij mee naar een pension buiten de stad. Ik kreeg vijfduizend Oegandese shilling (ongeveer 1,20 euro – red.) per nacht.’ Was ze verliefd op hem? ‘Nee joh, hij was ehm, je weet wel, een sugar daddy!’ grijnst ze.

Na het mislukte experiment met het waspoeder ging Namazzi op zoek naar een andere methode om haar zwangerschap af te breken. Net als veel andere vrouwen, zo blijkt uit de cijfers. Wie ongewenst zwanger is, trekt zich van abortuswetgeving weinig aan. In landen waar abortus verboden is, zoeken jaarlijks gemiddeld 37 op de duizend vrouwen hun toevlucht tot zo’n ingreep. Dat is iets meer dan in landen waar abortus wel is toegestaan; daar laten jaarlijks 34 op de duizend vrouwen een zwangerschap afbreken. Het grote verschil: als een gekwalificeerd arts een vrouw niet mag helpen, komt ze bij een charlatan terecht of probeert ze het zelf met een breinaald, kleerhanger, chemisch goedje of kruidendrank.

Volgens het Bevolkingsfonds van de Verenigde Naties worden in Oeganda jaarlijks bijna driehonderdduizend onveilige abortussen uitgevoerd. Per dag gaan er gemiddeld vier vrouwen dood aan de gevolgen van een abortus – hoewel dat cijfer waarschijnlijk hoger ligt doordat het merendeel van de vrouwen geen hulp durft te zoeken en dus sterft in stilte.

Het verhaal van een arts in het westen van Oeganda, tegen de grens met Congo aan, laat zien hoe penibel de Oegandese realiteit is. Hij wil liever anoniem blijven. ‘De zon ging al onder, ik wilde net mijn kliniek in Hoima sluiten, toen er opeens een pick-uptruck kwam aanrijden met daarin een hevig bloedende vrouw. In de operatiekamer bleek dat zij haar baarmoeder had geperforeerd met een stok. Haar buik stond bol van zeker twee liter gestold bloed. Om haar leven te redden, moest ik haar baarmoeder verwijderen. Er zat niks anders op. Na de operatie wilde haar familie haar meenemen, ze waren bang voor repercussies van de autoriteiten maar ook van hun eigen omgeving. Ik weigerde, omdat mijn patiënte niet stabiel was. De familie heeft toen de politie gebeld. Die kwam naar het ziekenhuis en pakte mij en mijn assistent op wegens het uitvoeren van een abortus. De vrouw overleed en ik heb twee maanden in de gevangenis gezeten. Mijn ziekenhuis heeft in de gemeenschap het stempel “abortusziekenhuis” gekregen en men spreekt er schande van.’

Een uitvoerend arts kan veertien jaar de bak in draaien voor abortus. Maar er is een gat in de wet, waarvan gretig gebruik wordt gemaakt. Post-abortal care, de zorg ná een abortus, is niet verboden. ‘Als arts wil je geen criminele activiteiten op je kerfstok hebben. Daarom worden meisjes en vrouwen terug naar huis gestuurd, met de tip een abortus opwekkend middeltje te drinken of een puntig voorwerp te gebruiken’, vertelt Denis Kibira, directeur van de Oegandese organisatie Health Promotion & Social Development (heps), die opkomt voor het recht op gezondheid van alle Oegandezen. ‘Staat de vrouw de volgende dag bloedend voor de deur, dan mag de arts haar onder het mom van post-abortale zorg meestal wel helpen.’ Maar in de praktijk, zegt Kibira, ‘zien we dat artsen aan handen en voeten gebonden zijn’. Zoals het voorbeeld van de arts uit Hoima laat zien, lopen ze zelfs bij post-abortale zorg nog het risico vervolgd te worden.

Het kantoortje van Kibira’s heps is gebouwd op een van Kampala’s 21 heuvels. Rond lunchtijd verplaatst het gesprek zich naar een kleiner gebouw op het vruchtbare terrein vol bananenbomen. Bij de ingang houdt een beveiliger met machinegeweer verveeld de wacht. De pot schaft matooke (zetmeelrijke bananen), bonen en avocado. Al etend vertelt Kibira dat zijn neefje, net achttien, nu al vader van drie kinderen is en daarom moet stoppen met school. ‘Vooral voor jonge mensen is deze situatie kritiek. Meisjes als Namazzi kunnen nergens naartoe. De eer van haar familie hangt samen met wat er in haar buik gebeurt, maar niemand geeft haar informatie of voorlichting. Meestal worden zwangere meisjes uitgehuwelijkt of het huis uit gegooid. Kun je je voorstellen hoe graag ze dan van haar groeiende buik af wil?’

‘De huidige situatie is echt een rommeltje’, zegt ook advocaat en mensenrechtenactivist Dorothy Amuron vier kilometer verderop. Ze zit met een glas sap in het koffiezaakje onder aan de Twed Towers, het gebouw waarin de Rechtbank van Kampala huist. De zakentoren staat boven op een heuvel tegen de golfbaan aan, ernaast ligt de peperdure ambassadewijk Kololo. Op een steenworp afstand, in het dal, ligt de sloppenwijk Katwe, allicht bekend van de Hollywoodfilm Queen of Katwe. De twee werelden worden van elkaar gescheiden door rijen toeterende witte busjes en bodaboda’s (motortaxi’s), die ongeacht het tijdstip in de file staan om het ‘Old Taxi Park’ te bereiken.

Amuron spreekt gedecideerd: ‘Officieel hebben artsen de plicht om mensen te helpen. Maar of een vrouw terecht kan voor een abortus hangt nu af van de morele afweging van de arts. Durft hij het aan, vindt hij haar situatie schrijnend genoeg, of wijst hij haar de deur? Daarmee wordt het recht van de patiënt geschonden.’ Samen met haar collega-advocaten van het Center for Health, Human Rights and Development (cehurd) sleept zij daarom de Oegandese overheid voor de rechter. Het doel: juridische duidelijkheid scheppen door de regering te dwingen om met een volledige wet te komen waarin precies wordt omschreven onder welke omstandigheden abortus wél is toegestaan.

Strak gekapt, hooggehakt en met een zilveren kettinkje van de Eiffeltoren om haar nek (‘Ik wil ooit nog een keer naar Parijs’) kwam ze met haar collega zojuist juichend de rechtbank uit gelopen. ‘Gewonnen!’ zeiden ze lachend in koor. Namens cehurd was Amuron in een maandenlang juridisch gevecht verwikkeld tegen British American Tobacco. ‘Mensen hebben recht op gezondheid en informatie. Met dat argument kregen we de tabaksgigant op de knieën’, legt ze geduldig uit in de koffietent naast de rechtbank, die de toepasselijke naam Inspire Africa Coffee draagt.

Les in gezinsplanning en seksuele voorlichting voor jonge vrouwen van de Baroma School in Busia, Oeganda, 2014 © Jonathan Torgovnik / The Hewlett Foundation / Getty
‘Sinds de global gag rule durven we het woord “abortus” niet eens meer in de mond te nemen’

De tweede keer dat Namazzi abortus probeerde te plegen, maakte ze een thee van oluwoko (karmozijnbes) en andere lokale kruiden, en liet die 24 uur trekken. In de thee zit oxytocine, het ‘knuffelhormoon’ dat ook een grote rol speelt bij het opwekken van een bevalling. Namazzi leerde nooit over condooms of de pil, maar de werking van de kruiden kent iedereen. ‘Vijf van mijn vriendinnen hebben ook op deze manier hun zwangerschap weten te stoppen.’ Maar bij haar ging het mis. De bittere, sterke thee maakte haar vooral misselijk en duizelig. En ze verloor bloed. ‘Zó veel bloed. Ik had me nog nooit zo zwak gevoeld.’

Donald Trump deed tijdens zijn eerste week in het Witte Huis nog een schepje boven op de koloniale wetgeving in de vorm van de zogenoemde ‘global gag rule’, die elke financiering van abortus uit Amerikaanse hulpgelden verbiedt. De beperkende regel werd ooit uitgevaardigd door Ronald Reagan, vervolgens door iedere Democratische president naar de prullenbak verwezen, en er door iedere Republikeinse opvolger weer uitgevist. Trump gaat met zijn versie van de wet een stuk verder dan zijn Republikeinse voorgangers. Oude versies van de rule golden voor zo’n zeshonderd miljoen hulpdollar, Trump brandmerkte negen miljard. Die mogen op geen enkele manier terechtkomen bij organisaties die abortuszorg uitvoeren, doorverwijzingen geven of er zelfs maar voor pleiten.

Zoals cehurd, dat door Trumps decreet honderdduizend dollar verloor. Advocaat Dorothy Amuron heeft geen goed woord over voor de buitenlandse bemoeienis. ‘Iedereen op deze wereld heeft het recht op zelfbeschikking en informatie over het lichaam, seks en anticonceptie. Hoe konden wij akkoord gaan met het schenden van dit basisrecht?’

Ze ziet de global gag rule als een voetbalwedstrijd tussen de Amerikaanse Democraten en Republikeinen op andermans grondgebied. ‘In feite zegt Trump tegen gezondheidsorganisaties die afhankelijk zijn van hulpgelden: hier is een zak met geld, maar die krijg je alleen als je je mond houdt over abortus. Zij kunnen niet anders dan akkoord gaan, zij kunnen alleen dankzij die hulpgelden blijven bestaan.’ cehurd is een van de weinige organisaties in Oeganda die openlijk weerstand bieden tegen de regel. Maar de prijs die ze hebben betaald voor die principiële houding is hoog.

Het emotioneert Amuron, doordat het haar ook persoonlijk raakt. Tijdens haar studie rechten raakte ze zelf zwanger. ‘Mijn moeder heeft altijd tegen mij gezegd: als je ooit zwanger wordt en je wilt een abortus, dan help ik je. Ze bracht me in contact met een abortusarts, dezelfde vrouw die mij als verloskundige ter wereld bracht. Zonder de open houding van de vrouwen om mij heen zou ik hier nu niet zitten als succesvol advocaat. Maar ik behoor tot de happy few. Abortus zou geen kwestie van privilege moeten zijn, maar een basisrecht van iedere vrouw.’

De Amerikaanse anti-abortus regel legt pijnlijk bloot hoe Oegandese organisaties trekpoppen van de internationale politiek zijn. ‘Sinds de global gag rule durven we het woord “abortus” niet eens meer in de mond te nemen’, zegt Denis Kibira van HEPS-Uganda na de lunch. ‘Want stel je voor dat de buitenlandse financiering dan toch stopt?’ Er heerst een angstcultuur in het ngo-wereldje, ziet hij. Het is precies wat de wet in haar dubbelzinnige naamgeving mede beoogt: to gag betekent behalve ‘beperken’ ook ‘de mond snoeren’.

Kibira zag geen andere optie dan instemmen met de eisen van de Amerikanen. Per direct zette hij vijf abortus-gerelateerde projecten stop om de rest van zijn broodnodige budget niet in de gevarenzone te brengen. ‘Maar zelfs nu we geen geld meer aan abortus uitgeven, zijn we nog steeds bang iets fouts te doen of te zeggen waardoor er nog meer geld wegvalt. Alleen al over abortus praten kan tegen ons gebruikt worden, want het zou kunnen betekenen dat we er toch nog mee bezig zijn.’ Hij kijkt ongemakkelijk. ‘Kunnen we het nu alsjeblieft ergens anders over hebben?’

Misschien wel het allerwrangst: de anti-abortusregel van de Amerikanen leidt helemaal niet tot minder abortussen. Sterker nog, onderzoek van de Stanford Universiteit laat zien dat het aantal abortussen tijdens vorige global gag-periodes tussen 1994 en 2008 in sommige Afrikaanse landen bijna verdrievoudigde. Vooral landen ten zuiden van de Sahara die het zwaarst steunen op internationale hulpgelden werden getroffen, toont de studie aan. Hoe dat kan? Abortus was al een gevoelig thema, en met de mondsnoerwet zijn zaken als seksuele voorlichting en anticonceptie óók taboe geworden. Bij gebrek aan die informatie en alternatieven neemt het aantal ongewenste zwangerschappen toe en ‘kiezen’ vrouwen voor een onveilige abortus.

Voor haar derde abortuspoging ging Namazzi naar de Moonlight Star Clinic, een lichtpuntje midden in Kampala’s sloppenwijk Bwaise. ‘Serving the underserved’, staat er op een bordje bij de ingang. Bij deze toegankelijke kliniek staat de deur, anders dan bij praktisch alle andere medische faciliteiten in het land, wagenwijd open voor sekswerkers, transvrouwen en homoseksuelen; groepen die vrijwel nergens terecht kunnen met vragen en klachten over (de gevolgen van) seks. De naam van de kliniek kozen de sekswerkers zelf – een verwijzing naar de nachtelijke uurtjes waarin ze proberen te stralen op straat.

Op Namazzi na is de binnenplaats van de kliniek op deze maandagmiddag verlaten. Namazzi is diep verzonken in haar telefoon. Een half jaar geleden kwam ze hier voor het eerst. Verzwakt door het waspoeder en heftig bloedend door de kruidenthee had ze een vriendin en collega uit het vak gebeld. Die zei haar naar de Moonlight Star Clinic te gaan. ‘Ik ben toen direct doorverwezen naar het ziekenhuis voor post-abortale zorg. Nu ben ik hier voor een vervolg-afspraak.’

De mondsnoerwet van Trump sloeg een gat van anderhalf miljoen dollar in het budget van Reproductive Health Uganda (rhu), de moederorganisatie van de Moonlight Star Clinic, waar zo’n twaalf vrouwen per week aankloppen voor post-abortale zorg. De statistieken aan de muur laten zien dat er vorig jaar 507 keer anticonceptie is verstrekt nádat vrouwen een abortus ondergingen. Volgens een schatting van rhu verloren honderdduizend Oegandese vrouwen door de global gag rule hun keuzevrijheid.

Een tegenreactie op de anti-abortuswet kwam binnen een week, en wel van Nederlandse bodem. De toenmalige minister van Ontwikkelingssamenwerking, Lilianne Ploumen, lanceerde SheDecides. ‘Direct toen ik hoorde van de global gag rule, diende het idee zich aan dat we hier iets tegen moeten doen. En dan niet via overleggen en de Europese Unie, maar nu, concreet, direct. Dit gaat niet over politiek, maar over de rechten van meisjes en vrouwen wereldwijd’, zei Ploumen in het televisieprogramma De wereld draait door. Binnen een jaar haalde SheDecides mondiaal ruim vierhonderd miljoen euro op, om zo de gag-gelden gedeeltelijk te compenseren. Nationaal en internationaal werd Ploumen als een held ontvangen – voor de gelegenheid doopte Arjen Lubach haar om tot ‘SuperPloumen’.

Als donor darling is Oeganda uniek: het heeft de deuren al decennia wagenwijd openstaan voor buitenlandse hulpgelden. Zelfs op het welkomstbord van de Moonlight Star Clinic staat in vette letters: ‘Sponsored by the Kingdom of the Netherlands’. In 2006 vormden al die buitenlandse euro’s en dollars zelfs een recordaandeel van 42 procent van de nationale begroting. Al dat geld, goedbedoeld of niet, heeft een bittere bijsmaak: allerhande internationale clubjes vullen de gaten op die de Oegandese overheid openlaat. Organisaties zijn overgeleverd aan de grillen van de internationale politiek.

De belangrijkste vraag: wie komt er in deze internationale strijd om het vrouwenlichaam als winnaar uit de bus?

Dit geldt niet alleen voor Oeganda. Zelfs de Afrikaanse landen die voorzichtig voorlopen op het gebied van abortus zijn sinds de global gag rule op dit punt in één klap tot stilstand gekomen. Zoals Ghana, waar de regering sinds 2006 de teugels omtrent abortus liet vieren. ‘People are dying’, zei onderzoeker Vanessa Rios in The Guardian. Voor de International Women’s Health Coalition maakte zij twee jaar na de global gag rule de balans op. Conclusie: de anti-abortusregel is dodelijk. Hij werpt een extra barrière op voor hulp, ontzegt vrouwen cruciale informatie en is een splijtzwam tussen rechtenorganisaties. Opvallend is de kracht waarmee de gag rule de monden snoert: de zelfcensuur strekt verder dan de daadwerkelijke eisen van de Amerikanen, omdat de precieze grenzen van het verbod voor niemand echt duidelijk zijn.

Seksuele voorlichting op de basisschool in Nakalama, Oost-Oeganda, 2015 © Remi Bumstead / International Citizen Service

In de Moonlight Star Clinic is Namazzi wél welkom, en praat zij na haar abortus over anticonceptie en gezinsplanning. Welke methode past bij haar? Met behulp van een zelfgemaakt rad van fortuin vol voorbehoedsmiddelen bespreekt een arts de voor- en nadelen van elke methode met haar. ‘Klopt het dat de pil tot onvruchtbaarheid leidt, en een hormoonstaafje tot misvormde baby’s?’ vraagt Namazzi. Dat vertellen haar vriendinnen en collega-sekswerkers haar. Geduldig legt de dokter uit dat dit mythen zijn die ontstaan doordat veel meiden nooit seksuele voorlichting hebben gehad.

De kliniek staat voor een onmogelijke taak, want de anti-abortusbeweging wint wereldwijd terrein. Zelfs in Nederland is een toename te zien van het aantal pro-lifeprotesten en van de intimidatie van vrouwen die naar een abortuskliniek gaan. In november ontvangen álle huishoudens in Nederland een anti-abortusflyer waarin wordt gewezen op het ongeboren ‘beginnend leven, gebroken in de knop’. Internationale afspraken over vrouwenrechten die decennia geleden al op papier zijn gezet, staan plotseling weer ter discussie. Volgens Margriet van der Zouw van WO=MEN, een platform dat samen met Nederlandse vrouwenorganisaties op het hoogste internationale niveau lobbyt voor gendergelijkheid en vrouwenrechten, is die tegenbeweging er altijd geweest. Maar de conservatieve krachten zijn steeds feller en beter georganiseerd. ‘Tijdens de VN-top over vrouwenrechten in New York reed er dit jaar opeens een anti-abortusbus rond met een enorme foto van een foetus en de tekst Let me live!’, vertelt ze. Ook werd de Keniaanse voorzitter die de onderhandelingen tussen de 193 lidstaten over vrouwenrechten leidde terwijl de vergadering in volle gang was bestookt met zeker duizend haatberichten. ‘In tijden van zorg over mensenrechten merk je vaak dat vrouwen- en meisjesrechten fungeren als een kanarie in de kolenmijn’, zei Sigrid Kaag, minister van Ontwikkelingssamenwerking op npo Radio 1. Als het over gendergelijkheid en abortus gaat, zijn er ruwweg twee kampen op het internationale strijdtoneel. Het kamp van de mensenrechtenvoorvechters – die zichzelf achter de schermen de ‘mountain group’ noemen omdat er nog altijd bergen verzet moeten worden – bestaat uit onder meer de EU, Australië en Canada. Zij staan lijnrecht tegenover het kamp van de conservatieve geloofsstrijders – spottend omgedoopt tot ‘unholy alliance’ – waarin onder meer Saoedi-Arabië, Rusland, het Vaticaan. Met de VS aan hun zijde heeft deze anti-abortusguerillagroep plots weer de wind mee. ‘Zij blokkeren elke tekst waarin het begrip “reproductieve rechten” staat’, zegt Van der Zouw. ‘Abortus en de rechten van de lhbti-gemeenschap zijn vandaag de dag echte no-go-onderwerpen tijdens die internationale vergaderingen.’

Om de hoek van de Moonlight Star Clinic, op een druk kruispunt, schreeuwt een man: ‘Stop abortus! Stop de homo’s! Alleen Jezus kan je redden!’ De man zwaait wild met zijn bijbel. Pal achter hem hangt een affiche van een ‘Evangelical mass conversion in Namboole stadium’ (het grootste voetbalstadion van het land). De man op de affiche is een witte, Amerikaanse dominee.

Door heel Kampala verkondigen evangelische christenen op straat het woord van God. Na de val van dictator Idi Amin in 1979 werd Oeganda een populaire bestemming voor Amerikaanse evangelicals. En dat is het nog steeds. Onder het brute bewind van ‘Amin Dada’ werden naar schatting zo’n half miljoen mensen vermoord, voornamelijk christenen. Om hen te steunen én de Russische invloed te beperken, reisden de evangelicals in groten getale af naar de ‘parel van Afrika’. Terwijl zij nu in eigen land steeds minder zieltjes winnen, genieten zij van het vruchtbare klimaat voor nieuwe volgelingen in Oeganda: hier is maar liefst 85 procent van de bevolking christelijk. Van hen is één op de vijf inmiddels aanhanger van een evangelische stroming, zoals een pinkster-, ‘born again-’ of baptistengemeente. Dat is meer dan twee keer zoveel als in 2002.

Inmiddels hebben de evangelicals ook een flinke vinger in de politieke pap. De prominentste born again-christen van Oeganda is first lady Janet Museveni. Als minister van Onderwijs is haar stokpaardje seksuele onthouding en ze riep zelfs op tot een ‘virgin census’: een telling van het aantal jongeren dat nog maagd is, om zo het succes van haar beleid te laten zien. Maar het gaat nog veel verder. Amerikaanse evangelicals waren het brein achter de Oegandese antihomowet, ingediend bij het parlement precies drie maanden na een grote evangelische antihomoconferentie in Kampala.

Eenzelfde mechanisme is nu te zien bij abortus. ‘Abortus is er altijd al geweest in Oeganda. Maar het is enorm gepolitiseerd sinds de Amerikaanse evangelisten zich ermee bemoeien en abortus in dezelfde zondige hoek wordt gezet als homoseksualiteit’, zegt Kapya Kaoma via Skype vanuit zijn woonplaats Boston. ‘Het debat staat op scherp.’ De in Zambia geboren en in VS geschoolde onderzoeker was drie jaar lang undercover bij de evangelicals om hun aanpak te onderzoeken. In zijn onthullende rapport Colonizing African Values laat Kaoma zien hoe het Afrikaanse continent een groeimarkt werd voor conservatief gedachtegoed. Mensenrechten, homoseksualiteit en abortus zijn on-Afrikaanse, westerse exportproducten, is het idee. Ze zouden het traditionele gezin in gevaar brengen. ‘Volgens deze groep zijn abortus en homoseksualiteit een samenzwering om het Afrikaanse ras kapot te maken’, zegt hij. ‘Dat klinkt heel extreem, maar zo wordt er echt over gepraat.’

‘De conservatieven weten gewoon heel goed hoe ze hun boodschap moeten verpakken’, zegt Kaoma. ‘Ze maken bewust gebruik van de culturele structuren die er al zijn. Veel dominees noemen zichzelf bijvoorbeeld profeet, een titel die naadloos aansluit bij de traditionele context.’ Oeganda en zijn traditionele leiders vormen volgens hem een goede broedplaats voor een christendom dat verhaalt over zonde en demonen, en waarin een simpel vertrouwen in Jezus Christus financiële voorspoed belooft. Gezien het feit dat een kwart van de bevolking het moet doen met minder dan een dollar per dag, is het niet vreemd dat dit welvaartsevangelie zo lekker loopt.

‘Inmiddels hebben de evangelisten, katholieken en mormonen elkaar gevonden in de conservatieve beweging’, vertelt Kaoma. Dat werd duidelijk in 2015, toen religieuze leiders gezamenlijk een blokkade opwierpen tegen een poging van de regering om de abortuswet te versoepelen. Ze vonden dat ze te weinig inbreng hadden.

Zo makkelijk als de conservatief-christenen hun boodschap aan de man brengen, zo hard worstelen de progressieven om hun geloof in universele mensenrechten te verspreiden. ‘Zij denken: als mensen maar genoeg onderwijs genieten, komen ze vanzelf tot onze conclusie’, zegt Kaoma. ‘Maar zo werkt het gewoon niet. Er heerst bijvoorbeeld het idee dat Afrikanen niet over seks praten, dus zetten progressieve clubjes in op seksuele voorlichting op scholen. Maar in elke traditie die ik ken werd het onderwerp seks tijdens de puberteit aan de orde gesteld door de ouderen. In Oeganda zijn het van oudsher de ssenga’s (vrij vertaald ‘de tantes’ – red.) die de seksuele opvoeding voor hun rekening nemen. Nu, onder leiding van de progressieven, moeten leraren dat plotseling doen. Logisch dat dat niet direct aanslaat.’

Kaoma vindt dat de mensenrechtenvoorvechters beter hun best moeten doen om hun boodschap van seksuele voorlichting en zelfbeschikking naar de lokale context te vertalen. ‘Anders gaan de conservatieven ervandoor met de macht over het vrouwenlichaam.’

Onder aan de rechtbank in Kampala zijn net twee cehurd-collega’s van Dorothy Amuron aangeschoven. De jonge juristen van deze volledig Oegandese organisatie hebben duidelijk genoeg van het internationale moddergevecht. ‘Donoren financieren en pushen elk hun eigen, botsende agenda’s. Het geld dat eerst naar progressieve partijen ging, stroomt na de global gag rule linea recta door naar conservatief-religieuze clubs. Wij zijn een soort testpanel geworden. We moeten echt ontsnappen aan de verdeel-en-heerspolitiek van de oude koloniale machten’, zegt Amuron met het ritme en de flair van een ervaren strafpleiter. Haar collega’s knikken instemmend.

Misschien wel de belangrijkste vraag: wie komt er in deze internationale strijd om het vrouwenlichaam als winnaar uit de bus? ‘Degene met de grootste zak geld’, verzucht onderzoeker Kaoma. ‘Degene die in de VS aan het roer staat, voert ook hier het hoogste woord’, zegt Amuron. Van der Zouw kijkt met gemengde gevoelens uit naar het internationale topoverleg over vrouwenrechten, in 2020 in New York. ‘Ik houd mijn hart vast. We zien dat de conservatieve landen van de unholy alliance de internationale afspraken over vrouwenrechten willen afzwakken en terugdraaien. Ik heb mij hierdoor wel gerealiseerd: zo vanzelfsprekend is het recht op abortus dus niet. Daarom moeten we erover waken en ervoor blijven vechten, totdat het niet meer een privilege is, maar het recht van iedere vrouw.’

Een vierde keer gaat het Namazzi niet overkomen. Ze weet nu precies wat ze moet doen om niet nogmaals zwanger te worden. Voor haar beste vriendin en collega Maria is dat te laat. Afgelopen januari overleed de negentienjarige nadat ze had geprobeerd haar zwangerschap met een stok te beëindigen. Namazzi’s kaak spant aan als ze over Maria praat. Dan herpakt ze zich en verlaat ze de kliniek met kalme tred en een stapel condooms in haar handtas.


Het onderzoek voor deze publicatie is ondersteund met een bijdrage uit de Regeling Onderzoeksjournalistiek van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten