Sorry, zei Sywert van Lienden bij Buitenhof, nadat was onthuld dat hij een heimelijke pandemieprofiteur bleek te zijn.

Sorry, zei Bilal Wahib bij Op1, omdat hij een minderjarige jongen bij een livestream had opgejut zijn geslachtsdeel te laten zien.

Sorry, zei burgemeester Halsema bij Keti Koti, ‘voor de actieve betrokkenheid van het Amsterdamse stadsbestuur bij het commerciële systeem van koloniale slavernij en de wereldwijde handel in tot slaaf gemaakten’.

Vooruitlopend op de evaluatie heb ik besloten niet verder te gaan als bondscoach, zei Frank de Boer, wat niet echt hetzelfde is als sorry zeggen, maar hé, niet klagen, hij stapte in ieder geval op.

Van Lienden begon zijn optreden met een preambule, nog voordat Twan Huys een vraag had kunnen stellen: hij betreurde de ontstane situatie, had Buitenhof volledige openheid toegezegd en zat daarom hier bij Huys, ‘want je bent de scherpste interviewer van Nederland’.

In de huishoudens van Coen Verbraak en Frenk van der Linden sneuvelde het servies.

Ook Bilal Wahib rende bij Op1 voor de troepen uit – door bij de eerste vraag meteen te zeggen: ‘Waar ik gelijk mee wil beginnen is mijn excuses, aan de jongen, aan zijn familie.’ En niet alleen aan hen, ‘maar aan heel Nederland’.

Bij Bojack Horseman, de Netflix-cartoon over een depressief, sarcastisch, snuivend paard in Hollywood, maakt de bad boy-acteur Vance Waggoner zijn optreden. Eerst lekken er beelden van hem uit waarop hij bij een dronken arrestatie roept dat hij joden haat. Hij belegt een persconferentie om zijn excuses te maken, en zegt dat hij geen antisemiet is, want zijn beste vriend is joods. Later valt hij een callgirl aan met een honkbalknuppel, en zegt op een nieuwe persconferentie niet misogyn te zijn, want: ‘Ik hou van vrouwen, mijn echtgenote en mijn dochter zijn vrouw!’ (En bovendien, zegt hij: ‘Ik was pas 38 toen dit gebeurde!’) Daarna lekt een voice-memo uit waarin hij roept dat hij alle Zweden haat. Op een persconferentie komt hij opdagen met Stellan Skarsgard, en zegt dat de Zweedse acteur zijn al-ler-beste vriend is.

‘Ik heb dit jaar gereflecteerd en er heel veel van geleerd’

Kort daarna wint Waggoner de oeuvreprijs bij de We Forgive You Awards. Of zoals ze bij Bojack worden genoemd: de ‘Forgivies’.

Wat Bojack maar wil zeggen, denk ik, is dat ook excuses een format zijn geworden, een tv-genre. Een ritueel waardoor een zondig mediafiguur weer terug in de kudde mag komen. Maar dat ritueel werkt alleen als het niet te duidelijk herkenbaar is als ritueel. Overdrijf niet, ga niet nodeloos diep door het stof, zo diep dat het op heiliger-dan-gij-zelfflagellatie lijkt. Twan Huys had het goede fatsoen om niet te lachen toen Van Lienden hem de scherpste interviewer van Nederland noemde. Hij besefte vast dat het geen compliment voor hem was. Sywert complimenteerde zichzelf: ‘Kijk mij eens, ik ben dapper, ik verstop me niet, en lever mezelf uit aan de scherpste interviewer van Nederland.’

Hetzelfde voor Bilal Wahib – die zijn excuses aanbood ‘aan heel Nederland’. Heel Nederland? Was dat niet wat megalomaan? Het was alsof hij zei: oké, deze buiging is zo diep dat we er nu eens en voor altijd een streep onder zetten.

Omgekeerd, draai het verhaal ook niet zo dat het lijkt alsof jij het voornaamste slachtoffer bent. Wahib zei vaak genoeg hoe erg hij het vond van het slachtoffer, maar sprak vooral over hoe erg het was dat hij zijn carrière en die van vrienden had beschadigd, hoe hij zich schaamde voor zijn moeder.

Op1-presentator Tijs van den Brink reageerde koel en draaide het gesprek terug naar: ‘Je hebt het over jezelf en de gevolgen, maar even terug naar het slachtoffer, hoe gaat het daar mee?’

‘Ik heb dit jaar gereflecteerd en er heel veel van geleerd’, zei Marco Borsato bij een speciale prime-time Sorry-voor-het-overspel-uitzending van Linda de Mols Wintermaand: leren, reflecteren, in de spiegel kijken, alsof zijn familie-affaires vooral in het teken van zijn persoonlijke groei stonden. Alle standaardzinnen uit het repertoire van Vance Waggoner kwamen voorbij. Geef die man een Forgivie, dacht ik.

De kunst is je vergrijp precies te benoemen, niet kleiner te maken, ook niet groter. ‘Je verliest de wedstrijd door een actie van mij…’, zei Matthijs de Ligt na zijn handsbal tegen Tsjechië – waarop heel voetbalbecommentariërend Nederland riep: ‘Het lag ook aan de rest van het team!’

Burgemeester Halsema bood haar excuses aan als een noodzakelijke formaliteit. De slavernij-tentoonstelling in het Rijks is er al, een slavernij-museum lijkt op komst. Ze benadrukte nog eens dat ‘geen enkele nu levende Amsterdammer schuld heeft aan dat verleden’. Maar het was de hoogste tijd dat het stadsbestuur verantwoordelijkheid moest nemen ‘om het grote onrecht van de koloniale slavernij te metselen in de identiteit van onze stad. Met een ruimhartige en onvoorwaardelijke erkenning.’

De excuses van Halsema waren er niet om iets in het publieke domein af te ronden en de handen in onschuld te wassen. Het tegenovergestelde, Halsema maakte de zaak juist groter, en gaf het onderwerp door aan de volgende partij: als het Amsterdamse stadsbestuur excuses maakt, zal Den Haag ook excuses moeten overwegen. Dat zijn echte excuses, die een piketpaal slaan, niet om ergens van af te zijn, maar juist om verdere bezinning te vragen.