GEORGE W. BUSH, CRUCIALE BESLISSINGEN

De Forrest Gump onder de Amerikaanse presidenten

George W. Bush, Decision Points . € 33,95

George W. Bush zag en ziet zichzelf graag als The Decider, de beslisser. Niet eindeloos analyseren, geen getreuzel, actie, go! Voor zijn autobiografie heeft hij dan ook de vorm gekozen van het beschrijven van die beslissingen. De eerste en belangrijkste want een voorwaarde voor alle andere, was stoppen met drinken en een serieus leven gaan leiden. De andere beslissingen draaien om zijn presidentschap.
Dat eerste hoofdstuk helpt de toon te zetten. Dat is plezierig, persoonlijk en een stuk minder hoogdravend en pretentieus dan de meeste presidentiële biografieën. Vaak schemert de ontspannen, aangename Bush door die je ook zag in de reportage van Alexandra Pelosi, Journeys with George. Maar dat Bush een aimabel mens is, een leuke vent, maakt hem nog geen goede president. Steeds weer blijkt dat Bush (minstens) één station te hoog terechtgekomen was. Het verschil met de meeste mensen die dat overkomt, is dat Bush het zich nog steeds niet realiseert.
Bush begint met zijn medewerkers. Hij vertelt over zijn wekelijkse etentjes met Dick Cheney, de machtige vice-president. Bush was ‘wel nieuwsgierig naar wat Cheney zoal deed’. Hij lijkt het echt te menen. Er is geen indicatie dat Bush zich ervan bewust was dat Cheney een parallelle machtsstructuur had opgezet, een dubbeling van het nationale veiligheidsapparaat, waarmee hij zijn eigen ideeën over politiek uitvoerde. Dat Cheney Donald Rumsfeld binnenhaalde als minister van Defensie, zijn oude maatje uit de regering-Ford, juichte Bush alleen maar toe.
Die parallelle structuur, gecombineerd met de dominante persoonlijkheden van Rumsfeld en Cheney en de veel zwakkere veiligheidsadviseur Condi Rice en de bijna irrelevante minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell, leidde tot voortdurende strijd tussen de bureaucratieën. Bush noemt het gekibbel. In Harvard Business School-taal spreekt hij over 'creatieve spanning’, een buitenstaander zou het chaos noemen. Chaos waarvan Cheney en Rumsfeld profiteerden. Ze speelden feilloos in op wat Bush waardeerde in zijn mensen. Toen de misdragingen in de Abu Ghraib-gevangenis bekend werden - Bush zegt dat hij 'overvallen’ werd en de foto’s pas zag in het CBS-programma Sixty Minutes - bood Rumsfeld tweemaal zijn ontslag aan. Hij bewees daarmee, volgens Bush, dat hij loyaal, plichtsgetrouw en karaktervol was en mocht blijven. Precies wat Rumsfeld bedoelde. Ook Cheney bood herhaaldelijk aan zich terug te trekken. In de wereld van Bush betekent je ontslag aanbieden loyaliteit. En dan blijf je. Pas na zes jaar ontsloeg Bush de falende Rumsfeld. En toen nog tegen de zin van Cheney.
Ook de Witte Huis-bureaucratie was in 2006 totaal ontspoord. Het is tekenend dat de zelfverklaarde leider door een medewerker moest worden gewezen op het rommeltje. Ook tekenend is dat Bush daarover in deze memoires niet geheimzinnig doet. Bij Bush is het steeds verfrissend hoe reëel hij is over wat er fout ging en hoe weinig hij inziet dat die fouten aan zijn eigen leiderschapskwaliteiten, of het ontbreken daarvan, lagen. Na 2004 liet hij Karl Rove het Witte Huis politiseren en vervolgens prijst hij Rove voor het accepteren van een demotie in 2006 - teken van loyaliteit!
Presidenten hebben een korte houdbaarheid. Clinton en Obama waren na achttien maanden al afgeserveerd door de kiezer. In 2001 leek George W. Bush ook die kant op te gaan. Hij had weinig tot stand gebracht, leek te dolen en zijn enige idee was om de belastingen te verlagen. In de zomer van 2001 begonnen al speculaties over een één-termijn-president. De aanslagen op 9/11 maakten dat allemaal anders. Toen begon zijn presidentschap. Het was een ongekende mogelijkheid om dingen te doen, om beslissingen te nemen, een decider te zijn.
Bush beschrijft de gebeurtenissen van 9/11 kort en compact. Dat is plezierig. Maar hij is selectief in zijn beschrijving van de aanloop. Geen woord over Richard Clarke, de man die zowel onder Bush als onder Clinton de terrorismebestrijding leidde. Clarke had gewaarschuwd dat de regering-Bush de zaken te licht opnam. De fameuze memo van augustus 2001 waarin melding wordt gemaakt van een ophanden zijnde aanslag, blijft onvermeld.
De oorlog in Afghanistan begon als een min of meer gerechtvaardigde, of te rechtvaardigen oorlog. De Taliban werden in no time verdreven, maar Osama bin Laden werd niet gepakt. Bush verwerpt de kritiek dat de Amerikanen hem in Tora Bora hadden laten ontsnappen. Ze wisten echt niet waar hij zat, denkt Bush, anders hadden ze hem nooit laten gaan. Uit andere boeken weten we dat in Tora Bora een complex spelletje gespeeld werd, waarbij de Amerikanen het heft uit handen gaven waardoor Osama kon ontglippen. Afghanistan werd overgedragen aan Karzai, opnieuw zo'n politicus die Bush feilloos wist te bespelen. Inmiddels is het de langste oorlog waar Amerika ooit in verwikkeld is geweest. Hij zal Obama nog duur komen te staan.
We weten dat de neoconservatieven Wolfowitz, minister Rumsfeld en vice-president Cheney direct al achter Irak aan wilden. Bush hield de boot af, of beter gezegd, Cheney zei dat de tijd nog niet rijp was. Wel begon Rumsfeld direct de oorlogsplannen voor Irak af te stoffen. Het is een klassiek geval van jezelf naar een oorlog toe praten en Bush doet het nog eens lichtjes over. Een gevaarlijke man met mogelijk gevaarlijke wapens wordt een niet te tolereren dictator die er op uit is Amerika aan te vallen. Dat iedereen als een kip zonder kop achter de analyse aanliep dat Irak massavernietigingswapens had, was een bijzonder succes voor de mensen die dat hadden 'aangetoond’, de parallelle informatiediensten van Rumsfeld en Cheney. Bush geloofde hen. En het is letterlijk geloven. Hij voert als verontschuldiging aan dat iedereen het geloofde. Zijn lamme notitie 'achteraf gezien hadden we natuurlijk allemaal meer druk op de inlichtingendiensten moeten uitoefenen en onze veronderstellingen opnieuw onder de loep moeten nemen’ is typerend. Hij vraagt zich af waarom Saddam een oorlog zou wagen over wapens die hij niet had. De mogelijkheid om zich te verplaatsen in de denkwereld van een ander in een andere cultuur en omgeving is Bush vreemd.
De werkelijkheid is dat een groep denkers in de regering, onder leiding van Cheney, een window of opportunity zag om de lang gekoesterde wens te verwezenlijken Saddam uit te schakelen. Dat ze er een heel verhaal over democratie in het Midden-Oosten aan hingen was versiering. Ze hadden gelijk: er was een buitengewone kans om dat te doen; 9/11 had die mogelijkheid geopend en omdat de presidentsverkiezingen nog ver genoeg weg waren, kon de oorlog in maart 2003 nog worden doorgedrukt. Dat verklaart voor een deel de haast. Ze hadden ook gelijk dat ze militair gezien dat varkentje zo konden wassen. Wat ze zich nooit realiseerden, was dat ze het proces nooit onder controle zouden kunnen krijgen. En vooral vergaten ze dat ze door Irak onder Saddam uit te schakelen de grootste vijand van Iran weghaalden.
Ik geloof niet dat Bush er ooit op die manier over heeft nagedacht. Hij ging langs bij Elie Wiesel, die het met hem eens was dat 'het kwaad’ moet worden bestreden. Cheney vroeg hem bij de lunch: 'Gaat u nu wat doen aan die man, of niet?’ Zelf had Bush nachtmerries van nog een 9/11, waar Cheney op inspeelde door vol te houden dat Saddam daar iets mee te maken had. De gelovige werd gebruikt door de machiavellisten. Getuige zijn boek gelooft de grote beslisser nog steeds.
Gebrekkige en zelfs totaal verkeerde informatie en wensdenken kenmerkten de oorlog in Irak vanaf de eerste dag. Irak werd kaalgeplunderd door zijn eigen bewoners en het (te) kleine Amerikaanse leger greep niet in. 'Stuff happens’, zei Rumsfeld. 'Wat is er in vredesnaam aan de hand?’ vroeg Bush. Het leidde tot de beslissing om de in Den Haag en omstreken beroemde Paul Bremer naar Bagdad te sturen. De Irakezen zochten iemand die hen beschermde, meende Bush. Arme Irakezen, dat hebben ze geweten. Vandaar ging het van kwaad naar erger. Bush stond erbij en keek ernaar. Het is aandoenlijk om te lezen hoe teleurgesteld hij was dat er geen massavernietigingswapens werden gevonden. Nee, hij had niet gelogen. Waarom zou ik daarover liegen als ik meteen na de verovering als leugenaar te boek zou komen staan, monkelt hij. Het is de verontwaardiging van een naïeve, goedgelovige man. 'Niemand loog’, zegt Bush.
Bush claimt geen gewetensnood te hebben over de uitgevoerde martelpraktijken. Integendeel, hij heeft ze voor zichzelf gerechtvaardigd met de informatie die ze losgekregen hebben. Of daarmee levens zijn gered zal wel altijd een vraagteken blijven. Dat Amerikaanse en internationale rechtsprincipes werden geschonden niet. Bush haalt andere presidenten aan die de principes oprekten in tijden van oorlog, te beginnen met Lincoln. Richard Nixon komt er niet aan te pas als lichtend voorbeeld, maar wat Cheney en zijn maten bedachten en aan Bush verkochten, komt toch echt dichter in de buurt van deze wetsovertreder.
Het boek en Bush’ presidentschap eindigen met de financiële crisis. Ook hier tast hij volstrekt in het duister. Hij is voor huizenbezit en stimuleerde hypotheken voor lage inkomens, maar natuurlijk, hij acht zich niet verantwoordelijk voor het casino dat de financiële instellingen opzetten. Het zit hem dwars dat hij de vrije markt moest redden door de overheid te gebruiken maar hier lijkt het patroon zich te herhalen, zij het nog rommeliger en met serieus gevaar: Bush deed wat het establishment wenste - overigens tot ergernis van zijn eigen partij, die dit in Tea Party-stijl al als socialisme beschouwde en tegen de wetgeving stemde.
Het is ironisch dat de auteur in het boek van The Decider zich herhaaldelijk afvraagt: 'Hoe kon dit gebeuren?’ Steeds maar weer tast hij in het duister. Zijn assistenten informeren hem niet, zijn ministers gaan hun gang, zijn vice-president leidt een schaduwregering. De indruk die je overhoudt van Cruciale beslissingen is dat Bush er wel bij was maar nauwelijks een eigen rol speelde. Noem hem maar de Forrest Gump onder de presidenten. Hij staat op elke foto maar je weet dat het niet echt is. Hij is er niet bij. Maar hij denkt nog steeds dat hij alles besliste. Een echte gelovige. De enige.

GEORGE W. BUSH
CRUCIALE BESLISSINGEN
Balans, 360 blz., € 22,50