De fenomenale dubbele stok

De Amerikaanse celliste Frances- Marie Uitti beweegt zich op een interessante manier tussen twee werelden. Uitti, die begin jaren zeventig naar Europa kwam en alweer zo'n twintig jaar in Amsterdam woont, heeft met haar talent en behendigheid de meest vooraanstaande componisten weten te verleiden een stuk voor haar te schrijven. Van Luigi Nono, Giacinto Scelsi en Louis Andriessen tot Jonathan Harvey, Richard Barrett, James Clarke en Michael Jarrell. De Hongaarse componist Gyorgy Kurtag schreef zelfs ongevraagd en onaangekondigd muziek voor haar: Message to Frances-Marie, gevolgd door een Homage to John Cage.

Terwijl er zo in de loop der jaren een intensieve samenwerking tussen deze Europese componisten en Frances-Marie Uitti ontstond, ontwikkelde zij tegelijkertijd - geheel in de lijn van de Amerikaanse avant-garde - een uiterst persoonlijke, op de improvisatie gebaseerde manier van spelen. Uit ontevredenheid over de harmonische mogelijkheden van de cello, experimenteerde Uitti met het spelen met twee stokken tegelijk. Dit is uitgegroeid tot een unieke speelwijze, die op zijn beurt weer tot nieuwe composities leidde.
Op de pas verschenen cd 2 Bows heeft zij een vijftiental eigen improvisaties samengebracht. En ze heeft ook de gelegenheid aangegrepen per cd-post een aantal ‘muzikale attenties’ terug te sturen: zowel Jo nathan Harvey, Louis Andriessen, Clarence Barlow als Gyorgy Kurtag worden met een stukje vereerd. Daarnaast biedt 2 Bows een staalkaart van de mogelijkheden van een tweevoudig gestreken cello.
Meest kenmerkend is de zee van boventonen. Als een bad dat vol loopt met warm water, vult de ruimte zich geleidelijk met klank. Representatief voor dit effect is Double Choral (For Louis A) dat, in een traag voortschrijdend tempo en in een lage ligging, een complexe meerstemmigheid laat horen. Het is introverte en weemoedige muziek die met zijn bibbberige klank doet denken aan Andriessens eigen Symfonie voor losse snaren. Deze treurige, armoedige klank wordt in extremo geetaleerd in het anderhalve minuut durende Flight: als een houten huisje dat op instorten staat piept, schuurt en zucht de tochtige klank.
Want om een misverstand uit de weg te ruimen: de rijkdom aan harmonie die het spelen met twee stokken met zich meebrengt, wendt Uitti geenszins aan om een behaaglijk klankspel te scheppen. Ondanks de wolligheid die de vele boventonen veroorzaken, is het knarsetandende muziek die de weerspannigheid van het instrument haast voelbaar maakt. De speelwijze van Uitti zou je kunnen omschrijven als een vorm van anti-acrobatiek: virtuoos op een manier die tegen alle conventies ingaat.
Neem bijvoorbeeld het korte fffff (met de variaties fffff2 en fffffý). Uitti speelt priegelige, nerveuze slingers van nootjes, waarbij de stok razendsnel over de snaren stuitert. De opgejaagde beweging en het hoge gepiep geven een kriebelige sensatie. Precies het tegenovergestelde is aan de hand in Choral: de cello produceert hier een dikke laag boventonen die als een vieze, stroperige smurrie voorbij stromen. Even intrigerend en naargeestig is Phoenicis, dat met zijn merkwaardige gestiek het beeld oproept van een groot ijzeren gevaarte dat onherroepelijk aan het schuiven raakt.
Wat een contrast met de Message to Gyorgy Kurtag! De melodieuze, over elkaar buitelende loopjes stuiteren op een trampoline van warme harmonieen. Zou Uitti bang zijn geweest deze wat traditionelere componist met al teveel grunge voor het hoofd te stoten? Hoe dan ook - ook dit stukje werpt weer een nieuw licht op de potentie van de dubbelgestreken cello.
'France, get rid of all those composers; you don’t need them!’ zei Louis Andriessen ooit tegen Uitti. Inderdaad getuigt deze cd van een heel eigen muzikaal universum. Vermoedelijk hebben de componisten Uitti harder nodig dan omgekeerd.