TELEVISIE Een goed stel

DE FINALE, HET DOELPUNT EN DE DOOD

Zaterdag begint het. Of maandag tegen Italië. Een vrolijke folder met een stralend gezin en het speelschema drukte me er met de neus op. Afkomstig van NIVO uitvaartverzekeringen, dat ons langs deze sportieve weg op hun concurrerende tarieven wijst, waarschijnlijk voor het geval we erin blijven van spanning. Eigentijds memento mori, dat me terugbracht naar de finale van 1988, die werkelijk in verband stond met de dood.
Eerst wat anders: zelfs wie jonger is dan 26 zal die wedstrijd, althans het briljante Van Basten-doelpunt, kennen vanwege eindeloze herhaling. En kreeg vorige week de kans de hele wedstrijd te zien, net als de halve finale tegen Duitsland. Niet dat ik denk dat daar veel jongeren naar keken: wat moeten die met een vergane wedstrijd tenzij ze trainer willen worden, zoals Dennis en Patrick? Ouderen zullen gekeken hebben, vooral zij die zweren bij de Zuiderzeeballade. Ik niet. Maar wel naar de eerste aflevering van dat vierluik, Een goed stel, waarin de voorronde werd samengevat.
Geen idee waarom, maar de beloning was rijk. De ondanks overwicht verloren eerste poulewedstrijd tegen de USSR; ballen tegen paal en lat van Engeland die bijna een roemloze afgang hadden betekend en doodse stilte aan de grachten in plaats van de verbluffende beelden uit De zegetocht van Tom Egbers, onderdeel van het mooie initiatief Andere Tijden Sport. En die reddende kopgoal van Kieft tegen Ierland waarbij Van Basten een straatlengte buitenspel stond – wat zijn die Ieren genaaid! Maar ook de prachtige Van Basten-hattrick tegen Engeland, kracht en macht van Gullit, de knallen van Ronald Koeman, de elegantie van Vanenburg, het inzicht van Wouters en de superieure stijl van Rijkaard.
Het spel leek aan beide kanten minder dichtgetimmerd, iets trager ook dan nu. Dat kan liggen aan de samenvatting, maar ja, juist beperking tot fragmenten maakt het pruimbaar. Ook was er het besef hoezeer we verwend zijn met het registreren volgens de school-Lindenberg: regelmatig dook de Duitse regisseur gelijkvloers, juist in spannende situaties, waardoor elk overzicht verdween.
Belangrijker dan het voetbal zelf de cultuurhistorische informatie: de korte, strakke broekjes; de snorretjes; de Oranjesupporter die de camera de middelvinger geeft (toen al); de vierhonderd gulden op de zwarte markt voor een kaartje = 180 euro, waarvoor je nu niet eens legaal binnenkomt; de blote tors van Gullit meteen na afloop (toen al); Jack Charlton, Engelse trainer van de Ieren, die bij een interview tot zijn afgrijzen merkt dat zijn drankje uit louter vruchtensap bestaat (van alle Britse en Ierse tijden); de verbluffende zoenen die onaaibare Michels krijgt van assistent Nol de Ruiter. En ja, denkend aan Advocaat, Van Gaal, De Mos vooral heimwee naar de onverstoorbaarheid en geweldige gein van ome Rinus.
Op de dag van de finale cremeerden we C., lid van onze wilde zaalvoetbalclub. We hadden hem al tijden niet meer gezien. Alle contact hield hij af. Koning Alcohol won dik van Koning Voetbal. Dood gevonden in zijn vervuilde huis. Een nagenoeg lege aula met verpletterde familie, iemand van de AA en wij. Een minuut voor de aftrap kwam ik thuis. Bij het fluitje barstte het stadiongejuich los en kwamen de tranen. Over zoveel eenzaamheid, onmacht en ja, toch ook schuld. Waar was jij toen Nederland kampioen werd? Daar dus.