De fnv zoekt een nieuwe burgemeester

In 1986 stapte Wim Kok op als voorzitter van de FNV. Het was een jaar later dan gepland. Maar dat lag aan Joop den Uyl, die hem, pal voor Kok zou vertrekken naar Groningen om daar de rest van zijn dagen als burgemeester te slijten, praktisch uit de trein praatte en bewoog toch nog voor de landelijke politiek te kiezen. Inmiddels is hij toch burgemeester, maar dan wel van Nederland. Kok was niet de enige die vertrok. Met hem verdwenen mannen als Herman Bode, Wim Spit en Frans Drabbe van het vakbondstoneel. Even eerder of later was dat het geval met bondsvoorzitters als Cees Schelling (Voedingsbond) en Jaap van der Scheur (AbvaKabo).

Nu, tien jaar later, is het de beurt van Johan Stekelenburg. Ook hij wordt, naar het zich laat aanzien, burgemeester, zij het voorlopig slechts van Tilburg. Ook in zijn kielzog vertrekken anderen. Ella Vogelaar, Ieke van de Burg en Louis Groen uit het FNV-bestuur, en bondsvoorzitters als Bé van der Weg (Industriebond) en waarschijnlijk Cees Vrins (AbvaKabo).
Het verschil zit eigenlijk in die namen. Of liever, waar die namen voor staan. De sociale bewogenheid van Bode, de radicaliteit van Schelling, de onverzettelijkheid van Van der Scheur. Ze hadden geen baan bij de bond, ze wáren de bond. Als ze spraken, was dat met een ingebouwde megafoon. Wie hen hoorde en zag, wist dat er dringend het een en ander moest veranderen in de maatschappij.
Maar de tijden zijn veranderd en de voorzitters met hen. Vakbonden profileren zich niet meer als strijdorganisaties maar als dienstverleners en zaakwaarnemers. En de voorzitters zijn mannen (dat nog wel trouwens) die de megafoon hebben ingeruild voor de enquête onder de leden. Die leden op hun beurt zijn niet meer zoals vroeger onder een noemer te vangen. Ze kunnen kostwinner zijn of tweeverdiener, of afhankelijk van een uitkering. Ze kunnen een grote baan hebben of een kleine, een vast of een tijdelijke of helemaal geen contract hebben. En politiek onderscheiden ze zich ook steeds minder van de rest van de bevolking.
Dat geldt ook voor de vakbondsleiders. Ze vertegenwoordigen geen uitgesproken visies meer. Continuïteit van het vakbondsbedrijf en dienstverlening aan de leden zijn zaken die hoog in het vaandel staan. Idealen zijn er nog, maar ze moeten vooral in praktische oplossingen kunnen worden gegoten. Vervoering heeft plaats gemaakt voor nuchterheid.
Nog steeds staat de FNV voor een gevoel. Niet dat het allemaal radicaal anders moet. Het is meer een soort fatsoensgevoel. Dat de tweedeling wat minder moet worden en het inkomensverschil niet veel groter. Het gevoel kortom dat we allemaal een beetje bij mekaar moeten blijven horen.
Dat gevoel moet de moderne vakbondsvoorzitter dus belichamen. Stekelenburg had het als geen ander. Uitgesproken standpunten verkondigde hij zelden, zonder dat hij de naam kreeg kleurloos te zijn. En of het nu gaat om werkgeversvoorzitters of kaderleden, ministers of bondsvoorzitters, hij verkeert met iedereen op voet van gelijkheid. Stekelenburg was het nieuwe gezicht van de FNV. Hij vertrekt. De FNV zoekt een nieuwe burgemeester.