Clint Eastwood strikes again

De feminisering van een macho

Lang was acteur en regisseur Clint Eastwood de ultieme actieheld. Maar zijn werk gaat dieper. Het legt een conflict bloot tussen sociaal bewustzijn en individualisme in de moderne maatschappij. Dat blijkt eens te meer in zijn nieuwste film, ‹Blood Work›.

In bange tijden hunkeren Amerikanen naar sterke mannen. Dat is opnieuw gebleken tijdens de tussentijdse verkiezingen waarin de Republikeinen hun greep verstevigden op zowel het Huis van Afgevaardigden als de Senaat. De belangrijkste reden voor de winst was de populariteit van president George W. Bush. Op de vooravond van de verkiezingen keurde een schamele 29 procent van de kiezers zijn beleid af. Het idee van een Texaan die strijdt tegen het internationale terrorisme werkte geruststellend.

Tijdens de Koude Oorlog snakte het land eveneens naar krachtdadig optreden, op zowel cultureel als politiek gebied. Toen was de actieheld en regisseur Clint Eastwood een belangrijke inspiratiebron voor een andere acteur: Ronald Reagan. Exemplarisch hiervoor was Reagans beroemde betoog tegen de plannen van de Democraten om de belastingen te verhogen. In maart 1983 zei hij: «Ik houd mijn veto-pen gereed voor het geval dat het Congres het zou wagen de belastingen te verhogen. Tegen die belastingverhogers zeg ik: Go ahead — make my day.» Deze zin stamt uit de Eastwood-film Sudden Impact van hetzelfde jaar. Hierin speelt Eastwood voor de vierde keer de rol van inspecteur Harry Callaghan, bijgenaamd Dirty Harry vanwege zijn sadistische, reactionaire benadering van politiewerk. Als Harry per ongeluk stuit op een overval in een restaurant doodt hij op routineuze wijze drie rovers. De vierde gijzelt een vrouw. Harry richt zijn pistool op de man. Dan spreekt hij — verveeld — de woorden die een onuitwisbare indruk maakten op de president, de Republikeinen en vrijwel de hele Engelstalige wereld.

De liefdesrelatie van rechts met Eastwood vloeide in de jaren tachtig voort uit de toen nog typisch Amerikaanse verstrengeling van het politieke met het artistieke leven. Clint Eastwood was net als John Wayne een aartsconservatief die zich actief bezighield met de Republikeinse partij. Maar Eastwood ging verder. Begin jaren tachtig raakte hij betrokken bij dubieuze figuren als Bob Denard, een huursoldaat die de leiding had over een staatsgreep op de Comoren voor de kust van Oost-Afrika. Nog erger was een man met de naam Bo Gritz, die een antiterreurschool in Californië leidde. Gritz was bezig een militaire actie in Laos te plannen, waar, zo geloofde hij, Amerikaanse soldaten gevangen werden gehouden. Washington ondersteunde de actie, totdat Reagan er zelf een stokje voor stak. Hij vertrouwde Gritz niet. Bij gebrek aan overheidssteun besloot Eastwood samen met andere Hollywood-sterren de actie te financieren. Het werd een ramp. Gritz vond geen enkele gevangen Amerikaan. Jarenlang weigerde Eastwood elk commentaar op het debacle, behalve door weinig overtuigend te refereren aan zijn concept van «patriottisme».

In de jaren negentig keerde Eastwood de politiek de rug toe. Hij verklaarde in een interview met Playboy een hekel te hebben aan zowel de Democraten als de Republikeinen. Hij vond zichzelf nu meer passen bij het Amerikaanse libertarianism, dat hij op gênant kinderachtige wijze omschreef als een politiek systeem waarin «iedereen iedereen met rust laat».

De politieke apathie van Clint Eastwood is misleidend. Als er één moderne Amerikaanse kunstenaar is die instinctmatig ideologisch te werk gaat, dan is hij het wel. In weerwil van de gangbare interpretatie volgens welke er een direct verband bestaat tussen zijn status als actieheld en rechts reactionaire denkbeelden, vallen aan veel van zijn films evengoed linkse ideologieën af te lezen. Zo vertolken etnische minderheden en vrouwen dikwijls belangrijke rollen. Moderne feministische motieven zijn duidelijk aanwezig in films als Play Misty for Me (1971), The Gauntlet (1977) en Sudden Impact, waarin sterke vrouwen wraak nemen op mannen die hen zien als seksspeeltje of hen verkrachten. Deze films zijn op het eerste oog eenvoudige thrillers. Wat ze belangwekkend maken, zijn de veranderlijke ideologische scheidslijnen. De criticus David Kehr stelt in een essay dat Eastwood als regisseur weigert een morele keuze te maken tussen sociaal bewustzijn en persoonlijke onafhankelijkheid. Zo personifieert hij volgens Kehr een centrale paradox in de Amerikaanse maatschappij: het conflict tussen democratisch collectivisme en kapitalistisch egotisme.

De tegenstelling tussen sociaal bewustzijn en individualisme, die overigens een basis kenmerk is van veel moderne maatschappijen, is nergens beter zichtbaar dan in Eastwoods schitterende nieuwe film Blood Work. Hij speelt Terry McCaleb, een oud-psycholoog van de FBI die een hartaanval krijgt tijdens het achtervolgen van een seriemoordenaar. Twee jaar later, terwijl de bejaarde McCaleb nog herstellende is van een harttransplantatie, wordt zijn hulp ingeroepen bij het onderzoek naar de moord op een jonge vrouw. Het blijkt dat McCaleb het hart van de dode vrouw — een Mexicaanse — had gekregen. Gedreven door schuldgevoel en geplaagd door twijfel aan zijn eigen lichamelijke capaciteiten gaat hij op zoek naar de moordenaar. Het hoofdthema van Blood Work volgt de rode draad uit de beste Eastwood-films: de held wordt geconfronteerd met een gevoel van verantwoordelijkheid jegens de maatschappij terwijl hij verwikkeld is in een egoïstische strijd met de donkere kant van zijn psyche.

Het is ondenkbaar dat George W. Bush in navolging van zijn grote voorbeeld Ronald Reagan in de jaren tachtig in de ban zal raken van Blood Work. De film heeft een duidelijk progressieve agenda. En de ironie is compleet: het lijkt wel of de «reactionair» Eastwood linkser wordt naarmate het land waarin hij werkt almaar meer naar rechts neigt.

Voortbordurend op personages in recente Eastwood-films als Unforgiven (1992), Absolute Power (1997) en Space Cowboys (2000) herdefi nieert McCaleb in Blood Work de traditionele esthetische en culturele conventies van de mannelijke held. Deze personages vormen de antithese van Dirty Harry en van de mechanistische moordmachine Man with No Name die Eastwood speelt in de spaghettiwesterns van Sergio Leone. Maaien Harry en de sigaarkauwende Man slachtoffers op sadistische wijze neer zonder vragen te stellen, McCaleb neemt plaats achter de computer om bewijsmateriaal te verzamelen. Ook verschillen de drie helden op lichamelijk vlak. In de jaren zestig en zeventig representeerde Eastwood in de gedaante van Harry en Man een studie in mannelijkheid. Zijn bewegingen op het scherm waren als die van een tijger: soepel, gracieus en krachtig. Niets hiervan in Blood Work. Prachtig is dat Eastwood geen enkele moeite doet om zijn afgetakelde lichaam op het scherm te verbergen. Integendeel, in een liefdesscène erotiseert de camerablik de tekens van ouderdom en kwetsbaarheid: de loszittende huid van het bovenlichaam en bovenarmen, de kalende schedel en het litteken op de borstkas. Nu zijn de bordjes verhangen: de man toont zich seksueel onzeker en onderdanig terwijl de vrouw hem geraffineerd laat zien hoe het moet.

Wat Bush jr. te midden van de huidige roep om sterke mannen nog het meest zou ontrieven, is de feminisering van Clint Eastwood als machistisch cultureel icoon. Tijdens de jacht op de moordenaar zijn sterke vrouwen McCalebs belangrijkste bondgenoten: de zuster van de vermoorde vrouw, een cardioloog en een vrouwelijke rechercheur. De slechteriken zijn mannen: racistische agenten en de moordenaar, die een militaire achtergrond blijkt te hebben. Een briljante metafoor voor het progressieve aan deze Eastwood is het vrouwelijke hart dat McCaleb krijgt na zijn infarct. De vervrouwelijking van Eastwood uit zich vervolgens in zijn strijd tegen de seriemoordenaar, die homoseksuele trekken toont.

De zogeheten Code Killer blijkt een verwijfde gek die moordt teneinde zijn «relatie» met agent McCaleb spannend te houden. De Code Killer reflecteert de donkere kant van het zelf. Alleen door deze te confronteren als een soort Jekyll & Hyde kan McCaleb volwaardig mens zijn. Dat is het lot van veel Eastwood-helden. Zijn protagonisten bestaan alleen bij de gratie van de tegenstanders: naast de Code Killer ook Scorpio in Dirty Harry, Jennifer het verkrachtingsslachtoffer in Sudden Impact, de Russische piloot in Firefox (1982) en sheriff Little Bill in Unforgiven. Deze verhalen eindigen vaak op gewelddadige wijze op of nabij water. Dat heeft een mystieke betekenis. Water biedt de mogelijkheid tot hergeboorte, ook in Blood Work waarin een «nieuwe» Eastwood na de finale confrontatie deel uitmaakt van een gezin.

Het is een misverstand dat het progressieve aan Eastwoods werk een recente ontwikkeling is. Terwijl de Vietnamoorlog nog in het nieuws was en vlak nadat de onzekere Richard Nixon het Witte Huis had verlaten, maakte Eastwood een film die schromelijk werd onderschat wat zijn plaats in de canon betreft. In The Outlaw Josey Wales (1976) — een van de beste westerns aller tijden — wreekt Josey Wales (Eastwood) zijn gezin, dat tijdens de Burgeroorlog wordt uitgemoord door soldaten van de Unie. Josey transformeert zich van boer tot mythische killer. Hij gaat vechten aan Zuidelijke kant. Mettertijd komt hij in aanraking met een bonte groep mensen die een afspiegeling vormt van de multiculturele maatschappij: bejaarde indianen en Mexicanen, een jong indiaans meisje, een witte oma en haar kleindochter. In zijn contact met deze arme sloebers ontdekt Josey zijn eigen menselijkheid. Hij raakt niet alleen verliefd op het meisje, maar in een klassieke scène sluit hij vrede met de Cherokee-stam — door op homo-erotische wijze zijn bloed te vermengen met dat van het opperhoofd.

Josey Wales is een van de weinige Eastwood-films waarin het belang van het collectief in evenwicht is met dat van het individu. Josey slaagt erin de groep zwakkeren te beschermen tegen de moorddadige Unie-soldaten. In het proces komt hij in het reine met zichzelf; hij verwerkt de dood van zijn vrouw en zoontje. Hergeboorte volgt. Hij leert een wijsheid, een humanistische boodschap die Clint Eastwood als kunstenaar in de jaren negentig het best zou articuleren, en wel door middel van de «notoire dief en moordenaar» William Munny, een cowboy die zogenaamd een «vicieus karakter» heeft, maar die in Unforgiven angstig zegt: «It’s a hell of a thing, killing a man.»

Blood Work van Clint Eastwood is vanaf 14 november in de bioscoop te zien