Idfa 2015

De filmmaker als hoofdpersoon

Aan het begin van de documentaire Welkom thuis interviewt regisseur Frans Bromet zijn zus Carla met een kleine camera, zelf is hij ook in beeld. Hij vertelt dat hij zich van vroeger voornamelijk herinnert dat ze met veel mensen op slechte voet stonden, met tante Annie en nicht Bertha bijvoorbeeld. Hij wil weten of zijn zus dat herkent.

Medium welkomthuisidfa 48

In beeld verschijnen sepia foto’s van het gezin Bromet. Tegelijkertijd klinkt een voice-over van de filmmaker: ‘Onze vader was joods, onze moeder niet. Thuis deden we er vrijwel niets aan, behalve dat mijn vader een bumpersticker op de auto had met de tekst: “Wij staan achter Israël!” In de loop der jaren ontwikkelde zich bij mij een aversie tegen het land Israël, vooral door de gewelddadigheid van het leger.’

Een stuk huid wordt in plakjes gesneden. Een hand, gehuld in een blauwe plastic handschoen, knijpt in het zwart-rood-blauw-witte blokje. De stem van een dokter vertelt wat het publiek ziet: de hand blijkt van Meral Uslu te zijn. De filmmaakster houdt haar eigen tumor vast. Meteen daarna verschijnt de inhoud van Uslu’s geopereerde borst close-up in beeld, gefilmd met schokkerige bewegingen. Het weefsel ligt in een Tupperware-bak en is een glibberige zwartgrijze massa. Er stroomt geel vocht uit. Het is de allereerste scène van de documentaire Mijn kanker.

Op het eerste gezicht is het nauwelijks denkbaar dat twee films zó kunnen verschillen qua onderwerp, vorm en invalshoek. Toch hebben ze één ding met elkaar gemeen: het zijn allebei ‘egodocumentaires’ die draaien op het International Documentary Filmfestival Amsterdam 2015.

Het genre is inmiddels bekend: de filmmaker neemt een privé-kwestie als uitgangspunt en is vervolgens hoofdpersoon in zijn eigen film. Vaak betreft het een familiequeeste, een zoektocht naar de eigen identiteit of een standpunt over een sociaal-maatschappelijk onderwerp.

Frans Bromet was in zijn jonge jaren een pionier in het genre. Al in 1974 portretteerde hij zijn ouders op 4 mei, tijdens het herdenken van de doden in de buurt van het drielandenpunt in Vaals. De jonge Bromet probeert zijn vader over te halen om – illegaal – de grens over te steken naar het door hem zo diep gehate buurland.

De egodocumentaire wijkt af van de meest gangbare vorm van non-fictiefilms. Bij zulke ‘fly on the wall films’ bleef de maker juist buiten beeld en documenteerde wat hij of zij zag, zonder voice-over, zonder commentaar. Het gekozen thema was het enige element waar de regisseur zijn aanwezigheid in liet voelen.

Pas in 1970 veranderde dit met de verschijnding van de eerste egodocumentaire Notes towards an African Orestes van de bekende Italiaanse fictieregisseur Pier Paolo Pasolini.

Toch bleef deze subjectieve vorm van cinema nog lange tijd omstreden. Zelfs tijdens mijn studietijd op de Nederlandse Film- en Televisie Academie, vanaf 2008, was het aanvankelijk not done om jezelf op het witte doek te presenteren. In mijn eerste studiejaar maakte ik een filmpje waarin ik op zoek ging naar mijn relatie met concentratiekamp Auschwitz, waar een groot deel van mijn familie tijdens de Tweede Wereldoorlog werd vermoord. Mijn medestudenten vonden het narcistisch. Ze vroegen of een rol achter de schermen voor mij niet genoeg was, omdat ik het onderwerp toch voor zichzelf had kunnen laten spreken. Mijn redenering was helemaal niet dat ik in het centrum van de belangstelling wilde staan, maar probeerde de kijker via mijn eigen sterke betrokkenheid mee te slepen in een universeel verhaal.

Deze afwijzende houding tegenover wat ook wel de autobiographical documentary of first-person documentar_y genoemd wordt was inmiddels al lang niet meer algemeen. Michael Moore’s _Roger and Me (1989) over massaontslag en bedrijfssluitingen bij General Motors bereikte een miljoenenpubliek. Morgan Spurlock maakte indruk met Super Size Me (2004), een zelfonderzoek naar de schadelijke effecten van fastfood. Spurlock at hiervoor gedurende dertig dagen drie maaltijden per dag bij McDonald’s. Hij kwam ruim elf kilo aan. In eigen land domineerde Sunny Bergman maandenlang het debat over het vrouwelijke schoonheidsideaal met Beperkt houdbaar (2008). Beroemd werd de scène waarin een plastisch chirurg uit Los Angeles Bergmans vagina bekijkt en meedeelt dat ze baat zou hebben bij een schaamlipcorrectie.

Er zijn verschillende oorzaken aan te wijzen voor de populariteit van de egodocumentaire. Allereerst is het maken van een film veel goedkoper geworden. In het verleden moesten filmmakers maandenlang op subsidies wachten voordat zij een camera van tien- of zelfs honderdduizenden euro’s konden huren. Nu pakken filmers direct de camera als er in het eigen leven iets bijzonders gebeurt.

Elke gêne lijkt inmiddels te ontbreken. Zwangerschappen, verbroken relaties, sterfgevallen, geboorten, selfies met genuttigde maaltijden: alles wordt via Facebook en Instagram gedeeld. Het persoonlijke leven is publiek geworden. Voor filmers én publiek.

Dit jaar toont het Idfa maar liefst tien documentaires (zie kader) met de regisseur als hoofdpersoon waarin de persoonlijke drama’s niet geschuwd worden. In de openingsfilm A Family Affair bijvoorbeeld verkent Tom Fassaert de broze geschiedenis van zijn eigen familie, die gekenmerkt wordt door een conflict waarin het familiegeheim van zijn oma centraal staat. En bij Every 28 Days van Ina Borrmann zit de kijker met zijn neus boven op een ivf-behandeling.

Met Welkom thuis keert Frans Bromet terug naar het genre en het onderwerp van zijn vroege werk _Het drielandenpun_t. Het merendeel van zijn andere films gaat niet over zijn privé-leven. Wel worden ze stuk voor stuk gekenmerkt door Bromets consequente stijl, ook wel de betrokken reportage genoemd. Als cameraman en interviewer (herkenbaar aan zijn nasale, lijzige stemgeluid) is hij altijd aanwezig. Toch kwam het publiek nooit eerder zó dicht bij de maker als in zijn meest recente film, die verhaalt over de familievete tussen zijn ouders en zijn tante Annie.

Die ruzie heeft iets te maken met de verbandstoffenfabriek van zijn oom Jacques die concentratiekamp Auschwitz niet overleefde, maar het fijne weet Bromet er niet van. Hij besluit tante Annie in Israël op gaan te zoeken. Concrete antwoorden krijgt hij niet van haar, al leidt zij hem wel naar een tak van de familie waar hij het bestaan niet van kende. Om het familiegeheim te ontrafelen bezoekt hij de ‘nieuwe’ achterneven Simon (woonachtig in Jeruzalem) en Jacob (kolonist op de West Bank).

Bromet krijgt steeds meer aandrang om zijn verhouding tot Israël te bepalen. Hiervoor interviewt hij verschillende Nederlanders die in de loop der jaren zijn geëmigreerd. Hij komt onder meer in contact met de twintigers Shraga en Eeden Evers, die geen toekomst meer zien voor joden in Europa. Ook ontmoet hij Eldad en Annelien Kisch, vredesduiven van het eerste uur. Bij hen voelt hij zich thuis, ook al is er geen sprake van een bloedband. Terwijl hij langzaam de oorzaak van het familieconflict ontrafelt, ervaart de filmmaker dat zijn gebrouilleerde familieleden veel weg hebben van de strijdende partijen in Israël. Als een klein misverstand al leidt tot een generaties lang slepend familieconflict, hoe kunnen de grote problemen in het Midden-Oosten dan ooit worden opgelost? De kijker ervaart de zinloosheid van al die voortslepende ruzies, of ze nou groot zijn of klein.

Ook Meral Uslu (bekend van documentaires als De verdediging van Robert M. en De kinderrechter) maakte nooit eerder zo’n persoonlijke film. Ze heeft een agressieve vorm van borstkanker en legt het proces van haar behandeling vast. In Mijn kanker richt Uslu de camera op haar omgeving, waardoor je als kijker het gevoel krijgt zelf behandeld te worden. Uslu’s gezicht komt vrijwel nooit in beeld, behalve op de momenten dat ze foto’s van haar ziekteproces toont. Gesprekken met verschillende dokters, verplegers, fysiotherapeuten en andere hulpverleners wisselen elkaar in rap tempo af. Elke keer probeert Uslu erachter te komen hoe groot de kans is dat ze daadwerkelijk geneest. Daar kan niemand antwoord op geven. Uslu spaart zich geen moment; Ze filmt zichzelf in tranen op de sofa van de psycholoog, als infusen ingebracht worden en als schroeiplekken van de bestraling worden geïnspecteerd. Angsten worden hardop uitgesproken en ook de familie komt aan bod. Haar man, dochter, kleindochter en moeder – die elke dag tot Allah bidt om genezing. Het wordt pijnlijk duidelijk hoe zwaar het proces daadwerkelijk is, niet alleen voor Uslu zelf, maar ook voor haar naasten. De kijker wordt meegezogen en moet zich, of hij wil of niet, identificeren met de zieke. Normaal gesproken staat Meral Uslu bekend als iemand die heel sec en objectief filmt, maar hier gaat ze tot het uiterste qua intimiteit. Ze blijft de vakvrouw die we kennen en toont tegelijkertijd een enorme kwetsbaarheid. Dat maakt de film sterk en ontroerend.


Andere egodocumentaires die op Idfa 2015 draaien:

Alisa in Warland (Alisa Kovalenko, Polen)

Beyond my Grandfather Allende (Marcia Tambutti Allende, Chili)

Every 28 Days (Ina Borrmann, Duitsland)

A Family Affair (Tom Fassaert, Nederland)

No Home Movie (Chantal Akerman, België)

A Sinner in Mecca (Parvez Sharma, US )

A Strange Love Affair with Ego (Ester Gould, Nederland)

Need for Meat (Marijn Frank, Nederland)

Beeld:IDFA

Met dank aan Selfmade films, Idfa en de NTR.