Paul Simons, leraar maatschappijleer op het Minkema College in Woerden

De favoriete leraar van Pieter Lossie, organisator scholierenstaking

‘Meneer, wat is maatschappijleer een onzinvak’, zei een leerling vorig jaar tegen mij. ‘Als ik een antwoord geef, is het nooit goed.’ Super is dat. Ik antwoordde hem: ‘Dat heb je heel goed begrepen, jongen.’
Ik hoop kinderen bij te brengen dat dé waarheid niet bestaat, maar dat dat niet betekent dat iedere mening even waar is. Het klinkt misschien heel postmodern, maar ik geloof dat onderwijs over die spanning moet gaan. Je bent samen op onderzoek naar jouw voorlopige waarheid binnen de kaders van de democratische rechtsstaat. Te vaak wordt kinderen kennis bijgebracht zonder ze te leren die kennis te problematiseren. Ze denken dat de leraar uiteindelijk weet hoe het zit. Pas wanneer je ze onzekerheid over die kennis weet bij te brengen, wordt het razend interessant. ‘Gadverdamme’, zeggen ze dan, ‘dat is niet eenvoudig, meneer.’
Die onzekerheid vergt een verhaal, context, en daarvoor moet je klein beginnen. Vertrek vanuit hun belevingswereld en stop dáár de inhoud in. Als we het over arbeidsverhoudingen hebben en ik vraag wie er een bijbaantje heeft, steekt de helft van de klas zijn vinger op. Maar slechts een paar zijn zich bewust van hun eigen positie binnen die omgeving. Ze denken dat hun belangen gelijk zijn aan die van hun baas, praten in no time over ‘wij van McDonald’s’. Dus vraag ik ze: ‘Heb je het op school ook over wij van het Minkema College?’ ‘Nee, daar hebben we het over leraren en leerlingen’, krijg ik dan terug. En ik zie ze denken: potverdorie, wij hebben er wel een bepaalde kijk op.
Door in hun leven te beginnen, krijgt theorie betekenis. Ook superleerlingen als Pieter willen dat. En door net iets verder te gaan dan wat ze kennen, ontstaat er frictie. In een interessante les schuurt het, in hun hoofden, maar ook bij de leerlingen onderling. Dan wordt er geruzied, maar ook gelachen en gepuzzeld. Want dat iets in het examen komt is geen motivatie om iets te leren, als er passie is, dán zijn ze gemotiveerd. Tuurlijk, allemaal een beetje aardig blijven, maar ze mogen best tegen elkaar zeggen: ‘Wat jij nu beweert, daar word ik niet goed van.’
Ieder jaar simuleren we daarom met zo’n tweehonderd leerlingen de kabinetsformatie – ervaringsleren, erg belangrijk. In een land met politieke minderheden voelen ze dan dat je de ander wat moet gunnen en dat politici niet onbetrouwbaar zijn als ze hun verkiezingsbeloften niet helemaal nakomen. Er worden fractiekamers ingericht, de media komen langs, en aan het eind van de dag ligt er een regeerakkoord.Leerlingen worden boos en tot op de wc’s lopen ze elkaar voor verrader uit te maken, maar dat kan ook. Even later zitten ze immers weer aan de onderhandelingstafel om tot overeenstemming te komen. Burgerschap leer je niet uit een boek, er moet meer met elkaar gestoeid worden in de les.