De gasten van Ivo van Hove

Peter Sellars valt terug in de tijd. Brian Eno is hier en daar voorspelbaar. Muzak op het Holland Festival. Gelukkig was er nog Jan van Vlijmen met de opera ‘De Expeditie’.

Afgelopen week deed zich een con frontatie tussen Holland Festival oude stijl (Jan van Vlijmen) en nieuwe stijl (Ivo van Hove) voor. De waterscheiding lag bij de Bijbelse stukken van Stravinsky in een regie van Peter Sellars. Het leek wel of Sellars per ongeluk in een tijdmachine terecht was gekomen en dertig jaar terug was gestuiterd in de hippietijd. Het orkest leek in zijn rode kloffie nog het meest op een Bag whan-genootschap met Reinbert de Leeuw als goeroe. Op het toneel viel veel (gebatikt) groen en lila te ont waren. Innige tafereeltjes en zoete omhelzingen waren onderdeel van een terloopse choreografie, die erg detoneerde met het strakke, gestileerde karakter van de muziek. En na de Psalmensymfonie twee jaar geleden, begon het herhaalde gebruik van gebarentaal nu toch te irriteren. Wil Sellars soms zeggen dat doven ook recht hebben op muziek? Gelukkig maakte de ingetogen enscenering van Threni veel goed. Een mathematisch patroon van houten stoeltjes waarop de koorleden in doorzichtige regenjassen zitten, schept een breekbaar toneelbeeld dat ruimte schept voor allerlei associaties, maar ook een visueel tegenwicht biedt aan de muziek. Hoofdgast van Ivo van Hove is de multi-mediakunstenaar Brian Eno. Zijn entree in Nederland was niet erg wervelend. Door AT5 geïnterviewd op Schiphol, waar zijn klassieker Music for Airports uitgevoerd werd, raakte Eno danig van zijn à propos. Gevraagd naar de betekenis van de ambient music schoot de paniek in zijn ogen. Hij probeerde de vraag te omzeilen: ‘Ambient music, dat is 22 jaar geleden!’ Verder in het nauw gebracht piepte hij: 'No, I can’t do ambient music again.’ Zo actueel is de huidige muziekprogrammering in het Holland Festival dus. Gelukkig presenteert Eno in het Stedelijk Museum ook nieuw werk. Fascinerend is de installatie Generative Light Lounge #35, waarbij de bezoeker in een mysterieuze onderwaterwereld met surrealistische trekjes belandt. Het is een klank- en lichtspel rond een aantal voorwerpen met perspectivische afwijkingen, waarbij muziek, licht en projecties voortdurend in beweging zijn. Voorwaarde is dat je je aan de sfeer overgeeft. Zodra je bewust gaat luisteren naar de muziek is ze van een benauwende voorspelbaarheid. Dat is frappant; het gaat Eno juist om het ontwikkelen van software die zichzelf niet herhaalt. De muziek van Layered Mixolydian schijnt zich pas na 157 jaar te herhalen. Een leuk weetje over een verder saaie installatie die, net als het aanpalende Flowers, muzikaal erg makkelijk en mager is. Net zo'n slappe hap was de orkestrale versie van The Shutov Assembly uit 1981, in een overvol Paradiso uit gevoerd door het Metropole Orkest. De voortdreutelende melodietjes, vaak met een hoog Jingle Bells-gehalte, zetten een zijig sfeertje neer. Verantwoorde muzak, maar daarom niet minder suf. En blijft het niet een contradictio in terminis om ambient music, die ten enenmale geen luistermuziek is maar bedoeld als een onopvallende prikkel, in de concert zaal uit te voeren? De grote hit van het Festival kwam daarom toch uit de koker van Jan van Vlijmen: De expeditie van Klas Torstensson, een opera in concertante uitvoering. Het is een groots en kleurrijk heldenepos waarin Torstensson met het grootste gemak de tragische lyriek van Puccini, op elkaar botsende dissonanten, de verworvenheden van de elektronische muziek, vleugjes Broadway-musical en de oerkrachten van Xenakis met elkaar verbindt. Nog belangrijker (en zeldzamer) is misschien dat het werk de lange adem heeft die voor een tweeënhalf uur durende opera noodzakelijk is. Kortom, een opera die een geënsceneerd vervolg verdient.