Internationale wapenhandel

De financiële draaischijf

Grote wapenproducenten zijn – ten minste op papier – in Nederland gevestigd en gebruiken het als tussenstation of doorsluisland voor militaire activiteiten. Hoe verantwoordelijk maakt dat ons voor wapenleveranties aan dubieuze regimes?

Munitiedisplay op de wapenbeurs DSEI in Londen © Simon Dawson / Bloomberg/ Getty Images

Alex Crawford hurkt tussen rots, zand en raket-resten. Eind 2016 filmt de journaliste van het Britse Sky News een reportage in het Jemenitische Sa’dah, vlak bij de grens met Saoedi-Arabië. Het stadje zucht onder de bommen die Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten over de inwoners uitstorten, in pogingen Houthi-rebellen te doden. De jongensschool is volgens de directeur al elf keer gebombardeerd. Van andere bebouwing staat nog weinig overeind.

Gehuld in paarse hoofddoek inspecteert Crawford op haar knieën een bijzonder bewijsstuk. Voor het oog van de camera vouwt ze de neus open van een vier dagen eerder gevonden raket. Ze legt haar vinger bij een reeks cijfers en letters. De militaire variant van een streepjescode verraadt de herkomst van de bom: het deels ontplofte moordtuig is een Storm Shadow van de Europese rakettengigant mbda.

De gevonden raket toont de indirecte rol van Nederland in de verwoestende oorlog in Jemen. mbda is een samenwerkingsverband van het Britse bae, het Italiaanse Leonardo en het op papier Nederlandse Airbus. Raketten fabriceert het bedrijf in Frankrijk, Engeland, Duitsland en Italië. Maar de winsten van het verkochte wapentuig sluizen bae en Leonardo door Nederland, blijkt uit jaarverslagen van mbda. Van 2012 tot en met 2019 maakt een brievenbusmaatschappij op de Rotterdamse Coolsingel een kleine 508 miljoen euro over naar de twee bedrijven in de vorm van dividend.

Nederland weigert sinds 2016 principieel militaire zaken te doen met Saoedi-Arabië en de Emiraten vanwege hun optreden in Jemen. De regering stemt alleen in met de verkoop van wapentuig als de twee landen kunnen bewijzen dat ze het aangeschafte materieel niet zullen inzetten in het land waar tot nu toe 233.000 doden zijn gevallen door geweld en honger.1 Maar over het doorsluizen van wapenwinsten wordt niet moeilijk gedaan.

De rakettenfabrikant is sowieso niet kieskeurig in zijn leveringen. Zo verkocht het bedrijf in 2015 en 2017 wapentuig aan Egypte. Opvallend, omdat EU-lidstaten onderling afspraken het in politiek geweld verzeilde land niet meer van wapens te voorzien. Daarnaast verkocht mbda in 2011 anti-tankwapens aan Qatar, dat ze direct doorspeelde aan Libische rebellen.

Nederland speelt een belangrijke rol als financiële draaischijf in de internationale wapenhandel, blijkt uit onderzoek van The Investigative Desk voor De Groene Amsterdammer. We onderzochten de vijftig grootste wapenbedrijven van de wereld, op zoek naar kunstmatige constructies en geldstromen met opvallende bestemmingen, zoals belastingparadijzen.

De belangrijkste bronnen zijn jaarverslagen van bedrijven, en een database met wapendeals van de Zweedse vredesorganisatie sipri, verrijkt door de Nederlandse vredesorganisatie pax. Door die gegevens te combineren is het mogelijk geldstromen en verkochte wapens aan elkaar te koppelen.

Van deze vijftig wapenbedrijven heeft de helft één of meer vestigingen in Nederland. Soms is dat alleen een brievenbusfirma, in andere gevallen hebben firma’s een fabriek of een kantoor met tientallen medewerkers. Veel van de grote wapenproducenten zijn industriële conglomeraten die zich naast de fabricage van gevechtsvliegtuigen en munitie bezighouden met niet-militaire producten als liften, alarminstallaties of airconditioners.

Acht militaire concerns sturen op grote schaal grote sommen geld naar of door Nederland. Het gaat om de Frans-Duitse tankbouwer knds, de Amerikaanse conglomeraten General Electric, Honeywell en Raytheon Technologies en de vliegtuigproducenten Boeing en Airbus. Het Britse bae en het Italiaanse Leonardo zijn in Nederland actief als aandeelhouders van rakettengigant mbda. Gezamenlijk maakten Nederlandse dochters van deze acht wapenproducenten in de afgelopen vijf jaar 10,3 miljard euro over naar hun aandeelhouders. Voor het grootste deel waren dat betalingen in de vorm van dividend (een winstuitkering in ruil voor de investering van een aandeelhouder) en rente (over een lening).

Sommige van deze multinationals hebben zich in Nederland gevestigd om fiscale redenen. Zo gebruikt General Electric Nederland als financieel tussenstation om winsten naar Bermuda te dirigeren, waar geen winstbelasting wordt geheven. Een Nederlandse dochter van het Amerikaanse Raytheon Technologies verstuurt om dezelfde reden miljoenen dollars aan dividend naar Gibraltar. Andere bedrijven kiezen voor Nederland vanwege de soepele juridische regelgeving. Ook zoeken bedrijven in handen van meerdere nationale staten soms een derde land als vestigingsplaats.

Het is kwart voor tien in de ochtend als Katalin Oroszki de vergadering opent. Op het kantoor van tmf Group in het Luxemburgse zakendistrict Kirchberg wacht de teamleader van het Nederlandse trustkantoor op deze donderdag in 2019 een ogenschijnlijk zware taak. Met drie medebestuurders moet ze drie jaar financiële rapportage doorploegen van brievenbusmaatschappij Goodrich xch Luxembourg BV. Ondanks de plaats van handeling is Oroszki’s vergadering een Nederlandse aangelegenheid. Goodrich xch staat namelijk ingeschreven bij de Amsterdamse Kamer van Koophandel.

Op de agenda van de uit Hongarije afkomstige Oroszki staan serieuze onderwerpen. De Mexicaanse tak heeft te maken met administratieve ongeregeldheden. Ook zijn er plannen voor een verhuizing van de – op papier – Nederlandse vestiging naar Zwitserland.

Acht militaire concerns sturen op grote schaal grote sommen geld naar of door Nederland

In de besproken jaren zet de Nederlandse brievenbusfirma jaarlijks bijna vierhonderd miljoen dollar om. Met behulp van de vele belastingverdragen die Nederland met tal van landen heeft vindt dit geld tegen lage kosten een weg naar landen met nog lagere belastingtarieven. Zo maakt Goodrich xch Luxembourg in 2017 honderd miljoen dollar dividend over naar een cv in Gibraltar, onder meer verdiend met sensoren voor militaire vliegtuigen.

De door Oroszki geleide vergadering verloopt vlot. Om tien uur gaat de handtekening onder het jaarverslag van 2015. Een kwartier later krabbelt de voorzitter haar signatuur onder het jaarverslag van 2016. Om half elf ondertekent Oroszki het document van 2017 en bedankt ze de aanwezigen voor hun inbreng. De documenten gaan naar de Nederlandse Kamer van Koophandel. Het bestuur kan aan de koffie.

Oroszki heeft hoogstwaarschijnlijk weinig tot niets te zeggen over de gang van zaken bij Goodrich xch Luxembourg BV. Haar werkgever tmf Group leent op grote schaal werknemers uit als bestuurders van brievenbusfirma’s. Zulke lokale bestuurders zijn nodig om te voldoen aan de minimale eisen om door het leven te mogen als Nederlands bedrijf. In de laatste jaren zijn zogeheten substance-eisen wel strenger geworden, maar nog altijd zijn ze vrij makkelijk te omzeilen. Volgens een telling van bedrijvendatabase Orbis bestuurt Oroszki op dit moment liefst 39 verschillende bedrijven. Een kleine slag om de arm bij dat aantal bestuursfuncties is wel nodig: Orbis is niet altijd volledig up-to-date.

Een dergelijke bedrijfsstructuur biedt grote voordelen. Een multinational kan via een brieven-busmaatschappij profiteren van de fiscale en juridische regels in Nederland, zonder dat het bedrijf daadwerkelijk in een vestiging hoeft te investeren. Zo heeft Goodrich in Nederland volgens de jaarverslagen geen daadwerkelijke activiteiten in Nederland en betaalt het bedrijf ook geen Nederlandse belasting.

De Nederlandse staatskas schiet dus weinig op met de aanwezigheid van deze bedrijven. Het lokale financiële voordeel van brievenbusmaatschappijen komt terecht bij goedbetaalde adviseurs: trustkantoren als tmf Group en advocatenkantoren. Volgens branchevereniging Holland Quaestor werken in de Nederlandse trustsector 2500 mensen bij negentig trustkantoren. In 2017 beheerden zij volgens De Nederlandsche Bank gezamenlijk ruim negentienduizend brievenbusmaatschappijen. Ook de Nederlandse afdelingen van de accountancykantoren PwC, EY, kpmg en Deloitte profiteren mee. Hoeveel zij precies verdienen met het controleren van jaarverslagen van brievenbusmaatschappijen is niet bekend.

Een Brimstone-raket van MBDA Inc. getoond op de wapenbeurs DSEI in Londen © Chris Ratcliffe / Bloomberg / Getty Images

Tegen een strakblauwe lucht zwiert een straaljager in maart 2019 om zijn eigen as. Met loopings imponeert de Tejas-piloot de aanwezigen van een luchtvaartshow in Maleisië met India’s nieuwste trots: een gevechtsvliegtuig van eigen makelij. Vanaf de grond klikken fototoestellen, het publiek is enthousiast.

Niet alleen nationalistische Indiërs zullen zich hebben verheugd bij het zien van de pirouettes. Ook op de burelen van het Amerikaanse conglomeraat General Electric (GE) zal tevreden zijn geglimlacht. Sinds 2010 levert GE de motoren voor het militaire prestigeproject van India. ‘Dat we hiervoor geselecteerd zijn is een grote stap voorwaarts voor GE en demonstreert onze sterke verbintenis met India’, zei toenmalig directeur John Flannery van GE India destijds.

GE werkt veel samen met Indiase bedrijven. Met het Indiase Hindustan Aeronautics Limited produceert het gasturbines voor onder meer militaire fregatten. Het militair actieve Baharat Heavy Electricals Limited (bhel) onderhoudt samen met General Electric andere gasturbines, die Indiase bedrijven eerder kochten van datzelfde GE.

Desondanks betaalt General Electric op het subcontinent nauwelijks belasting, blijkt uit speurwerk van The Investigative Desk met hulp van een journalist in India. Hierbij maakt het bedrijf gebruik van fiscale constructies met daarin hoofdrollen voor Mauritius en Nederland.

Als vergoeding voor investeringen stroomt sinds 2015 jaarlijks gemiddeld twee miljoen euro aan winstuitkering van het Indiase bhel naar het Mauritiaanse dochterbedrijf GE Pacific. Door een belastingverdrag met Mauritius kan India geen vijftien procent maar slechts vijf procent bronbelasting heffen. Via GE Pacific loopt de fiscale route naar Nederland. Het Nederlandse General Electric International (Benelux) ontving als aandeelhouder van het Mauritiaanse bedrijf in 2015 en 2016 meer dan tien miljoen euro aan dividend uit Mauritius. Dat bedrag is dus deels verdiend door het Indiase bhel, en deels afkomstig uit andere dochterondernemingen.

Als aandeelhouder ontvangt het Nederlandse dochterbedrijf van GE ook dividend uit bijvoorbeeld Zuid-Korea, Turkije, Zuid-Afrika en Brazilië. Dat geld is deels verdiend met militaire zaken, maar ook met bijvoorbeeld zorginnovaties. Zo vervult Nederland met zijn gunstige belastingverdragen ook voor General Electric een belangrijke rol als doorsluisland voor weinig belaste winsten. De dividendstroom gaat vervolgens naar GE-dochterbedrijven in Luxemburg, Ierland en Bermuda, landen met lagere belastingtarieven dan Nederland. De Luxemburgse aandeelhouder krijgt een eenmalige winstuitkering van 2,3 miljard. Bermuda vangt rente over een interne lening van 2,7 miljard euro, Ierland over een lening van 264 miljoen euro. Van 2014 tot en met 2019 maakt de Nederlandse GE BV in totaal bijna 498 miljoen euro aan rente over. Daarnaast maakt de brievenbusfirma in 2017 639 miljoen euro over aan Bermuda, afkomstig uit een aandelenverkoop die beter verliep dan verwacht.

‘Dit lijkt me niet in lijn met de buitenlandpolitiek die Nederland voert’

Om dit soort constructies te voorkomen zegde Rusland onlangs het belastingverdrag met Nederland op. India en Nederland onderhandelen momenteel over nieuwe afspraken. De landen in de G7 zijn in gesprek over de vormgeving van een wereldwijde minimumbelasting van vijftien procent, die belastingparadijzen minder aantrekkelijk moet maken.

Lachend laten vier mannen zich op 29 juli 2015 fotograferen voor het achttiende-eeuwse Hôtel de Brienne in Parijs. Twee van de heren schudden elkaar de hand, terwijl een fotograaf van het Franse persbureau afp het moment vereeuwigt voor de villa die tegenwoordig dient als het Franse ministerie van Defensie.

De handdruk bezegelt een historisch moment. De handenschudders zijn de Franse minister van Defensie Jean-Yves Le Drian en de Duitse staatssecretaris Markus Grübel. Ze zijn bij elkaar gekomen om de fusie van het Franse staatsbedrijf Nexter met het Duitse familiebedrijf Krauss-Maffei Wegmann te beklinken. Onder de naam Kraus-Maffei Wegmann + Nexter Defense Systems (knds) wil het nieuwe Europese fusiebedrijf uitgroeien tot marktleider op het gebied van tanks.

Opvallend genoeg krijgt het Frans-Duitse prestigeproject geen hoofdkantoor in Parijs of Berlijn. Amsterdam komt uit de bus als vestigingsstad van het hoofdkantoor van de nieuwe landmacht-grootmacht. Dat in Nederland precies nul rupsbanden, pantsers en kanonnen van de band rollen, doet er niet toe. ‘Om voor de hand liggende redenen kon het hoofdkantoor noch in Duitsland, noch in Frankrijk worden gevestigd’, laat een woordvoerder van knds per mail weten. Volgens hem koos de Frans-Duitse tankproducent Nederland als vestigingsplaats vanwege de politieke stabiliteit en het Nederlandse lidmaatschap van alle relevante Europese militaire organisaties. Ook heeft ons land volgens knds ‘geen slechte reputatie op het gebied van belastingontwijking’.

Het belang van zo’n neutraal derde land moet bij multinationale staatsbedrijven niet onderschat worden, stelt Hein Hooghoudt, gepensioneerd partner van advocatenkantoor NautaDutilh. In het verleden adviseerde hij zowel knds als het qua structuur vergelijkbare Airbus. Nu spreekt hij op persoonlijke titel. ‘In het begin dacht ik ook weleens: wat is dit voor testosterongedoe. Maar het is nu eenmaal zo, anders ziet men de fusie niet als gelijk. Vaak gaat het om bedrijven waarover nationale gevoelens bestaan. Wij vinden het ook niet leuk als Unilever naar het Verenigd Koninkrijk gaat.’

Hooghoudt wijst op nog een reden waardoor internationale bedrijven kiezen voor een Nederlands hoofdkantoor. ‘Nederland heeft een vrij flexibel vennootschapsrecht. Grote advocatenkantoren bedenken juridische structuren om cliënten te geven wat ze in eigen land gewend zijn of wat ze wenselijk vinden.’ Zo is het in Nederland mogelijk om aandeelhouders meer stemrecht te geven, en is het toezichthouders en directeuren toegestaan om gezamenlijk één groot bestuur te vormen.

Op fiscaal vlak lijkt knds dan weer geen voordeel te halen uit de Nederlandse vestiging van het hoofdkantoor. ‘Binnen de EU heffen landen onderling geen bronbelasting over geldstromen tussen moeder- en dochterbedrijven. Het maakt niet uit of het hoofdkantoor in Nederland, Duitsland of Frankrijk staat’, zegt hoogleraar belastingen Arjan Lejour van de Universiteit Tilburg.

Van 2016 tot en met 2019 maakt het Amsterdamse hoofdkantoor een kleine 399 miljoen euro aan dividend en niet verder uitgesplitste ‘speciale voordelen’ over naar aandeelhouders in Duitsland en Frankrijk. Winst die regelmatig behaald wordt met leveringen aan regimes met een twijfelachtige reputatie. Zo verkocht knds gepantserde voertuigen aan Somalië en bestelde het Saoedische regime in 2011 en 2018 houwitsers bij de Franse tak van het bedrijf. Volgens de Franse militaire veiligheidsdienst moesten eind 2018 436.000 Jemenitische burgers vrezen voor hun leven door de inzet van 48 exemplaren van precies dat type artillerie.

De Nederlandse activiteiten van grote wapenproducenten roepen een belangrijke vraag op: is het erg dat Nederland wordt gebruikt als doorsluisland voor militaire activiteiten? Doorgaans leggen politici en activisten de verantwoordelijkheid voor de verkoop bij het land waar de wapens zijn gefabriceerd. Maar deelt Nederland als financiële draaischijf niet in de verantwoordelijkheid voor het slijten van wapens aan dubieuze regimes?

Vredesorganisatie pax vindt van wel, vooral als het geld is verdiend met de verkoop van wapens die stadjes als het Jemenitische Sa’dah in puin leggen. ‘Nederland profiteert op deze manier mee van de oorlogsindustrie’, zegt pax-onderzoeker Cor Oudes. Hij benadrukt nog maar eens dat Nederland wapenleveringen aan de strijdende partijen in Jemen heeft verboden. ‘Dat is de goede keuze.’ Nederland draagt een ‘ongezonde en inconsistente’ boodschap uit door winst gemaakt in dit soort conflicten ongemoeid te laten, zegt Oudes: ‘Ons land laat zo een gat bestaan waar die bedrijven van kunnen profiteren. Dit lijkt me niet in lijn met de buitenlandpolitiek die Nederland voert.’

General Electric laat in een korte reactie weten dat het bedrijf voldoet aan de fiscale wetten van alle landen waar het bedrijf actief is. Raytheon Technologies reageert niet op vragen, net als MBDA’s aandeelhouder Leonardo. BAE Systems verwijst naar MBDA. De rakettenproducent zelf reageert niet op verzoeken om contact.


Met medewerking van Ahan Penkar in India

Dit onderzoek is gefinancierd door het Money Trail Project (ondersteund door de Nationale Postcode Loterij), door Investigative Journalism for Europe (IJ4EU) en door Stichting Democratie en Media. The Investigative Desk is een collectief van gespecialiseerde onderzoeksjournalisten