De meest spraak makende Afrikaanse film sinds mensen heugenis

De film van Afrika

De 82-jarige Sene galese schrijver en cine ast Sembene Ousmane heeft met Moolaadé, over vrouwen besnijdenis, de meest spraak makende Afrikaanse film sinds mensen heugenis afgeleverd.

In de coulissen van het Fespaco woedt een polemiekje. Wie waren de echte founding fathers van dit grote pan- Afrikaanse filmfestival, het Cannes van Afrika, dat om de twee jaar in de Burki nese hoofdstad Ouagadougou neerstrijkt? Wordt de documentaire Afrique-sur-Seine uit 1955 terecht als de eerste bladzijde van de Afrikaanse filmgeschiedenis beschouwd?

Over één zaak wordt niet gecorrespondeerd: de status van de 82-jarige Senegalese schrijver en cineast Sembene Ousmane. In Hôtel Indépendence, kloppend hart van het festivalleven, betrekt Ousmane sinds de eerste editie in 1969 de kamer met nummer 1. Meer dan veertig jaar na zijn eerste korte film, Borom Saret, heeft Ousmane met Moolaadé de meest spraakmakende Afrikaanse film sinds mensenheugenis afgeleverd: een film over de besnijdenis van vrouwen.

Een van de charmes van het Fespaco is dat er geen hiërarchie heerst: iedereen is voor iedereen aanspreekbaar. Omdat we allemaal op z’n Afrikaans des frères zijn, bestaat er geen recht op zwijgen. Behalve voor Sembene, die heeft zich dat toegeëigend. De ochtend na de enige vertoning van Moolaadé op het Fespaco verschijnt hij niet in het Forum-zaaltje, waar de makers verondersteld worden hun werk toe te lichten. «Ik heb mijn werk gedaan», oordeelt Ousmane. «Ik maak een film, het is aan anderen om hem uit te leggen. Als je een film op het publiek loslaat, behoort hij je niet meer toe.»

Bij die ene projectie van Moolaadé op het Fespaco was het een gevecht om in de zaal te komen. Brandveiligheid was daarbij ondergeschikt, elke vierkante centimeter bioscoopvloer werd ingepalmd. Voor iedere Europeaan met cinefiel-intellectualistische neigingen is zo’n sessie te midden van het publiek waarvoor de film bestemd is ten zeerste aan te raden. Scènes die wij voor symbolisch effectbejag houden, worden wel degelijk vanuit de buik aangevoeld. Te oordelen naar het medeleven waarmee ook de mannen resoluut de kant van de vrouwelijke hoofdpersoon kiezen, lijkt het laatste uur van de genitale verminking geslagen.

Volgens het principe van eenheid van tijd, plaats en handeling speelt Moolaadé zich af in een niet nader genoemd dorpje waar vier meisjes ternauwernood aan de besnijdenis zijn ontsnapt. Ze gaan bescherming (moolaadé) zoeken bij Collé Ardo, van wie bekend is dat ze ge weigerd heeft haar eigen dochter te laten verminken. De besnijdsters zijn niet van plan dit over hun kant te laten gaan. Ze roepen de hulp van de dorpsoudsten in om de orde te herstellen. Aan de echtgenoot van Collé de taak zijn opstandige vrouw weer in het gareel te krijgen.

Samba Gadjigo, hoogleraar Frans in de Ver enigde Staten, verblijft in Hôtel Indépendence in kamer 21. Hij geldt als ’s werelds grootste kenner van Sembenes werk. Als officiële biograaf is hij de enige met toegang tot diens archieven; hij was bij alle productiestadia van Moolaadé betrokken. Hoe pertinent Collé’s strijd tegen besnijdenis ook moge zijn, Gadjigo ervaart de eenzijdige aandacht hiervoor sinds de wereldpremière in Cannes (in de selectie Un certain regard) stilaan als een ontoelaatbare vorm van reductie. Hij vraagt aandacht voor de bredere context: «Er loopt een rechte lijn van Borom Saret uit 1964 naar Moolaadé. Het hele oeuvre van Sembene staat in het teken van de bevrijdingsstrijd van Afrika. Het thema van de besnijdenis – verbloemend ‹zuivering› genoemd – behoort daar ook toe, maar Moolaadé reikt een veel omvattender waaier van maatschappelijke problemen aan. Sembene heeft het net zo goed over de mondialisering, de moeizame Noord-Zuidverhouding, de milieuproblematiek. We bevinden ons in een dorpje dat van oudsher dreef op een handwerkeconomie, die nu wordt weggedrukt door in het Noorden vervaardigde wegwerpproducten van plastic. Er is de thematiek van migratie en ballingschap in de persoon van de zoon van het dorpshoofd die in Europa rijkdom is gaan zoeken. In het personage van Mercenaire, ‹huurling›, worden burgeroorlogen en vredesoperaties aangeraakt.»

Toch valt moeilijk te ontkennen dat de bevrijding van de vrouw in alle films en verhalen van Ousmane een pars pro toto is voor de bevrijding van het continent. Zolang vrouwen in hun ontwikkeling worden gesmoord, door genitale verminking, gedwongen huwelijken, de vernedering van de polygamie, is bevrijding tout court uitgesloten. Listig ondermijnt Sembene de patriarchale gerontocratie die elke ontwikkeling in de weg staat. In die list herkent Gadjigo een patroon, van een marxistische analyse van maatschappelijke vooruitgang: «Van 1947 tot 1960 heeft Sembene als dokwerker in Marseille gewerkt, waar hij in 1950 is toegetreden tot de Franse communistische partij. Al in 1961, na zijn terugkeer in Senegal, heeft hij de partij verlaten en zich nog uitsluitend met film en literatuur beziggehouden. Maar het analytische patroon heeft hij behouden. Vooruitgang voltrekt zich altijd aan de hand van een dubbel conflict: de traditie komt onder druk te staan door zowel haar eigen innerlijke tegenstellingen als door invloeden van buitenaf. In Moolaadé vechten twee tradities om de overhand, die van de besnijdenis en die van de moolaadé, het recht om zwakkeren te beschermen. Er bestaat tussen die traditionele waar den geen hiërarchie en dat brengt de patriarchale machthebbers in problemen. Om Collé te dwingen de bescherming te beëindigen, zien ze geen andere uitweg dan geweld. Hoe legitimeren ze dat? De traditie ontleent haar macht aan het feit dat ze zich niet hoeft te legitimeren. De traditie is de afwezigheid van denken. Invloeden van buitenaf zijn de radio, de uit Frankrijk teruggekeerde zoon en Mercenaire. De buitenwereld dwingt tot reflectie en is dus een bedreiging.»

Het personage van Mercenaire is een onweerstaanbare creatie. In zijn naam ligt al besloten dat hij de paria van het dorp is: een huurling is iemand zonder principes, de hoogste bieder weet zich van zijn diensten verzekerd. Als dorpswinkelier licht Mercenaire zijn klanten op en geen vrouw is veilig voor zijn libidineuze toespelingen. Op het moment van de waarheid is dit vermeend amorele personage de enige die ingrijpt. Samba Gadjigo: «Hij is een gevoelige man die de marteling van de vrouw niet langer kan aanzien. Met zijn tussenkomst doorbreekt hij een taboe. Daardoor krijgen we een open einde, maar met die openheid is wel de kiem gezaaid voor de nederlaag van het patriarchale systeem. Natuurlijk weten we dat de overwinning van Collé zich alleen symbolisch in de film voltrekt. In de echte wereld is die overwinning niet gegarandeerd.»

Dat heeft de filmploeg op de set al mogen ervaren. Besnijdenis komt voor in 38 van de 53 Afrikaanse landen. Ook in het Burkinese dorp Djerisso, dat het decor van Moolaadé vormt. Gadjigo: «Wat zich bij het draaien in werkelijkheid heeft afgespeeld, was veel geladener en emotioneler dan wat in de film te zien is. Het heeft enorm veel uitleg gevergd om de acteurs met de thematiek te confronteren. Er spelen maar een paar ervaren acteurs mee, onder anderen Fatoumata Coulibaly, die het personage van Collé vertolkt. Sembene heeft ooit gezegd dat professionele acteurs alleen maar goed zijn om dode koningen of gangsters te spelen. Als je in zo’n dorp acteurs gaat importeren, zijn die onaangepast. Je hebt meer kans resultaat te halen met mensen die de omgeving al in hun aderen hebben. Maar het was hard en confronterend. In de flashbackscène waarin Collé zich haar eigen besnijdenis herinnert, was het bijna onmogelijk het meisje dat de kleine Collé moest spelen in bedwang te houden. Het meisje was zelf al besneden. Elke beweging met het mes in haar richting was voor haar werkelijkheid. Ze werd telkens opnieuw verminkt. En dan was er de hardheid van Sembene tegenover de acteurs. Vaak is hem afstandelijkheid aangerekend, maar het is liefde. Hij heeft eens gezegd: ‹Schrijven is de liefde voor de ander, het betekent jezelf in stukken te scheuren.› Die hardheid is op een loutering gericht: je moet de ander eerst in zijn zwakheid treffen om zijn betere zelf aan de oppervlakte te brengen.»

Een beperking van Moolaadé is dat het een mannenfilm over het lot van de vrouw blijft, met sporen van een idealiserende ivoren-torenblik. Ousmane probeert nuances aan te brengen door op de medeplichtigheid van de besnijdsters te wijzen, raakt de complexe hiërarchieën tussen vrouwen onderling in polygame families aan en verliest niet uit het oog dat de strijd van Collé geen kans maakt zonder mannelijke steun.

Op het jongste filmfestival van Rotterdam bestond een Nederlandse interviewer het de Franse regisseur Benoît Jacquot te vragen waarom Franse films altijd over de liefde gaan. Gingen Nederlandse films dan niet over de liefde? Voor Sembene Ousmane was film altijd een soort avondschool gebleven, en eigenlijk geldt dat ook voor de Burkinese regisseuse Fanta Nacro: de vraag of er zoiets als een Afrikaanse film zou kunnen bestaan zonder engagement is even dwaas en wereldvreemd als de vraag of een Franse film ook over iets anders dan de liefde kan gaan. La nuit de la vérité van Fanta Régina Nacro is de eerste lange speelfilm van een vrouwelijke regisseur in zwart Afrika in vijf à zes jaar. Deze tragedie naar klassiek Grieks model is een omkering van Aristofanes’ blijspel Lysistrata of Vrouwenstaking. Waar Aristofanes’ vrouwen met een seksstaking hun mannen tot vrede dwongen, gebruikt de vrouw van de president in Nacro’s film haar macht om de vredesplannen te dwarsbomen. De gruwelijkste beelden van afgehakte hoofden werden één avond na Moolaadé door een niet te onderschatten deel van het Burkinese publiek op geschater onthaald. Waren dit dezelfde fijnbesnaarden die met Collé meeleefden?

De film Le prince van de jonge Tunesische filmmaker Mohamed Zran gaat over de liefde en niets dan de liefde. Over een beschikbare man die verlegen is en een vrijgevochten vrouw die van die verlegenheid geen misbruik maakt. Zran weet dat de bevrijding van Afrika zich pas voltrekt als zijn film niet langer voor een exotisch curiosum doorgaat. Maar Tunis ligt, naar zijn zeggen, in Europa.