MUZIEK Nynke Laverman

De fado voorbij

Om inspiratie op te doen voor haar laatste album, Nomade, verbleef Nynke Laverman een maand bij een nomadenstam op de steppen van Mongolië. Maar eigenlijk is de Friese zangeres in muzikale zin altijd al een nomade geweest, steeds op zoek naar nieuw terrein, om dat, eenmaal veroverd, weer achter zich te laten.
Voor haar – terecht – bejubelde debuutalbum Sielesâlt uit 2004 werd Nynke Laverman geïnspireerd door fadozangeres Cristina Branco, die gedichten van Slauerhoff in het Portugees zong. Op haar beurt vertaalde Laverman de (Nederlandse) teksten in het Fries. Vervolgens reisde ze af naar Lissabon om er de fado te bestuderen. Die kreeg ze op fabelachtige wijze onder de knie en een prachtige cd was het resultaat. Met haar zuivere en melancholieke stem wist Laverman, in het Fries, de passie en weemoed van de fado feilloos te bezingen. Alsof haar moerstaal en het Portugese levenslied altijd al een vanzelfsprekende combinatie zijn geweest.
Nynke Laverman werd dan ook gebombardeerd tot ‘Friese fadozangeres’ en daar had ze de rest van haar carrière op voort kunnen borduren, maar dat was niet wat ze wilde. Ze vertrok naar Mexico, Frida Kahlo achterna, en kwam in 2007 terug met een latin-plaat, De Maisfrou. Ze reisde samen met de Friese dichteres Albertina Soepboer, die de teksten voor het album maakte.
Deze keer wilde ze zelf teksten schrijven, dus ging ze alleen naar Mongolië. Ook bemoeide ze zich voor het eerst met de composities. Een en ander heeft geresulteerd in haar meest afwisselende en meest eigen plaat tot nu toe. Het is geen fado, het is geen latin, het is, ja, Nynke Laverman. Nieuw is het gebruik van elektronica, die bijdraagt aan de sprookjesachtige sfeer van de plaat. Ook is het geluid nu meer ritme-georiënteerd. De inspiratie voor de beats haalde Laverman overigens niet uit Mongolië. Bij het openingsnummer, De Ûntdekker, marcheren de fanfares uit het Friese dorp van haar jeugd via de speakers je huiskamer in. En voor De Toek-toek Tuorren haalt ze opzwepende sambaritmes van stal, die ze combineert met het schelle gezang van de nomadenvrouwen. Het zijn gedurfde keuzes, maar ze werken.
De reisbestemming heeft deze keer niet zozeer de muzikale stijl beïnvloed, maar veel indrukken die Laverman opdeed, komen terug in de beeldspraak van de nummers: het uitgestrekte landschap van Mongolië in het strijdbare De Ûntdekker, de torretjes die ’s nachts in de tent vielen in het onstuimige De Toek-toek Tuorren, en de langgerekte schaduwen op de steppen in de langzame wals Steltrinners, een van de hoogtepunten van de cd. De fado komt ook nog even om de hoek kijken, in het intense As de Fisken, maar dan met pauken, strijkers en elektronica. Met het onverschrokken album Nomade is Nynke Laverman definitief de ‘Friese fado’ voorbij.

Nynke Laverman, Nomade (Foreign Media). Première theatertour in Muziekgebouw aan ’t IJ op 14 maart. www.nynkelaverman.nl