Commentaar: Houellebecq

De fictie van Houellebecq

«Op dat moment klonk er vanuit de richting van het ontspanningscentrum een enorme explosie, die de ruimte doorkliefde en lange tijd nagalmde in de baai. Ik had eerst het gevoel dat mijn trommelvliezen waren gesprongen; maar een seconde later hoorde ik dwars door mijn verdoving heen van alle kanten een hels gegil, een waar koor van doodskreten. (…) Voor de ingang van de bar kroop een danseres over de grond, nog altijd in haar witte bikini; haar armen waren afgerukt ter hoogte van de ellebogen. Vlak bij haar probeerde een Duitse toerist die tussen het puin zat de uit zijn buik puilende darmen tegen de houden.»
Zou de bomaanslag in het uitgaanscentrum van Kuta op Bali, vermoedelijk gepleegd door moslimterroristen, zijn geïnspireerd op de roman Platform van Michel Houellebecq? De werkelijkheid loopt parallel met zijn fictie. In de eindscène beschrijft de Franse schrijver hoe de hoofdpersoon Michel tijdens een verblijf in een van de vakantieparadijzen van Zuidoost-Azië een bloedige aanslag meemaakt op een hotelbar. De aanslag werd gepleegd met «een amateuristisch maar krachtig ding op basis van dynamiet, dat met een wekker in werking was gesteld; de tas was vol gestopt met moeren en spijkers», en wordt toegeschreven aan «fundamentalistische moslims».
Vlak voor de explosie overpeinst Michel dat hij reeds een soort vijandige spanning had gevoeld jegens westerse toeristen. Hij bedenkt hoe de vermaakbranche voor backpackers, op seks en pullen bier beluste mannen en uitdagende vrouwen met pronte siliconenborsten in strijd is met de islamitische wetten. Later, in het volle besef dat hij zijn grote liefde bij de ramp heeft verloren, wordt hij overspoeld door wraakgevoelens. «De islam had mijn leven gebroken, en de islam was zeker iets wat ik kon haten; de volgende dagen deed ik mijn best om haat te voelen jegens moslims. Dat lukte me vrij goed, en ik begon het internationale nieuws weer te volgen. Telkens wanneer ik hoorde dat er in de Gazastrook een Palestijnse vrouw was neergeschoten, voelde ik een rilling van enthousiasme bij de gedachte dat er weer een moslim minder was.»
Met name deze passage was voor islamitische organisaties in Frankrijk aanleiding Houellebecq aan te klagen wegens moslimhaat. Hij verdedigde zich een maand geleden tijdens een tumultueuze rechtszaak in Parijs. Hij vond dat de schrijver en de hoofdpersoon onterecht werden vermengd. Ook verklaarde hij dat het niet zijn bedoeling was aanslagen van moslimextremisten te voorspellen, zoals hem werd verweten toen een maand na publicatie van zijn boek, augustus 2001, al-Qaeda-strijders vliegtuigen in Amerika lieten exploderen. Hij zei tegen de rechter relativerend: «Mijn boek is slechts fictie.»