De fragmentatiedemocratie

HET IS DE nachtmerrie van de party-ganger. Na het zoveelste feest van die nacht roept iemand dat hij een hele wrede afterparty weet. Hij wappert met een ‘te wause’ flyer. Bont gekleurd en hip vormgegeven wordt er het Toekomst Festival van Niet Nix in aangekondigd. Om tien uur ‘s ochtends zullen in de Oudemanhuispoort te Amsterdam Da Brotha’s in dance hun eerste plaat op de draaitafel knallen; het feest gaat tot ’s avonds laat door in Paradiso. Wreed man! Ze hebben ook allemaal acts en films als Zusje, Trainspotting en Naar de klote! En om te chill-outen kun je 'talloze debatten’ voeren. Mmm, beetje raar, denk je, maar je houdt je mond, want misschien is dat wel de nieuwste hype: discussiëren.

Eenmaal te bestemder plaatse aangekomen, gaat het al snel fout. ‘Hé, die gast daar in pak’, denk je, 'dat is helemaal geen dealer. Dat is Peter Brusse van de tv.’ Plotseling voel je je wel erg stoned: 'Hou me vast man. Ik ga veel te hard op die paddo’s - ik zie Ritzen voor me. Dat kan toch niet wáár zijn!’
Je blijkt je te bevinden op een PvdA-jongerencongres. Niet Nix is de beweging van kritische jongeren binnen de PvdA, opgericht onder auspiciën van voormalig partijvoorzitter Felix Rottenberg. De organisatoren van het congres zijn Maartje Prins (25), Tino Wallaart (24) en Guido de Graaf Bierbrauwer (25). Zij vormen ook de redactie van het wekelijks verschijnende, kritische PvdA-vlugschrift. In de redactie zit tevens een vooraanstaande medewerker, partijvoorzitter Karin Adelmund.
Op het festival klaagt voorzitter Tino Wallaart in zijn openingsspeech over politici 'afkomstig uit een ander tijdperk’ en declameert hij dreigend dat de fractietop van de PvdA 'fors vernieuwd’ moet worden. De plannen zijn toegelicht op de zogeheten Future Flop - dat is een computerschijfje. Het radicaalste voorstel, zo kon men ook al uit de krant vernemen, behelst het ontslaan van tachtig procent van de beleidmakende ambtenaren en het uitbesteden van hun werk aan particuliere bureaus.
Ha, bestuurlijke vernieuwing, geheel in de lijn van oom Felix. Maar op het festival blijkt Niet Nix vooral erg voor het milieu en voor de kennisoverdracht te zijn. Eigenlijk net als mevrouw Borst van D66. Klonk vorig jaar heel even de belofte door van een afkeer van de traditionele organisatie van de PvdA toen Niet Nix aankondigde niet op macht maar op 'invloed’ uit te zijn, op het Toekomst Festival blijkt dat de jongerenbeweging vooralsnog niet bereid is om buiten gebaande paden te treden. Terwijl dat meer dan ooit nodig lijkt.
MET DE ALGEMENE Beschouwingen constateerden commentatoren wederom hoe politiek Den Haag tot een eenvormige, ondoorzichtige brij is verklonterd. Hans Righart verkondigde in NRC Handelsblad de verwording van de politiek, bepaald niet als eerste en enige. De fractievoorzitter van de PvdA, Jacques Wallage, meent dat actie geboden is: het parlement moet de regering weer ontzag inboezemen. De voormalige hervormers van D66 hebben de gekozen minister-president verheven tot voorwaarde voor regeringsdeelname nu onder Paars I het correctief referendum op een fiasco is uitgelopen.
Ter oppoetsing van het imago geven politici zich over aan de meest vernederende rituelen. Jaap de Hoop Scheffer beantwoordde onlangs in het weekblad Nieuwe Revu de vraag of hij goed kan zoenen met een volmondig: 'Jaaa! Bel mijn echtgenote maar.’ Hij was tevens bereid toe te lichten hoe: 'Geen gedoe, rècht op het doel af.’
Dàt hadden we nou net niet willen weten.
GOED, JONGEREN zijn niet zo politiek geïnteresseerd. Ervan uitgaande dat die desinteresse verkeerd is, poogde men tot nog toe steevast de jongeren te overtuigen van het belang van het bestel. Maar past dat democratisch bestel nog wel bij de laat-twintigste-eeuwse twintigers en dertigers?
Onze ouders vochten voor democratisering. In de jaren zestig en zeventig deden zij een poging tot uitbraak uit het verstikkende normen- en waardenstelsel van de jaren vijftig. Onze kinderkamers waren oranje met paars, vriendjes en vriendinnetjes heetten Lancelot, Astra of Fleur en met een beetje pech voedden bloemenkinderen ons op binnen de strengste doctrines van de liefde-ideologie: 'Nee, wij brengen Sterre en Aura groot zonder bezittelijk voornaamwoorden. Voor hen is er geen mijn en dijn.’
In de jaren tachtig en negentig bleken ook de vernieuwde ideologieën en denksystemen niet houdbaar. De laatste restjes ideologie ontploften. Maar dat wil niet zeggen dat wij twintigers en dertigers er geen idealen op nahouden. Stephan Sanders constateerde tien jaar gelden in De Groene na een reeks interviews dat de door hem ondervraagde jongeren zeker idealen hebben. 'Er is hooguit wat minder ideologisch pakpapier’, voegde hij eraan toe.
Wij hebben al vroeg geleerd elk denksysteem en elke institutie te wantrouwen, ook, juist wanneer we er zelf deel van uitmaken. Niet dat het veel helpt, want wij weten ook dat ieders individuele belang zwaarder weegt dan dat van welke organisatie of ideologie ook. Wij beseffen heel goed dat ik altijd iets meer aan zichzelf denkt dan aan een ander en dat we ons niet willen doodvechten voor moslims in een verre stad in Bosnië.
HADDEN DE Niet-Nix'ers maar wat geleerd van de boeken van hun grote broers van Nix. Een ervan, Ronald Giphart, schreef nota bene het voorwoord van het eerste Niet-Nixprogram. In die boeken geven de auteurs blijk van een grenzeloos cynisme, dat niet in de laatste plaats dient om de eigen persoon grondig af te branden. Niks zelfverheffing. Xandra Schutte noemde dat ooit 'achterhoofdstaren’. De Nix'ers zijn zich continu bewust van hun eigen plaats in de geschiedenis, ze relativeren constant hun positie - logisch dat ze lamgeslagen zijn.
Maar Nix werd totaal niet begrepen. Critici dachten dat de auteurs van Nix een levenshouding propageerden, een soort van ideologie waar je voor of tegen kunt zijn, zoals je voor of tegen Ajax bent. Mooi is dat. Slaak je een kreet van wanhoop, probeer je jouw wereld bloot te leggen, ga je op onderzoek uit naar de werkelijkheid van jouw tijd, zeggen ze dat je te weinig 'maatschappelijk bevlogen’ bent.
Niet Nix besloot haar engagement in dienst te stellen van de politiek. Maar waarom dan niet daar de vertwijfeling geuit en werkelijk iets gedaan aan het eindeloze nuanceren en relativeren op basis van de overstelpende hoeveelheid materiaal die de altijd aanwezige geschiedenis ons biedt?
Wij wikken en wegen maar. Sinds ons achttiende weten wij, de schrijvers van dit stuk, niet op welke partij we moeten stemmen. Omdat wij zo stom zijn? Te stom voor het huidige partijenstelsel, dat wel ja. Volgens marktonderzoekers zijn wij 'zwevende kiezers’ - dolende kiezers zullen ze bedoelen. We kiezen PvdA omdat we niet willen dat Bolkestein premier wordt. Of we kiezen CDA omdat we eigenlijk Paars ondersteunen wanneer we VVD stemmen.
Verontrustend? Wij trekken tenminste nog naar het stemlokaal.
WIJ BELLEN met Hans Duijvestein van marktonderzoekbureau Trendbox. Zijn bureau heeft net een grootscheeps onderzoek uitgevoerd naar de verwachtingen van Nederlanders betreffende hun leven in de eenentwintigste eeuw. We leren: Generatie X is nu 25 tot en met 35 en Generatie Next loopt van 16 tot en met 24. Duijvestein: 'Next is opgegroeid met het idee dat ze het allemaal zelf moeten doen. Lifetime jobs bestaan straks niet meer en de overheid trekt zich terug. Dus zetten ze alles op alles om hun toekomst zeker te stellen. Ze zijn vooral geïnteresseerd in hun eigen welvaren - het platte geld verdienen. De rest van de samenleving laat ze koud.’
Generatie Next is individualistisch tot op het bot, heeft het gevoel keihard te moeten werken om iets te bereiken en ziet de politiek als een buitenaards verschijnsel. Duijvestein: 'De helft geeft aan geen flauw benul te hebben op welke partij ze moet stemmen. Slechts 25 procent vertoont enige vorm van politieke interesse, maar vooral op het gebied van de sociale zekerheid en werkgelegenheid. Zaken die hun portemonnee aangaan dus. Het milieu interesseert ze niets en ze zijn al helemaal niet bereid om extra te betalen voor milieuvriendelijke produkten.’
Zijn wij dat?
HOE DAN OOK, dit democratisch bestel voldoet niet meer. Het partijenstelsel wankelt. Moet er niet eens nagedacht worden over een post-democratie die is toegerust op ons fragmentarische denken? Naast stemmen voor de Tweede Kamer ook nog eens stemmen per beleidsterrein, bijvoorbeeld. Want waarom zou je, als je voor strenge straffen bent, ook moeten vinden dat de familie Gümüs het land uitgezet dient te worden? Wat heeft je mening over de uitbreiding van Schiphol te maken met je ideeën over de noodzaak van de studiefinanciering?
Natuurlijk bedenk je niet even spoorslags een nieuw bestel. Maar een poging om een stap verder te gaan dan wat onder de rokken van een bestaande partij te foezelen, is wel zeer gewenst.
Net als vorig jaar bij het door CDA-jongeren georganiseerde congres Confrontatie met de toekomst konden de bezoekers van de Niet-Nixmanifestatie elektronisch stemmen, ditmaal met behulp van de easychipknip op de stellingen van de Future Flop. Het kwam er wat rottig uit en de te beantwoorden vragen waren nogal suggestief, maar de richting was duidelijk. Partijvoorzitter Adelmund verklaarde onmiddellijk het elektronisch stemmen te willen overnemen voor het PvdA-congres. Stemmen per beleidsterrein, ook binnen de eigen partij. Dat lijken grote veranderingen, al praktiseerde het eigentijdse D66 binnen de partij het stemmen per beleidsterrein al twintig jaar geleden.
IS ER, ZOALS dat heet, draagvlak voor een post-democratie? Gaat het partijenstelsel op de helling? Wij gaan op zoek.
Jan de Laat (19) is bestuurder van Machiavelli, de vereniging van studenten Politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij gaat een weekend lang in conclaaf met 72 eerstejaars studenten Politicologie en heeft wel zin in een debat over het stemmen per beleidsterrein. 'Politicologen’, zegt hij, 'vallen altijd terug op de oude systemen. Iets nieuws moet je ze gedoseerd voeren en ik vraag me af of ze dit lusten.’ Hij verwacht ook dat zijn medepoliticologen weten voor welke partij ze zullen stemmen. Ze zijn immers beroepshalve al geïnteresseerd in de politiek.
Na twee dagen kamp staan op zijn gelaat de sporen van een intensieve begeleiding van doldrieste eerstejaars te lezen. De Laat: 'De meesten weten inderdaad niet op welke partij ze gaan stemmen. Misschien komt het doordat het leven hier zo makkelijk is. Vanaf acht uur ’s avonds zijg je neer voor de buis en trekt de wereld aan je voorbij. Overal staat de boel in brand, maar hier gebeurt niets.’
De radicale stelling: 'Politieke partijen moeten worden afgeschaft’ ontving aanzienlijke steun. Alleen de vraag naar een alternatief politiek stelsel bleek niet te beantwoorden. De Laat: 'In elk geval leek de meesten het kiezen van personen beter dan het kiezen van partijen. Het zijn uiteindelijk de poppetjes die regeren.’
Peter Kievoet (28) is als politicoloog verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Kievoet: 'Jongeren vinden het democratische systeem niet zo beroerd. Ze zien sommige politici gewoon niet zitten. Ze zijn ontzettend calculerend en rationeel ingesteld. Partijbinding kun je bij hun simpelweg vergeten. In de toekomst zullen de partijen een andere rol gaan vervullen dan nu. Ze zullen een reservoir blijven voor het kweken van politiek talent, maar niet meer een platform zijn van politieke visies die aan de achterban verkocht moeten worden. Je stem uitbrengen op grond van bepaalde issues is zo gek nog niet. Het is rationeler dan wat de oude kiezer deed, die koos voor een partij op basis van ideologie en zo'n keuze kun je niet echt praktisch noemen.’
Teusjan Vlot (21) is voorzitter van het CDJA. Vlot: 'Jongeren kunnen tegelijkertijd lid zijn van Greenpeace en de ANWB. Ook in de politiek maken ze totaal verschillende keuzen. Opinion leaders worden veel belangrijker dan partijen. Over een x-aantal jaren is de informatiesamenleving op zijn hoogtepunt en ontkomt de politiek niet aan veranderingen. Stemmen per issue, dat idee trekt me wel. Zo geef je mensen de kans om het dilemma van een partijkeuze te ontlopen. Maar realiseer je wel dat ze dan misschien eerst zes keer goed moeten nadenken in plaats van één. Het is inderdaad de manier om eens een regering samen te stellen die het land bestuurt op basis van standpunten, in plaats van op partijpolitieke overwegingen.’
Omar Ramadan (21) wordt de nieuwe voorzitter van de Jonge Socialisten, de andere jongerenbeweging van de PvdA. Ramadan: 'Je weet gewoon niet meer waar je aan toe bent nàdat je op een partij hebt gestemd. Je kon bijvoorbeeld absoluut niet weten hoe een partij zich zou gedragen bij de uitzetting van Gümüs. Stemmen per issue lijkt me een prima plan. En dan niet eens in de vier jaar, maar vaker. Op die manier kun je daadwerkelijk invloed op het beleid uitoefenen.’
Joost Boermans (26), voorzitter van de Jonge Democraten: 'De verschillen tussen partijen zijn grotendeels weggevallen. D66 bestaat nu al dertig jaar, dus misschien is het tijd dat we weer eens een nieuwe partij oprichten. Elektronisch stemmen vind ik hartstikke goed. Wel moet je in de gaten houden wie er toegang hebben. In het ideale geval zou een inwoner van een dorp op de Veluwe een voorstel per computer moeten kunnen doen dat vervolgens serieus wordt behandeld.’
Ciska Scheidel (23), voorzitster van de JOVD: 'Politieke partijen moeten werken met een steeds kleinere groep politiek geïnteresseerden. Jongeren houden zich vooral bezig met zaken die hen direct aangaan, zoals criminaliteit, onderwijs en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. De rest interesseert ze minder. Er moet zeker iets veranderen, maar ik weet niet of het al tijd is voor zo'n radicale wending. Ik kan me wel iets voorstellen bij het stemmen per beleidsterrein, maar daar zitten veel haken en ogen aan. Hoe creëer je bijvoorbeeld een samenhangend kabinetsbeleid?’
HET LANDELIJK stempercentage zal volgens onderzoekers binnen tien jaar ver onder de vijftig procent duiken. Jongeren zijn individueler dan ooit. Ze zien niet in hoe zij het bestaande politieke bestel kunnen gebruiken om hun idealen te verwezenlijken. Gaan ze op zoek, dan vinden ze hun meningen niet terug bij één partij maar verspreid over het politieke spectrum. Dus waarom dan gestemd als de partij van jouw keuze behalve de meningen waar jij je in kunt vinden ook zaken verkondigt die je niet ziet zitten? Bovendien: komt je partij in de regering, dan blijkt er door de zouteloze consensuspolitiek niets overgebleven van de dingen waar jij oorspronkelijk voor stemde. CDA-VVD, CDA-PvdA of PvdA-D66-VVD, wat maakte het nou eigenlijk uit?
Elke partij probeert de dolende kiezer een thuishaven te bieden, terwijl de dolende kiezer juist steeds sterker beseft dat er geen veilige thuishavens meer zijn. Daarom moeten alternatieven bedacht die beter aansluiten bij het gefragmenteerde denken van nu. Bijvoorbeeld de mogelijkheid om te stemmen per beleidsterrein - binnen of buiten een partij. Dan kies je niet alleen je eigen minister-president maar ook nog je eigen ministers.
De Niet-Nix'ers zijn op dit moment nog te laf om buiten het veilige partijkader te treden, maar hun pleidooi voor bestuurlijke vernieuwing zou de aanzet tot een grotere stap kunnen worden. Het zal niet lang duren voor ze de PvdA de rug toekeren, op de drempel van de post-democratie.