De familie nederland

Zo zie je nooit een aardige Nederlandse film, en dan worden er ineens twee tegelijkertijd uitgebracht. En ze zijn allebei ook nog Nederlandser dan de gemiddelde Nederlandse film. Tot ziens van Heddy Honigmann en Schaduwlopers van Peter Dop zijn twee zeer verschillende films, maar ze hebben gemeen dat ze een bijna achteloze en daardoor frisse blik werpen op hedendaags Nederland. In Tot ziens ziet Amsterdam eruit zoals ik dat zelf ken. Niet bijzonder en zeer vertrouwd, maar in een film zie je het niet-bijzondere maar zelden. Schaduwlopers speelt zich af in Deventer anno nu. Nu ken ik Deventer niet zo, maar ik twijfel er niet aan of de film is voor Deventenaren een feest van herkenning.

Ieder op zijn eigen manier laten beide films bewust het gewone zien. Zo gewoon soms en zo realistisch dat het doet denken aan het soort Engelse sociale drama’s waar men graag het etiket kitchen sink realism opplakt. De nadrukkelijke maatschappelijke boodschap dat dit soort Britse films kenmerkt is opmerkelijk en wel totaal afwezig in de nieuwe Nederlandse varianten, maar het aanrecht is letterlijk aanwezig. Alsof je in je eigen keuken staat. Geleund tegen het aanrecht wordt er geleuterd, geflirt en uitgehuild. En het zijn aanrechten waaraan wordt gedaan waar aanrechten voor zijn. Realistischer kan het niet.
Voor de huidige kijker maakt al die gewoonheid dat de omgeving bijna wegvalt en de aandacht wordt gelegd bij de spelers. Totdat het op sommige momenten weer te bekend wordt en je aandacht als bij familiefoto’s wordt verlegd naar de toevallig meegefilmde achtergrond. Ik stel mij voor dat dit effect van verschuiving van aandacht van voor- naar achtergrond over een aantal jaren zal zijn versterkt en dat er bij een toekomstig retrospectief alleen nog maar wordt gekeken naar die dan vreemde, want door de jaren heen veranderde achtergronden. Deze verwisseling in belang van voor- en achtergrond, van verhaal en aanrecht, is in beide films impliciet aanwezig. Er wordt zelfs een spel mee gespeeld.
Het duidelijkst in Schaduwlopers, omdat daarin het verleggen van de aandacht naar de schijnbaar onbetekenende achtergrond de thematiek van de film uitmaakt. Daarom zit Schaduwlopers vol met grapjes die zich op de achtergrond afspelen en die niet eens voor alle kijkers zijn bedoeld. Toevallig herkende ik in de voetballende machinist op het op miraculeuze wijze van Haarlem naar Deventer verplaatste station de broer van de cineast, maar ik ben er zeker van dat ik vele van de zogenaamd toevallige voorbijgangers die ik niet heb herkend, had kunnen herkennen. Dat is geen punt. Dat is soms zelfs leuk, al kan het de aandacht wat afleiden.
Bij Tot ziens zag ik in sommige scene’s zoveel bekenden dat het familiefoto-effect onontkoombaar werd. Kennelijk heeft niet iedereen daar last van. De bespreker in Skrien leek bijvoorbeeld ongevoelig voor de hoeveelheid (ex-)redacteuren van zijn blad in de edelfiguratie. Over een volgens hem voor de film exemplarische scene schrijft hij: “De huiskamer staat vol met feestende mensen, maar je kijkt alleen naar Anne en Jan.” Laat ik nu toch in de naast Anne en Jan dansende figurante de hoofdredactrice van Skrien herkennen.
Zo heeft iedereen zijn eigen manier om naar films te kijken en bij dit soort films, dit soort aardige Nederlandse films, kijk ik ook graag naar de achtergrond. Schaduwlopers heeft een leuk absurdistisch verhaal waarin zijn eigen achtergrond wordt onderzocht. Twee broers schaduwen ’s nachts toevallige passanten en komen zo weer iets meer over de kleine geheimen van hun woonplaats te weten. Dat levert vermakelijke en originele scenes op. De eigenzinnige blik op de familie Nederland compenseert de niet altijd even soepele regie.
In Tot ziens ligt de verhouding duidelijk andersom. De acteursregie is virtuoos en bepaalt de kwaliteit van de film, terwijl de blik op de omgeving minder gevarieerd is. Samen vormen de films een bemoedigende opmaat voor het jaarlijkse Utrechtse treffen van de Nederlandse filmfamilie.