Interview Robert Kaplan

De falende democratie

Onder de kop ‹Democratie kan slecht voor u zijn› beschreef Eric Hobsbawm onlangs in De Groene hoe demo cratie faalt. Robert Kaplan gelooft niet in de liberale democratie als eind stadium van de geschiedenis en ziet ook beperkingen die kleven aan de wil van het volk. «De democratie functioneert het best als de voornaamste beslissingen achter de schermen worden genomen.»

In het essay Democratie kan slecht voor u zijn dat op 17 maart 2001 in De Groene Amsterdammer verscheen, vroeg de Britse historicus Eric Hobsbawm zich af in hoeverre de «wil van het volk» nog een oplossing biedt voor de huidige liberale democratische regeringen. Terwijl de publieke opinie door de massamedia machtiger is dan ooit, blijkt het volk, door de toenemende globalisering en commercialisering van de wereld, steeds minder goed in staat om de specifieke taken van zijn regering te bepalen. Het vertrouwen in de democratische regeringen brokkelt af en daarom, voorspelt Hobsbawm, zal in de toekomst over een groot deel van de politiek achter de schermen worden onderhandeld en besloten. Het wantrouwen van de burgers jegens de regering zal toenemen en het respect van de publieke opinie voor politici verminderen. «Wat», vraagt Hobsbawm zich af, «is in deze situatie de toekomst van de liberale democratie?»

Het is nog vroeg in de ochtend als de Amerikaanse schrijver en reisjournalist Robert Kaplan de verontrustende conclusies uit het essay van Hobsbawm krijgt voorgeschoteld. In de lobby van een Amsterdams hotel reageert hij laconiek op de vertwijfelde vraag van de Britse historicus: «Ik hou er geen romantische ideeën op na. Een politicus die zijn volk vertrouwt, is een mislukt leider. De democratie functioneert het best als de voornaamste beslissingen achter de schermen worden genomen. Burgers zijn afhankelijk van leiders die de menselijke emoties op de juiste manier manipuleren. In de huidige democratische staten zijn de meeste mensen onvoldoende geïnformeerd over politieke kwesties. Door de steeds groter wordende rol van de technologie in de samenleving wordt deze steeds complexer. Je kunt van een doorsnee burger niet verwachten dat hij of zij een expert is op het gebied van pensioenhervormingen of luchtverontreiniging.» Kaplan benadrukt dat met de vraag waarom Jimmy Carter als president heeft gefaald. Hij beantwoordt hem zelf: «Omdat hij de burgers verzocht hun verwachtingen terug te schroeven. Zelfs al is dat noodzakelijk, dan nog vertel je zoiets niet aan Amerikanen. Ronald Reagan had dit goed begrepen. Hij zei simpelweg: ‹The sky is the limit, we cut taxes.› Dat werkte. Politieke campagnes bestaan uit pure manipulatie. Haalt dat democratie onderuit? Nee, ik denk juist dat een democratie zo behoort te functioneren.»

Kaplan mag gerust een oerpessimist worden genoemd. Voor in zijn zojuist verschenen boek Eastward to Tartary — waarvoor hij in 1999 een reis maakte door twaalf landen op de Balkan, het Midden-Oosten en de Kaukasus — staat een citaat uit het werk van de ideeënhistoricus Isaiah Berlin: «Het ergste weten is niet altijd een vrijwaring tegen de gevolgen daarvan; maar het is beter dan onwetendheid.» Dit sombere uitgangspunt typeert Kaplans denkwijze en hij treedt daarmee in de voetsporen van de Amerikaanse Founding Fathers, volgens hem een stel doorgewinterde pessimisten. Kaplan: «Hamilton deed ooit de prachtige uitspraak dat burgers een goed idee zullen afkeuren van iemand wiens kop hun niet aanstaat. Hamilton wantrouwde de mensheid. Je kunt iemand niet aanspreken op zijn rationeel gedrag; de mens laat zich leiden door zijn gevoel. Uit de Federalist Papers blijkt dat Hamilton en Madison van het slechtste scenario uitgingen. Een regering is nodig omdat mensen elkaar niet kunnen vertrouwen maar tegelijkertijd kunnen de burgers ook hun regering niet vertrouwen.» De Franse Revolutie was gebaseerd op optimisme en dat leidde volgens Kaplan tot de guillotine: «Dat optimisme kwam voort uit een vertrouwen in de macht van een intellectuele elite die van bovenaf de samenleving zou reguleren. Daar hadden de Founders absoluut geen vertrouwen in. Zij stelden een scheiding der machten voor om te voorkomen dat de regering wetten zou ontwikkelen met onbedoelde consequenties. Doordat de Amerikaanse democratie is gebaseerd op zo'n pessimistische kijk, werd het een land van optimisten.»

Democratieën zijn over het algemeen gematigder en betrouwbaarder wanneer ze handelen vanuit eigenbelang. «Die houding spreekt al uit de Federalist Papers en domineert nog steeds de Amerikaanse politiek», meent Kaplan. «Neem het buitenlands beleid van de Verenigde Staten. Dat is gebaseerd op puur eigenbelang. De Amerikanen zijn bereid om mensen in nood te helpen. Negentig procent was vóór interventie in Somalië, maar toen er onder de Amerikanen doden vielen, veranderde de publieke opinie onmiddellijk. We zijn alleen bereid om te helpen als het geen grote offers vergt. Politici weten dit en zijn daarom erg voorzichtig. Een wijs leider manipuleert, maakt gebruik van de vooroordelen die leven onder het volk en gebruikt ze voor eigen doeleinden.»

In de afgelopen tien jaar reisde Kaplan de wereld rond en schetste in een aantal boeken en artikelen een wereld vol chaos en desintegratie. In 1993, ten tijde van het uiteenvallen van Joegoslavië, publiceerde hij Balkan Ghosts, een boek over de historische achtergronden van de etnische conflicten op de Balkan. Kort daarop verscheen zijn omslagverhaal «The Coming Anarchy» in The Atlantic Monthly. Het stuk maakte destijds zo'n indruk op president Clinton dat hij de opdracht gaf tot het maken van een studie over het onderwerp. Het artikel werd de opmaat voor Kaplans boek To the Ends of the Earth, een onheilspellend verslag van zijn rondreis door Afrika en Azië, waarin hij een inktzwart beeld schetst van overbevolking, misdaad, economische schaarste, erosie, ontbossing en stammenstrijd. Voor het daaropvolgende boek reisde Kaplan door eigen land en schreef hij over de toekomst van de Verenigde Staten. In dit boek met de titel An Empire Wilderness voorspelde hij dat de kloof tussen de bevoorrechten en de kanslozen alleen maar zal toenemen en de Amerikaanse natiestaat uiteindelijk zal verdwijnen.

Stuk voor stuk getuigen Kaplans studies van een radicaal realistische kijk op de wereld en daarmee staat hij lijnrecht tegen over de opvattingen van een vooruitgangsdenker als Francis Fukuyama. Kort na de val van het communisme voorspelde deze politiek filosoof in zijn geruchtmakende The End of History dat de opmars van de liberale democratie en de vrijemarkteconomie de dominante trend in de wereld zou worden.

Dat optimisme kan Kaplan nog steeds niet delen: «Fukuyama is een typische academicus die vanachter zijn bureau over de toekomst van de wereld filosofeert. Maar als reizend verslaggever heb ik maar al te vaak gezien dat mensen strijden voor allerlei mogelijke idealen die niet zijn gestoeld op democratische waarden. Ik ben het overigens wel met hem eens dat mensen over het algemeen gelukkiger zijn in landen waar de democratie en het kapitalisme wortel schieten. Maar de vraag blijft op hoeveel plekken het democratiseringsproces daadwerkelijk zal plaatsvinden. Daarin verschillen we van mening.»

Democratie is volgens Kaplan niet bij uitstek het beste politieke systeem: «Het hangt er maar van af onder welke omstandigheden het ontstaat en wat voor een leiders eruit voortkomen. Hitler en Mussolini kwamen op een democratische wijze aan de macht. Toen zij in Centraal-Europa de dienst uitmaakten, was de gemiddelde idealistische Roemeen een fascist. Maar nu het Westen heeft getriomfeerd in de Koude Oorlog volgen de Roemenen het ideaal van de democratie. We moeten nooit aannemen dat mensen democratische idealen nastreven omdat het een aangeboren drijfveer is. De macht komt eerst, daarna de principes.»

De liberale democratie heeft volgens Kaplan alleen kans van slagen als die voortkomt uit eerdere politieke ontwikkelingen. «In ‹beggar democracies› — staten zonder publieke instanties — leidt het opzetten van een parlementair systeem alleen maar tot chaos. Voor de meeste Afrikaanse landen is het onzinnig om over te gaan op de invoering van democratie of vrijemarktprincipes. De centrale regeringen hebben amper greep op wat er buiten de hoofdsteden gebeurt en dictators proberen wanhopig de enorme problemen in de hand te houden. Alleen als een middenklasse inkomstenbelasting betaalt, als grenzen zijn bepaald, als publieke instanties functioneren, mensen zijn opgeleid en duidelijk is welke etnische groep welk gebied beheerst, dan bestaat er een kans dat democratisering aanslaat.»

Landen zonder een traditionele middenklasse hebben een bepaalde orde en stabiliteit nodig vóór ze hun vrijheid kunnen be werkstelligen. Wanneer de chaos overheerst, geeft Kaplan de voorkeur aan een welwillende dictator die de basisvoorwaar den voor een toekomstige democratie zoals water, elektriciteit en infrastructuur en rechtsinstanties installeert. «Neem Spanje. Wat je ook over Franco kunt zeggen, hij heeft wel mee gewerkt aan de ontwikkeling van een middenklasse», zegt hij stellig. «Als links de burgeroorlog had gewonnen, zou Spanje decennialang in armoede hebben geleefd.»

Maar de expansie van de democratie richting Centraal-Europa geeft Kaplan wel een reële kans van slagen. In Eastward to Tartary schrijft hij dat de uitbreiding van de Navo en de EU het democratiseringsproces in de Oost-Europese landen zal bevorderen. Op dit moment is de Navo met de toetreding van Polen, Tsjechië, Slovenië en Hongarije een moderne variant op het Heilige Roomse Rijk. «In feite is deze nieuwe scheidslijn, met uitzondering van Griekenland en Turkije, de oude alliantie van het Habsburgse rijk tegenover het Ottomaanse rijk. Met het einde van de Koude Oorlog is de stabiliteit aan de andere kant van die scheidslijn verdwenen. Voor zwakke en corrupte landen als Bulgarije en Roemenië is uitbreiding van de Navo hun enige hoop. Door hun toetreding kunnen de problemen in voormalig Joegoslavië beter worden beheerst en wordt ook het democratiseringsproces in deze landen bevorderd. Militairen zijn immers afhankelijk van politieke stabiliteit en hebben de steun van het volk nodig. Als je de Oost-Europese landen wilt verankeren in het Westen moet je ze opnemen in de Navo.»

Ook de uitbreiding van de EU naar het Oosten acht Kaplan van groot belang: «Het zal de regio stabiliseren, net zoals de expansie naar het Westen de Verenigde Staten heeft gestabiliseerd. De EU moet, zelfs als het niet aan alle landen een volledig lidmaatschap toekent, een manier vinden om het Oosten te integreren.»

Democratisering van Oost-Europa mag volgens Kaplan een logische en noodzakelijke stap zijn, ondertussen zijn de Verenigde Staten beland in een stadium dat aan de democratie voorbijgaat. In tegenstelling tot Fukuyama gelooft Kaplan niet in de liberale democratie als eindstadium van de geschiedenis. In An Empire Wilderness beschrijft hij hoe Amerika in de toekomst uiteen zal vallen in enclaves die geen enkele binding meer met elkaar hebben. De ongeschoolde immigranten, zwarten en latino’s leven in de troosteloze getto’s van de grote steden. De welgestelde Amerikanen leven in post-urbane eenheden met hun eigen particuliere bewakingsdiensten, bioscopen en winkelcentra. Ze zullen de federale overheid steeds minder nodig hebben. De meeste beslissingen die hun persoonlijk leven aangaan, zullen de rijken zelf nemen. De afgekalfde federale regering zal slechts beperkte taken op zich nemen. Zoals het opzetten van «een beschermend schild tegen gevaren als internationaal terrorisme en computerhackers en hulpverlening door gespecialiseerde militaire eenheden bij overstromingen en aardbevingen». Het resultaat is een regime dat zich een democratie noemt, maar in feite wordt geregeerd door veiligheidsinstanties en militairen. «Een mengeling van parlementariërs en militaire officieren zal het land runnen», voorspelt Kaplan. «Oorlogvoering zal veranderen en slechts bestaan uit verrassingsaanvallen op vijandelijke posten waarbij computersystemen worden uitgeschakeld. Bij mijn bezoek aan de Amerikaanse leger basis Forth Leavenworth heb ik gezien dat het nu mogelijk is om binnen 96 uur troependivisies overal ter wereld te plaatsen. Om het publiek te kunnen betrekken bij oorlogvoering heb je tijd nodig, maar door dit soort nieuwe technologische mogelijkheden zal een elite in eerste instantie beslissen en de publieke discussie pas achteraf plaatsvinden. Hierdoor zal de democratie eroderen.»

«Dat is nu natuurlijk ook al het geval», vervolgt Kaplan. «Maar toen de Navo besloot om Milosevic af te straffen, werd er in de weken voor de militaire interventie tenminste nog een discussie gevoerd in de kranten en weekbladen. Dat zal in de toekomst een stuk minder worden.»

Vindt hij dit geen beangstigend toekomstscenario? Rustig schudt Kaplan ontkennend zijn hoofd. «Wat ik veel beangstigender vind is wat ik ooit vaststelde in mijn essay The Dangers of Peace. Daarin stelde ik de vraag: wat als er in de Verenigde Staten nu eens geen recessie zou plaatsvinden, de economie jaarlijks met vijf procent zou stijgen en er geen oorlog of andere catastrofes zouden plaatsvinden? Dat betekent een grote ramp voor mijn land. Amerika wordt dan de meest decadente samenleving aller tijden. Van filosofen leer je dat het goed voor de mensheid is om ergens voor te strijden. Als we nergens meer voor hoeven vechten, dan wordt niks meer serieus genomen en verandert alles in een grote gameshow. Dat is wat mij werkelijk zorgen baart: een massagemeenschap die zo welvarend is geworden dat elk gevoel voor tragiek verloren is gegaan. Alleen onzekerheid brengt ernst en deugd voort.»

Afsluitend zegt Kaplan over zijn eigen land: «De Verenigde Staten zijn door de Tweede Wereldoorlog gered. Zonder Hitler waren de burgerrechten niet in de wet vastgelegd, was het antisemitisme niet verbannen en waren de voorsteden niet tot bloei gekomen. Het is misschien moeilijk om toe te geven, maar oorlog kan welvaart voortbrengen.»