Marshall McLuhan, orakel van het elektronische tijdperk

De extensies van de mens

De Canadese mediafilosoof Marshall McLuhan profeteerde in de jaren zestig al dat de wereld onder invloed van nieuwe media zou samenkomen in een ‘mondiaal dorp’. Media zijn niet alleen gebruiksvoorwerpen, maar geven ook vorm aan onze leefomgeving.

Een leven zonder smartphone is nog maar moeilijk voor te stellen; offline leven is al helemaal geen optie meer. Inmiddels lijken datastress en internetverslaving de welvaartsziekten van deze tijd. Zijn wij zulke slaven van de moderne media geworden dat we er geen controle meer over hebben? Het zou een goed onderwerp zijn voor Marshall McLuhan, de mediafilosoof die nadacht over hoe elektronische communicatiemedia de moderne maatschappij fundamenteel en voor een groot deel onbewust hebben veranderd. Want we begrijpen niet echt wat media met onszelf en met de samenleving doen, constateerde de Canadees vijftig jaar geleden al in zijn standaardwerk Understanding Media.

Marshall McLuhan (1911-1980) werd ook wel ‘het orakel van het elektronische tijdperk’ genoemd. Hij profeteerde in de jaren zestig al dat de wereld als gevolg van de steeds toenemende circulatiesnelheid van informatie en door de ontwikkeling van steeds nieuwere elektronische media zou samenkomen in een ‘mondiaal dorp’. Na drieduizend jaar van expansie door allerlei soorten mechanische technologieën was de westerse wereld onder invloed van de elektrische technologie bezig te imploderen, schreef hij in 1964 in Understanding Media: ‘Na ruim een eeuw van elektrische technologie,hebben wij ons centrale zenuwstelsel zelf een extensie gegeven in de vorm van een wereldomvattende omarming die zowel ruimte als tijd ongedaan maakt.’

Volgens McLuhan zijn alle door de mens ontwikkelde technologieën en handige vindingen in feite ‘media’ – vanwege het feit dat ze allemaal de capaciteit bezitten om als informatiedrager te fungeren. Dat kan naast de klassieke media als boeken en taal evengoed het elektrisch licht zijn, dat de mogelijkheden van informatieconsumptie oprekt tot in de nachtelijke uren. Of het wiel, dat de transportmogelijkheden van informatie vergroot. Het maakt de auto volgens McLuhan dus evengoed een medium als de telefoon. Al die media fungeren volgens hem als verlengstukken, of extensies, van de menselijke zintuigen. In Understanding Media behandelt hij de effecten van die ‘extensies van de mens’. Die extensies veranderen volgens hem voortdurend de verhoudingen tussen de verschillende zintuigen en dus de blik van de mens op de wereld, zijn denken en zijn handelen.

Maar waar verschillende mechanische technologieën de wereld steeds groter hadden gemaakt door de menselijke zintuigen van extensies in de ruimte te voorzien, werd de wereld nu door elektrische technologie weer snel samengeperst in een onderlinge verbondenheid die zijn weerga niet kent, signaleerde McLuhan. In het wereldwijde web en de communicatietechnologieën die elkaar de laatste paar decennia in rap tempo hebben opgevolgd is zijn visie dan ook grotendeels werkelijkheid geworden, zegt hoogleraar wijsgerige antropologie Jos de Mul: ‘De invloed die televisie heeft gehad op onze wereld moet je vanzelfsprekend niet onderschatten. Maar het belang van nieuwe informatie- en communicatietechnologie is nog veel groter, omdat geen enkel domein van ons leven er niet door wordt beïnvloed. Ons werk, onze ontspanning, zelfs ons liefdesleven en onze seksualiteit, van datingsites tot de productie en distributie van porno en het daarin tot uitdrukking komende mensbeeld, worden erdoor gereconfigureerd. Het internet is daadwerkelijk het zenuwstelsel van onze samenleving geworden. Veel van de gedachten die McLuhan formuleerde over de nieuwe media van zijn tijd zijn in feite gerealiseerd in het internet.’

Understanding Media is een extreem eclectisch en niet altijd even makkelijk leesbaar boek waarin McLuhan probeert om in een vierhonderd pagina’s lange stortvloed van literatuurverwijzingen, slogans en soms onnavolgbare gedachtekronkels de aard en effecten van al die uiteenlopende technologieën als de drukpers, de automobiel (of op zijn mcluhiaans: de ‘mechanische bruid’) en de telegraaf te verklaren. ‘If the phonetic alphabet fell like a bombshell on tribal man, the printing press hit him like a 100-megaton H-bomb’, zei de mediafilosoof in 1969 tijdens een legendarisch geworden interview met het Amerikaanse blad Playboy. De voortdurende technologische vooruitgang verandert de mens en daarmee ook de menselijke ervaring en capaciteiten en dus de manieren van denken en doen: ‘De effecten van technologie manifesteren zich immers niet op het niveau van meningen of concepten, maar zij veranderen langzaam en zonder enige weerstand de zintuigratio’s of waarnemingspatronen.’

De techniekfilosofie die Marshall McLuhan in de jaren zestig van de vorige eeuw presenteerde sloeg in als een bom. Zijn benadering was een belangrijke omslag in de tot dan toe voornamelijk instrumentalistische kijk op technologie, vertelt De Mul. Volgens hem leent het werk van McLuhan zich nog steeds uitstekend om nieuwe communicatiemedia, internettoepassingen en sociale netwerken te analyseren. ‘In de tijd van McLuhan was televisie nog een volledig nieuw medium. Hij zag toen al in dat de inhoud van televisieprogramma’s niet het belangrijkste was. Maar de verandering in hoe de mens de wereld ziet, ervaart en begrijpt door zo’n nieuw medium des te meer. Volgens hem zijn media helemaal geen technologische artefacten die alleen maar een boodschap zenden. Het zijn extensies van de menselijke zintuigen. Daardoor hebben media een fundamentele invloed op de verhouding tussen individu en wereld. De menselijke ervaring uitgedrukt in orale overdracht, in geschrift of op radio, tv of in een theaterstuk of via een tweet, wordt telkens anders geconfigureerd, door McLuhan zelf treffend samengevat in zijn beroemde uitspraak “the medium is the message”. Die conclusie is vijftig jaar na publicatie misschien nog wel relevanter dan toen.’

‘De effecten van technologie veranderen zonder enige weerstand de zintuigratio’s of waarnemingspatronen’

Cris van der Hoek is onder meer docente mediafilosofie aan de Hogeschool van Amsterdam en kent het werk van McLuhan goed. Zijn werk is volgens haar vooral op conceptueel niveau heel interessant om de sociale effecten van moderne media te begrijpen. ‘Media werken op een heel complexe manier waarvan we ons vaak niet bewust zijn. Kijk naar een Google-pagina, dat zien wij als tekst. Maar daar zit een heel systeem van logaritmen achter. De Tsjechische mediafilosoof Vilém Flusser zou een Google-pagina een technisch beeld noemen in plaats van tekst. Die ware aard van media proberen te begrijpen is volgens McLuhan essentieel om kritisch te blijven over wat ze doen en geen slaaf te zijn van wat er allemaal gebeurt in die technische sfeer.’

Toch is het moeilijk om erachter te komen wat de morele positie van McLuhan tegenover technologie precies is. Aan de ene kant waarschuwt hij dat we onze kritische blik ten opzichte van onze media niet moeten verliezen, maar aan de andere kant belooft de nieuwe computertechnologie volgens hem ‘een pinkstersituatie van universeel begrip en universele eenheid’. Van der Hoek licht toe: ‘Het lastige van McLuhan is dat zijn werk niet eenduidig is. Media werken volgens McLuhan behalve als extensies ook als amputaties van de zintuigen. Als een bepaald medium de werking van een zintuig versterkt, raakt iets anders op de achtergrond. Verschillende media zorgen voor een nieuwe balans of disbalans tussen de zintuigen. En dat gebeurt allemaal ongemerkt. Juist daarom hebben we meestal geen goed zicht op de werking van media. We bekijken ze meestal vanuit de achteruitkijkspiegel. Dat wil zeggen, we begrijpen een nieuwe mediaomgeving nog in termen van de oude, terwijl we het nieuwe nog niet herkennen.’

De kracht van de filosofie van McLuhan is dan ook dat hij ons wijst op het feit dat media niet alleen gebruiksvoorwerpen zijn maar ook onze leefomgeving vormgeven, vertelt Jos de Mul in zijn werkkamer op de vijfde verdieping van de Rotterdamse universiteitscampus Woudestein. ‘Veel technologische analyse gebeurde, en gebeurt, nog te veel vanuit het idee dat technologie en media autonome gebieden zijn die ook op die manier bestudeerd moeten worden. McLuhan wijst er dan ook terecht op dat als media er eenmaal zijn ze óns ook gaan beïnvloeden: “First man made the hammer, then the hammer made the man.”’

Veel van de door McLuhan aangehaalde voorbeelden in zijn vijftig jaar oude boek zijn inmiddels hopeloos achterhaald. Ook de voorspelling die hij in het Playboy-interview uitsprak dat de Verenigde Staten onder invloed van media en technologie uit elkaar zouden vallen is op het eerste gezicht klinkklare onzin gebleken, zegt De Mul. ‘De voorspellingen van McLuhan zitten er soms op een interessante manier naast. Zo is de wereld géén mondiaal dorp geworden, maar een mondiale lappendeken van buitenwijken. Iemand die van sport houdt vindt een heel ander internet dan iemand die in de jihad geïnteresseerd is. Dus in die zin is zijn voorspelling dat de VS uit elkaar zouden vallen weer wel uitgekomen. Iedereen heeft immers zijn digitale buitenwijk op het internet.’

Media zijn immers nooit neutraal, maar scheppen mede de realiteit van de mens, beaamt ook Van der Hoek. ‘Wij moeten ons verzoenen met het feit dat technologie ons omgeeft en ons leven vormgeeft zonder dat we daarmee onze kritische houding opgeven. Zij bemiddelt ons denken en doen, versterkt bepaalde menselijke capaciteiten en verzwakt andere. Technologie is volgens McLuhan niet goed of slecht. Maar ook geen neutraal doorgeefluik van informatie. Techniek bemiddelt, doet dingen en heeft effecten. Het gaat uiteindelijk om vrijheid tot, niet om vrijheid van techniek. Als je er níks van vindt, zul je volgens McLuhan als een slaapwandelaar worden ondergedompeld in al die media met het risico dat je er een slaaf van wordt.’

In zijn werk verwijst literatuurwetenschapper McLuhan zelf met enige regelmaat naar het verhaal A Descent into the Maelström van Edgar Allan Poe, waarin een schipper een draaikolk overleeft door te bestuderen welke voorwerpen sneller dan andere naar hun vernietigende einde beneden in de kolk gesleurd worden. De door McLuhan gebruikte anekdotes uit het verhaal zijn volgens Van der Hoek dan ook bijzonder treffend om de mediamaalstroom van facebooken, twitteren, instagrammen, googelen, skypen of filmpjes uploaden via YouTube die ons omringt te kunnen begrijpen. ‘Die maalstroom is een heel mooie metafoor voor hoe McLuhan media analyseert. Die draaikolk staat voor het tumult van onze mediaomgeving. Wil je al die media kunnen overleven, dan zul je ze moeten leren begrijpen.’


Beeld: Het werk The Nail Polish Inferno_, een virtual reality-stripclub, van Geoffrey Lillemon (Geoffrey Lillemon)._