De falende advocaat

Eva was hij al kwijt en deze week verloor Bram ook zijn toga. Nederlands meest kleurrijke strafadvocaat Moszkowicz is door het Hof van Discipline voor het leven van het tableau geschrapt, of eigenlijk is hij er vanaf gevallen als gevolg van hoogmoed. Kreeg hij vorig jaar nog een laatste kans om zijn ondoorzichtige beroepsleven te verbeteren, in het hoger beroep kon hij dat niet met concrete daden waarmaken.

Medium commentaar milo advocaat

Zijn houding droeg bovendien niet bij aan enige welwillendheid. Hij bleef hooghartig jegens het rechtsapparaat – hij voelde zich geslachtofferd door de Orde van Advocaten, de heren achter de tafel toonden geen respect en hij was op ‘een ivoren muur’ gestuit. Een prachtig staaltje selectieve verontwaardiging. Voor de samenleving voelt zijn mediagenieke exit in ieder geval als een terechte zaak, zoals het voor de eer van de beroepsgroep belangrijk is dat het toezichtsysteem adequaat heeft gewerkt. Maar hiermee is het verhaal nog lang niet klaar.

De advocatuur ligt al jaren onder vuur. Onder deze extreme casus zou de spreekwoordelijke ijsberg schuilgaan van advocaten die het niet zo nauw nemen met de regels van het vak – van creatief declareren, niet luisteren naar de wensen van de cliënt tot regelrechte witwaspraktijken. Bovenal is het interne toezicht (via Raden van Toezicht onder leiding van een deken) te laks dan wel onmachtig om schimmig gedrag stevig aan te pakken of te voorkomen.

Dat dit ernstig is, beseft de advocatuur zelf donders goed. Vorig jaar stelde de Nederlandse Orde van Advocaten een onafhankelijke interim-rapporteur aan die na onderzoek concludeerde dat er veel mis is met het toezicht op advocaten; de circa zeventienduizend cliënten die klagen over hun advocaat worden vaak slecht geïnformeerd over de rol die de dekens en de tuchtrechter hebben. Daarbij verwoordt de deken de klacht vaak niet goed en wordt er getwijfeld aan, jawel, de onafhankelijkheid van de deken en tuchtrechter.

Staatssecretaris Teeven had er vorig jaar helemaal genoeg van en wilde door een College van Toezicht extern ‘het vlees laten keuren’. Niet zo gek, die wens geldt ook voor andere geledingen van de samenleving die worden geteisterd door falende toezichthouders. Alleen, het gaat hier niet om bestuurders van scholen, woningcorporaties of financiële instellingen, maar om een beroepsgroep die staat of valt met haar onafhankelijke positie binnen de rechtsstaat. De advocatuur, gesteund door de Raad van State, de Raad voor de Rechtspraak en de Hoge Raad, was fel tegen deze vorm van overheidsbemoeienis. En terecht. Burgers moeten vrij en veilig kunnen procederen, ook tégen de staat. Maar zij hebben net zo goed recht op een advocaat waar ze blind op moeten kunnen vertrouwen.

Ondanks de principiële bezwaren vond Teeven eind vorig jaar de Kamer aan zijn zijde. Met een wetswijziging krijgt de Nederlandse Orde van Advocaten nu een college van toezicht boven zich – een soort waakhond voor het interne toezicht. De lokale dekens oefenen primair controle uit, maar onder eindverantwoordelijkheid van de drie leden van het college. Het college mag géén dossiers inzien en de geheimhoudingsplicht van advocaten is wettelijk vastgelegd.

Toch is een opgetuigd toezicht een lapmiddel als advocaten hun gedrag zelf niet wezenlijk verbeteren. Die kans moeten ze, anders dan hun arrogante ex-collega, nu wél grijpen.