Mariana Ringnalda, docent Frans, Gymnasium Sorghvliet, Den Haag

De favoriete leraar van Lodewijk Asscher

Na 44 jaar lesgegeven te hebben, zou ik het iedereen aanraden, het leraarschap, als je geld tenminste niet belangrijk vindt. Het was van begin tot eind geweldig!

Het is heerlijk om mee te maken hoe kinderen zich ontwikkelen. Hoe ze mens worden. Ik houd van leerlingen en ik merkte dat zij ook goed op mij reageerden. Terwijl ik het niet als uitgangspunt had om vrienden te worden met de kinderen gebeurde dat wel vaak. Mijn klaslokaal was van onder tot boven versierd met affiches en lege wijnflessen, volgeschreven met namen en data, die ik met mijn leerlingen had gedronken op een gezellige avond in het theater of een café. Dat mocht toen nog!

Dat betekent niet dat ik niet streng was. Zeker in het begin van het schooljaar moet je laten zien wie er de baas is, daarna mag het best gezellig worden. Maar als er iets gebeurde wat niet door de beugel kon, zat ik er meteen bovenop. Soms iets te fel zelfs. Dan was er wel eens iemand gekwetst. Maar in zo’n geval bood ik uiteraard mijn excuses aan.

Ja, ik voelde me meteen als een vis in het water voor de klas. Tijdens mijn studie Frans al ben ik begonnen met lesgeven. Ik heb op vier andere scholen gewerkt voordat ik weer terugkwam op mijn oude school, Gymnasium Sorghvliet, ook de middelbare school van Lodewijk Asscher, trouwens.

Ik ben iemand die de lat hoog legt. Zowel voor mezelf als voor de leerlingen. Die kunnen namelijk veel meer dan ze zelf in eerste instantie denken. Maar je moet ze wel motiveren, natuurlijk. Ik heb wel eens iemand een 6 gegeven, terwijl diegene dat eigenlijk niet verdiend had en het een 3 had moeten zijn. Je moet eens zien wat dat met iemand doet. Die denkt dan ineens: ‘Hé, ik kan het toch!’ en zal dankzij dat zelfvertrouwen harder zijn best doen. Dit werkt niet bij iedereen overigens, maar het is zeker de moeite van het proberen waard. Verder heb ik tot het eind ook altijd de leeslijst erin gehouden. Hoewel dat van bovenaf natuurlijk al lang niet meer wordt opgelegd. Vijftien Franse boeken moesten mijn leerlingen lezen!

Daarnaast stelde ik mezelf ook het doel om die leerlingen écht iets te leren. Dat is tenslotte je taak als leraar. Dat houdt ook in dat je niet lui mag worden. Ik heb niet één keer hetzelfde proefwerk gegeven. Niks uit de kast getrokken van het jaar daarvoor. Ook niet wat kleding betreft trouwens. Ik zorgde er altijd voor dat ik er piekfijn uitzag, als een echte parisienne, want die leerlingen moeten toch een uur tegen jou aankijken!